<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.14833</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.14833</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Vondelingen. Het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam 1780-1830</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Looijesteijn</surname>
<given-names>Henk</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230045</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Geuzebroek</surname><given-names>Nanda</given-names></name>
</person-group>
<source>Vondelingen. Het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam 1780-1830</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>199 pp.</page-range>
<isbn>9789087048433</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.14833"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Wie rond 1800 in de buurt van het Amsterdamse Aalmoezeniersweeshuis woonde, liep grote kans op zogenaamde &#x2018;stoepkinderen&#x2019;: vondelingetjes, soms pasgeboren, soms al wat ouder, die waren achtergelaten op de stoep. Omdat het dichtbij het weeshuis was, kon men ervan uitgaan dat de vinders het kind daar snel zouden afleveren. De vinders kregen een kleine beloning, maar sommige gingen verder en vroegen de regenten van het Aalmoezeniersweeshuis om het vondelingetje naar hen te vernoemen. Opmerkelijke verzoeken, gezien het feit dat men verder blijkbaar geen verantwoordelijkheid voelde voor zo&#x2019;n stoepkind, en gezien de hoge sterfte onder vondelingen.</p>
<p>Het stoepkind-verschijnsel is een van de vele opmerkelijke zaken die Nanda Geuzebroek behandelt in haar boek over de vondelingen van het Aalmoezeniershuis in de jaren 1780-1830. De naamgeving van de vondelingetjes is een wonderlijk aspect van de vondelingenzorg: vaak was alleen een voornaam bekend, want de ouders moesten anoniem blijven wilden ze hun kind kunnen achterlaten. De meeste van die bedachte namen verdwenen al gauw weer door de geweldige kindersterfte en doordat meisjes als ze trouwden de naam van hun man aannamen.</p>
<p>Geuzebroek schetst in <italic>Vondelingen</italic> een levendig beeld van de vondelingen die werden opgenomen in het Aalmoezeniersweeshuis. Ze behandelt in haar boek achtereenvolgens de achtergrond van de vondelingencrisis in Amsterdam die in en na de Franse Tijd een hoogtepunt bereikte, de overwegingen van ouders om hun kroost te vondeling te leggen, de opname van de vondelingen door het weeshuis, het uitbesteden van de allerkleinsten bij een min, de kindertijd en de tienertijd in het weeshuis, uitbesteding van wezen en ten slotte het uitvliegen van degenen &#x2013; een minderheid &#x2013; die de meerderjarigheid bereikten.</p>
<p>De lijst van in 1792 door het Aalmoezeniersweeshuis opgenomen vondelingen (177-180), spreekt wat dat betreft boekdelen. Geuzebroek laat zien hoe ouders vaak de uiterste wanhoop nabij waren en hun kinderen met moeite te vondeling legden; de allerkleinsten werden dan eerst een aantal jaar ondergebracht bij een min. In veel gevallen waren de vondelingetjes niettemin al zo verzwakt dat ze alsnog stierven. Het hielp daarbij niet dat de zuigelingsvoedingspraktijken van die tijd vaak een averechts effect hadden en juist sterfte tot gevolg hadden.</p>
<p>Geuzebroek illustreert de vondelingencrisis met een tabel (173) waarin van 1726 tot 1828 per jaar de aantallen opgenomen vondelingen staan vermeld. Tot de jaren 1770 blijft het aantal meestal ruimschoots onder de veertig, maar daarna stijgt het snel, met name vanaf de jaren 1780. In 1810 is er een piek met 735 vondelingen; in 1817 is de grootste piek ooit, met 769 opgenomen kinderen. Geen wonder dat ook in het overbevolkte weeshuis de kinderen die hun min waren ontgroeid niet al te beste overlevingskansen hadden. Sommige minnen waren heel goed in hun werk en leverden steeds gezonde kinderen af bij het Aalmoezeniershuis, aldus Geuzebroek. Andere daarentegen zagen het ene na het andere minnekind sterven.</p>
<p>Dat de omstandigheden in het Aalmoezeniersweeshuis slecht waren, zag men ook in de tijd zelf vaak al in. Geuzebroek verwijst dikwijls naar het rapport van Cornelis Vollenhoven (1778-1846) uit 1815, zelf regent van het weeshuis, die zeer kritisch was over wat de instelling vermocht en vaststelde dat de kinderen die de volwassenheid haalden vaak niet goed voorbereid bleken op een bestaan buiten het weeshuis. Een ander symptoom van de moeilijke omstandigheden in het weeshuis was de hoge frequentie van bedplassen onder oudere kinderen, hetgeen in die tijd niet werd geweten aan de stress van de wezen maar aan moedwillig wangedrag.</p>
<p>De regenten zaten vaak met hun handen in het haar, want de financi&#x00EB;n van het weeshuis hielden niet over: in 1810 was er 91.000 gulden aan inkomsten tegen 266.000 gulden aan uitgaven. Men poogde van alles om de uitgaven te beperken, bijvoorbeeld door uitbesteding van wezen aan het platteland, waar het vaak niet alleen gezonder was voor de kinderen maar waar het onderhoud ook goedkoper was. Veel van die uitbestedingen werkten echter niet goed: de kinderen konden er niet aarden en liepen weg, in &#x00E9;&#x00E9;n geval bleken de wezen tot afgrijzen van de regenten op Dickensiaanse wijze te worden uitgebuit in een fabriek op het eiland Feijenoord. Daar stond tegenover dat in sommige plaatsen, zoals in Goor en Wijhe, de wezen het juist goed deden en er zich vaak ook vestigden nadat ze meerderjarig waren geworden. Daarentegen waren veel van de mannelijke wezen die in de stad bleven of er terug kwamen aangewezen op Compagnie- of, na 1795, leger- en marinedienst. Veel mogelijkheden waren er voor hen niet in de slechte tijden rond 1800. Iets wat overigens ook voor de meisjes gold, waarvan sommige uiteindelijk in de prostitutie belandden.</p>
<p>Geuzebroek schrijft met veel medegevoel over de vondelingen en hun ouders en haar boek is duidelijk een <italic>labour of love</italic> waarin ze de vondelingen en hun vaak moeilijke en zeer korte levens centraal heeft gesteld. Een enkele keer krijgt haar inlevingsvermogen daarbij iets te veel voorrang op academische distantie. Zo stelt ze dat weeshuiskleding &#x2018;stigmatiserend&#x2019; werkte, maar verwijst daarbij naar &#x00E9;&#x00E9;n enkel voorbeeld uit de twintigste eeuw. Of dat rond 1800 ook al zo werd ervaren, blijkt echter niet uit haar boek. Uniforme weeshuiskleding was tamelijk algemeen in Nederland en wordt ook wel verklaard als uitdrukking van de wens van vroegmoderne stedelijke samenlevingen om te benadrukken dat er in hun gemeenschap goed werd gezorgd voor wezen. Het was natuurlijk ook wel zo makkelijk in het toezicht op de kinderen, zoals Geuzebroek meldt, maar dat was niet de enige overweging. Veel wezen liepen er in de vroegmoderne tijd en de negentiende eeuw beter gekleed bij dan leeftijdgenootjes die wel bij hun ouders maar in armoede leefden. Misschien is het &#x2018;stigma van het uniform&#x2019; vooral een erfenis van de afkeer van het uniform in de jaren zestig.</p>
<p>Verder ligt de nadruk in <italic>Vondelingen</italic> wel erg sterk op Amsterdam en het Aalmoezeniersweeshuis. Hoewel er wordt verwezen naar een uitgave van brieven van Leidse wezen, ontbreekt in de bibliografie de overkoepelende studie naar de Leidse wezen- en vondelingenzorg van Kees van der Wiel, <italic>Dit kint hiet Willem. De Heilige Geest in Leiden &#x2013; 700 jaar vondelingen, wezen en jeugdzorg</italic> (Leiden 2010). Zou dat geen mooie basis voor enige vergelijking geweest kunnen zijn&#x003F; Gezien de periodisering van het onderzoek verwondert het ook dat de studie van Jan Kok naar buitenechtelijke geboorten ontbreekt (<italic>Langs verboden wegen. De achtergronden van buitenechtelijke geboorten in Noord-Holland 1812-1914</italic> [Hilversum 1991]), aangezien juist in de periode 1780-1820 het aantal buitenechtelijke geboorten een piek bereikte. Dat precies in die tijd in Amsterdam een &#x2018;vondelingencrisis&#x2019; was kan geen toeval zijn, te meer daar Geuzebroek er op wijst dat de moeders van de vondelingen bijna allemaal alleenstaand waren en veel vondelingen ook niet afkomstig waren uit Amsterdam.</p>
<p>Deze kanttekeningen nemen echter niet weg dat <italic>Vondelingen</italic> een prachtig boek is geworden, rijk ge&#x00EF;llustreerd, vlot geschreven en boordevol informatie over de soms zeer treurige en korte levens van ouderloze Amsterdammertjes. Geuzebroek draagt haar boek onder andere op aan de &#x2018;vondelingen die uit het collectieve geheugen zijn verdwenen omdat ze met niemand verbonden waren&#x2019; en die zij de lezer met dit boek weer in bitterzoete herinnering brengt.</p>
</body>
</article>