<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13821</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13821</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Tussen bestormen en besturen. 55 jaar D66 in de Nederlandse politiek (1966-2021)</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Kessel</surname>
<given-names>Alexander</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Radboud Universiteit</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230036</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Brummer</surname><given-names>Coen</given-names></name>
<name><surname>Otjes</surname><given-names>Simon</given-names></name>
</person-group>
<source>Tussen bestormen en besturen. 55 jaar D66 in de Nederlandse politiek (1966-2021)</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>246 pp.</page-range>
<isbn>9789024441440</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13821"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de politiek is timing van belang. Dat geldt ook voor de geschiedschrijving over politiek. Kort nadat D66 bij de verkiezingen van maart 2021 de een-na-grootste partij van Nederland was geworden, verscheen een bundel over haar geschiedenis. Het recente succes is van invloed op de toon van het boek. Was het boek afgesloten in, bijvoorbeeld, 2006, dan was de teneur stellig anders geweest: de Democraten stonden destijds in sommige peilingen op nul zetels.</p>
<p>De door historicus Coen Brummer (tot voorjaar 2022 directeur van de Mr. Hans van Mierlo Stichting) en politicoloog Simon Otjes (verbonden aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (<sc>dnpp</sc>) en de Universiteit Leiden) geredigeerde bundel past in een door het <sc>dnpp</sc> en uitgeverij Boom opgezette reeks over de geschiedenis van Nederlandse politieke partijen (waarvan overigens &#x00E9;&#x00E9;n deel is uitgeven door Verloren: <italic>Mannen van Gods Woord &#x2013; De Staatkundig Gereformeerde Partij 1918-2018</italic>). De in 2008 aangevangen serie volgt steeds ongeveer hetzelfde recept: verschillende auteurs (overwegend ervaren politicologen en historici), waarvan sommige verbonden zijn aan het wetenschappelijk instituut van de partij die onderwerp van analyse is, kijken vanuit verschillende invalshoeken naar de ontwikkeling van deze partij. Daarbij komen perspectieven aan bod als ideologie, electoraat, leiderschap, internationale inbedding en partijorganisatie. Het betreft dus geen integrale partijgeschiedenissen op basis van uitputtend bronnenonderzoek, zoals Hans Bornewasser die aan het eind van de twintigste eeuw leverde over de Katholieke Volkspartij. <italic>Tussen bestormen en besturen</italic> onderscheidt zich wat dat betreft ook van de twee monografie&#x00EB;n die politicoloog Menno van der Land eerder schreef over D66: <italic>Tussen ideaal en illusie &#x2013; De geschiedenis van D66, 1966-2003</italic> (2003) en <italic>Langs de afgrond &#x2013; Tien turbulente jaren in de geschiedenis van D66</italic> (2012). Dit tweeluik was chronologisch opgezet en mede gebaseerd op het partijarchief. In <italic>Tussen bestormen en besturen</italic> is slechts door Otjes, in zijn bijdrage over de positie van D66 in Europees verband, van enkele stukken uit het (nog nauwelijks ge&#x00EF;nventariseerde) D66-archief gebruikgemaakt. Verder zijn de bijdragen vooral gebaseerd op secundaire literatuur en artikelen uit kranten en (partij)periodieken.</p>
<p>In <italic>Tussen bestormen en besturen</italic> staat de vraag centraal in hoeverre D66 in de 55 jaar van haar bestaan als alle andere partijen is geworden of dat andere partijen gelijkenissen zijn gaan vertonen met D66. Werd de partij in het najaar van 1966 door Hans van Mierlo c.s. opgericht als beweging die de ambitie had het vastgeroeste politieke bestel te laten &#x2018;ontploffen&#x2019;, al na de (eerste) existenti&#x00EB;le crisis van de partij, midden jaren zeventig, kondigde Van Mierlo&#x2019;s opvolger Jan Terlouw aan dat D66 een &#x2018;normale&#x2019; politieke partij wilde zijn, met een breed progressief programma. Rond de eeuwwisseling aanvaardde D66 het ideologische etiket &#x2018;sociaal-liberaal&#x2019;. Anno 2021 heeft de partij zich ontwikkeld tot een strak georganiseerde bestuur(der)spartij.</p>
<p>In zijn eigen bijdrage aan de bundel plaatst Brummer D66 in de links-liberale traditie, die rond 1870 begon rond politici als Isa&#x00E4;c Fransen van de Putte, vervolgens Jan Kappeyne van de Coppello en Samuel van Houten. Zij kreeg rond 1900 partij-organisatorisch vorm in achtereenvolgens de Radicale Bond en de Vrijzinnig-Democratische Bond (<sc>vdb</sc>). Deze links-liberale richting aanvaardde een interventionistische overheid om een sociaal rechtvaardiger samenleving te kunnen realiseren, en bepleitte verdere democratiseringen, waaronder uitbreiding van het kiesrecht. Na het opgaan van de <sc>vdb</sc> in de Partij van de Arbeid in 1946 volgde een twintigjarige lacune in de georganiseerde links-liberale traditie, die be&#x00EB;indigd werd met de oprichting van D66. Brummer ziet drie &#x2018;bruggen&#x2019; tussen 1946 en 1966: enkele links-liberalen in de PvdA (een fenomeen van geringe betekenis), een kortstondig heropgerichte <sc>vdb</sc> (idem) en de linkervleugel in de <sc>vvd</sc> inclusief de <sc>jovd</sc>.</p>
<p>In een volgend artikel onderzoeken Ron de Jong &#x2013; de historicus en onderzoeker bij de Kiesraad die in 2022 overleed &#x2013; en Henk van der Kolk de geografische spreiding van D66-kiezers. Opmerkelijk genoeg concluderen zij dat er op dat vlak nauwelijks continu&#x00EF;teit is tussen het electoraat van de <sc>vdb</sc> (zoals dat zich manifesteerde bij de laatste vooroorlogse Kamerverkiezingen, in 1937) en dat van D66 (bij de Kamerverkiezingen van 1967). De Jong en Van der Kolk stellen op basis van indrukwekkend rekenwerk en statistische onderzoeksgegevens dat er vervolgens wel sprake was van &#x2018;veel geografische stabiliteit&#x2019; in de electorale aanhang vanaf de oprichting van D66. Opvallend daarbij zijn de hoge scores in de universiteitssteden. Het verband tussen opleidingsniveau en partijkeuze is ten aanzien van D66 steeds sterker geworden.</p>
<p>De bijdrage van Laurien Hansma en Paul Lucardie schetst de moeizame verhouding van D66 tot het fenomeen &#x2018;ideologie&#x2019;. D66 begon als een beweging die zich profileerde als pragmatisch en die zich afzette tegen dogma&#x2019;s en ideologie&#x00EB;n. Pas na het vertrek van Van Mierlo ontstond ruimte voor ideologische keuzes. Vanaf het begin had een deel van de partij zich &#x2018;links-liberaal&#x2019; genoemd, maar in 1998 nam het partijcongres het etiket &#x2018;sociaal-liberaal&#x2019; aan. Tijdens het partijleiderschap van Pechtold positioneerde D66 zich nadrukkelijk als progressieve middenpartij en werd het sociaal-liberalisme verder uitgewerkt.</p>
<p>Otjes schetst in een artikel de relatie van D66 tot de Europese liberalen, waarmee tevens inzicht wordt gegeven in de &#x2018;strategische positionering, de ontwikkeling van het gedachtegoed, en het zelfbeeld van de Democraten&#x2019; (97). Lange tijd streefde D66 naar een eigen, radicaal-democratische fractie in het Europees Parlement, maar die kwam (vooral door gebrek aan zetels) nooit van de grond. Otjes stelt dat bij D66 sprake was van &#x2018;een flinke mate van onbezonnen overmoed&#x2019; waar het ging om de ambitie ook het Europese partijenbestel op te blazen. Aansluiting bij de Europese liberalen was uiteindelijk onvermijdelijk. Vanuit het perspectief van D66 was het gegeven dat de <sc>vvd</sc> hierbij van oudsher was aangesloten lange tijd een struikelblok. De Europese liberale fractie kende echter ook een progressieve vleugel. Na de verkiezingen van 1989 sloot de ene D66-europarlementari&#x00EB;r zich hierbij aan. De nationale samenwerking tussen D66 en <sc>vvd</sc> (1994-2002) en de ontwikkeling van D66 tot progressieve centrumpartij vergemakkelijkten de samenwerking in de Europese fractie.</p>
<p>Historicus Gerrit Voerman beschrijft hoe D66 ook in organisatorisch opzicht steeds meer een &#x2018;normale partij&#x2019; werd. Het uitgangspunt van de ledendemocratie (&#x2018;<italic>one man, one vote</italic>&#x2019;), dat vanaf de oprichting gold, werd na de eeuwwisseling overgenomen door andere partijen. Daarbij kent de geschiedenis van D66 enkele markante momenten waarbij de partijtop het intern niet zo nauw nam met de altijd zo nadrukkelijk beleden democratische beginselen. Zo drukte Van Mierlo, die sowieso niet zoveel waarde hechtte aan de partijorganisatie, in 1997 eigenhandig de benoeming van Els Borst als lijsttrekker door. Ook daarmee toont D66 treffende gelijkenissen met andere partijen. De ambitie van de partijoprichters om zich te onttrekken aan de &#x2018;ijzeren wet&#x2019; van Robert Michels, die bepaalt dat elke organisatie (ook democratische) een elite ontwikkelt, mislukte. Tijdens het leiderschap van Pechtold (2006-2018) wordt wel gesproken van een &#x2018;presidentialisering&#x2019; van de partij.</p>
<p>De redacteuren concluderen &#x2013; weinig verrassend, maar op basis van de bijdragen wel overtuigend &#x2013; dat D66 tegenwoordig geen bestormende, maar een besturende partij is. Eigenlijk was het revolutionaire elan al snel verdwenen, en werd het bovendien vooral uitgedragen door boegbeeld Van Mierlo. Volgens Brummer en Otjes heeft D66 zich ontwikkeld van &#x2018;challenger party&#x2019; tot &#x2018;systeempartij&#x2019;, die ondanks de normaliseringstendens een &#x2018;unieke positie&#x2019; heeft door &#x2018;de combinatie van ideologische ori&#x00EB;ntatie (pro-Europees, kosmopolitisch en progressief), kiezers en ledenprofiel (hoger opgeleid en stedelijk) en houding in de politiek (constructief meebesturen in coalitie en oppositie)&#x2019; (203). D66 staat daarbij voor zoektocht naar balans tussen idealisme en realpolitik. Maar met &#x2018;bestormen&#x2019; heeft het allang niet veel meer te maken. Dat doen tegenwoordig andere partijen.</p>
</body>
</article>