<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="editorial" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13798</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13798</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Van de redactie &#x2013; Redactioneel</article-title>
</title-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>1</issue>
<fpage>1</fpage>
<lpage>3</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13798"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Meer nog dan <italic>Het verhaal van Nederland</italic> heeft de televisiereeks <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic> duidelijk gemaakt dat de nationale geschiedenis in de Lage Landen allesbehalve dood is. De kijkcijfers waren ongezien hoog, de debatten ongemeen intens. Hoe mensen zich situeren tegenover het verleden, is zowel bepaald door als bepalend voor de posities die zij innemen in het heden en de toekomst die zij willen uitbouwen. De discussies gingen dan ook vooral over de algemene narratieve keuzes die werden gemaakt: welk perspectief werd gekozen, wat werd wel en niet verteld, hoe werden de verschillende onderdelen van het verhaal met elkaar in verband gebracht&#x003F; En school achter al deze keuzes in de eerste plaats een medialogica, of kon er ook een subtiele politieke agenda worden ontwaard&#x003F;</p>
<p>Dat voor de Lage Landen als politieke, economische en culturele entiteit uit het verleden binnen deze reeksen nauwelijks ruimte bleek te bestaan, toont ongetwijfeld hoe weinig draagvlak zij als actuele realiteit en als toekomstideaal kent. Als burgers kunnen we voor onszelf uitmaken of we dat al dan niet erg vinden, maar vanuit historisch perspectief is het ontbreken van een Lage Landen-perspectief zonder meer betreurenswaardig. Voor een belangrijk deel van de geschiedenis was dit perspectief immers veel re&#x00EB;ler dan dat van Nederland, Vlaanderen of Belgi&#x00EB;.</p>
<p>Waar deze reeksen wel hoopvol over stemmen, is over de positie van de historicus/a als expert. Tientallen van hen &#x2013; onder wie velen ooit in <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> hebben gepubliceerd &#x2013; vertaalden op een gezagsvolle en aantrekkelijke manier de meest recente inzichten binnen hun domein naar een breed publiek. De kritieken die de reeks losweekten, waren dan ook zelden op hen gericht. Toch maken deze reeksen ons ook alert voor processen waarin zelfs de meest onpartijdige expertise kan worden ingeschakeld in een politieke en/of medialogica.</p>
<p>In een wetenschappelijk tijdschrift bepalen historici zelf &#x2013; in onderlinge dialoog &#x2013; het verhaal of de verhalen waarbinnen de resultaten van hun onderzoek betekenis krijgen. Toch blijft <italic><sc>bmgn</sc></italic> allesbehalve ongevoelig voor de vragen die vanuit de maatschappij ontstaan. Ondanks de focus op het verleden poogt het tijdschrift het heden inzichtelijk en de toekomst denkbaar te maken. Die rol heeft het in 2022 getracht volop te vervullen, zoals het overzicht van jaargang 137 in het voorliggende nummer aantoont. We boden een groot aantal artikelen en discussiedossiers die inspeelden op actuele thematieken &#x2013; gaande van opiniepeilingen bij verkiezingen en de impact van de gasindustrie op het Nederlandse museumwezen, tot de diverse aspecten van de duurzaamheidsproblematiek.</p>
<p>Goede en relevante geschiedschrijving hoeft echter niet noodzakelijk in het volle vuur van het maatschappelijke debat te staan. Precies door aandacht te besteden aan aspecten van het verleden die niet in de schijnwerpers van het heden staan, kan zij de ogen openen voor de wisselwerking tussen herkenbaarheid en vreemdheid die de studie van het verleden zo aantrekkelijk en betekenisvol maakt.</p>
<p>Deze wisselwerking treft de lezer ook in dit eerste nummer van de 138<sup>ste</sup> jaargang aan. Klaas Van Gelder onderzoekt een zelden belichte vorm van Blijde Intredes tijdens de vroegmoderne periode, meer bepaald die van lokale heren en vrouwen in de dorpen en kleine steden onder hun heerschappij. Deze intredes gaven na verloop van tijd steeds minder aanleiding tot plechtige eden en offici&#x00EB;le charters, maar zij bleven een belangrijke component in de uitgebalanceerde architectuur van de macht in de Bourgondische en Habsburgse Nederlanden.</p>
<p>Elise van Nederveen Meerkerk, Corinne Boter, Sarah Carmichael en Katharine Frederick brengen in hun artikel enkele resultaten samen van een breed opgevat onderzoek over de verschuivingen van de textielindustrie tussen Nederland en Java in de negentiende en vroege twintigste eeuw. Zij plaatsen kanttekeningen bij het klassieke verhaal dat de nadruk overwegend op macrohistorische factoren legt, en vragen aandacht voor het belang van wijzigingen die zich zowel in de metropool als in de kolonie op het niveau van de huishoudens afspeelden.</p>
<p>Aan het einde van dit redactioneel wil ik in naam van de hele redactie Idesbald Goddeeris bedanken, die zich gedurende verschillende jaren met het hem eigen enthousiasme heeft ingezet om niet alleen de wetenschappelijke kwaliteit van dit blad te bewaken, maar ook het blikveld ervan te verruimen.</p>
<p>Namens de redactie,</p>
<p><sc>marnix beyen</sc></p>
<sec id="s1">
<title>From the editors &#x2013; Editorial</title>
<p>Still more than <italic>Het verhaal van Nederland</italic> (<italic>The story of the Netherlands</italic>), the television series <italic>Het verhaal van Vlaanderen</italic> (<italic>The story of Flanders</italic>) has revealed that in the Low Countries national history is by no means obsolete. Viewing figures were unprecedented and debates unusually heated. How people view the past is both determined by and a determinant of the stands they adopt in the present and the future they aim to construct. Accordingly, the discussions revolved mainly around general narrative choices made: which perspective was chosen, what was or was not expressed, how did they relate the different parts of the story to one another&#x003F; And were all these choices perhaps based primarily on media logic, or was a subtle political agenda discernible as well&#x003F;</p>
<p>That these series left virtually no space for the Low Countries as a political, economic and cultural entity from the past is undoubtedly indicative of how rarely they are envisaged as a current reality and a future ideal. We can decide for ourselves as citizens whether this bothers us. From a historical perspective, however, the absence of a Low Countries outlook is certainly unfortunate. Throughout much of history, after all, such a perspective was far more realistic than that of the Netherlands, Flanders or Belgium.</p>
<p>On a more hopeful note, these series reflect the position of historians as experts. Dozens of them &#x2013; including many who once published in <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> &#x2013; shared accounts of the most recent insights in their domain in a style that exudes authority and appeals to a broad public. Very rarely were they targeted by the criticism that the series provoked. Nonetheless, these series have also alerted us to processes where even the most impartial expertise may be harnessed in a political and/or media logic.</p>
<p>In a scholarly journal, historians themselves determine &#x2013; through mutual dialogue &#x2013; the story or stories within which the results of their research acquire meaning. Still, <italic><sc>bmgn</sc></italic> reflects distinctive awareness of issues emerging from society. Notwithstanding its focus on the past, the journal aims to provide insight into the present and to make the future conceivable. In 2022 every effort was made to fulfil this role, as the table of contents from volume 137 shows in the present issue. We offered a great many articles and discussions addressing current themes &#x2013; ranging from opinion polls for elections and the impact of the gas industry on Dutch museums to various aspects of the sustainability problem.</p>
<p>Good and relevant historiography, however, need not take on the full heat of social debate. Considering aspects of the past that are not highlighted in the present may in fact enhance awareness of the interaction between what is recognisable and what is unknown, which makes studying the past so alluring and meaningful.</p>
<p>Readers will also observe this interaction in this first issue of the 138<sup>th</sup> volume. Klaas Van Gelder explores a rarely described type of Joyous Entry during the early modern period, specifically that of local lords and ladies in the villages and small towns under their rule. Over time, these entries were ever more rarely occasions for solemn oaths and official charters, but they remained an important component in the balanced architecture of power in the Burgundian and the Habsburg Netherlands.</p>
<p>Elise van Nederveen Meerkerk, Corinne Boter, Sarah Carmichael, and Katharine Frederick present a selection of results in their article from a broadly-based study about shifts in the textile industry between the Netherlands and Java in the nineteenth and early twentieth centuries. They have questioned the classic narrative that largely emphasises macro-historical factors and call attention to the importance of changes taking place both in the metropolis and in the colony among households.</p>
<p>At the end of this editorial I wish to thank Idesbald Goddeeris on behalf of the entire editorial board. For several years he has devoted himself with a zeal uniquely his own both to safeguarding the academic quality of this journal and to enriching its perspective.</p>
<p>From the editors,</p>
<p><sc>marnix beyen</sc></p>
</sec>
</body>
</article>