<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13719</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13719</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Dwarsliggers. Stakers bij de Centrale Werkplaats in Haarlem in 1903</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>K&#x00F6;sters</surname>
<given-names>Rosa</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230023</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Zandhuis</surname><given-names>Ivo</given-names></name>
</person-group>
<source>Dwarsliggers. Stakers bij de Centrale Werkplaats in Haarlem in 1903</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>112 pp.</page-range>
<isbn>9789087049218</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13719"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p><italic>Dwarsliggers</italic> is de publieksuitgave van het gelijknamige proefschrift van Ivo Zandhuis. Het boek gaat over &#x00E9;&#x00E9;n van de beroemdste werkonderbrekingen uit de Nederlandse geschiedenis: de spoorwegstakingen van 1903. Deze acties zijn niet alleen bekend omdat het de allereerste nationale staking in Nederland betrof, toenmalig premier Abraham Kuyper het leger op de been bracht en Albert Hahn een iconische spotprent maakte (&#x2018;Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil&#x2019;). Minstens zo belangrijk waren de gevolgen: de regering besloot om het staken voor spoorwegpersoneel strafbaar te maken. Deze &#x2018;worgwetten&#x2019;, zoals de socialisten ze noemden, werden pas in 1980 opgeheven onder druk van Europese verdragen.</p>
<p>Zandhuis laat zien dat over de gebeurtenissen in 1903 nog genoeg te zeggen is. In het algemeen geldt dat naar individuele motivaties van stakers zelden systematisch historisch onderzoek is verricht. De verklaring is simpelweg dat de benodigde bronnen veelal ontbreken. Maar Zandhuis vond in het archief van de Hollandsche <sc>ij</sc>zeren Spoorwegmaatschappij (<sc>hsm</sc>) medewerkerslijsten van de Centrale Werkplaats in Haarlem. Deze lijsten vertellen wie er wel en niet staakten, inclusief naam en functie, en het aantal uren dat wel gewerkt werd. Bovendien staat netjes genoteerd wie de staking volhield en wie ontslag kreeg. Aangevuld met bevolkings-, personeels- en belastingregisters en onderzoek naar buren-, familie- en bestuurdersrelaties stellen de lijsten Zandhuis in staat de individuele motieven en afwegingen van de Haarlemse spoorwegstakers te onderzoeken.</p>
<p>Dat levert ook in geografisch opzicht een interessant perspectief op. De aandacht gaat tot nu toe meestal uit naar Amsterdam, omdat de onrust in het Oostelijk Havengebied begon en alle treinstations in de hoofdstad platgingen. Toch deden bij de eerste staking in januari evenzeer acht andere spoorwegknooppunten mee, waaronder Haarlem. Toen in april nieuwe acties volgden, was de stad aan het Spaarne d&#x00E9; brandhaard; de stakingsbereidheid was er aanzienlijk groter dan elders. Wat dreef de stakers bij de Haarlemse Centrale Werkplaats&#x003F;</p>
<p>Het boek werkt stapsgewijs naar de motieven en afwegingen toe. Een bewonderingswaardig palet aan thema&#x2019;s en vakgebieden passeert de revue. Zandhuis beweegt zich daar ogenschijnlijk moeiteloos doorheen en trapt af met de turbulente ontwikkelingen bij het spoor en de werkplaats. In de jaren voor de staking had het Nederlandse spoorwegennetwerk een explosieve groei doorgemaakt waardoor de Centrale Werkplaats uitgroeide tot de grootste werkgever in Haarlem. Het was een &#x2018;echte mannenwereld&#x2019;, aldus Zandhuis: &#x2018;Alleen bij het schoonmaken van de rijtuigen waren enkele vrouwen betrokken&#x2019; (14). De meeste mannen waren geschoolde vaklieden, destijds &#x2018;werklieden&#x2019; genoemd, die onderhoud aan de treinen verrichtten. Dat was behoorlijk technisch werk, maar Zandhuis weet het in begrijpelijke taal op papier te krijgen. Naast de secundaire literatuur bestudeerde hij hiervoor bijvoorbeeld zelf een <italic>Handboek voor smeden</italic> uit 1907.</p>
<p>Hierna volgt een klassiek staaltje arbeidersbewegingsgeschiedenis. Met de opkomst van de moderne economie ontstonden tegen het einde van de negentiende eeuw overal in Nederland nieuwe politieke vraagstukken en nieuwe collectieve organisaties. Het derde hoofdstuk spitst zich toe op Haarlemse verenigingen die zich het lot van Haarlemse werklieden gingen aantrekken. Met het ontstaan van deze verenigingen verbeterden de arbeidsomstandigheden, maar het bleek niet voldoende. Op het moment dat de spoorwegstaking uitbrak waren de lonen bij de Centrale Werkplaats al jaren niet gestegen. De werklieden ergerden zich bovendien voortdurend aan de vari&#x00EB;rende premies voor goed en op tijd afgeleverd werk. Hoofdstuk vier geeft een uiteenzetting van het verloop van de staking zoals we die vaak in vakbonds- en stakingsliteratuur zien. Het is tevens de brug naar het tweede deel van het boek; het decor staat en we komen tot de kern van Zandhuis&#x2019; bijdrage.</p>
<p>Zandhuis laat zien dat het middels digitale methoden mogelijk is om meer systematisch onderzoek te doen naar de individuele motieven en relaties van stakers, en dat is de belangrijkste verdienste van dit boek. De keuze voor deze benadering kwam daarbij zeker niet uit de lucht vallen: Zandhuis studeerde informatica aan de Technische Universiteit Eindhoven en is al ruim twintig jaar zelfstandig adviseur op het gebied van digitale toegankelijkheid van cultureel erfgoed. Voor zijn promotieonderzoek maakte hij een dataset met 1068 werklieden: mannen van wie het stakingsgedrag en voldoende aanvullende informatie te achterhalen waren. Om grip te krijgen op gezinsverplichtingen, migratieachtergronden, religies, loopbanen, scholingsniveaus, inkomens, en buren-, familie- en bestuurdersrelaties volgden uitvoerige berekeningen, zelfgemaakte kaarten en complexe netwerkanalyses. De publieksversie bespreekt voornamelijk de belangrijkste resultaten daarvan. Wie alle tussenstappen, tabellen en gebruikte methoden in detail wil napluizen kan het proefschrift erbij pakken. Daarin bespreekt Zandhuis bijvoorbeeld uitvoerig de toegepaste <sc>ergm</sc>-analyses voor familienetwerken en de multivariabele analyses die leidden tot de logistische regressiemodellen voor staken, volhouden en worden ontslagen. De bijlagen geven meer inzicht in de constructie en toegankelijkheid van de aangelegde dataset.</p>
<p>In zowel het proefschrift als de handelseditie werkt Zandhuis met bestaande theorie&#x00EB;n over de invloed van diverse factoren op de stakingsbereidheid van werkenden. Hij toetst ze aan de hand van zijn resultaten. De conclusie luidt dat de motivatie om te staken niet &#x00F3;f emotioneel &#x00F3;f rationeel &#x00F3;f ideologisch was bepaald, zoals bestaande theorie&#x00EB;n vaak stellen, maar bestond uit een combinatie van de drie. De weging kon per persoon verschillen. Tegelijkertijd blijkt dat religie en inkomen aantoonbaar relevante factoren zijn. Dat is niet heel verrassend; de stakingsliteratuur staat bol van de studies die stellen dat confessionelen (in dit geval gereformeerden en rooms-katholieken) minder staakten en loon vaak &#x00E9;&#x00E9;n van de aanleidingen vormde. Opmerkelijker is dat de relaties met buren of de verantwoordelijkheid voor kinderen in Haarlem geen aantoonbare invloed hadden. Je zou verwachten dat juist buren elkaar regelmatig spraken en dan probeerden de ander over te halen wel of niet te staken.</p>
<p>Voor een publieksuitgave is <italic>Dwarsliggers</italic> ietwat schools. Het boek leest op sommige momenten meer als een keurig onderzoeksverslag dan een vlammend betoog of meeslepende geschiedenis. In de laatste twee hoofdstukken, bijvoorbeeld, behandelen de afzonderlijke paragrafen keer op keer vrij schematisch eerst de opgestelde hypothese, dan kort de gebruikte methode en vervolgens de uitkomst. Geslaagder is de keuze om cijfers en kaarten te combineren met persoonlijke verhalen. Want de &#x2018;feitelijke data over werklieden&#x2019;, zoals Zandhuis schrijft, zijn &#x2018;maar een deel van het verhaal&#x2019; (105). Dat daarbij personen als stakingsleider Abe Bos en rijtuigbankmedewerker Anthonie van Noorduijn op verschillende momenten terugkomen, houdt de lezer betrokken en geeft de stakers een gezicht. Ook de rijkheid aan treffende foto&#x2019;s, tekeningen en andere afbeeldingen brengen de tekst tot leven. Een bijzonder mooie vondst is een gedetailleerde plattegrond van de Centrale Werkplaats uit 1903. Dit alles maakt dat <italic>Dwarsliggers</italic> zowel historisch ge&#x00EF;nteresseerde Haarlemmers zal aanspreken, als voor een bredere groep van (sociaal)historici en geschiedenisstudenten een toegankelijk voorbeeld is van de mogelijkheden die <italic>Digital Humanities</italic> biedt.</p>
</body>
</article>