<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13830</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13830</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Herengracht 502. Slavenhandel, geweld en hebzucht 1672-1927</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Hasselt</surname>
<given-names>Laura</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230038</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Balai</surname><given-names>Leo</given-names></name>
</person-group>
<source>Herengracht 502. Slavenhandel, geweld en hebzucht 1672-1927</source>
<publisher-loc>Edam</publisher-loc>
<publisher-name>LM Publishers</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>144 pp.</page-range>
<isbn>9789460225239</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13830"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Hoe vat je het koloniale verleden van Amsterdam samen in &#x00E9;&#x00E9;n beeld&#x003F; Historicus en schrijver Leo Balai koos voor de ambtswoning van de burgemeester: <italic>Herengracht 502</italic>. Het is tegelijk de titel van zijn nieuwste boek. Op de voorkant staat een enigszins spookachtige, nachtelijke afbeelding van het huis. Ook de ondertitel, <italic>Slavernij, geweld en hebzucht</italic>, laat geen misverstand bestaan over de conclusies van de auteur. Dit is een huis met een besmette geschiedenis.</p>
<p>Balai schreef op basis van literatuur- en archiefonderzoek een publieksboek over de bewoners van Herengracht 502, van de bouw in de zeventiende eeuw tot 1927, het jaar waarin het pand ambtswoning werd. De rijk ge&#x00EF;llustreerde publicatie bestaat uit vijf delen met nog eens vijf uitgebreide bijlagen. Het eerste deel concentreert zich op de ontwikkeling van Amsterdam in de zeventiende eeuw v&#x00F3;&#x00F3;r de bouw van het pand. Delen twee en drie behandelen de bewonersgeschiedenis &#x2018;en enkele historische uitweidingen&#x2019; van 1671 tot 1927. In het vierde deel laat Balai het perspectief van het huis in Amsterdam bijna helemaal los, en schrijft hij meer algemeen over de trans-Atlantische slavenhandel. Het laatste deel gaat in op de Amsterdammers die in 1863 nog grote belangen hadden in plantages in Suriname. Dan zijn we dus terug in Amsterdam, maar met de bewoners van Herengracht 502 heeft dit laatste deel niet veel te maken. Zo biedt het boek zowel minder als meer dan de titel suggereert.</p>
<p>Balai is niet de enige die de monumentale ambtswoning heeft gekozen als symbool van de koloniale geschiedenis van Amsterdam. Ook Pepijn Brandon, Guno Jones, Nancy Jouwe en Matthias van Rossum plaatsten een afbeelding van Herengracht 502 op de kaft van hun boek <italic>De slavernij in Oost en West. Het Amsterdam onderzoek</italic> (2020). Al sinds 2013 is de ambtswoning het eindpunt van de jaarlijkse herdenkingstocht die het begin van de Keti Koti-maand inluidt. Naast de entree van het huis, geflankeerd door twee statige witte kolommen, herinnert een plaquette aan het slavernijverleden van de eerste bewoner: &#x2018;In dit huis, in 1672 gebouwd, woonde en werkte tot 1690 Paulus Godin, bewindvoerder van de West-Indische Compagnie (<sc>wic</sc>) en directeur van de Soci&#x00EB;teit van Suriname. In deze functies was hij verantwoordelijk voor het opkopen en verkopen van Afrikanen die tot slaven werden gemaakt en vervoerd werden naar het Caribisch gebied, het vroegere West-Indi&#x00EB;. Vandaag telt onze stad veel Amsterdammers van wie deze Afrikanen de voorouders zijn.&#x2019;</p>
<p>Leo Balai is een van die Amsterdammers wiens voorouders tot slaaf zijn gemaakt. Hij werd in 1946 geboren in Paramaribo, maar is al decennia een publieke figuur in Nederland. Zo was hij jarenlang raadslid voor de PvdA en kreeg hij landelijk bekendheid als racismebestrijder. Eerder dit jaar werd hij onderscheiden met de Frans Bannink Cocqpenning, vanwege zijn jarenlange inzet voor een meer inclusieve, multiculturele samenleving. Als historicus doet hij al jaren (archief)onderzoek naar de Amsterdamse betrokkenheid bij kolonialisme en met name de trans-Atlantische slavernij. Eerder publiceerde hij zijn proefschrift <italic>Het slavenschip Leusden. Slavenschepen en de West-Indische compagnie 1720-1738</italic> (Zutphen 2011) en <italic>Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel. Over de belangen van Amsterdamse regenten bij de trans-Atlantische slavenhandel</italic> (Zutphen 2013).</p>
<p>Anders dan in zijn eerdere boeken richt Balai zich in <italic>Herengracht 502</italic> niet alleen op de trans-Atlantische slavernij, maar ook op Nederlands-Indi&#x00EB;. Dit doet hij grotendeels via de voormalige bewoners van het pand, want Godin was zeker niet de enige bewoner met vuile handen. Zo staat Balai uitgebreid stil bij een van de laatste &#x2018;gewone&#x2019; bewoners voordat het pand een ambtswoning werd: Jacob Theodoor Cremer (1847-1923). Deze minister van Koloni&#x00EB;n pleitte ook na de afschaffing van de slavernij voor strenge maatregelen om contractarbeiders aan hun plantages te binden en was medeverantwoordelijk voor de bloedige Atjehoorlog. Als directeur van de Deli Maatschappij, een zeer winstgevende tabakshandel, sloot hij zijn ogen voor ernstige mishandelingen op plantages op Sumatra. De misstanden waren zo schokkend dat ze tot een overheidsonderzoek leidden. Balai citeert onder meer uit het Rhemrev-rapport van 1903, met daarin gruwelijke verhalen over moord en marteling onder Nederlands bewind in Deli op Sumatra. Het contrast met het deftige woonhuis van Cremer in Amsterdam is schrijnend.</p>
<p>Balai behandelt in zijn boek een lange reeks van bewoners en hun familieleden die direct of indirect rijk werden van slavernij, contractarbeid of andere vormen van uitbuiting in de koloni&#x00EB;n. Het is een opsomming van machtige Amsterdammers met bloed aan hun handen, bloed dat lang niet gezien werd omdat het vloeide aan de andere kant van de wereld. Balai behandelt alleen huisbewoners die een duidelijk koloniaal belang hadden. Waar dat niet aantoonbaar is, verplaatst hij zijn aandacht naar familieleden, die nooit op dit adres hebben gewoond, maar wel belangen in slavernij of andere vormen van uitbuiting hadden. Dat maakt het boek een krachtige aanklacht tegen het koloniale verleden van Amsterdam, maar ook enigszins onevenwichtig.</p>
<p>Het contrast met een eerdere publicatie over de ambtswoning is groot. In 2011 publiceerden kunsthistorici Coert Peter Krabbe en Hillie Smit <italic>Het huis van de burgemeester. Herengracht 502 in Amsterdam</italic>. Daarin staan de architectuur en inrichting van het pand centraal, maar passeren toch ook heel wat bewoners de revue. Afgezien van Godin valt er geen onvertogen woord over hen. Wie het boek van Balai hierna leest krijgt het gevoel dat het over een volstrekt ander huis gaat. Krabbe en Smit hebben zich misschien teveel laten meeslepen door de schoonheid van de inrichting, maar ook de blik van Balai is gekleurd. Een objectieve bewonersgeschiedenis is zijn boek niet, maar dat lijkt ook niet zijn bedoeling. Voor Balai is Herengracht 502 h&#x00E9;t symbool voor de eeuwenlange, nauwe betrokkenheid van de Amsterdamse elite bij kolonialisme en slavernij. Die geschiedenis wil hij onder de aandacht brengen. Het huis is voor hem een middel, geen doel op zich.</p>
<p>De laatste particuliere bewoner van het pand was Cornelis van Aalst, president-directeur van de Nederlandse Handel-Maatschappij, een bij uitstek koloniaal instituut. Van Aalst schonk het huis in 1926 aan de stad Amsterdam, naar verluidt als tegenprestatie voor het toekennen van de bouwvergunning voor het hoofdkantoor van de <sc>nhm</sc> (de Bazel), dat eigenlijk de toegestane hoogte overschreed. Zo was zelfs dit ogenschijnlijk edelmoedige gebaar niet vrij van eigenbelang. Al met al is Herengracht 502 waarschijnlijk de laatste plek die burgemeester Halsema zelf als woning zou hebben uitgekozen. Anderzijds: juist omdat de burgemeester hier woont, is dit een uitgelezen plek om aandacht te vragen voor de koloniale geschiedenis van de stad Amsterdam. Daar heeft Balai met dit boek een overtuigende bijdrage aan geleverd.</p>
</body>
</article>