<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.14077</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.14077</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Verbonden door rampspoed. Rampen en natievorming in negentiende-eeuws Nederland</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Boersma</surname>
<given-names>Erica</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">historicus en onafhankelijk onderzoeker</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>05</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230042</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Meijer</surname><given-names>Fons</given-names></name>
</person-group>
<source>Verbonden door rampspoed. Rampen en natievorming in negentiende-eeuws Nederland</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>252 pp.</page-range>
<isbn>9789464550085</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.14077"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Dat rampen nationale gevoelens stimuleren is al eerder betoogd, bijvoorbeeld door Lotte Jensen in haar oratie <italic>Wij tegen het water</italic> (2008). Historicus Fons Meijer, onlangs bij Jensen gepromoveerd, stelt in <italic>Verbonden door rampspoed</italic> dat rampen in de negentiende eeuw een specifieke vorm van nationalisme teweegbrachten, die gekenmerkt werd door eigen beelden en symbolen en verschilde in vorm en intensiteit van andere vormen van nationalisme, zoals de lotsverbondenheid die ontstaat onder buitenlandse dreiging. Meijer sluit zich nadrukkelijk aan bij de culturele wending die zich zowel in het nationalisme- als het rampenonderzoek heeft voorgedaan. Zijn belangrijkste bronnen zijn dan ook gedrukte gelegenheidspublicaties waardoor de meeste aandacht uitgaat naar de denkbeelden van de culturele elite over de natie.</p>
<p>Het eerste hoofdstuk bestaat uit een opsomming van de grote rampen die zich in de negentiende eeuw voordeden. Daarna volgen vier hoofdstukken die de kern van het betoog vormen en steeds een ander aspect van het rampennationalisme belichten. De eerste twee behandelen chronologisch hoe rampen de verbeelding van de vorsten respectievelijk het nationale zelfbeeld be&#x00EF;nvloedden. Rampenonderzoekers, ook Meijer, zien de Leidse buskruitramp van 1807 als een trendbreuk vanwege de betrokkenheid van de nationale overheid, vooral van koning Lodewijk Napoleon, die rampgebieden bezocht, de hulpverlening co&#x00F6;rdineerde en nationale collectes verordonneerde &#x2013; en daarmee de toon zette voor zijn opvolgers. Door zich te presenteren als een zorgzame vader van de natie wist hij zich tot spil van de nationale gevoelens te maken. Vooral Willem <sc>i</sc> en Willem <sc>iii</sc> wisten dat beeld te bestendigen. Dit natie-ideaal van een vader/vorst en afhankelijke kinderen/onderdanen ontstond in reactie op het politiek-activistische natie-ideaal van de revolutionaire periode van de late achttiende eeuw, dat een nationale gemeenschap van vrije en gelijke burgers bepleitte. Het was volgens Meijer echter meer een door revolutiemoeheid ge&#x00EF;nspireerd nationaal verzoeningsvertoog dan een loyaliteitsbetuiging aan de monarchale regeringsvorm. Een duidelijk bewijs hiervoor levert hij echter niet.</p>
<p>De notie van Nederland als een liefdadige natie waarvan de leden elkaar onderling steunen, sloot aan op het idee van Nederland als eendrachtig huisgezin. Liefdadigheid was echter niet alleen een Nederlandse karaktereigenschap maar ook een plicht ten opzichte van landgenoten. Gepopulariseerd tijdens het Koninkrijk Holland, bereikte het vertoog over de liefdadige natie zijn hoogtepunt na de zeer succesvolle nationale collecte van 1825. Nederlanders konden zich er deel van voelen door te geven aan collectes, of door liefdadigheidsbrochures of een kaartje voor een benefietbijeenkomst te kopen. Natievormende vertogen appelleerden daarnaast aan andere identiteiten, zoals religieuze (door de grootschalige liefdadigheid voor te stellen als een speciale band tussen God en de natie) en lokale identiteiten (door aandacht voor lokale helden en collecteopbrengsten).</p>
<p>Zo roemden sommige gelegenheidsauteurs, zoals de Amsterdamse acteur Marten Westerman in zijn gedicht &#x2018;Hulde aan mijn stadsgenoten&#x2019; in 1825, de lokale vrijgevigheid. Anderen, bijvoorbeeld de Goudse predikant Bussingh, zagen lokale weldadigheid daarentegen juist als symbool voor het weldadige karakter van de hele Nederlandse natie. Voor romanschrijver Petronella Moens waren lokale helden een exponent van de typisch Nederlandse, door menslievendheid ge&#x00EF;nspireerde, vorm van heldendom. Voor de remonstrantse predikant Westerbaen toonden de Nederlandse vrijgevigheid en opofferingsgezindheid &#x2018;dat het Christendom niet vruchteloos gepredikt wordt&#x2019;.</p>
<p>In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam het huisgezinnationalisme onder druk te staan door de opkomst van het liberalisme, dat de natie zag als een collectief van zelfredzame en verantwoordelijke burgers. Ondanks de inperking van zijn macht (1848) en de invoering van de Provinciale Wet (1850) die bepaalde dat de hulpverlening niet langer bij de landelijke overheid lag, wist Willem <sc>iii</sc> zich met bezoeken aan rampgebieden, nationale collectes en de instelling van een watersnoodmedaille als nationale leider te manifesteren. Behoudende auteurs gebruikten Willems optreden om een nieuw, antiliberaal natiebetoog te propageren met de vorst als de (onmisbare) hoeder van de kwetsbare natie, wat neerkwam op een pleidooi voor een rol van de koning in het staatsbestel. Rampen werden nu dus gebruikt om een ideologisch debat te voeren over de inhoud van de natie en de verhoudingen in de staat. Tegelijkertijd werd het beeld van de liefdadige natie steeds meer in twijfel getrokken. Critici, waaronder Multatuli, twijfelden aan de oprechtheid van het medelijden en de liefdadigheid, want waarom golden die niet voor Javaanse overstromingsslachtoffers in 1861&#x003F; Waren gelegenheidsauteurs niet gewoon uit op roem, was liefdadigheid wel de ge&#x00EB;igende manier om hulp te financieren&#x003F;</p>
<p>Waar het in deze hoofdstukken ging over betogen met een nadrukkelijk natievormend doel, gaat het in de volgende twee over medelijden en geefgedrag, uitingsvormen die niet als een expliciet betoon van nationalisme gezien kunnen worden, maar wel bijdroegen aan het nationaal besef. Sentimentalistische verhalen in bijvoorbeeld rampnovelles en ooggetuigenverslagen cultiveerden naast het lijden van de slachtoffers ook het medelijden dat de lezers dienden te voelen. Auteurs stelden een &#x2018;emotionele norm&#x2019; door karakters op te voeren die medelijden voelden en door te betogen dat medelijden gepaard moest gaan met acties om het leed te verzachten. Medelijden werd echter niet voorgesteld als een typisch Nederlandse eigenschap of als een emotie die voorbehouden was aan de nationale gemeenschap.</p>
<p>Het laatste hoofdstuk draait om de reactie van gewone Nederlanders op alle natievormende propaganda van de culturele elites. Nederlanders gaven op grote schaal aan inzamelacties, maar het is moeilijk vast te stellen of daarbij inderdaad sprake was van nationale drijfveren of van andere motieven, zoals religieuze redenen, groepsdruk of regionale loyaliteiten. Omdat de natie steeds de context van deze collectes vormde, beschouwt Meijer doneren als een vorm van betrokkenheid bij landgenoten en als een uiting van nationale solidariteit. Niet iedereen voelde dat echter in gelijke mate. Meijer analyseert de opbrengsten van twee grootschalige, landelijke inzamelingsacties: de nationale collecte na de stormvloed van februari 1825 en de collecte begin 1881 na de rivieroverstroming bij Nieuwkuijk. Uit de collecteopbrengsten blijkt dat het ge&#x00FC;rbaniseerde westen, vooral de hogere en middenklassen, het meeste gaf, deels vanwege de economische omstandigheden, maar meer nog doordat men daar vaker in aanraking kwam met hulpacties en benefietbijeenkomsten. Bovendien bleek dat de hulpacties in 1881 minder grootstedelijk waren dan in 1825, en dat de betrokkenheid door deelname van meer groepen collectiever was. In de administratie van 1881 ontbreekt echter bijna twintig procent van de donaties, inclusief die uit Brabant waar de ramp had plaatsgevonden. Jammer, want het is aannemelijk dat naast een nationale ook regionale en lokale identificaties een rol speelden en dat de Brabantse bijdrage daardoor relatief hoog was. Als die meewogen had kunnen worden, was het beeld wellicht iets minder Hollandocentrisch uitgevallen.</p>
<p>Collectes waren geen spontane uitingen van collectieve vaderlandsliefde, maar door overheden of particulieren georganiseerde collectes waaraan niet iedereen meedeed. Bovendien werden collectes gebruikt om een strijd te voeren om de natie: organisatoren streefden naar bevestiging van hun positie binnen de natie of probeerden een andere groep buiten te sluiten. Zo propageerden orthodoxe protestantanten in 1881 een exclusieve protestantse natie, vooral door katholieken, die rampen zouden misbruiken voor financieel gewin, van on-Nederlands gedrag te beschuldigen.</p>
<p>Rampennationalisme volgde het maatschappelijke debat over de natie. Het vlamde op na rampen maar leidde niet tot een blijvend fenomeen. Vanwege de frequentie van rampen was rampennationalisme toch een belangrijke pijler onder de zich ontwikkelende natiestaat, concludeert Meijer. Veel van de elementen (medelijden, liefdadigheid als Nederlandse deugd, nationale inzamelingen) zijn echter terug te voeren op de vroegmoderne tijd. Ook in de Republiek werd geappelleerd aan &#x2018;nationale&#x2019; gevoelens om betrokkenheid bij rampenslachtoffers te bewerkstelligen (Boersma, <italic>Noodhulp zonder natiestaat</italic>, 2021; Duiveman, &#x2018;Kindled by catastrophe&#x2019;, 2021). Meijers betoog zou sterker geweest zijn als hij het verschil tussen het negentiende-eeuwse rampennationalisme en eerdere vormen van rampenidentificatie had uitgewerkt. Desalniettemin laat Meijer overtuigend zien dat negentiende-eeuwse rampen belangrijke natievormende momenten waren. Met zijn originele invalshoek heeft hij een vernieuwende bijdrage geleverd aan het nationalismeonderzoek.</p>
</body>
</article>