<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13637</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13637</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Zoeken, aangrijpen en vernietigen! Het Nederlandse militaire optreden in Indonesi&#x00EB; 1945-1949</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kruizinga</surname>
<given-names>Samu&#x00EB;l</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230014</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Harinck</surname><given-names>Christiaan</given-names></name>
</person-group>
<source>Zoeken, aangrijpen en vernietigen! Het Nederlandse militaire optreden in Indonesi&#x00EB; 1945-1949</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Prometheus</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>383 pp.</page-range>
<isbn>9789044650471</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13637"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog staat volop in de aandacht. Daarbij staat het begrip &#x2018;extreem geweld&#x2019; centraal. Dat extreme geweld is kenmerkend voor het Nederlandse optreden, zo luidt &#x00E9;&#x00E9;n van de belangrijkste conclusies van het onderzoeksprogramma <italic>Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesi&#x00EB;, 1945-1950</italic> van de samenwerkende onderzoeksinstituten <sc>niod, kitlv</sc> en <sc>nimh</sc>, financieel mogelijk gemaakt door de Nederlandse regering. In navolging van het baanbrekende onderzoek van R&#x00E9;my Limpach (<italic>De brandende kampongs van Generaal Spoor</italic>, 2016) wordt hierin nogmaals bevestigd dat Nederlandse militairen in Indonesi&#x00EB; stelselmatig grensoverschrijdend geweld gebruikten, en dat militaire, juridische en politieke structuren dat faciliteerden door het extreme geweld te accepteren of zelfs aan te moedigen. Die conclusie had en heeft ook politieke gevolgen: premier Mark Rutte heeft in 2022, het jaar waarin de eerste resultaten van het onderzoeksprogramma verschenen, twee keer zijn excuses aangeboden voor dat extreme geweld, waarbij hij in zijn toespraak van 3 september 2022 overigens het voorbehoud maakte dat de schuld moet worden gezocht bij de (toenmalige) autoriteiten en &#x2018;zeker niet bij de individuele dienstplichtigen&#x2019;.</p>
<p>Christiaan Harincks onderzoek naar de wijze(n) waarop de Nederlandse krijgsmacht Indonesische onafhankelijkheidsstrijders bevocht vormt geen onderdeel van het onderzoeksprogramma, maar is er in zekere zin een commentaar op &#x2013; en dan met name op het onderzoek van Limpach dat het conceptuele startpunt van het onderzoeksprogramma vormde. Bij Harinck gaat het niet over &#x2018;extreem geweld&#x2019;, door Limpach begrepen als geweld buiten directe gevechtssituaties, zoals martelingen, standrechtelijke executies en mishandeling van krijgsgevangenen. Het gaat hier om het Nederlandse militaire optreden in Indonesi&#x00EB; op algemeen-tactisch niveau, dus in het gevecht met de tegenstander. Dat optreden was, aldus Harinck, &#x2018;zeer gewelddadig&#x2019; (19), af te meten aan de verhouding tussen het aantal militaire slachtoffers aan beide zijden. Voor elke Nederlander sneuvelden er 21 Indonesi&#x00EB;rs &#x2013; als we alleen slachtoffers van direct oorlogsgeweld, dus niet de zieken, verongelukten, vermisten, et cetera, meerekenen, is de verhouding nog schever: &#x00E9;&#x00E9;n Nederlander op 38 Indonesi&#x00EB;rs. Deze enorme discrepanties zijn ook nog eens is gebaseerd op de meest conservatieve schattingen van Indonesische slachtoffers. De belangrijkste reden voor deze extreem scheve verhouding, aldus Harinck, is de manier waarop de Nederlandse landstrijdkrachten <sc>km</sc> en <sc>knil</sc> de oorlog tactisch conceptualiseerden, en dat concept vervolgens uitvoerden. De krijgsmachttop voerde de oorlog met een heilig geloof in eigen militaire kracht en vermogen om met militaire middelen een &#x2018;oplossing&#x2019; te forceren, zo weten we sinds het proefschrift van Petra Groen (<italic>Marsroutes en dwaalsporen</italic>, 1991). Maar een effectief antwoord op de guerrilla die de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders van de <sc>tni</sc> en andere strijdgroepen voerden, had Nederland niet. Dit gegeven werkt Harinck verder uit, en hij laat zien dat het antwoord dat wel gegeven werd, er een was waarin geweld de boventoon voerde.</p>
<p>Ervan uitgaande dat de politieke leiding van de Republiek niet in staat zou zijn om de guerrilla&#x2019;s effectief te controleren, kregen Nederlandse troepen de opdracht ze te &#x2018;vernietigen&#x2019; &#x2013; dat wil zeggen, ze uit te schakelen als effectieve gevechtseenheid. Maar gaandeweg kreeg dat vernietigen een letterlijke invulling. Agressief optreden, waarbij eerst geschoten werd en dan pas vragen gesteld werden, was het devies; de boektitel dekt dat heel aardig. Guerrilla&#x2019;s die niet ontwapend of gevangen genomen konden worden, vluchtten immers vaak weg en sloegen elders opnieuw toe. Daarbij waren de Nederlanders met te weinig om steeds grotere gebieden effectief te controleren en alle aan hen toegewezen militaire taken uit te voeren, en groeide de angst om&#x2019; s nachts plotseling het slachtoffer te worden van de guerrilla&#x2019;s. Ook instructie en doctrine moedigden gewelddadig optreden aan. De vooroorlogse handleiding voor het uitvoeren van &#x2018;politietaken&#x2019; door het <sc>knil</sc> was die van een koloniale politiestaat, waarin respect voor de rechten van de bewoners en aandacht voor proportionaliteit geen plaats hadden, maar grove generaliseringen over de effecten van overweldigend geweld op de &#x2018;inlanders&#x2019; des te meer (50, 55). Bovendien schoot de instructie kwalitatief tekort: onderofficieren kregen niet het soort opleiding dat hen voorbereidde op optreden in grote, ondoordringbare gebieden, en vrijwilligers en dienstplichtigen ontbrak het aan vuurdiscipline. En om het gebrek aan menskracht, veiligheid en controle te compenseren, werden in de latere fase van het conflict steeds zwaardere wapens (onder andere pantserwagens en artillerie) ingezet om de infanteristen zo min mogelijk bloot te stellen aan risico&#x2019;s. Deze zichzelf versterkende tendens kende, laat Harinck zien, twee momenten van versnelling: Operatie Product in juli-augustus 1947 en vooral de periode na Operatie Kraai van eind 1948 en 1949. Deze twee operaties waren ingezet om de Republiek te onthoofden, maar leidden niet tot een vermindering van guerrilla-activiteit. Dit werkte demotiverend, maar maakte het tegelijkertijd makkelijker de tegenstander weg te zetten als &#x2018;extremist&#x2019; die niet met gewone krijgsmiddelen tegemoet kon worden getreden.</p>
<p>Harincks boek, een bewerking van zijn proefschrift, is een vlot geschreven, buitengewoon nuttige aanvulling op de eerste resultaten van het onderzoeksprogramma <italic>Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesi&#x00EB;</italic>, die vanaf 2022 zijn verschenen. De sterkste, en meest tragische, onderdelen ervan zijn die waarin voorschriften en tactische instructies worden gekoppeld aan egodocumenten om te laten zien hoe abstracte instructies werden vertaald in concrete gevechtssituaties. &#x2018;Wat een ellendige rotbende!&#x2019;, karakteriseert oorlogsvrijwilliger (&#x2018;<sc>ovw-</sc>er&#x2019;) Kuipers het optreden van zijn eenheid. &#x2018;Somber gestemd vervolgde de patrouille zijn weg, peinzend over deze merkwaardige oorlog waarin nooit helemaal duidelijk was wie de vijand was, en waarin je vaak wel gedwongen was te schieten, anders ging je er zelf aan, en je kameraden met jou&#x2019; (94). Minder sterk is het boek in het historisch contextualiseren van de Nederlandse anti-guerrillatactiek. Er is weinig ruimte voor tegenvoorbeelden, voor uitzonderingen en voor differentiatie in ruimte en tijd: de structuren zijn leidend, het menselijk handelen lijkt voor Harinck (net als voor premier Rutte) daarvan een afgeleide. Bovendien onderneemt Harinck weliswaar pogingen om de Nederlandse tactiek van 1946-1949 op basis van de historiografie te vergelijken met die van eerdere Nederlandse politie- of pacificatiemissies in Indonesi&#x00EB;, andere dekolonisatieoorlogen in de jaren 1940 en 1950, of met hedendaagse doctrinaire ontwikkelingen in <italic>counterinsurgency</italic> (<sc>coin)</sc> operaties zoals die in Afghanistan, maar die komen nauwelijks uit de verf en leveren geen nieuwe gezichtspunten op.</p>
<p>Wat ten slotte aan dit boek opvalt is de afwezigheid van de tegenstander. Tijdens het lezen van dit boek wordt duidelijk dat Nederland de strijd in Indonesi&#x00EB; op uiterst gewelddadige wijze verloren heeft, en dat een andere uitkomst eigenlijk moeilijk voor te stellen was. Maar de oorlog werd niet alleen door Nederland verloren, hij werd ook door Indonesi&#x00EB; gewonnen. Harinck erkent dit en stelt zelf ook dat Nederlandse bronnen, waar hij zich toe heeft moeten beperken, maar een heel bescheiden licht op de Indonesische kant van de zaak werpen. Laten we hopen dat zijn oproep om meer vergelijkend Nederlands-Indonesisch onderzoek te doen, zal worden opgevolgd. Zijn boek biedt alvast zeer nuttige aanknopingspunten &#x2013; al vertelt het, uit de aard der zaak, slechts de helft van het verhaal.</p>
</body>
</article>