<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.14842</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.14842</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Door de mazen van het net. Crisis en verborgen veerkracht in Rotterdam ten tijde van het napoleontisch continentaal systeem 1806-1813</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Welten</surname>
<given-names>Joost</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230049</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Joor</surname><given-names>Johan</given-names></name>
</person-group>
<source>Door de mazen van het net. Crisis en verborgen veerkracht in Rotterdam ten tijde van het napoleontisch continentaal systeem 1806-1813</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>528 pp.</page-range>
<isbn>9789024442430</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.14842"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In zijn monumentale dissertatie <italic>De adelaar en het lam. Onrust, opruiing en onwilligheid in Nederland ten tijde van het Koninkrijk Holland en de Inlijving bij het Franse Keizerrijk (1806-1813)</italic> (Amsterdam 2000) wees Johan Joor op een braakliggend terrein in de Nederlandse geschiedschrijving: de consequenties van Napoleons Continentale Stelsel voor de Nederlandse scheepvaart en handel. Hij heeft de handschoen uiteindelijk zelf opgepakt door in 2011 een internationale conferentie over dit onderwerp te organiseren, die resulteerde in de bundel <italic>Revisiting Napoleon&#x2019;s Continental System: Local, Regional and European Experiences</italic> (2014). In die bundel is de trend zichtbaar, die is ingezet door een baanbrekend boek van Silvia Marzagalli (<italic>Les boulevards de la fraude</italic>, 2000): het Continentale Stelsel kan alleen worden begrepen als we afdalen van het niveau van ordonnanties naar de praktische effecten ervan op lokaal niveau.</p>
<p>Dat laatste heeft Joor nu in een kloek boek gedaan, met Rotterdam als casus. In vergelijking met Amsterdam toonde die stad zich opmerkelijk veerkrachtig toen de napoleontische regels het internationale scheepvaartverkeer steeds verder lamlegden. Hoewel de onderliggende vraag is, hoe de veerkracht van de Rotterdamse economie te verklaren is, heeft het boek een bredere strekking. Acribisch beschrijft Joor de voortdurend veranderende bestuursstructuur en wet- en regelgeving in de Bataafs-Franse tijd. Smakelijk leesvoer levert dat niet op, maar het geeft dit boek het nuttige karakter van een handboek. Wie wil weten welke diensten zich in de loop der jaren bezighielden met de controle op het internationale reizigers- en postverkeer en op de import en export van goederen, en hoe de bevoegdheden van die diensten waren afgebakend &#x2013; als ze dat al waren &#x2013; zal nimmer een vergeefs beroep doen op deze studie. Een prettige bijkomstigheid voor de lezer is daarbij, dat de auteur zich in vergelijking met zijn dissertatie inmiddels een vloeiender verteltrant heeft eigen gemaakt.</p>
<p>Na een expos&#x00E9; over het continentale systeem (hoofdstuk 1), Nederland onder Napoleon (hoofdstuk 2) en Rotterdam in de napoleontische tijd (hoofdstuk 3), begint de kern van het betoog pas in hoofdstuk 4, op pagina 189. Het lange wachten wordt gelukkig beloond. Joor maakt duidelijk dat varen onder neutrale vlag, smokkel, kaapvaart en licentiehandel de teloorgang van het reguliere scheepvaartverkeer niet konden compenseren &#x2013; verre van dat zelfs. Toch konden er door individuele ondernemers nog behoorlijke winsten gemaakt worden. Dat kwam vooral omdat de waarde van de vracht van &#x00E9;&#x00E9;n scheepslading buitengewoon groot kon zijn, van meer dan honderdduizend tot meer dan een miljoen gulden, zelfs voor relatief kleine schepen die met landbouwproducten als boter, kaas en klaverzaad waren geladen. Kooplieden konden de beperkingen die het napoleontische gezag aan de koopvaardij oplegde pareren door flexibel en inventief te opereren en de grens met de clandestiniteit op te zoeken of te overschrijden. De Rotterdamse reders profiteerden daarbij van hun goede relaties met vissers die op de Noordzee voeren: degenen die het illegale personen- en postverkeer verzorgden, terwijl ze &#x2013; midden op zee &#x2013; ook gemakkelijk illegale vracht konden laden om die vervolgens ongezien aan land te brengen. Dankzij hun goede contacten met de vissers slaagden de Rotterdamse reders er ook in om hun internationale contacten te onderhouden: cruciaal voor de netwerkeconomie die de internationale scheepvaart nu eenmaal was en is.</p>
<p>Dankzij een grondige vertrouwdheid met het beschikbare archiefmateriaal slaagt Joor erin om helderheid te scheppen in een vaak weerbarstige materie, want veel activiteiten speelden zich af in een schemerzone of regelrechte clandestiniteit, waarvan natuurlijk geen akten werden opgesteld. Een belangrijke bron vormen 7611 brieven van de Rotterdamse politiecommissaris De Marivault. In deze correspondentie vermeldt hij vermoedens over de werkwijze van smokkelaars, die in juridische zin vaak niet hard te maken waren en daarom niet tot processen, laat staan veroordelingen leidden. Het levert al met al een impressionistisch maar toch overtuigend beeld op: impressionistisch omdat een scherp zicht op het geheel aan (illegale) scheepvaartbewegingen ontbreekt, en overtuigend omdat de details buitengewoon sprekend zijn en elkaar versterken.</p>
<p>Joor is op zijn best als hij de bijna surrealistische complexiteit van de economische oorlogvoering schetst. In de laatste jaren van zijn bewind verstrekte Napoleon licenties aan reders om handel te drijven met de Britse vijand, handel die hij met zijn Continentale Stelsel verboden had. Onderdeel van dit licentiesysteem was de verplichting dat de exportwaarde van Franse goederen even groot was als de importwaarde van de retourvracht. Die retourvracht moest in een entrepot van de staat worden gelost. De reder kon er pas over beschikken, als hij aan alle verplichtingen had voldaan. Bleek de waarde van de retourvracht hoger te zijn dan die van de vracht op de heenreis, dan kon de reder een nieuwe licentie aanvragen om opnieuw Franse goederen te exporteren, waarbij het schip dan geen retourvracht innam. Na terugkomst van dat schip kreeg de reder pas de beschikking over de oorspronkelijke retourvracht. Elk geschil over deze kwesties werd aan Napoleon persoonlijk voorgelegd, wat inhield dat de keizer zich op 19 september 1812 in Moskou boog over een conflict over de waarde van de heen- en retourvracht van een schip van de Rotterdamse firma Schot &#x0026; Nolet. Dat dit geschil uiteindelijk een gelukkige uitkomst had voor de Rotterdamse onderneming, had een curieuze reden: de retourvracht bevatte exotische planten die bestemd waren voor Parmentier, een kweker die planten leverde aan keizerin Josephine voor haar beroemde tuin bij Malmaison. Een fraaier staaltje napoleontische geschiedenis in een notendop is nauwelijks denkbaar.</p>
<p>Juist omdat Joor de dagelijkse realiteit van het Continentale Stelsel zo treffend beschrijft, is het jammer dat hij de dissertatie van Evert Jan Rieksen, <italic>Voetstappen zonder echo: Het oud-Hollandse 2e/3e/1e regiment jagers/33e regiment lichte infanterie aan het werk in de Franse Tijd 1806-1814</italic> (Warnsveld 2020), niet kent, waarin onder andere het kat-en-muis-spel wordt beschreven tussen een Hollands regiment dat aan de kust is gelegerd om smokkel te bestrijden en smokkelaars die telkens door de mazen van het net weten te glippen. Een ander punt van kritiek betreft de illustraties. Joors verknochtheid aan archivalia blijkt uit de meer dan honderd foto&#x2019;s ervan &#x2013; telkens op postzegelformaat &#x2013; in het boek. Aan een kleine selectie daarvan op groot formaat, zodat de tekst leesbaar wordt, zou de lezer meer hebben gehad. Maar deze details doen niets af aan de grote waarde van deze studie.</p>
</body>
</article>
