<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18299</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18299</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>In de schaduw van de stad. Verhalen van vier eeuwen gewone Amsterdammers</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van de Laar</surname>
<given-names>Paul</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Erasmus Universiteit Rotterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230093</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Lottum</surname><given-names>Jelle</given-names></name>
<name><surname>Petram</surname><given-names>Lodewijk</given-names></name>
</person-group>
<source>In de schaduw van de stad. Verhalen van vier eeuwen gewone Amsterdammers</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Ambos/Anthos</publisher-name>
<year>2023</year>
<page-range>256 pp.</page-range>
<isbn>9789026351952</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18299"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De moderne stadshistoricus haalt zijn neus niet meer op voor het verhaal van gewone mensen. Wie een breed publiek wil bereiken moet nu eenmaal dicht bij zijn lezers blijven. De klassieke stadsbiografie leent zich daar meestal niet voor. Deze vaak in opdracht geschreven boeken worden door een strenge leescommissie begeleid, die vooral twee dingen wil: dicht bij de nationale geschiedschrijving blijven met de daarbij behorende periodisering en politiek-institutionele kaders als handvatten. Deze overzichtswerken bieden nauwelijks ruimte om de bewoners zelf aan het woord te laten. Jelle van Lottum en Lodewijk Petram hebben geen traditionele stadsgeschiedenis geschreven. In hun boek staan verhalen centraal van &#x2018;gewone Amsterdammers&#x2019;, die voor de stadsgeschiedenis belangrijk zijn maar die daarin geen hoofdrol opeisten zoals burgemeesters of befaamde schilders, en die meestal tot de lagere sociale klassen of standen behoorden. Deze verhalen hangen Van Lottum en Petram op aan een afbeelding van een bepaalde locatie in Amsterdam die de lezers, zoals ze zelf schrijven, &#x2018;nieuwsgierig maakt naar de buurt eromheen en de levens die daar geleefd zijn&#x2019; (19).</p>
<p>Het boek opent met een foto van George Breitner, de Rotterdammer die we in de eerste plaats als Amsterdammer zien omdat hij in de hoofdstad tot artistieke wasdom kwam. Breitner wilde als fotograaf de oude Amsterdamse binnenstad vastleggen. De auteurs noemen hem dan ook de pionier op het gebied van de straatfotografie. Dat weet ik echter niet zo zeker. Breitner fotografeerde in de eerste plaats als visuele documentatie voor zijn schilderijen. Henri Berssenbrugge zou ik eerder genoemd hebben als pionier, want voor hem waren foto&#x2019;s geen voorstudies. Hij is vooral bekend in Rotterdam als <italic>photograph-promeneur</italic>, zogezegd een tegenhanger van de <italic>po&#x00E8;te-promeneur</italic> die zich in de stad begaf en zijn stadsindrukken vertellend weergaf. Van Lottum en Petram kiezen dus voor een combinatie: verbeelden en vertellen. Met stadsfotografie is dat natuurlijk makkelijker dan met prenten, tekeningen of schilderijen die uit erfgoedcollecties moeten worden geplukt.</p>
<p>De gekozen openingsfoto maakte Breitner eind negentiende eeuw stiekem, de voorbijgangers hebben geen notie van de opname. Deze foto, die ook de omslag van het boek siert, intrigeert en zette de auteurs bovendien op het spoor van hun eigen familiegeschiedenis. Van Lottum en Petram stammen beiden af van Duitse immigranten en hun families woonden in de buurt waar Breitner deze foto nam. Een mooie persoonlijke invalshoek die beslist nieuwsgierig maakt naar hun methode hoe zij de gewone levens van de Amsterdammers in vier eeuwen hebben beschreven. Zoals ze zelf enigszins ronkend schrijven, &#x2018;om ze uit de schaduw van de geschiedenis te halen en de verdwenen werelden te recre&#x00EB;ren waarvan zij deel hebben uitgemaakt&#x2019; (20).</p>
<p>Zijn ze daarin geslaagd? Voor een belangrijk deel wel. Beide auteurs zijn ervaren onderzoekers en hebben een vlotte pen, wat natuurlijk wel noodzakelijk is voor een publieksboek. Ze voelen zich goed thuis in het Amsterdam dat uit archieven moet worden gereconstrueerd. In tien hoofdstukken komen de gewone Amsterdammers voorbij. Dikwijls zijn het verhalen die nauw samenhangen met het migratieverleden &#x2013; het <sc>dna</sc> van Amsterdam zoals Leo en Jan Lucassen dat hebben getypeerd in hun migratiegeschiedenis (<italic>Migratie als <sc>dna</sc> van Amsterdam. 1550-2021</italic> (2021)). Met het beeldmateriaal als kapstok doorkruisen ze Amsterdam en omgeving. De lezer komt op tal van bekende en minder bekende locaties terecht, zowel in het Amsterdam van de zeventiende eeuw als de Bijlmer van de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Van Scandinavi&#x00EB;rs die op Uilenburg woonden tot de Chinese tremmers en stokers die de Stoomvaart Maatschappij Nederland rekruteerde om de zeeliedenstaking van 1911 te breken. De voetballers van Door Wilskracht Sterk (<sc>dws</sc>) in de Spaarndammerbuurt komen voorbij, maar ook de slachtoffers van de Bijlmerramp. De auteurs sluiten af met winkelend publiek in de hedendaagse Kalverstraat. De verhalen hebben met elkaar gemeen dat het veelal gaat om zielige kinderen, haveloze mannen en vrouwen die worstelden om het hoofd boven water te houden. Wie zich niet aan de burgerlijke Amsterdamse moraal en zeden hield kon rekenen op boete en straf in het premoderne Amsterdam, waar de meeste pagina&#x2019;s aan zijn gewijd.</p>
<p>Van Lottum en Petram willen beeldend schrijven, maar soms overdrijven ze en proberen ze iets op te roepen dat beter weggelaten had kunnen worden. Bijvoorbeeld wanneer ze de prent van Cornelis Pronk, <italic>De Dam</italic>, beschrijven: het is een knus plein, &#x2018;maar hoe zou het er &#x2018;s nachts geweest zijn? [&#x2026;] In nachten dat de maan niet zichtbaar was moet het er aardedonker zijn geweest. [&#x2026;] Het zal er &#x2018;s nachts ook heel stil zijn geweest&#x2019; (44-45). Ze nemen ook zeker de moeite om te laten zien dat er twee deskundige vorsers aan het werk zijn. In het hoofdstuk met de titel &#x2018;Topografie van een aangekondigde dood&#x2019; staan bewerkte digitale kaarten die in een wetenschappelijke studie op zijn plaats zijn, maar hier toch een beetje uit de toon vallen. Voor de tekst waren ze niet nodig en het is onduidelijk waarom ze zijn opgenomen, zoals het kaartje met geboorteplaatsen van het personeel op <sc>voc</sc>-schepen.</p>
<p>Historici moeten altijd laveren tussen wat zij empirisch kunnen aantonen en wat zij vermoeden. Dat is een spanningsveld dat ook geldt voor <italic>In de schaduw</italic>. Soms moeten Van Lottum en Petram gissen naar wie er op de prent of schilderij afgebeeld was en kunnen ze niet anders dan de nodige slagen om de arm houden. Dat is natuurlijk niet erg, maar op den duur wordt dat hinderlijker. Dat komt door veelvuldig gebruik van modale werkwoorden als zullen, moeten, mogen, kunnen, et cetera: &#x2018;het moet een zondag zijn geweest&#x2019;; &#x2018;het is niet bekend&#x2019;. Ook wordt het bijvoeglijk naamwoord &#x2018;waarschijnlijk&#x2019; veel gebruikt. Het is jammer dat de auteurs, ondanks de persoonlijke keuze en interesses die aan het boek ten grondslag hebben gelegen, niet de vrijheid hebben genomen om over deze twijfels heen te stappen. De auteurs schipperen naar mijn idee te veel tussen een aantrekkelijke stijl voor het grote publiek en wetenschappelijke verantwoording.</p>
<p>Kleine, persoonlijke geschiedenissen doen het goed en zijn belangrijk om historische plaatsen tot leven te brengen. De auteurs eindigen dan ook met het citaat: &#x2018;In the end, we all become stories&#x2019; (231). Maar we hebben inmiddels wel veel <italic>stories</italic> en we moeten af en toe weer meer context en synthese hebben in de stadsgeschiedenis. Toegegeven, de meeste biografische stadsstudies slagen daar niet in of lenen zich er niet voor. Maar boeken zoals <italic>In de schaduw</italic> leveren daar wel bouwstenen voor.</p>
<p>Amsterdammers zullen dit boek met veel plezier lezen, daar ben ik van overtuigd. Ik kan me goed voorstellen dat Van Lottum en Petram hier een podcast van maken, of dat hun boek een leidraad wordt voor stadswandelingen of zelfs voor een nieuwe opstelling in het Amsterdam Museum. Het script om de stad te (her)ontdekken ligt er al, en dat vind ik de grote verdienste van dit boek.</p>
</body>
</article>
