<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.17908</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.17908</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Grote idealen, smalle marges. Een parlementaire geschiedenis van de lange jaren zeventig (1971-1982)</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Hellema</surname>
<given-names>Duco</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">emeritus hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>10</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230076</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>van Baalen</surname><given-names>Carla</given-names></name>
<name><surname>Bos</surname><given-names>Anne</given-names></name>
</person-group>
<source>Grote idealen, smalle marges. Een parlementaire geschiedenis van de lange jaren zeventig (1971-1982)</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>1000 pp.</page-range>
<isbn>9789024443994</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.17908"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p><italic>Grote idealen, smalle marges</italic> is het tiende deel in de monumentale reeks <italic>Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945</italic>, verzorgd door het Nijmeegse Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Het wijkt af van de voorafgaande delen, die altijd betrekking hadden op een bepaald kabinet (of enkele kortstondige kabinetten). Dit tiende deel behandelt maar liefst zes kabinetten: Biesheuvel <sc>i</sc> en <sc>ii</sc>, Den Uyl, en Van Agt <sc>i</sc>, <sc>ii</sc> en <sc>iii</sc>. Het boek gaat dan ook over een heel tijdvak: de &#x2018;lange jaren zeventig&#x2019;, vaak aangeduid als lopend van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig. Een in de historiografie omstreden periode, die door sommigen wordt beschouwd als activistisch, &#x2018;rood&#x2019; en links, maar door anderen juist als een tijd waarin het progressieve hervormingsstreven ten onder ging en een nieuwe, meer conservatieve en individualistische geestesgesteldheid de overhand kreeg. Een veel bediscussieerde vraag is in dit verband, of er ergens in de jaren zeventig een omslagpunt kan worden vastgesteld.</p>
<p><italic>Grote idealen, smalle marges</italic> bestaat uit twee parten, even afgezien van een inleiding en conclusie. In het eerste deel wordt het &#x2018;speelveld&#x2019; in kaart gebracht. Dat speelveld betreft 1) de positie van de Staten-Generaal, en met name van de Tweede Kamer, 2) de partijpolitieke verhoudingen, en 3) het voor de jaren zeventig kenmerkende activisme. In het tweede deel wordt vervolgens een viertal politiek-maatschappelijke thema&#x2019;s behandeld, uiteraard met bijzondere aandacht voor de rol van het parlement en de betreffende kabinetten. Het hele boek is, voor wat betreft de bronnen, vooral gebaseerd op parlementaire stukken en ander Haags-politiek archiefmateriaal. In een reeks van vignetten (elk van een bladzijde) worden allerlei specifieke vraagstukken, gebeurtenissen of persoonlijkheden geschetst, die het boek een levendig karakter geven.</p>
<p>Welk beeld van het Nederland van de jaren zeventig levert dit allemaal op? Allereerst het speelveld. De Tweede Kamer werd steeds actiever en &#x2018;zichtbaarder&#x2019;, zo constateren Anne Bos, Hilde Lavell en Mari Smits, en werd onderwerp van groeiende journalistieke aandacht, publieke controverse en kritiek. Maar het parlementaire werk werd ook &#x2018;professioneler&#x2019;, door meer ondersteuning, betere informatievoorziening, mediatraining. De lange jaren zeventig vormden &#x2018;dualistische jaren&#x2019;, concluderen Carla van Baalen en Anne Bos in hun slotbeschouwing, waarin de zelfstandigheid en onafhankelijkheid van het parlement tegenover de regering voorop stonden.</p>
<p>Tussen de politieke partijen ging het er soms stevig aan toe, schrijft Alexander van Kessel in zijn bijdrage. Politieke tegenstellingen, vooral die tussen de PvdA en de confessionele partijen, werden op de spits gedreven. Tegelijkertijd vonden er processen van samensmelting plaats. Aanvankelijk tussen de progressieve partijen, en later &#x2013; met meer succes &#x2013; door de vorming van het <sc>cda</sc>. Nederland werd mede daardoor steeds meer een &#x2018;driestromenland&#x2019;. Ten slotte werd de Nederlandse samenleving overspoeld door een golf van politiek activisme, gedragen door zowel &#x2018;oude&#x2019; als &#x2018;nieuwe&#x2019; sociale bewegingen. Dat activisme betrof een breed spectrum aan doelstellingen, belangen en actievormen, stellen Hilde Reiding en Jan Ramakers vast: vakbondsstrijd, bedrijfsbezettingen, de vrouwenbeweging, antimilitaristische acties, de krakers. Regering en parlement vormden meestal &#x2018;de voornaamste adressant&#x2019;, waardoor de toch al gespannen verhoudingen in politiek Den Haag soms verder onder druk kwamen te staan.</p>
<p>Het tweede deel van <italic>Grote idealen, smalle marges</italic> spitst zich vervolgens toe op vier grote thema&#x2019;s. Het eerste thema is het aanvankelijk breed gedragen streven naar progressieve en democratische, door de overheid te realiseren, hervormingen, vaak gericht op de vermindering van sociale ongelijkheid. Er werd echt geloofd in een &#x2018;maakbare samenleving&#x2019;, schrijven Jonne Harmsma, Lennart Steenbergen, Hans Rodenburg en Emiel Geurts. In hun hoofdstuk komen het welzijnswerk, milieu, onderwijs en volkshuisvesting aan de orde, alsook de inkomenspolitiek, nivellering, en de medezeggenschap van werknemers in het bedrijfsleven. Halverwege de jaren zeventig verzwakte dit hervormingsstreven, mede door de groeiende economische problemen. De jaren 1975-1976 vormden een scharnierpunt, &#x2018;waarna het grote geloof in het handelingsvermogen van de overheid afnam&#x2019; (436).</p>
<p>Het tweede thema wordt aangeduid als &#x2018;de strijd om de collectieve sector&#x2019;, en betreft vooral de financieel-economische problematiek, zoals de inflatie, de groeiende werkloosheid en de oplopende begrotingstekorten. Ook in dit hoofdstuk, geschreven door Jonne Harmsma, Anne Bos en Hans Rodenburg, wordt vastgesteld dat in de jaren 1975-1976 (dus nog tijdens Den Uyl) een ommezwaai plaatsvond: er kwam een einde aan het keynesiaanse vertrouwen in uitbreiding van de overheidsbestedingen en het stimuleren van de vraag. Er diende zich een nieuw axioma aan, dat van het op de aanbodzijde van de economie gerichte streven naar loonmatiging, lastenverlichting en bewegingsvrijheid voor het bedrijfsleven. Toch bleef er nog lang onzekerheid bestaan over de te volgen koers, mede door maatschappelijk verzet, onder meer van de vakbeweging. Herstel van de werkgelegenheid en inkomensnivellering bleven tot het einde van de lange jaren zeventig belangrijke beleidsdoelstellingen.</p>
<p>Het derde thema, dat van de ethische kwesties, wordt behandeld door Johan van Merri&#x00EB;nboer en Emiel Geurts. Dergelijke ethische kwesties vormden eveneens aanleiding tot heftige controverses. De verwerking van het oorlogsverleden komt aan bod, zoals de kwestie van vrijlating van de &#x2018;Drie van Breda&#x2019; (de laatste gevangenzittende Duitse oorlogsmisdadigers), de hervorming van het strafrecht en de regelgeving met betrekking tot abortus, pornografie en drugs. Het waren onderwerpen die vaak leidden tot langdurige conflicten tussen regering en parlement, maar ook tot scherpe meningsverschillen binnen de Tweede Kamer. Bij sommige kwesties nam het parlement niettemin uiteindelijk het voortouw.</p>
<p>Ten slotte thema vier, de buitenlandse politiek. Ook op dit terrein namen de publieke agitatie en de betrokkenheid van de Tweede Kamer toe (de zogenaamde &#x2018;verbinnenlandisering&#x2019;), bijvoorbeeld over de Vietnamoorlog, Zuid-Afrika en de kernwapens. Dergelijke kwesties leidden enkele malen bijna tot een kabinetscrisis. Toch was er in dit opzicht vooral continu&#x00EF;teit, constateren Jan Willem Brouwer, Mari Smits en Bart Stol. De centrale doelstellingen van het Nederlandse buitenlands beleid, bevordering van de Europese economische integratie en van de Atlantische militaire samenwerking, bleven grotendeels ongewijzigd.</p>
<p>De titel van het boek, <italic>Grote idealen, smalle marges</italic>, vormt ook de kern van de conclusie. De uiteindelijk gerealiseerde veranderingen vielen tegen (of mee, zo men wil). Waarom bleven de marges zo smal? Dat had soms specifieke, &#x2018;Haagse&#x2019; oorzaken, zoals de wankele parlementaire positie van het kabinet-Den Uyl, dat in de Tweede Kamer niet over een vanzelfsprekende meerderheid beschikte. De samenstellers van het boek, Carla van Baalen en Anne Bos, veronderstellen dat het toch vooral de economische of wereldeconomische ontwikkelingen waren, en de daaruit voortvloeiende noodzakelijkheden, die het streven naar ingrijpende hervormingen in de weg stonden. De economische wal keerde het politiek-ideologische schip.</p>
<p>Heeft er al midden jaren zeventig een duidelijke en herkenbare omslag plaatsgevonden? In sommige geschiedenisboeken wordt verwezen naar de oliecrisis van 1973-1974 die een einde zou hebben gemaakt aan keynesiaanse stimuleringspolitiek. Maar in <italic>Grote idealen, smalle marges</italic> wordt terecht geconstateerd dat het kabinet-Den Uyl &#x2018;keynesiaans&#x2019; op de oliecrisis reageerde. De sociaaleconomische omslag, naar aanbodgestuurd beleid, wordt in het boek iets later gesitueerd, in de jaren 1975-1976. Maar Jonne Harmsma, Anne Bos en Hans Rodenburg erkennen in hun bijdrage dat ook andere, niet-aanbodgerelateerde doelstellingen van invloed bleven. Misschien zouden we kunnen constateren dat het nieuwe aanbodgerichte denken steeds meer ingang vond, maar dat een echt daadkrachtige en allesomvattende koerswijziging pas begin jaren tachtig, na het aantreden van het &#x2018;no nonsense&#x2019;-kabinet Lubbers <sc>i</sc> in 1982 werd doorgezet.</p>
<p>Nog een laatste punt. In de conclusie suggereren de redacteuren dat de Nederlandse ontwikkelingen in de lange jaren zeventig overeenkwamen met die in andere westerse landen. Dat is een fascinerende gedachte, maar ze gaan er niet diep op in. Was er inderdaad sprake van wereldwijde politiek-culturele en economische golfbewegingen? Hoe werkten die dan door in de Nederlandse samenleving en in de Haagse politiek? En zijn de economische ontwikkelingen dan toch doorslaggevend, zoals in sommige passages van het boek wordt verondersteld?</p>
<p>Al met al is <italic>Grote idealen, smalle marges</italic> een geslaagd experiment en een prima, overzichtelijk boek dat levendig en goed geschreven is. Bovendien levert de focus op een langere periode veel extra&#x2019;s op, zoals het vaststellen van continu&#x00EF;teit en van kantelmomenten, het bepalen van de specifieke trekken van een kabinet vergeleken met andere, maar ook het relativeren van de verschillen. Gaat deel elf van <italic>De parlementaire geschiedenis van Nederland</italic> wellicht over &#x2018;de korte jaren tachtig&#x2019;?</p>
</body>
</article>