<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18113</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18113</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De ontdekking van het speciale kind. Over de negentiende-eeuwse idiotenschool van dominee Van Koetsveld</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Dijkstra</surname>
<given-names>Nathanje</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230084</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Drenth</surname><given-names>Annemieke</given-names></name>
</person-group>
<source>De ontdekking van het speciale kind. Over de negentiende-eeuwse idiotenschool van dominee Van Koetsveld</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>240 pp.</page-range>
<isbn>9789463724586</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18113"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het is 1855 wanneer predikant Cornelis van Koetsveld de Haagse Idiotenschool sticht. De dominee went zijn herderlijke macht aan om een eerste vorm van speciaal onderwijs in Nederland op te richten. De school is &#x2018;een eerste proeve op een nieuw veld van geneeskundige opvoeding en christelijke philantropie&#x2019;, zoals Van Koetsveld het zelf omschrijft (77). De predikant maakt zich zorgen om de sociale bejegening en de erbarmelijke omstandigheden waarin kinderen met &#x2018;idiotie&#x2019; moeten leven. Geloof in het ontwikkelingspotentieel van deze kinderen staat centraal in het onderwijs, dat gevoerd wordt volgens het principe &#x2018;genezing door opvoeding&#x2019;.</p>
<p>In het boek <italic>De ontdekking van het speciale kind</italic> van Annemieke van Drenth staat deze Haagse Idiotenschool centraal. De auteur gebruikt het project van dominee Van Koetsveld als een lens van waaruit ze het veranderende Europese denken over (ab)normale kinderen in de negentiende eeuw in kaart brengt. De jaarverslagen van de school, publicaties van Van Koetsveld, maar ook dossiers van rechterlijke machtigingen, vormen de belangrijkste bronnen voor het onderzoek. Van Drenth noemt het boek &#x2018;een speurtocht&#x2019; naar de manier waarop verschillen tussen kinderen werden waargenomen (20). Deze tocht is niet zozeer chronologisch van aard, maar leidt de lezer langs een keur aan thema&#x2019;s, verdeeld over vijf hoofdstukken.</p>
<p>In het eerste hoofdstuk schetst Van Drenth een aantal veranderingen in het Europese denken over de aard van kinderen. Ze destilleert dit denken uit het werk van mensen als Jean-Jacques Rousseau en Charles Darwin, maar ook uit leerplichtwetgeving en de omvorming van weeshuizen tot heropvoedingsgestichten. Waar kinderen eerder als mini-volwassenen werden gezien, zo schrijft de auteur, kwam in de loop van de negentiende eeuw brede interesse onder filosofen, pedagogen en ook predikanten, in de individualiteit en psychische realiteit van kinderen. Zij werden steeds meer beschouwd als wezentjes-in-ontwikkeling, die niet alleen lichamelijk groeiden maar ook een uitgestippelde lijn van driftbeheersing volgden. Bij &#x2018;idiote&#x2019; of &#x2018;zwakzinnige&#x2019; kinderen, was die psychische ontwikkeling gestagneerd.</p>
<p>Deze aandacht voor de binnenwereld brengt Van Drenth in het tweede hoofdstuk in relatie met een brede maatschappelijke beweging waarbij gegoede burgers zich gingen bezighouden met volksverheffing. Ieder mens diende aanspraak te kunnen maken op een vorm van autonomie, zo was het idee, en alleen op die manier kon de maatschappij als geheel verbeteren. Het verklaart Van Koetsvelds geloof in het ontwikkelingspotentieel van zijn leerlingen. De Haagse school, deels gefinancierd door koningin Sophie, had dan ook als doel om de kinderen te ontwikkelen tot zelfstandige en godvrezende burgers. Om dit te bereiken was het noodzakelijk om in kaart te brengen wat er nu precies met de kinderen op de Haagse idiotenschool aan de hand was, en dat brengt de speurtocht naar het domein van de wetenschap, in hoofdstuk 3. Van Drenth laat zien dat Van Koetsveld voortbouwde op fysisch-antropologisch onderzoek. Hij had veel aandacht voor de uiterlijke kenmerken van de kinderen, schedelmeting speelde hierbij een rol. Maar meer dan een zuiver biologisch of genetisch fenomeen, zo is de conclusie, beschouwde Van Koetsveld idiotie als een verstoring van de ontwikkeling waarvoor de sociale omgeving een belangrijke verantwoordelijkheid draagt. Hij zag het als een vorm van christelijke filantropie om die verstoring op wetenschappelijke wijze in kaart te brengen en de bejegening van het kind daarop aan te sluiten.</p>
<p>In hoofdstuk 4 wordt vervolgens de toepassing van deze kennis besproken, en krijgt de lezer het meeste zicht op het reilen en zeilen van de Haagse Idiotenschool. Hier laat Van Drenth zien hoe de leerlingen door middel van gymnastiek, religieuze routines, spelend onderwijs en zintuigelijke stimulering werden uitgedaagd om hun wil te plooien naar een arbeidzaam leven. In het vijfde en laatste hoofdstuk wordt duidelijk dat de Haagse Idiotenschool wisselende resultaten bereikte, maar zeer succesvol was in het op de kaart zetten van het &#x2018;speciale kind&#x2019; als aparte categorie. Van Drenth stelt dat de praktijk van de &#x2018;idiotenzorg&#x2019; en het bijbehorende onderzoek, geworteld in de wens om kinderen zich te laten ontwikkelen, uiteindelijk leidde tot caleidoscopisch veel nieuwe syndromen en ziektes. De ontdekking van het speciale kind kan zo worden beschouwd als de constructie van het speciale kind.</p>
<p>In eerder werk van Van Drenth stond het thema van de zorgende macht centraal, en dat is in dit boek niet anders. De auteur beschouwt Van Koetsvelds filantropie en de bredere negentiende-eeuwse zorg voor de ontwikkeling van het speciale kind als een vorm van machtsuitoefening. In navolging van Michel Foucault stelt ze dat deze macht niet zozeer een <italic>top-down</italic> vorm van onderdrukking was, maar meer een vorm van zorg die gedreven was door de wil om te weten wat zich in de binnenwereld van het kind afspeelde en die leidde tot interventies en controle. &#x2018;Kenmerkend voor zorgende macht is dat het zich historisch heeft vertaald in een toenemende druk op zorgdragers om meer kennis te verzamelen. (&#x2026;) Kijken in de kinderziel is het paradigma waaronder interventies in het kinderlijke innerlijk lijken op te bloeien&#x2019;, zo schrijft Van Drenth in de proloog van het boek (21). Van Drenths onderzoek is dan ook te beschouwen als een deconstructie van het idee dat &#x2018;speciale kinderen&#x2019; op zichzelf een natuurlijke of te kennen categorie zijn. In plaats daarvan benadrukt de auteur steeds de sociale bepaaldheid van het onderscheid tussen normale en speciale kinderen. Met deze benadering beweegt Van Drenth zich in de velden van historische pedagogiek en <italic>disability history</italic>, waarin precies deze sociale bepaaldheid van de ontwikkeling van het kind en het denken over handicap wordt bestudeerd.</p>
<p>Van Drenth kijkt verder dan alleen de culturele constructie van het speciale kind in idee&#x00EB;n en concepten, en verlegt de focus naar de alledaagse praktijken waarin dit vorm kreeg. Ze verwijst hierbij naar de praxeografische methode van filosofe Annemarie Mol, die concepten niet als biologisch of cultureel bepaald ziet, maar juist voorstelt om te onderzoeken hoe ze hun realiteit vinden in praktijken en interacties. Hoewel Van Drenth hiermee een aanzet doet tot theoretische vernieuwing van haar onderwerp, is de uitwerking hiervan beperkt. Zeker de eerste hoofdstukken betreffen toch vooral een cultuurhistorische uiteenzetting van het denken over kinderen en hun ontwikkeling, pas in de laatste twee hoofdstukken wordt duidelijk hoe dit zich vertaalt naar concrete lesmethoden en onderzoekstechnieken. De interactie tussen idee&#x00EB;n en praktijken had hierbij explicieter uitgewerkt mogen worden. Ook de belofte uit de inleiding om inzicht te cre&#x00EB;ren in de werkelijkheid en beleving van de kinderen zelf, wordt maar beperkt ingelost. In het laatste hoofdstuk beschrijft Van Drenth drie casussen, drie verhalen van hoe het kinderen verging in de Haagse school, die vooral inzicht geven in de toepassing van de idee&#x00EB;n van Van Koetsveld maar nauwelijks vertellen hoe deze kinderen daarover dachten.</p>
<p>Dat neemt niet weg dat <italic>De ontdekking van het speciale kind</italic> een kroon op het onderzoekswerk van Van Drenth is. Het boek is gebaseerd op grondige bronnenstudie en geworteld in het buitengewoon urgente concept van zorgende macht. Van Drenth schetst vakkundig de brede culturele context waarbinnen de eerste vorm van speciaal onderwijs ontwikkeld werd, en weet te overtuigen in haar these dat de ontdekking van het speciale kind vooral bijvangst was van het negentiende-eeuwse kijken in de kinderziel, het willen doorgronden en classificeren van de leefwereld en het zelfinzicht van kinderen. Het boek biedt een knap cultuurhistorisch overzicht van het denken over kinderen, waarin het speciale kind als zodanig kon ontstaan. Het inzicht dat (ab)normale kinderen worden gevormd in hun sociale context blijft actueel, zo stelt Van Drenth ook in de epiloog, de kinderziel is immers van groot sociaal belang geworden en vormt nog altijd de basis van allerlei interventies. Steeds vaker worden kinderen gedefinieerd in termen van classificaties en labels. Het boek bezit daarmee niet alleen historische relevantie, maar heeft ook de potentie om hedendaagse kwesties over jeugdzorg en speciaal onderwijs te kaderen.</p>
</body>
</article>