<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18114</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18114</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Gevleugelde geschiedenis van Nederland. De Nederlanders en hun vogels</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author"> 
<name>
<surname>Smeyers</surname>
<given-names>Kristof</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Katholieke Universiteit Leuven</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230085</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>van Zanden</surname><given-names>Jan Luiten</given-names></name>
</person-group>
<source>Gevleugelde geschiedenis van Nederland. De Nederlanders en hun vogels</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Ambo&#x007C;Anthos</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>496 pp.</page-range>
<isbn>9789026357749</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18114"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Kan je een geschiedenis van een land vertellen aan de hand van dieren &#x2013; die doorgaans lak hebben aan onze nationale grenzen? En kan je een geschiedenis van dieren vertellen binnen landsgrenzen? Al in de eerste bijdrage van de flinke essaybundel <italic>Gevleugelde geschiedenis van Nederland</italic> schuift Jelle Reumer beide vragen terzijde. Reumer schrijft over het fossiel van <italic>Ostromia crassipes</italic>, tegenwoordig in het Teylers Museum in Haarlem, als de oudste Nederlandse vogel. Die werd weliswaar net over de grens gevonden, in een Belgische mergelgrot. Maar, &#x2018;omdat vogels zich niets van grenzen aantrekken, mag de krijtvogel meedoen&#x2019;, schrijft Reumer (20). &#x2018;We doen gewoon alsof het een Nederlandse vogel is&#x2019;. Verderop historiseert Esther van Gelder het idee van &#x2018;nationale&#x2019; fauna in een analyse van het achttiende-eeuwse magnum opus <italic>Nederlandsche vogelen</italic> van Nozeman, Sepp en Houttuyn: &#x2018;Natuurstudie [werd met zulke boeken] verheven tot een nuttige en patriottische bezigheid, die bijdroeg aan de bloei van het vaderland&#x2019; (246). Die historiserende en reflexieve houding tegenover een nationale vogelgeschiedenis is de juiste. Van Gelder stelt terecht dat er tot ver in de achttiende eeuw &#x2018;geen sprake [was] van een notie van Nederlandse vogels, laat staan dat er aandacht was voor onze gevleugelde landgenoten&#x2019; (246).</p>
<p>Ondanks de titel is het uitgangspunt van deze bundel dan ook niet zozeer een geschiedenis van Nederland, maar een vogelvlucht langs sleutelepisodes die het &#x2018;eeuwenoude verbond tussen de Nederlanders en hun vogels&#x2019; (flaptekst) moeten uitdiepen. Niet elke bijdrage slaagt daar even goed in. Maar wat maakt deze geschiedenissen nu precies zo &#x2018;Nederlands&#x2019;? Dat is een interessante en moeilijke vraag, die niet expliciet wordt gesteld. Nochtans loopt een rode draad impliciet door veel hoofdstukken: het Nederlandse landschap, dat door de eeuwen heen zo ingrijpend is gemanaged en op complexe wijze de levens van vogels heeft bepaald. Het hoofdstuk van Sander Govaerts over hoe de reigerbossen in de veertiende eeuw werden gecre&#x00EB;erd, onder andere door veenontginningen, beheerd en (over)ge&#x00EB;xploiteerd is daar een goed voorbeeld van.</p>
<p>Met de focus op vogels nestelt <italic>Gevleugelde geschiedenis</italic> zich in de snel uitdijende menswetenschappelijke literatuur over mens-dierrelaties, die sinds de zogenaamde <italic>animal turn</italic> ongeveer twintig jaar geleden ook door historici worden bestudeerd. Tegelijkertijd echter is het boek geen conceptuele of theoretische aanvulling op <italic>animal studies</italic>, maar een vlot leesbaar boek dat de vanzelfsprekendheid van de <italic>animal turn</italic> in de praktijk brengt, eenvoudigweg door de rol van dieren in de mensengeschiedenis in het voetlicht te plaatsen. Want de mens &#x2013; de Nederlander &#x2013; speelt in <italic>Gevleugelde geschiedenis</italic> de centrale rol: de ondertitel is veelzeggend &#x2018;De Nederlanders en <italic>hun</italic> vogels&#x2019;.</p>
<p>Het boek leidt de lezer in dertig korte en mooi ge&#x00EF;llustreerde hoofdstukken in chronologische volgorde van het Krijt tot de covid-pandemie. Een dwarsdoorsnede van in vogels ge&#x00EF;nteresseerde Nederlanders passeert daarin de revue: de ornitholoog, de liefhebber, de schrijver, de dominee, de schilder, de kolonist, de handelaar, de stroper. Ook de auteurs van de bijdragen vormen een bonte verzameling van historici, biologen, beleidsmedewerkers, journalisten en ecologen. Dat levert een fris en divers, maar ook gefragmenteerd en anekdotisch geheel op, waarbij &#x00E9;&#x00E9;n auteur de geschiedenis van een specifieke vogelsoort beschrijft &#x2013; of zelfs van &#x00E9;&#x00E9;n specifiek individu, zoals de misschien apocriefe papegaai van Johan de Witt &#x2013; en het volgende hoofdstuk alweer over vogeltellen gaat, of over de waarnemingen van een ornitholoog. Het is bovendien niet duidelijk waarom sommige accenten werden gelegd en andere niet. Waar is &#x2018;s lands nationale vogel, de grutto? En waar is de kip?</p>
<p>De afwezigheid van de kip is des te opvallender omdat de meeste hoofdstukken &#x2013; met goede reden &#x2013; de functionaliteit van vogels als insteek nemen. Een geschiedenis van het &#x2018;verbond&#x2019; tussen mens en niet-mens is immers onvermijdelijk een geschiedenis van exploitatie. Het is een verdienste van de auteurs dat <italic>Gevleugelde geschiedenis</italic> geen al te grimmig panorama schetst, ook al zijn de pagina&#x2019;s gevuld met kooien en vergif, leeggeroofde nesten en platgewalste broedlandschappen, pluimveehandel, schilderijen van dode vogels op een hoopje en een steeds legere lucht. De kievit wordt door Caspar Beckers en Rob Lenders in hun bijdrage weliswaar een &#x2018;oude vriend van de Nederlander&#x2019; genoemd, maar ze beschrijven ook hoe de vogel tot ver in de twintigste eeuw (tot landbouwintensivering zijn habitat deed verdwijnen) door zijn vrienden werd bejaagd. Meerdere hoofdstukken gaan over jacht en uitroeiing: het tragische relaas van kraaiachtigen keert maar liefst in twee hoofdstukken terug, een keer voor kraaien en nogmaals voor raven.</p>
<p>Uit andere hoofdstukken, vooral in de tweede helft van het boek, klinkt echter liefde voor &#x2018;vaderlandse vogels&#x2019;. De droeve bijdrage over de kievit eindigt met de inspanningen van de Reeuwijkse visser Cor van der Starre, die in de jaren 1930 kieviten ringde en zo de aanzet gaf tot een mentaliteitswijziging tegenover de vogelsoort. De vreselijke handel in paradijsvogelpluimen uit Nieuw-Guinea, beschreven door Marc Argeloo, wekte in de jaren 1890 weerstand, toen de zussen C&#x00E9;cile en Elsa de Jong van Beek en Donk de <italic>Bond ter Bestrijding eener Gruwelmode</italic> oprichtten. Helaas eindigt Argeloo daar zijn verhaal.</p>
<p>Het boek prikkelt het meest in de rijke snapshots van &#x2018;Nederlandsheid&#x2019;, zoals in Gerrit-Jan KleinJans verhaal over de Groningse dominee en veelschrijver Adrianus van Veldhuizen, die rond 1900 over vogels en vogelkijken predikte als het allerhoogste. KleinJan blijft kort op Van Veldhuizens huid. Is het toeval dat een Nederlandse dominee over vogels predikt op hetzelfde moment dat Sint-Franciscus over de christelijke geloofsgrenzen heen bekend raakt als vriend van vogels? Zulke reflecties leiden misschien ver, maar ze zouden de reikwijdte van de individuele hoofdstukken wel hebben vergroot.</p>
<p>Nu is <italic>Gevleugelde geschiedenis</italic> een rijke verzameling histories over Nederlanders en vogels met vaak opmerkelijke details. Onverwacht ontroerend bijvoorbeeld is de foto van vier ganzenveren die in 1593 samen met een schip verdwenen in de Waddenzee, in het hoofdstuk van Erwin Manthing over ganzenveren. Maar tezamen maken de hoofdstukken niet ten volle duidelijk waarom net de Nederlandse geschiedenis een boek met vogels als thema nodig heeft.</p>
</body>
</article>