<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13638</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13638</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>L. De lezer van de 19<italic><sup>de</sup></italic> eeuw</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Sturkenboom</surname>
<given-names>Dorothee</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">historicus en onafhankelijk onderzoeker</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230015</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Mathijsen</surname><given-names>Marita</given-names></name>
</person-group>
<source>L. De lezer van de 19<italic><sup>de</sup></italic> eeuw</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Uitgeverij Balans</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>463 pp.</page-range>
<isbn>9789463821780</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13638"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Sinds ik als beginnend onderzoeker haar <italic>De geest van de dichter</italic> (1990) las, met daarin gefingeerde gesprekken met elf negentiende-eeuwse schrijvers, ben ik een fan van Marita Mathijsen: originele invalshoek, geestige taalvondsten, vakkennis &#x00E9;n verbeeldingskracht. Wat dat laatste betreft is ook <italic>L. De lezer van de 19<italic><sup>de</sup></italic> eeuw</italic>, dankzij opgenomen fictieve dagboekfragmenten, een echte &#x2018;Mathijsen&#x2019; geworden. In vijf mooi ge&#x00EF;llustreerde, chronologische hoofdstukken wordt de literatuur van de negentiende eeuw beschreven vanuit de leefwereld van een denkbeeldige boekenliefhebber, genaamd L. De ambitie van Mathijsen was niets minder dan een alternatieve literatuurgeschiedenis van de negentiende eeuw te schrijven, &#x2018;die alle andere literatuurgeschiedenissen oubollig zou moeten maken&#x2019; (425). De vraag is: is zij in haar opzet geslaagd&#x003F;</p>
<p>De vijf hoofdstukken (1800-1814, 1814-1830, 1830-1848, 1848-1868, 1869-1900) zijn opgezet volgens een herkenbaar stramien met telkens terugkerende elementen: een korte inleiding, schetsen van de politieke situatie en maatschappelijke veranderingen, de literatuur die daarop reageert, het circuit van auteurs, de tijdschriften die L kan lezen, het literaire verleden in de ogen van de negentiende-eeuwers, veranderingen in de literaire smaak en tot slot een top tien van populaire boeken. Daarnaast heeft Mathijsen zichzelf de vrijheid gegeven om in elk hoofdstuk aparte accenten te zetten met extra paragrafen die niet op dezelfde manier in de andere hoofdstukken terug te vinden zijn &#x2013; bijvoorbeeld over de mogelijkheden om boeken te lenen, de participatie van vrouwen, de relatie tussen religie en de letteren, de populariteit van voordrachtsverenigingen of de zichtbaarheid van schrijvers in het openbare leven. Het resultaat is een mengvorm tussen een letterkundig handboek en een vrijer opgezette monografie over de productie, distributie, consumptie en receptie van literatuur in de negentiende eeuw.</p>
<p>Met de reeds genoemde fictieve dagboekfragmenten die telkens zo&#x2019;n een &#x00E0; twee pagina&#x2019;s beslaan, is de denkbeeldige lezer L prominent in het boek aanwezig. Hoewel L in principe net zo goed een vrouw kon zijn, is L bij Mathijsen toch vaker een gehuwde man (13 respectievelijk 44 keer). Hij schrijft over boeken die net verschenen zijn, geeft zijn mening over wat hij aan het lezen is, voordrachten die hij heeft bijgewoond, toneelstukken die hij gezien heeft en roddels over literaire grootheden die hij vernomen heeft. Met L aan het woord, krijgen we de geesteshouding van de doorsnee negentiende-eeuwse burger smakelijk uitgeserveerd &#x2013; inclusief paternalisme en dubbele standaard.</p>

<p>Op twee of drie fragmenten na, laat Mathijsen de vrouwelijke L vooral aan het woord over boeken van schrijfsters of met vrouwelijke hoofdpersonages, of als het over kinderen en andere &#x2018;vrouwenkwesties&#x2019; gaat, zoals emancipatie. Dat is jammer, want waarom zou de vrouwelijke L geen mening kunnen hebben gevormd over andere maatschappelijke onderwerpen&#x003F; Wat dat betreft lijkt Mathijsen toch wat door haar geliefde negentiende-eeuwers be&#x00EF;nvloed. Wanneer zij een vrouwelijke auteur enkel bij haar voornaam noemt (&#x2018;Daar werd Petronella heel pissig van&#x2019;, 51), is de toon uitzonderlijk gemeenzaam. Mannelijke auteurs die Mathijsen serieus neemt, worden niet enkel met de voornaam aangeduid. Misschien hindert het alleen een <italic>gender</italic>-sensitieve lezer, maar dat Mathijsen het schrijversduo Betje Wolff en Aagje Deken telkens met een negentiende-eeuws &#x2018;de dames Wolff &#x0026; Deken&#x2019; (50, 127, 198, 204) aanduidt, vond ik storend. In onze tijd, waar woorden als dameskransje, damesboek of damesdrankje overwegend denigrerend gebruikt worden, is dit is geen neutraal predicaat meer &#x2013; als het dat al ooit was.</p>
<p>Mathijsen gaat modern taalgebruik niet uit de weg. Met verwijzingen naar bijvoorbeeld GeenStijl, Netflix, #MeToo, <italic>woke</italic> en de Consumentengids trekt zij in elk hoofdstuk wel een aantal parallellen met onze hedendaagse samenleving. Bij hoorcolleges of lezingen is dat een beproefde methode om de aandacht van het gehoor vast te houden. Maar is het de juiste keuze is voor een literatuurgeschiedenis die wat langer mee moet&#x003F; Weet iedereen over een paar jaar nog waar Mathijsen aan refereert met &#x2018;dor hout&#x2019; en &#x2018;voltooid leven&#x2019; of zijn we dan zelfs de &#x2018;anderhalve meter afstand houden&#x2019; alweer vergeten&#x003F;</p>
<p>Ondertussen is het Mathijsen wel toevertrouwd het veelkoppige verschijnsel van de negentiende-eeuwse literatuur vakkundig te beschrijven: de schrijvers, uitgevers, winkels, leesclubs, podia, discussies, innovaties, en wat niet al. Ook de politieke en maatschappelijke context vat ze telkens uitstekend samen. Dat Mathijsen haar dierbare negentiende eeuw door en door kent, staat vast. Dat ze minder goed thuis is in de achttiende eeuw en deze af en toe tekort doet, zij haar vergeven. Want vanaf de allereerste zin &#x2013; &#x2018;Ik stel u voor: L.&#x2019; (7) &#x2013; weet de auteur te boeien. Zelfs de doorgaans zo droge verantwoording en afbakening wordt aantrekkelijk gebracht. Doorslaggevend voor opname in deze alternatieve literatuurgeschiedenis was voor Mathijsen niet zozeer kwaliteit, maar de populariteit van een auteur dan wel literaire stroming in de negentiende-eeuwse media (tijdschriften, kranten, pamfletten, bibliotheekcatalogi). Een slimme zet, want dankzij dit criterium maken we ook kennis met ons minder bekende auteurs die indertijd wel degelijk populair waren bij de lezers maar inmiddels uit de canon verdwenen zijn. Zo was de dichter W.J. van Zeggelen vanwege zijn humor erg in trek bij rederijkerskamers waar hij telkens weer opnieuw werd voorgedragen. Hoewel voor het meten van die populariteit nauwelijks hard cijfermateriaal beschikbaar is, haalt Mathijsen het maximale uit de indicatoren die ze wel tot haar beschikking heeft zodat ze voor elk tijdvak een verantwoorde boeken top tien kon reconstrueren.</p>
<p>Tot slot recapituleert Mathijsen in haar &#x2018;Achteraf&#x2019; aan de hand van L nog eens de belangrijkste ontwikkelingen in de negentiende eeuw: niet alleen veranderde zijn smaak in po&#x00EB;zie maar hij begon ook meer korte verhalen en romans te lezen. Hij deed dat steeds vaker alleen in plaats van in het gezelschap van anderen. Was hij aanvankelijk nog op zoek naar een morele boodschap in de literatuur en kreeg hij graag verteld wat hij moest lezen, gaandeweg de eeuw werd hij mondiger en ging hij meer openstaan voor vernieuwingen. L vermeerdert zich bovendien snel. Met meer lezers en lezeressen van een steeds diverser achtergrond, groeien ook de letterkunde en &#x2018;gemakslectuur&#x2019; verder uit elkaar.</p>
<p>Een &#x2018;biografie van de lezer in de negentiende eeuw&#x2019; (8) is <italic>L. De lezer van de 19<italic><sup>de</sup></italic> eeuw</italic> wellicht niet helemaal geworden. Daarvoor zijn er teveel paragrafen waar L al te zeer op de achtergrond raakt tot Mathijsen zich zijn bestaan weer herinnert en hem naar voren haalt in haar verhaal. Maar dankzij Mathijsens verbeeldingskracht ontstaat met de fictieve dagboekfragmenten een bijzonder levendig beeld van wat de literair-ge&#x00EF;nteresseerde negentiende-eeuwse burger(es) bezighield. Ook krijgen we een goede indruk van wat er zoal speelde in het literaire leven, inclusief roddels en ruzies. Met <italic>L</italic> is Mathijsen dus zonder meer geslaagd in haar opzet een aantrekkelijke non-conformistische literatuurgeschiedenis te schrijven vanuit een nieuw perspectief. Maakt dit alle andere literatuurgeschiedenissen nu op slag tot &#x2018;oubollige&#x2019; lectuur&#x003F; Nee, met het type traditionele literatuurgeschiedenis was namelijk al eerder gebroken door anderen binnen het vak, bijvoorbeeld door Inger Leemans en Gert-Jan Johannes met <italic>Worm en donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1700-1800</italic> (2013), dat qua opzet en stijl evenzeer vernieuwend is. Maar goed voorbeeld doet goed volgen. Hoe meer verrassende en boeiend geschreven literatuurgeschiedenissen we ter beschikking hebben om hedendaagse lezers enthousiast te krijgen voor de oudere letteren, des te beter.</p>
</body>
</article>