<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.15804</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.15804</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Book Review</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Zutphen 1572. De geschiedenis van een bloedbad</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Gubbels</surname>
<given-names>Maarten</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Radboud Universiteit</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230057</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Visser</surname><given-names>Johan</given-names></name>
</person-group>
<source>Zutphen 1572. De geschiedenis van een bloedbad</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>208 pp.</page-range>
<isbn>9789024451296</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.15804"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In 2022 werden, ietwat in de schaduw van het Rampjaar 1672, de gebeurtenissen in het jaar 1572 herdacht. Onder de noemer &#x2018;De geboorte van Nederland&#x2019; besteedden veel Nederlandse gemeenten aandacht aan hun eigen Opstandsgeschiedenis. Hoewel de door het <italic>Samenwerkingsverband 1572</italic> geformuleerde kernwaarden &#x2018;Vrijheid, Verdraagzaamheid, Verscheidenheid en Verbondenheid&#x2019; bij menig kenner van het tijdvak de wenkbrauwen zullen hebben doen fronsen, is de hernieuwde aandacht voor de beginperiode van de Opstand verheugend, zeker waar dit gepaard gaat met nieuw onderzoek. Zo verscheen er onder meer een nieuw en toegankelijk overzichtswerk van Judith Pollmann en Raymond Fagel over de gebeurtenissen in 1572 (<italic>1572. Burgeroorlog in de Nederlanden</italic>, 2022). Ook regionaal en lokaal is het nodige nieuwe onderzoek gedaan. Zo ook in Zutphen, waarvan het hier besproken boek van Johan Visser het resultaat is &#x2013; een resultaat dat er mag zijn.</p>
<p>In de canon van het jaar 1572 heeft de stad Zutphen een vaste plaats. Waar Den Briel bekendstaat als de eerste stad die de poorten opende voor de watergeuzen en Dordrecht het toneel was van de &#x2018;eerste vrije Statenvergadering&#x2019;, staat Zutphen met Mechelen en Naarden symbool voor de heroveringstocht van de hertog van Alva, die zijn soldaten in deze steden liet plunderen en moorden. Opvallend genoeg is nooit helemaal opgehelderd wat zich precies in Zutphen afspeelde rond de inname op 16 november. Het verhaal van de plundering en het bloedbad van Zutphen is lang bepaald door wat zeventiende-eeuwse schrijvers als Pieter Bor en de Zutphense predikant Wilhelmus Baudartius erover hebben geschreven. In de Zutphense archieven blijkt ook betrekkelijk weinig materiaal te vinden dat direct betrekking heeft op de inname van Zutphen. Dit vormde het uitgangspunt voor het onderzoek van Johan Visser. Hij heeft getracht uit te vinden wat zich in 1572 in Zutphen afspeelde, en waar de verhalen over het bloedbad door de troepen van Alva vandaan kwamen.</p>
<p>Het boek is gebaseerd op Vissers masterscriptie en dat is best bijzonder in een tijd waarin hoogstens de beste scripties nog wel eens een artikel willen opleveren. Complimenten voor de uitgever die het heeft aangedurfd met <italic>Zutphen 1572.</italic> Johan Visser &#x2013; inmiddels als promovendus actief in Leiden &#x2013; toont zich hier als veelbelovende jonge historicus. Maar zijn onderzoek gaat ook verder dan dat van de gemiddelde masterstudent: samen met Marianne Kasteel deed hij in opdracht van Erfgoed Gelderland onderzoek naar de verwikkelingen in de Gelderse steden in het jaar 1572. Dit resulteerde in een rapport en publicaties in het <italic>Jaarboek Achterhoek en Liemers</italic> en de <italic>Bijdragen en Mededelingen Gelre</italic>. Samen geven ze een goed gedocumenteerd beeld van de situatie in Oost-Nederland in 1572 &#x2013; met het boek over Zutphen als sluitstuk.</p>
<p><italic>Zutphen 1572</italic> valt uiteen in twee delen: (1) de eerste vier hoofdstukken waarin het verloop van de Opstand in Gelre en Overijssel in kaart wordt gebracht, met Zutphen als middelpunt, en (2) de laatste twee hoofdstukken waarin respectievelijk de inname en plundering van Zutphen en het ontstaan van de herinneringscultuur in &#x00E9;n buiten de stad aan een kritische blik worden onderworpen. De auteur bestudeert beide thema&#x2019;s nadrukkelijk in samenhang, omdat volgens hem herinneringscultuur lastig te begrijpen is zonder te weten wat er precies is gebeurd. Hij sluit zich hiermee aan bij recent onderzoek naar de herinneringscultuur van de Opstand van historici als Judith Pollmann, Erika Kuijpers en Marianne Eekhout.</p>
<p>De grootste meerwaarde van dit boek zit in mijn ogen in het eerste deel. Juist door het beperkte bronnenmateriaal in Zutphen zelf was Visser genoodzaakt zijn net breed uit te werpen en naspeuringen te doen in archieven in binnen- en buitenland. Het resulteert in een duidelijk relaas, waarin de gebeurtenissen in de zomermaanden van 1572 in Oost-Nederland op een samenhangende manier in beeld worden gebracht. In de schaduw van de verwikkelingen in de Zuidelijke Nederlanden, Holland en Zeeland viel graaf Willem <sc>iv</sc> van den Bergh eind mei de Achterhoek binnen. Ondanks zijn bescheiden troepenmacht wist de zwager van Willem van Oranje in zo&#x2019;n twee maanden tijd het grootste deel van het kwartier van Zutphen, Harderwijk en Elburg, een deel van Overijssel en uiteindelijk ook Amersfoort in handen te krijgen. Dat de meeste steden geen noemenswaardig garnizoen hadden, speelde hem daarbij in de kaart, evenals hulp van binnenuit, zoals in het geval van Zutphen. De stadhouder en gewestelijke overheid zaten intussen met de handen in het haar: geld en troepen waren er nauwelijks en Alva richtte zich op de strijd in het zuiden. Een interessante vondst van Visser is de tot op heden onbekende &#x2018;Statenvergadering&#x2019; die Willem <sc>iv</sc> van den Bergh op 20 juni, een maand voor de &#x2018;Eerste Vrije Statenvergadering&#x2019; in Dordrecht, in Zutphen belegde. Het politieke draagvlak voor zijn onderneming bleek echter flinterdun. Hoge schattingen, onveiligheid en geweld tegen geestelijken deden het enthousiasme voor de opstandige zaak snel verdampen en na het mislukken van de campagne van Oranje in het zuiden, was het wachten op de troepen van Alva. Als een van de weinige oostelijke steden besloot Zutphen, door Oranje voorzien van een Waals garnizoen, zich te verdedigen. Na een beleg van slechts vier dagen viel de verzwakte stad in handen van de troepen van Alva&#x2019;s zoon Don Fadrique. De plundering duurde slechts enkele uren, maar als we de klassieke historiografie moeten geloven waren de gevolgen gruwelijk. Honderden burgers zouden zijn vermoord, aan bomen opgehangen en de <sc>ij</sc>ssel in zijn gedreven.</p>
<p>In de laatste twee hoofdstukken onderzoekt Visser wat er precies gebeurde tijdens en na de inname van Zutphen en hoe de gebeurtenissen doorwerkten in de herinneringscultuur. Met het oog op de gebeurtenissen op 16 november maakt hij een onderscheid tussen een plundering en een massamoord of bloedbad. Hij betoogt dat het eerste in Zutphen zeker heeft plaatsgevonden, waarbij ongetwijfeld ook burgers het slachtoffer werden, maar dat duidelijk bewijs voor een bloedbad ontbreekt, met uitzondering van de moord op een deel van het garnizoen. Simpel gesteld: geen eenduidig bewijs, geen bloedbad. Dit laat de lezer toch met een wat onbevredigd gevoel achter, temeer omdat een aantal eigentijdse getuigenissen vrij vlot aan de kant wordt geschoven. Dat geldt voor de brief van Alva aan Filips <sc>ii</sc> over het bloedbad, maar ook voor het bericht van Don Fadrique over de ontdekking van een groot aantal doden in de huizen. De Deventer bisschop, die kort na de inname in de stad was, sprak over de onthoofding van vele burgers. En dan is er nog het gedicht over Zutphens rampspoed van Hendrik Haar. Hoewel op 16 november niet in de stad aanwezig, was hij als gerichtsschrijver nauw betrokken bij de gebeurtenissen, al was het maar ambtshalve. Voor Visser is het te weinig. Hij constateert droogjes dat zijn onderzoek in de stadsrekeningen niet wees op het massaal verdwijnen van mensen na 16 november. Wellicht kan uitgebreider genealogisch vervolgonderzoek hier meer helderheid brengen. Voor de auteur is het verhaal van het bloedbad toch vooral een staaltje propaganda uit het Opstands- en Oranjegezinde kamp en van calvinistische scherpslijpers als Baudartius. Z&#x00ED;j bepaalden ons beeld van de inname van Zutphen voor eeuwen; een lokale herinneringscultuur ontstond pas in de negentiende eeuw.</p>
<p>Visser vergaarde meerdere prijzen met zijn onderzoek en <italic>Zutphen 1572</italic> mocht zich na verschijnen verheugen op een flinke media-aandacht, waarbij soms nogal kritiekloos de &#x2018;geen bloedbad-these&#x2019; werd overgenomen. Anderzijds wakkerde zijn boek ook de discussie aan over dezelfde these, zoals in het <italic>Reformatorisch Dagblad</italic>, waarin hij onder meer van tunnelvisie werd beticht. Als deze aandacht &#x00E9;&#x00E9;n ding aantoont, dan is het wel dat ook zestiende-eeuwse geschiedenis nog altijd kan aanspreken en alleen dat al is winst. Hopelijk verdwijnt de nuance &#x2013; die zeker &#x00F3;&#x00F3;k in Vissers boek zit &#x2013; hier niet teveel naar de achtergrond en richten we ons op die andere boodschap die dit boek uitdraagt: uitgebreid nieuw bronnenonderzoek met frisse ogen kan veel nieuws opleveren over een ogenschijnlijk bekende gebeurtenis. Alleen al door alle informatie die Visser biedt over de verwikkelingen in Oost-Nederland in 1572 is dit boek een aanrader voor eenieder die zich met de Opstand bezighoudt.</p>
</body>
</article>