<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13639</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13639</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De oorlog tegemoet. Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Scheltiens</surname>
<given-names>Vincent</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">postdoctoraal onderzoeker en gastprofessor, Universiteit Antwerpen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230016</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Petram</surname><given-names>Lodewijk</given-names></name>
<name><surname>Kruizinga</surname><given-names>Samu&#x00EB;l</given-names></name>
</person-group>
<source>De oorlog tegemoet. Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939</source>
<publisher-loc>Amsterdam en Antwerpen</publisher-loc>
<publisher-name>Atlas Contact</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>352 pp.</page-range>
<isbn>9789045032559</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13639"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Met <italic>De oorlog tegemoet. Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939</italic>, vertellen Lodewiijk Petram en Samu&#x00EB;l Kruizinga het verhaal van de Nederlanders die na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog naar het Iberische Schiereiland trokken om er het fascisme te bestrijden. Petram, econoom en historicus, publiceerde tot dan toe twee boeken. Hij behandelde de bankencrisis van de jaren 1920 en het ontstaan van de handelsbeurs in de zeventiende eeuw. Samu&#x00EB;l Kruizinga, docent contemporaine en militaire geschiedenis, buigt zich onder meer over de Eerste Wereldoorlog met werken over de neutraliteit van Nederland in dat conflict.</p>
<p>De internationalisering van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en meer bepaald de inzet van buitenlandse vrijwilligers in het republikeinse kamp heeft aanleiding gegeven tot een meer dan aanzienlijke internationale historiografie. Het republikeinse kamp bestond uit veel vrijwilligers maar was militair niet opgewassen tegen die internationalisering aan de overkant: de opstandige generaals die complotteerden tegen het Spaanse republikeinse bewind konden rekenen op de steun van het Itali&#x00EB; van Mussolini en Hitler-Duitsland. Naast egodocumenten, biografie&#x00EB;n en nationale overzichten van deze Spanjestrijders voor de republiek, werd ook een aantal meer globale geschiedenissen van de Internationale Brigaden geschreven, waarvan het in 2020 verschenen <italic>The International Brigades. Fascism, Freedom and the Spanish Civil War</italic> van de Britse journalist Giles Tremlett het meest actuele en meest ambitieuze is.</p>
<p>Het onderzoek naar het wel en wee van de circa 34.000 vrijwilligers die tussen de zomer van 1936 en die van 1938 van alle continenten naar het Iberisch Schiereiland reisden, kende in de laatste decennia van de vorige eeuw nieuwe impulsen. De nieuwe onderzoeksmogelijkheden waren voornamelijk het gevolg van de opening van archieven in Duitsland en in de voormalige Sovjet-Unie en van de archivalische en historiografische vrijheid in het postfranquistische Spanje. De vrijgekomen documenten stelden onderzoekers in de eerste plaats in staat een meer accuraat beeld te verwerven van de rol die de Sovjet-Unie via de Komintern (Communistische Internationale, 1919-1943) in het Spaanse conflict en in de vorming en leiding van de Internationale Brigaden speelde. Deze nieuwe informatie bood onderzoekers ook de mogelijkheid om de Spanjestrijders die vanuit hun land waren vertrokken een meer afgewogen plek te geven in een nationale historiografie. De geschiedenis van velen van die Spanjestrijders eindigde immers niet met de nederlaag van het republikeinse kamp in 1939. Doorgewinterde brigadisten die Spanje overleefden, cre&#x00EB;erden op het terrein immers zowel in Nederland als in Belgi&#x00EB; het gewapende communistische verzet en zij die clandestiene acties, eventuele arrestatie, foltering en kampen overleefden, zagen vanaf 1947 hun kortstondige en nooit echt geofficialiseerde heldenstatus muteren tot die van binnenlandse vijand. Gewantrouwde opponenten van het bewind waren de vele communisten onder hen ook al v&#x00F3;&#x00F3;r ze naar Spanje vertrokken. &#x2018;Premature antifascisten&#x2019;, zoals de Amerikaanse classicus en oud-Spanjestrijder Bernard Knox te horen zou krijgen toen men hem vroeg waar hij als Amerikaanse militair achter de Duitse linies in Frankrijk zijn ervaring had opgedaan.</p>
<p>Het is ditzelfde chronologische traject dat Lodewijk Petram en Samu&#x00EB;l Kruizinga in <italic>De oorlog tegemoet</italic> noodgedwongen volgen in hun relaas dat sterk inzoomt op de rol van de Nederlandse communistische partij (<sc>cpn</sc>) in de werving van Spanjestrijders. Zoals in andere communistische partijen volgde dit &#x2018;ronselen&#x2019; na een fiat van de Komintern en nadat de partijen de grootste moeite hadden om enthousiaste militanten thuis te houden. De auteurs leggen de nadruk op de gevolgen van de strenge Nederlandse aanpak van die Spanjestrijders. Op de Zwitserse na was de Nederlandse overheid degene die zijn brigadisten het zwaarst bestrafte voor het dienen in een vreemd leger, namelijk met het verlies van het Nederlanderschap en dus de staatloosheid. Het kabinet onder voorzitterschap van Hendrik Colijn (Anti-Revolutionaire Partij, <sc>arp</sc>) was beducht voor het communisme en hield zich, eenmaal door een aantal Europese landen een niet-interventiepact ten aanzien van het Spaanse conflict werd getekend, strikt aan een Nederlandse neutraliteit. Zo ving Nederland, in tegenstelling tot Belgi&#x00EB;, geen Spaanse republikeinse kinderen op wanneer vanaf het voorjaar van 1937 de opstandige generaals Baskenland en andere noordelijke regio&#x2019;s veroverden. Ook de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (<sc>sdap</sc>) was meer gereserveerd dan de kameraden van de Belgische Werkliedenpartij (<sc>bwp</sc>). Doorheen hun relaas tonen Petram en Kruizinga goed aan hoe het anticommunisme van de <sc>sdap</sc> de ambitie van de <sc>cpn</sc> fnuikte om zijn isolement in de Nederlandse maatschappij te doorbreken en, na een periode van scherpe aanvallen op de sociaaldemocratie, eenheid te smeden met de <sc>sdap</sc>.</p>
<p>Dit politieke isolement ter linkerzijde en een relatieve apathie in de Nederlandse samenleving rond wat in Spanje gebeurde, verklaren wellicht waarom er minder Nederlandse dan Belgische vrijwilligers naar Spanje vertrokken. Hoeveel is niet bekend, de schattingen situeren zich tussen 700 en 800 mensen. De vroege vertrekkers begaven zich via het Franse communistische netwerk over Parijs naar Zuid-Frankrijk om vervolgens per boot Spanje te bereiken. Zij die iets later volgden, moesten clandestien over de Pyrenee&#x00EB;n reizen.</p>
<p>De meesten van deze Nederlanders werden vrij snel en onvoorbereid ingezet in de verdediging van Madrid, dat door de opstandige legers werd belaagd. Meestal vochten zij &#x2013; omwille van de taalfamiliariteit &#x2013; in geledingen die door Duitse antifascisten gedomineerd werden. Ze sloegen de beter gewapende en getrainde rebellen af. In het najaar van 1938 kwam een einde aan het engagement van de Nederlandse Spanjestrijders. De republikeinse regering besliste toen de Internationale Brigades eenzijdig terug te trekken. De meeste Nederlanders waren al vanaf de zomer van 1937 samengevoegd in &#x00E9;&#x00E9;n compagnie, De Zeven Provinci&#x00EB;n: een 120-tal manschappen sterk, onder leiding van de voormalige anarchist en <sc>cpn</sc>&#x2019;er Piet Laros, die de graad van kapitein in het Spaanse leger had verworven. Aan de Ebro werd door de Nederlanders gezamenlijk gevochten, ze verloren er echter bij benadering zeventig percent van hun effectieven.</p>
<p>In een epiloog vergelijken de auteurs het engagement van de Spanjestrijders met dat van andere <italic>foreign fighters</italic> als de Pauselijke Zouaven (omstreeks 1870), de vrijwilligers bij de Zuid-Afrikaanse Boeren (1899-1902) en, recenter, de Syri&#x00EB;strijders. Handig vermijden ze hierbij de oppervlakkige analogie&#x00EB;n inzake motivaties van strijders door de onderling zeer uiteenlopende casussen te behandelen doorheen de bestraffende aanpak van de autoriteiten en door te focussen op wat de Spanjestrijders zelf dreef.</p>
<p>Voor hun overigens vlot leesbare bijdrage hebben Petram en Kruizinga grondig archiefwerk verricht en dankbaar gebruik gemaakt van de databank van Spanjestrijders en interviews met Spanjeveteranen (beide afkomstig uit het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, <sc>iisg</sc>). Hiermee voegen ze een kwalitatieve bijdrage toe aan een inmiddels mooie Nederlandse Spanje-historiografie die in Belgi&#x00EB;, waar de Spaanse Burgeroorlog meer impact had, zijn gelijke niet heeft. Voor wat Belgi&#x00EB; betreft moet die &#x2018;achterstand&#x2019; wellicht gezocht worden in het historiografische deficit inzake de studie van het verzet tegen de nazi-bezetting. Uitgebreid onderzoek naar communistisch ge&#x00EF;nspireerde organisaties als het Onafhankelijkheidsfront en de Gewapende Partizanen zal immers noodgedwongen tot nieuwe bevindingen over Belgische Spanjestrijders leiden.</p>
<p>Het zou mooi zijn mocht, ter aanvulling van de internationale historiografie over Spaanse Burgeroorlog en Internationale Brigaden, het werk van Petram en Kruizinga een Engelse en Spaanse vertaling vinden. Laat dat overigens een pijnpunt zijn in dit werk, dat de auteurs in hun &#x2018;overzicht van de historiografische en ideologische discussies&#x2019; en &#x2018;de beste analyses&#x2019; van de Spaanse Burgeroorlog niet &#x00E9;&#x00E9;n werk weten te citeren van een Spaanse auteur, alsof het oeuvre van Juli&#x00E1;n Casanova, Enrique Moradiellos, Santos Juli&#x00E1;, Angel Vi&#x00F1;as en vele, vele anderen er niet zou toe doen.</p>
</body>
</article>