<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.14074</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.14074</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Machseh Lajesoumim. A Jewish Orphanage in the City of Leiden, 1890-1943</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Siertsema</surname>
<given-names>Bettine</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Vrije Universiteit Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>05</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230039</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Focke</surname><given-names>Jaap W.</given-names></name>
</person-group>
<source>Machseh Lajesoumim. A Jewish Orphanage in the City of Leiden, 1890-1943</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>416 pp.</page-range>
<isbn>9789463726955</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.14074"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Wie een boek over een Joods weeshuis ten tijde van de Tweede Wereldoorlog ter hand neemt, weet dat het niet om vrolijk stemmende lectuur gaat. Maar soms is het toch nog erger dan verwacht. In het geval van het Leidse weeshuis Machseh Lajesoumim wordt dat vooral veroorzaakt door de hardnekkigheid waarmee het hoofd ervan, Nathan Italie, weigerde de kinderen die aan zijn hoede waren toevertrouwd te laten onderduiken, juist met d&#x00E1;t argument: dat zij aan zijn hoede waren toevertrouwd. Hij stond op vriendschappelijke voet met de buurman van het weeshuis, Hijme Stoffels, die veel vroeger en veel scherper in de gaten had waar de Duitse bezetters op uit waren. Stoffels bood een- en andermaal onderduikplekken aan voor de kinderen, de staf van het weeshuis en het directeursgezin. Deze werden steeds vriendelijk afgeslagen, zelfs nog op de vooravond van de razzia op 17 maart 1943: binnen een week zaten 25 kinderen, het directeursechtpaar en zeven personeelsleden in de trein naar Sobibor. In de weken erna volgden nog twintig kinderen diezelfde route. De jongste was net twee jaar oud. Het was niet alleen de directeur die de aangeboden mogelijkheid om onder te duiken afwees, ook personeelsleden en oudere kinderen maakten die keus. Het echtpaar Stoffels kon zo slechts een paar kinderen helpen ontsnappen.</p>
<p>De laatste gang van de kinderen blijft buiten beeld, daar zijn ook geen bronnen over, maar er zijn nog genoeg details die treurig stemmen. Ronduit g&#x00EA;nant is de kruiperige welwillendheid waarmee onderwijspersoneel de namen van Joodse leerlingen aan de Duitse bezetters doorgaf (al moeten formules als &#x2018;uw dienstwillige dienaar&#x2019; gezien worden in het licht van de toenmaals geldende etiquette in briefverkeer, iets wat in de Engelse vertaling buiten beeld blijft). Opmerkelijk in dit verband is een opgenomen kopie van de brief waarmee een protestantse kweekschool meldt: &#x2018;Naar aanleiding van uw verzoek om een nominatieve opgave van de Joodsche leerlingen onzer School, heb ik de eer U mede te deelen, dat ons Bestuur van meening is om principie&#x00EB;le redenen zijn medewerking niet te kunnen verleenen&#x2019; (110). Principi&#x00EB;le redenen speelden kennelijk niet bij de Nederlandse ambtenaren die de aanwezigheid van slechts twee Joodse grootouders niet aangrepen om een kind een veiliger status te geven, of de Nederlandse politie die assisteerde bij de &#x2018;ontruiming&#x2019; van het weeshuis. Zonder dat het een kwestie van principes was, was de onnadenkendheid van omstanders achteraf toch ook zeer verwijtbaar, zoals van de gasten van een pension die een potenti&#x00EB;le gast meldden dat er geen plek vrij was omdat er zes Joodse mensen ondergedoken zaten &#x2013; ten gevolge van die onnadenkendheid eindigden de onderduikers alle zes in Sobibor. Een ander voorbeeld dat Focke noemt, is dat van de onderduiker die zijn gastgezin en mede-onderduikers ernstig in gevaar bracht door zo nu en dan met een keppeltje de straat op te gaan en door de gastvrouw dringend te verzoeken om koosjer te koken.</p>
<p>Het zijn dergelijke sprekende details die het boek lezenswaard maken. Er is een indrukwekkende hoeveelheid werk verzet in het volgen van archiefsporen en het voeren van gesprekken met overlevenden en betrokkenen. De focus ligt op de periode vanaf 1929, toen Machseh Lajesoumim verhuisde van de Stille Rijn naar een mooi, nieuw gebouw aan de Cronensteinkade, hoek Roodenburgerstraat. Van de 168 kinderen die tussen 1929 en 1943 onderdak vonden in het weeshuis, hebben minder dan veertig de oorlog overleefd. De auteur heeft zijn best gedaan de identiteit en levensgeschiedenis te achterhalen van de kinderen en personeelsleden op de vele foto&#x2019;s die in de loop der jaren boven water zijn gekomen. Het boek wekt de indruk dat die foto&#x2019;s vaak de drijvende kracht van het onderzoek waren. Uit het voorwoord blijkt dat de auteur zich ervan bewust is dat een lezer snel verdwaalt in de overvloed aan personen die in het boek figureren. Hij heeft geprobeerd dat te ondervangen door er een paar uit te kiezen die het verhaal dragen, maar dat is maar matig gelukt. De vele verwijzingen naar vroegere en latere hoofdstukken helpen ook niet om greep op het verhaal te krijgen. De hybride opzet van enerzijds een chronologisch vertelde geschiedenis en anderzijds het uitlichten van een aantal specifieke personen geeft een wat rommelig resultaat waarin het moeilijk is de draad vast te houden. Bij het vertellen van die persoonlijke geschiedenissen lijkt Focke zich beter thuis te voelen dan bij de regie over het grote geheel.</p>
<p>Het Joodse weeshuis in Leiden kon al eerder rekenen op belangstelling van historische onderzoekers. Zo kon Focke voortbouwen op het werk dat de journalisten Gerard Kerkvliet en Martin Uitvlugt sinds de jaren zeventig hadden gedaan, terwijl Cor van Zegveld en Leonard Kasteleyn met publicaties in respectievelijk 1993 en 2003 het onderzoek naar een academisch plan tilden. Daarnaast vormde het persoonlijke oorlogsarchief van het echtpaar Stoffels-Van Brussel dat aan Focke ter beschikking werd gesteld natuurlijk een zo rijke bron dat elke historicus zijn of haar vingers erbij zou aflikken. Wat deze nieuwe publicatie toevoegt aan de al bestaande wordt echter niet helemaal duidelijk, al heeft een gerenommeerde uitgeverij als Amsterdam University Press (<sc>aup</sc>) natuurlijk een groter bereik dan lokale jaarboekjes (Kerkvliet en Uitvlugt) en gestencilde kopie&#x00EB;n van verder ongepubliceerd gebleven teksten (Van Zegveld).</p>
<p>Publicatie in het Engels kan bij zo&#x2019;n zeer lokaal bepaalde geschiedenis vervreemdend werken. Soms ook schemert het Nederlands door de Engelse zinnen heen, zoals &#x2018;The delegates continued to deliberate how to get the transport on the rails as quickly as possible&#x2019; (83). Dat het woord &#x2018;onderduiker&#x2019; onvertaald blijft, is nog te billijken, omdat &#x2018;people in hiding&#x2019; nu eenmaal omslachtig is, maar waarom dat ook voor &#x2018;dienstbode&#x2019; of &#x2018;ontruiming&#x2019; zou gelden, ontgaat me, terwijl internationale lezers het niet als afkorting herkenbare &#x2018;pbs&#x2019; (de meervoudsvorm van persoonsbewijs) niet makkelijk zullen thuisbrengen, ook al staat er achterin een lijst met gebruikte Nederlandse en Duitse woorden.</p>
<p>Dit roept de vraag op wie het beoogde publiek is van deze publicatie. Naast veel specialistische details bevat het boek uitweidingen over bijvoorbeeld de Kristallnacht, het eugenetische programma Aktion T4 en de vernietigingskampen, informatie die als basiskennis van Holocausthistorici beschouwd kan worden. Vanzelfsprekend zijn vrijwel alle bronnen in het Nederlands, maar citaten worden in het Engels weergegeven zonder het Nederlandse origineel, waardoor ze voor later onderzoek moeilijk inzetbaar zijn. Ik vermoed dat vooral Nederlandse historici in deze geschiedenis ge&#x00EF;nteresseerd zullen zijn en dan is het Engels een onnodige omweg. Natuurlijk is het Engels de <italic>lingua franca</italic> van de moderne wetenschap, maar het valt te bezien of we ook met die trend moeten meegaan bij zo&#x2019;n typisch Nederlands stuk geschiedenis, hoe internationaal de Holocaust als onderzoeksgebied ook is.</p>
<p><italic>Machseh Lajesoumim</italic> is niet, althans niet expliciet, bedoeld als eerbetoon aan de buren van het weeshuis, Hijme Stoffels en zijn vrouw. Ze waren onvermoeibaar in de weer om zoveel mogelijk kinderen te redden door te waarschuwen, onderduikadressen te regelen en na de ontruiming de kinderen in Westerbork pakketjes met kleding en voedsel te sturen. Ondertussen leverde het echtpaar Stoffels een taai bureaucratisch gevecht om kinderen te &#x2018;ontjoodsen&#x2019;. Naast de Yad Vashem-onderscheiding in 1968 is het impliciete eerbetoon van dit boek volkomen op zijn plaats.</p>
</body>
</article>