<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18302</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18302</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Op bezoek in de Republiek. Reisverslagen uit de zeventiende en achttiende eeuw</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Verberckmoes</surname>
<given-names>Johan</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1"><sc>ku</sc> Leuven</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230096</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Jager</surname><given-names>Angela</given-names></name>
<name><surname>Osnabrugge</surname><given-names>Marije</given-names></name>
</person-group>
<source>Op bezoek in de Republiek. Reisverslagen uit de zeventiende en achttiende eeuw</source>
<publisher-loc>Zwolle</publisher-loc>
<publisher-name>WBooks</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>128 pp.</page-range>
<isbn>9789462584655</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18302"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In tegenstelling tot andere Europese landen in de zeventiende en achttiende eeuw heeft de Republiek der Verenigde Provinci&#x00EB;n een fantastische beeldenschat nagelaten in de vorm van de talrijke schilderijen over het dagelijks leven, het uitzicht en gebeurtenissen in het land. Over dat land zelf waren buitenlandse reizigers verbaasd. Juist omdat die schilderijen bestaan, is een confrontatie van de observaties door een honderdtal reizigers met een selectie van toenmalige schilderijen een vruchtbare piste van onderzoek geweest voor een team van kunsthistorici aan de universiteit van Gen&#x00E8;ve, waaronder Marije Osnabrugge, samen met Angela Jager, conservator Oude Nederlandse Schilderkunst bij het <sc>rkd</sc>. Dit heel toegankelijke publieksboek visualiseert met schilderijen en gravures wat reizigers en ervaarden en laat ook de reizigers zelf aan het woord. Het boek bestaat uit drie delen van telkens zes of zeven luiken over gebeurtenissen, maatschappelijke activiteiten, landschappen en personen. Er is gekozen voor vari&#x00EB;teit in bestemmingen en thema&#x2019;s. Het eerste deel betreft het reizen zelf en de verblijfplaatsen, het tweede het culturele makelaarschap van de Republiek in kunst en wetenschap, en het derde de bevolking en haar kenmerken in vreemde ogen.</p>
<p>De indeling doet erg vertrouwd aan. De thema&#x2019;s zijn al sinds lang onderdeel van het diagnosticeren van de Republiek als een specifieke reisbestemming en van de historiografische discussie over het eigene en het vreemde van de Gouden Eeuw. De auteurs en projectmedewerkers zijn er echter in geslaagd eigen keuzes te maken. Dat doen ze onder meer door weinig bekende schilderijen, tekeningen en gravures voor het voetlicht te brengen. Zo wordt het voorbeeldluik &#x2018;de Nederlandse schoonmaakwoede&#x2019; ge&#x00EF;llustreerd met een handen wassende vrouw van schilder Eglon van der Neer en een prent van Jan Luyken, <italic>De luiwagen</italic>. De reizigers verwonderden zich over schone straten en dagelijkse hygi&#x00EB;ne.</p>
<p>Verder hebben de samenstellers van dit boek enkele nieuwe thema&#x2019;s voorgesteld die te maken hebben met de brede opvatting over hoe kunst en dagelijks leven in de Republiek elkaar doorsneden. Het oeuvre van knipkunstenaressen die met de punt van een mes ingewikkelde en uiterst gedetailleerde vormen en voorstellingen uit papier knipten is een correctie op het beeld van de vaak door mannen gedomineerde culturele en sociale activiteiten in de Republiek. Bovendien is over dat thema weinig iconografie bewaard, maar enkele reizigers hadden er oog voor. Onvermijdelijk loopt een aantal thema&#x2019;s het risico louter clich&#x00E9; te zijn. Voor de kazen en boterdozen wordt dat opgelost door te verwijzen naar de materi&#x00EB;le cultuur die aan die producten ten grondslag ligt. Zee- en kanaalgezichten kunnen niet ontbreken, evenmin als gezelschappen en grappige taferelen uit het dagelijks leven, zoals het schilderij <italic>De luistervink</italic> van Nicolaes Maes (93). Bij dat laatste voorbeeld wordt misschien te weinig expliciet gemaakt dat reizigers geen een-op-een sociale realiteit beschreven. Enkele keren wordt in het boek het verband gelegd tussen de reizigers en hun interesse voor kunst, maar de suggestie is toch vooral dat de gekozen illustraties visualiseren wat de reizigers ter plekke zagen en in zich opnamen.</p>
<p>Het boek kiest resoluut enkel voor de Republiek als reisbestemming. De bibliografie is slechts informatief over wat in het boek behandeld is aan onderwerpen. Die twee beperkingen hebben tot gevolg dat de historiografische inbedding beperkt is. In <italic>Anders Reizen? Evoluties in vroegmoderne reiservaringen van Hollandse en Brabantse elites (1600-1750)</italic> (2009) heeft Gerrit Verhoeven aangetoond dat de reiscultuur van de regenten van de Republiek vergelijkbaar was met die van buitenlandse reizigers die naar de Republiek reisden. Over reizigers naar de Republiek bestaat bovendien een lange traditie van onderzoek, waarvan in de bibliografie merkwaardig genoeg nauwelijks een spoor te bekennen is. Dit boek suggereert daardoor ten onrechte dat vele van de reizigers en hun opvattingen nog weinig bekend waren. Het omgekeerde is echter waar. Het bekendste voorbeeld, ook in de bibliografie vermeld, is ongetwijfeld <italic>The Embarrassment of Riches</italic> (1987) van de Britse historicus Simon Schama.</p>
<p>De reiscultuur van de zeventiende eeuw maakte deel uit van de idee van een <italic>Grand Tour</italic> door Europa. Inmiddels lang geleden verrichte Anna Frank-van Westrienen daarover onderzoek, haar naam had in de bibliografie niet mogen ontbreken. Misschien is het educatieve belang van de <italic>Grand Tour</italic> al te vaak benadrukt, maar een keuze maken zoals in dit boek om de observaties van reizigers louter als vaststellingen te brengen is te weinig bronkritisch. Zo is het de lezer niet duidelijk wat de selectiecriteria zijn geweest voor de gekozen thema&#x2019;s en voorbeeldluiken. Zijn belangrijke activiteiten en gebeurtenissen misschien over het hoofd gezien? Hoeveel plaats ruimen de reizigers in hun reisverslagen in voor de nu als ge&#x00EF;soleerd gepresenteerde observaties? Hadden zij bijvoorbeeld niets te vertellen over de politieke zeden van de Republiek? De keuze voor culturele snapshots van de Republiek is zeker verdedigbaar, maar ligt ook in de lijn van de verwachtingen als schilderkunst over het dagelijks leven als uitgangspunt genomen is. Waren deze observaties dan zoveel specifieker voor de Republiek in vergelijking met de naburige landen? Meer over de globale zeventiende-eeuwse reiscultuur op het Europese vasteland had dat in perspectief kunnen zetten.</p>
<p>Het is misschien veel kritiek voor een heel prettig lezend boek dat zowel informatief sterk als fraai verlucht is. Net zoals de toenmalige reisgidsen presenteert <italic>Op bezoek in de Republiek</italic> zich als een staalkaart van het beste dat de Republiek te bieden had, terwijl ook het ongewone aandacht krijgt. De nauwe samenhang tussen een hang naar visuele cultuur in de Gouden Eeuw en de opmerkzaamheid van buitenlandse reizigers over wat de Republiek van een eigen plaats verzekerde in hun reiscircuits, is met dit boek opnieuw aan de orde gesteld. Her en der wordt een rechtstreeks verband tussen beide gelegd, in het bijzonder als het gaat om te bezoeken monumenten en bijzondere gebeurtenissen, zoals de terugkeer naar Engeland van koning Karel <sc>ii</sc> vanop het strand van Scheveningen, voordat hij in de zomer van 1660 koning van zijn land werd. Uit zowel de beoordelingen door reizigers als de visuele cultuur borrelen vooral idee&#x00EB;n op over alledaagsheid als kenmerk van de Republiek, zelfs in de geur van de magazijnen van haar Verenigde Oost-Indische Compagnie en van de heipalen in de moerasgrond die de grachtenwoningen van Amsterdam overeind houden. Met een caleidoscoop van lichtvoetig behandelde onderwerpen geeft dit mooi uitgegeven boek de teneur daarvan weer.</p>
</body>
</article>