<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13817</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13817</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Neoliberalisme. Een Nederlandse geschiedenis<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1"><sup>1</sup></xref></sup></article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kets</surname>
<given-names>Gaard</given-names>
</name> 
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Radboud Universiteit</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230034</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Mellink</surname><given-names>Bram</given-names></name>
<name><surname>Oudenampsen</surname><given-names>Merijn</given-names></name>
</person-group>
<source>Neoliberalisme. Een Nederlandse geschiedenis</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>336 pp.</page-range>
<isbn>9789024442485</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13817"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Rond de Nederlandse parlementsverkiezingen van maart 2021 was er opvallend veel aandacht voor een vermeend einde van het neoliberalisme. Ter linkerzijde werd (door de <sc>sp</sc> en soms ook door GroenLinks of de PvdA) het morele failliet van deze ideologie al langer aangekondigd. Maar nu verkondigden ineens ook centrumrechtse partijen (doorgaans aangewezen als de veroorzakers van decennialange neoliberale uitholling van de publieke sfeer) haar dood: &#x2018;Het jaar 2020 zal de geschiedenisboeken in gaan als het einde van het neo-liberalisme&#x2019;, aldus Hugo de Jonge in zijn Abel Herzberglezing van dat jaar.</p>
<p>Als we de auteurs van <italic>Neoliberalisme: een Nederlandse geschiedenis</italic> mogen geloven, is deze aangekondigde dood van het neoliberalisme veel te voorbarig. Hun centrale argument is dat het neoliberalisme in Nederland een veel langere geschiedenis kent en veel dieper in onze instituties is geworteld dan doorgaans wordt aangenomen. Wie wel eens heeft geprobeerd om klimop uit een tuin te verwijderen, weet dat iets dat zo lang woekert en zulke diepe wortels ontwikkelt, niet &#x00E9;&#x00E9;n-twee-drie dood is &#x2013; laat staan opgeruimd. Bovendien is het neoliberalisme al vaker overijld overleden verklaard, zoals in de jaren volgend op de financi&#x00EB;le crisis van 2008. Sterker, in <italic>Neoliberalisme: een politieke fictie</italic> (2014) ontkenden Martin van Hees, Patrick van Schie en Mark van de Velde ronduit dat &#x2018;het neoliberalisme&#x2019; als verschijnsel zou bestaan, hooguit als politiek strijdbegrip of vijandsbeeld. Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota 2022 in de Tweede Kamer, op 15 juni 2022, maakte premier Mark Rutte een vergelijkbare claim over neoliberalisme: &#x2018;dat hebben we gelukkig ook niet in Nederland&#x2019;. Bram Mellink en Merijn Oudenampsen laten in hun boek overtuigend zien dat die stelling van de <sc>vvd</sc> in ieder geval van tafel kan.</p>
<p>Over het neoliberalisme als internationaal fenomeen is in de laatste decennia al veel geschreven. In 2005 schreef David Harvey <italic>A Brief History of Neoliberalism</italic>, waarin hij deze ideologie vooral ziet als een politiek-economisch klassenproject. Na de opmars van keynesiaanse economische modellen in de jaren zestig zochten financi&#x00EB;le elites naar een ideologie die de macht van georganiseerde arbeid ten opzichte van kapitaal kon terugdringen. Naast deze marxistische lezing van neoliberalisme verschenen er ook foucaultiaanse analyses, zoals die van Wendy Brown (<italic>Undoing the Demos</italic>, 2015). In deze werken staat vooral de gouvernementaliteit van het neoliberalisme centraal, waarbij de overheid zorg moet dragen voor het goed functioneren van de markt. In tegenstelling tot het klassiek liberalisme, waarin de staat de markt vooral met rust moet laten, staan neoliberalen een actief interventiebeleid voor, waarbij de staat voorwaarden schept voor een optimale marktwerking. Goed bestuur betekent dus goed marktmeesterschap. Dit geldt voor overheden, maar ook voor burgers die in deze nieuwe rationaliteit vooral ondernemers zijn die zichzelf in allerlei levenssferen moeten &#x2018;vermarkten&#x2019;. Het werk van Mellink en Oudenampsen sluit aan bij een derde school van neoliberalisme-onderzoek, waarin neoliberale actoren en netwerken centraal staan. Het meest bekende voorbeeld hiervan is <italic>Globalists</italic> (2018) van Quinn Slobodian, waarin de belangrijkste denkers in de ontwikkeling van het neoliberalisme (denk aan Friedrich Hayek en Ludwig von Mises) en hun invloed op internationale instituties worden geanalyseerd.</p>
<p>Wat Mellink en Oudenampsen dus toevoegen aan deze literatuur is niet zozeer een nieuw begrip van neoliberalisme, maar een prachtig overzicht van &#x2018;neoliberalen&#x2019; in Nederland. Door idee&#x00EB;ngeschiedenis te combineren met een rijk ge&#x00EF;nformeerde netwerkanalyse, laten ze zien hoe neoliberale idee&#x00EB;n in Nederland vanaf de jaren dertig een &#x2018;lange mars door de instituties&#x2019; maakten. In tien chronologisch geordende hoofdstukken schetsen de auteurs de ontwikkeling en contestatie van een neoliberaal besturingsmodel, waarbij belangrijke intellectuele, politiek-filosofische en economische debatten worden gerelateerd aan centrale personen binnen de politieke en bestuurlijke nationale elite die deze idee&#x00EB;n verder konden verspreiden. Een voorbeeld van zo&#x2019;n centrale figuur rond 1970 (hoofdstuk 5), is Willem Drees jr. In de jaren zestig is hij een spil op het Ministerie van Financi&#x00EB;n, waar hij ageert tegen de expansie van overheidsuitgaven, en in de jaren zeventig pleit hij als voorman van <sc>DS</sc>&#x2019;70 voor zuinige, behoudende sociaaldemocratie. Als persoon is Drees jr. in deze periode volgens de schrijvers &#x2018;zowel een sleutelfiguur als een overgangsfiguur&#x2019; tussen de neoliberale pressiegroepen-theorie van de jaren vijftig en de kritiek op het keynesianisme in de jaren zeventig (112).</p>
<p>Andere voorbeelden van sleutelfiguren in de ontwikkeling van het Nederlandse neoliberalisme zijn Jelle Zijlstra, die als directeur van De Nederlandse Bank (1967-1981) een belangrijke herwaardering van het al in de jaren dertig ontwikkelde neoliberale monetarisme doorvoert, en Ad Geelhoed, die als secretaris-generaal op het Ministerie van Economische Zaken (1990-1997) de directie Marktwerking ontwikkelt en er mede op die manier toe bijdraagt dat het Paarse kabinet vooral blauw uitslaat. Ook diens voorganger, de Nijmeegse econometrist Frans Rutten, wordt opgevoerd als een van die sleutelfiguren, vanwege de grote invloed op het beleidsvormingsproces die hij als secretaris-generaal <sc>ez</sc> tussen 1973 en 1990 had. Doordat de auteurs met behulp van deze persoonlijke knooppunten het netwerk van neoliberalen in de Nederlandse bestuurs-elite blootleggen, zijn ze in staat om uit te leggen waarom het neoliberalisme zich hier anders ontwikkelde dan in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Daar waar het Angelsaksische neoliberalisme in de jaren zeventig werd verspreid via grote, door het bedrijfsleven ondersteunde denktanks (zoals het <italic>Adam Smith Institute</italic> of het <italic>Cato Institute</italic>), vond die verspreiding in Nederland plaats binnen bestaande overheidsdiensten zoals het Centraal Planbureau, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en verschillende ministeries. Een tweede, hiermee samenhangend onderscheid is dat in Nederland de neoliberalen geen buitenstaanders waren zoals in het <sc>vk</sc> of de <sc>vs</sc>, waar keynesianen lange tijd de dienst uitmaakten, maar dat ze al vanaf de jaren vijftig een invloedrijke positie hadden binnen de ambtelijke top.</p>
<p>Omdat Mellink en Oudenampsen de nadruk leggen op het netwerk van neoliberale &#x2018;marktmakers&#x2019; in Nederland, verdwijnen echter ook wezenlijke aspecten naar de achtergrond. Waar andere werken over neoliberalisme aandacht hebben voor de sociaaleconomische, culturele, psychologische of democratische effecten van neoliberaal beleid, ontbreken die in dit werk. Denk aan de door Brown gesignaleerde transformatie van burgerschap naar consumentisme, of de door Harvey gedetecteerde groeiende ongelijkheid door de vrijere accumulatie van kapitaal &#x2013; we lezen er in dit boek vrijwel niets over. De antidemocratische tendensen van het neoliberalisme die de auteurs in verschillende interviews aanhalen, komen in het boek slechts indirect naar voren. Ook maatschappelijke tegenstand, sociale bewegingen of de contestatie van neoliberaal beleid in de politiek of op straat, komen niet of nauwelijks aan bod.</p>
<p>Het boek is een bijzonder waardevolle bijdrage aan het begrip van neoliberalisme en haar verspreiding in het algemeen, en geeft een zeer rijk gedocumenteerd beeld van de ontwikkeling van deze ideologie in Nederland. Het is daarmee niet alleen van belang voor historici van Nederland in de twintigste eeuw, maar voor iedereen die onze huidige politiek-economische orde wil begrijpen &#x2013; en mogelijk veranderen.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Naomi Woltring schreef ook mee aan het boek, met name hoofdstuk 10.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>