<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.18070</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.18070</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Chinezen uit Indonesi&#x00EB;. De geschiedenis van een minderheid</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van der Meer</surname>
<given-names>Alexander</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230081</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Tjiook-Liem</surname><given-names>Patricia</given-names></name>
</person-group>
<source>Chinezen uit Indonesi&#x00EB;. De geschiedenis van een minderheid</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>240 pp.</page-range>
<isbn>9789462499867</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.18070"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Gert Oostindie stelde in <italic>Postkoloniaal Nederland</italic> (2010) over de Indonesisch-Chinese gemeenschap in Nederland dat zij: &#x2018;(&#x2026;) zelden figureerde in debatten over minderheden. Belangrijker is dat zij weliswaar intern een opmerkelijke cohesie heeft getoond, maar zich nooit heeft ingespannen hieraan naar buiten toe een symbolische of politieke vertaling te geven&#x2019; (27-28). Inderdaad, alwaar Nederlanders met Indische en Molukse wortels een plek in de nationale herinneringscultuur hebben gekregen, of opge&#x00EB;ist, is dat bij Indonesische Chinezen verhoudingsgewijs nauwelijks het geval. Dat is des te merkwaardiger, gezien de Indonesisch-Chinese migratie naar Nederland niet onder deed voor de Molukse. Dat dit Patricia Tjiook-Liem mede motiveerde om het boek <italic>Indonesische Chinezen uit Indonesi&#x00EB;: de geschiedenis van een minderheid</italic> te schrijven wordt herhaaldelijk benadrukt, waaronder in de eerste zin van het boek: &#x2018;zonder een vastgelegde geschiedenis word je vergeten.&#x2019; Tevens dient deze publicatie om een breder publiek, maar met name ook jongere generaties besef van de eigen geschiedenis bij te brengen &#x2013; bij gebrek aan een vastgelegde geschiedenis is identificatie met de eigen wortels onmogelijk (11, 13).</p>
<p>Inderdaad ontbreekt een overzicht van de Indonesisch-Chinese geschiedenis in de Nederlandstalige historiografie. Tjiook-Liem is uitermate geschikt om daarin te voorzien. Zij heeft promotieonderzoek gedaan naar de rechtspositie van Indonesische Chinezen tussen 1848 en 1942, en is als voorzitter van het Chinese Indonesian Heritage Centre betrokken bij het erfgoed en het vastleggen van de geschiedenis van deze groep. Veel aspecten van de Indonesisch-Chinese geschiedenis zijn al bestudeerd &#x2013; met name in internationale literatuur. Exemplarisch is het oeuvre van Charles Coppel, dat onder meer een rijke analyse biedt van anti-Chinees geweld en discriminatie. In Nederland kan Leonard Bluss&#x00E9; genoemd worden, die in 2023 een doorwrochte monografie over de Chinezenmoord in 1740 heeft geschreven. De kracht van <italic>Chinezen uit Indonesi&#x00EB;</italic> is dat Tjiook-Liem deze academische inzichten heeft gebundeld in een vlot geschreven publiekwetenschappelijk boek.</p>
<p>Het boek bestaat uit acht hoofdstukken, en kan grofweg onderverdeeld worden in drie delen die verschillende perioden en bijbehorende thema&#x2019;s behandelen. Het eerste deel beslaat de <sc>voc</sc> en de koloniale staat tussen 1600 en 1900, en richt zich voornamelijk op de rol van Indonesische Chinezen als (economische) tussenpersonen tussen de Nederlandse kolonisator en de lokale bevolking, maar ook op de worsteling met discriminerende wetgeving en koloniale verdeel-en-heers politiek. Ten tweede behandelt Tjiook-Liem de daaropvolgende emancipatoire strijd in de periode 1900-1942, waarin het streven naar onderwijs en gelijke behandeling met Europeanen centraal stond. Dit viel samen met groeiend politiek bewustzijn, en een worsteling met de eigen identiteit: verbondenheid met &#x2013; of gespletenheid tussen &#x2013; China, Indonesi&#x00EB; en Nederland. Ten derde worden de Japanse bezetting, de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, en het onafhankelijke Indonesi&#x00EB; tot 1967 besproken. Indonesische Chinezen stonden in deze gewelddadige en turbulente jaren telkenmale voor een &#x2018;loyaliteitskeuze&#x2019; tussen drie landen en identiteiten, en werden ook voortdurend verdacht van (economische) collaboratie met Nederland, van affiniteit met China, en van gebrek aan loyaliteit aan het Indonesische geboorteland. Dit was mede daarom een periode van steeds weer oplaaiend anti-Chinees geweld en discriminatie. Opvallenderwijs be&#x00EB;indigt het boek de bespreking van de Indonesisch-Chinese geschiedenis in Indonesi&#x00EB; in 1967, waarna in een afsluitend hoofdstuk de migratie van een smaldeel van Indonesische Chinezen naar Nederland besproken wordt.</p>
<p>De bovengenoemde drie delen hebben elk een ander zwaartepunt. Dit lijkt het gevolg van de impliciete keuze om vooral de geschiedenis van Indonesische-Chinezen die na de Indonesische onafhankelijkheid voor Nederland kozen vast te leggen. De titel <italic>Chinezen uit Indonesi&#x00EB;</italic> lijkt daar ook op voor te sorteren. Dit was over het algemeen een verhoudingsgewijs welvarende groep die relatief dicht op de koloniale elite functioneerde (als tussenpersonen), zich veelal Nederlandstalig hoger onderwijs in Indonesi&#x00EB; of Nederland kon veroorloven, en waarvan het leeuwendeel tussen 1945 en 1967 naar Nederland migreerde. Dit verklaart onder meer de keuze voor de focus op Indonesische Chinezen als (economische) tussenpersonen tot 1900, het buiten beschouwing laten van de geschiedenis in Indonesi&#x00EB; na 1967, en het laatste hoofdstuk over migratie naar en integratie in Nederland. Hiermee blijven veel thema&#x2019;s wel buiten beschouwing. Bovendien had deze keuze duidelijker toegelicht, afgebakend en consistenter toegepast kunnen worden. Dit wordt in het onderstaande nader toegelicht.</p>
<p>In het eerste hoofdstuk komt de rol van Indonesische Chinezen als economisch tussenpersoon uitvoerig aan bod. Via belastingpacht, tussenhandel en landbezit raakten velen van hen vervlochten met het Nederlandse bestuur. Deze symbiose maakte sommige Indonesische Chinezen relatief welvarend, maar legde ook de basis voor anti-Chinees geweld en discriminatie. In het tweede hoofdstuk wordt de negentiende eeuw besproken, waarin Indonesische Chinezen deels als economische tussenpersonen bleven fungeren. Tegelijkertijd werd deze groep door de koloniale machthebber meer en meer beschouwd als (economische) concurrent, en via een koloniale verdeel-en-heers politiek tegen andere groepen uitgespeeld. Het gevolg was een intensivering van bestuurlijke willekeur, discriminerende wetgeving en negatieve beeldvorming.</p>
<p>Deze twee hoofdstukken volgen voornamelijk een koloniaal-bestuurlijk perspectief: (economische) verstrengeling met de koloniale machthebber, en discriminerende maatregelen en wetgeving. Dit perspectief is enerzijds begrijpelijk, maar daarmee blijft een behoorlijk deel van de Indonesisch-Chinese geschiedenis in Indonesi&#x00EB; onderbelicht. Migratie van China naar Indonesi&#x00EB; vond ook al plaats voor de koloniale periode, en een grote groep woonde in gebieden die niet of pas laat onder Nederlands gezag vielen. Deze geschiedenis &#x2018;van onderop&#x2019; blijft onderbelicht. Zo bestaat er bijvoorbeeld literatuur over de mate waarin veel Indonesische Chinezen na verloop van tijd opgingen in de lokale bevolking en zich bekeerden tot de islam (Somers Heidhues, 1996).</p>
<p>Het zwaartepunt van het boek ligt in de twintigste eeuw, waaraan zes hoofdstukken (deel 2 en 3) zijn gewijd. De beeldvorming van Indonesische Chinezen als koloniale &#x2018;collaborateurs&#x2019; zorgde voor anti-Chinese sentimenten onder de Indonesische bevolking, bij wie het onafhankelijkheidsstreven geboren was. Onder Indonesische Chinezen knelden de koloniale banden eveneens. Er heerste onvrede over discriminerende wetgeving. In de periode 1900-1942 ontbrandde een strijd tegen deze wetgeving, en werd gestreefd naar onderwijs en gelijke behandeling met Europeanen. Dit viel samen met groeiend politiek bewustzijn. Er was een voortdurende worsteling met de eigen identiteit, en verbondenheid met China, Indonesi&#x00EB; en Nederland in de periode voor, tijdens en na de Indonesische onafhankelijkheidstrijd, toen juist heldere keuzes werden verlangd. De perceptie van een &#x2018;verkeerde&#x2019; of gelaagde identiteit &#x2013; en dus loyaliteit &#x2013; was in deze periode algauw verdacht. De Japanse bezetting (1942-1945) en de daaropvolgende Indonesische onafhankelijkheidsstrijd vormden een periode van extreem geweld tegen Indonesische Chinezen. Dit leidde in veel gevallen tot vertwijfeling onder diegenen die in het geboorteland als vijand werden aangemerkt, en ontworteling van hen die opteerden voor de voormalige kolonisator of stamland China als &#x2018;nieuw&#x2019; thuisland. De voortdurende strijd tussen integratie en assimilatie in Indonesi&#x00EB;, de verbondenheid met drie landen &#x2013; en identiteiten &#x2013; en de uiteindelijke gedwongen keuze worden door Tjiook-Liem helder uiteengezet.</p>
<p>Het boek be&#x00EB;indigt de Indonesisch-Chinese geschiedenis in Indonesi&#x00EB; in 1967. Die periodisering roept vragen op. Rond dat jaar komen Suharto en de Orde Baru (&#x2018;Nieuwe Orde&#x2019;) aan de macht. Dit waren voor Indonesische Chinezen eveneens bewogen decennia. Economisch namen zij onder de Orde Baru snel weer een belangrijke positie in, maar tegelijkertijd werd verregaande assimilatie verlangd, bijvoorbeeld via het aannemen van Indonesische namen. Het einde van de Orde Baru in 1998 ging wederom gepaard met grootschalig anti-Chinees geweld, dat ook in het contemporaine Indonesi&#x00EB; onder de oppervlakte aanwezig blijft. Tjiook-Liem laat deze periode buiten beschouwing.</p>
<p>Het laatste hoofdstuk betreft een deel van de migratiegeschiedenis naar Nederland. Dit begon met studenten die een Indonesisch-Chinese studentenvereniging oprichtten, Chung Hwa Hui. De verbondenheid met &#x2013; of gespletenheid tussen &#x2013; Indonesi&#x00EB;, China en Nederland speelde ook in de studentenvereniging. De reden om slechts Nederland te bespreken is opvallend. Immers, honderdduizenden kozen niet Indonesi&#x00EB;, noch Nederland, maar China als nieuw &#x2018;thuisland&#x2019;.</p>
<p>Zoals eerder gemeld lijken deze en andere keuzes het gevolg van de impliciete keuze om in dit boek de geschiedenis van de groep Indonesische Chinezen die na de onafhankelijkheid naar Nederland migreerde vast te leggen. Het doel was immers om de eigen geschiedenis uit te leggen aan een breder Nederlands publiek, maar ook aan de eigen gemeenschap &#x2013; om identificatie met die wortels mogelijk te maken. Echter, verwarrend is dat het leeuwendeel van het boek een meer algemene geschiedenis over Indonesische Chinezen <italic>in</italic> Indonesi&#x00EB; betreft. De focus van het boek had dus duidelijker afgebakend en consistenter toegepast kunnen worden. Zo was meer inzicht in de integratiegeschiedenis in Nederland interessant geweest. Hoe verliep de vestiging en integratie in het land van de voormalige kolonisator? Hoe verhoudt dat zich tot andere postkoloniale gemeenschappen &#x2013; Indische en Molukse Nederlanders? En bovendien, wat verklaart het vrijwel ontbreken van Indonesisch-Chinese geschiedenis in de nationale herinneringscultuur?</p>
<p>De bovengenoemde kanttekeningen zijn slechts dat: kanttekeningen. Het doel van Tjiook-Liem was een toegankelijk en leesbaar boek te schrijven, en dat is gelukt. Zij heeft een lacune gevuld door de (internationale) historiografie van de Indonesisch-Chinese geschiedenis te bundelen en voor een Nederlandstalig publiek toegankelijk te maken. Verwacht geen uitvoerige eigen bronnenanalyse, maar wel een vlot geschreven en doorwrochte studie van een groep die vanwege nog onbegrepen redenen onderbelicht is in de koloniale geschiedschrijving, alsook in de Nederlandse postkoloniale migratiegeschiedenis en herinneringscultuur.</p>
</body>
</article>