<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13636</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13636</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Op zoek naar stabiliteit. Nederland tijdens de Balkenende-jaren 2002-2010</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kroeze</surname>
<given-names>Ronald</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">directeur Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230013</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Wielenga</surname><given-names>Friso</given-names></name>
</person-group>
<source>Op zoek naar stabiliteit. Nederland tijdens de Balkenende-jaren 2002-2010</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>536 pp.</page-range>
<isbn>9789024443888</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13636"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In 2002, vanuit de coulissen van &#x2018;theater Fortuyn&#x2019;, leidde Jan Peter Balkenende het Christen-Democratisch App&#x00E8;l (<sc>cda</sc>) naar een verkiezingsoverwinning. Daarna was Balkenende kortstondig premier van een rechts(populistisch) kabinet van het <sc>cda</sc>, de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (<sc>vvd</sc>) en de Lijst Pim Fortuyn (<sc>lpf</sc>), drie jaar van een centrumrechts kabinet &#x2013; <sc>cda</sc>, <sc>vvd</sc> en Democraten 66 (D66) &#x2013; eventjes van een <sc>cda</sc>-<sc>vvd</sc> rompkabinet, en tot slot drie&#x00EB;nhalf jaar van een centrumlinkse coalitie van <sc>cda</sc>, ChristenUnie (<sc>cu</sc>) en de Partij van de Arbeid (PvdA). Geen van zijn kabinetten haalde de eindstreep en in 2010 verliet Balkenende de politiek na een zware verkiezingsnederlaag. In de media domineerde het beeld van een weinig succesvolle premier.</p>
<p>Toch was de periode van 2002 tot 2010 de tijd van de &#x2018;Balkenende-jaren&#x2019;, aldus Friso Wielenga in zijn <italic>Op zoek naar stabiliteit. Nederland tijdens de Balkenende-jaren 2002-2010</italic>. Het is de eerste systematische politiek-historische analyse van de kabinetten-Balkenende, waarin Wielenga het &#x2018;alom heersende beeld&#x2019; wil nuanceren dat Balkenende weinig succesvol was. Tevens beoogt het boek een antwoord te geven op de vraag in hoeverre 2002 &#x2013; het jaar van de Fortuyn-revolte &#x2013; een cesuur was. Dit antwoord wordt gezocht in zeven hoofdstukken, waarvan er een is geschreven door de politicoloog Markus Wilp en een ander door emeritus-hoogleraar economie Kees Paridon. De auteurs hebben voor hun analyses een vari&#x00EB;teit aan bronnen geraadpleegd: onder andere Kamerstukken, rapporten, krantenartikelen, enkele archiefstukken, interviews met betrokken politici en literatuur.</p>
<p>Allereerst zet Wielenga 2002 in een breder perspectief. Hij schetst hoe Nederland tijdens de Paarse kabinetten van premier Wim Kok (PvdA, 1994-2002) in rustiger economisch en maatschappelijk vaarwater kwam na de polarisatie en crises van de jaren zeventig en tachtig. De periode deed zelfs denken aan de succesvolle wederopbouwjaren onder premier Willem Drees (PvdA, 1948-1958). Maar de ontzuilde en ge&#x00EF;ndividualiseerde burger van de jaren negentig was een stuk assertiever dan die van de jaren vijftig, zo kondigt Wielenga het naderende rampjaar 2002 aan. Veel kritiek had die burger op de doorgeslagen verzakelijking van overheidsdiensten die niet beter leken te gaan presteren &#x2013; denk aan de wachtlijsten in de zorg &#x2013; en op de Paarse coalitiepartijen (PvdA, <sc>vvd</sc> en D66) die prangende vraagstukken uit de weg gingen omdat ze erover diep van mening verschilden &#x2013; denk aan arbeidsongeschiktheidsbeleid, migratie en integratie, en de <sc>eu</sc>.</p>
<p>Daarna wordt de &#x2018;2002-revolte&#x2019; uitgediept. Wielenga betrekt daarbij bespiegelingen van politicologen die wijzen op de, al ver voor 2002 toenemende, kiezersvolatiliteit waarvan Paars de rekening gepresenteerd kreeg, die leidde tot het wantrouwen tussen kiezers en gekozenen waar ook de kabinetten-Balkenende last van hadden. Wielenga thematiseert deze &#x2018;kloof&#x2019; en laat zien hoe de politiek bestuurlijke vernieuwing als middel zag om deze te overbruggen. Maar na een analyse van het debacle van de mislukte invoering van de gekozen burgemeester in 2005 &#x2013; een oude wens van D66 en een speerpunt van Balkenende-<sc>ii</sc> &#x2013; concludeert Wielenga dat tussen 2002 en 2010 op het gebied van bestuurlijke vernieuwing &#x2018;geen enkele vooruitgang&#x2019; is geboekt (269).</p>
<p>Om te onderzoeken of Balkenende toch succes had, analyseert Wielenga ook andere beeldbepalende thema&#x2019;s, zoals Balkenendes pleidooi voor het herstel van &#x2018;normen en waarden&#x2019;. Het was Balkenende ten voeten uit: stijl en inhoud overlapten volkomen. Het was de voormalige hoogleraar christelijk-sociaal denken met het degelijke &#x2018;Harry-Potter&#x2019;-kapsel die opriep tot meer fatsoen na het <italic>&#x2018;ikke-</italic>tijdperk&#x2019; van Paars. Balkenende krijgt van Wielenga de <italic>credits</italic> voor het agenderen van dit veel breder gedragen streven naar normherstel. Hij vestigde ook een belangrijke nieuwe norm: die voor het maximeren van topinkomens, <italic>het</italic> uithangbord van de campagne tegen de uitwassen van de neoliberale <italic>greed-is-good</italic>-mentaliteit die had geleid tot exorbitante beloningen in de (semi)publieke sector. Tegelijkertijd had &#x2018;normen en waarden&#x2019; iets oubolligs &#x2013; <sc>vvd</sc>-leider Gerrit Zalm sprak over Balkenendes &#x2018;tegeltjeswijsheden&#x2019; &#x2013; en vereiste het thema een vertaalslag naar deelonderwerpen, zoals de <sc>wrr</sc> adviseerde in 2003, die Balkenende nooit overtuigend wist te realiseren. Hij liet het onderwerp steeds meer op z&#x2019;n beloop. Het was dus geen volkomen succes.</p>
<p>In hoofdstuk vijf wijst Markus Wilp op het ge-jojo met het integratiebeleid na 2002: van &#x2018;streng&#x2019; onder &#x2018;ijzeren Rita&#x2019; Verdonk (<sc>vvd</sc>, 2003-2006) naar het &#x2018;vage&#x2019; beleid van minister Ella Vogelaar (PvdA, 2007-2008) die van integratie &#x2018;een opdracht van iedereen maakte&#x2019; (<italic>de Volkskrant</italic> in 2007) en daarmee van niemand. Ook letterlijk, want de betrokken <italic>stakeholders</italic> (onder andere woningcorporaties) kwamen niet met geld over de brug en haar eigen partij liet haar al na anderhalf jaar vallen. Wilp concludeert dat het lastig is het succes vast te stellen vanwege de vele beleidswijzigingen.</p>
<p>In hoofdstuk zes is Kees Paridon stellig. Hij analyseert het economisch beleid tegen de achtergrond van de wereldeconomie, de crisis van 2007-2008 en Balkenendes pleidooi dat het &#x2018;anders en beter&#x2019; moet, zoals hij in zijn boek met de gelijknamige titel uit 2002 had aangekondigd. Paridon concludeert dat, ondanks alle hervormingen, het beleid sterk op dat van Paars leek, ook op het gebied van armoedebestrijding, inkomensongelijkheid en wachtlijsten in de zorg. Bovendien, als het &#x2018;puntje bij paaltje kwam&#x2019;, gingen de markt en het wegwerken van de overheidsschuld voor op het versterken van collectieve goederen (onderwijs, huurwoningen, zorg) &#x2013; &#x2018;fundamenteel anders en beter was het niet geworden&#x2019; (354).</p>
<p>Het laatste hoofdstuk wordt gewijd aan het buitenlands beleid, dat &#x2018;herhaaldelijk tot spanningen leidde&#x2019;, bijvoorbeeld inzake steun voor de Amerikaanse inval in Irak (2003) en door de <sc>vs</sc>-geleide missies in Afghanistan. Onenigheid tussen <sc>cda</sc> en PvdA over het laatstgenoemde onderwerp leidde zelfs tot de val van Balkenende <sc>iv</sc> in 2010. Hoe &#x2018;zoekende&#x2019; de politiek was, blijkt ook uit het referendum over het Europees Grondwettelijk Verdrag in mei 2005. Politici verschilden onderling sterk van mening waardoor de &#x2018;ja-campagne&#x2019; van het kabinet te laat werd gestart en uitdraaide op een &#x2018;rampcampagne&#x2019; (386). Het overduidelijke &#x2018;nee&#x2019; tegen de grondwet werd beschouwd als nieuw bewijs van de kloof waar Balkenende geen goed antwoord op had.</p>
<p>Alles overziend overtuigt Wielenga in het tonen van de bijzondere omstandigheden waarin politici na 2002 opereerden en in het nuanceren van 2002 als breuk, maar wat minder waar het aankomt op de vraag of Balkenende succesvol was. Wielenga stelt dat Balkenende &#x2018;doortastender&#x2019; heeft opgetreden dan de beeldvorming suggereert en een positievere beoordeling &#x2018;verdient&#x2019;. Toch blijven er vragen. Bijvoorbeeld in hoeverre Balkenende nu succesvol was in het <italic>agenderen</italic> van nieuwe of eigen onderwerpen, of in het <italic>realiseren</italic> van beleidsresultaten&#x003F; Mogelijk had meer aandacht voor zijn intenties, en die van andere beeldbepalende politici, een extra laag kunnen bieden.</p>
<p>Ook blijft na het lezen iets anders bij van politiek in de Balkenende-jaren (en daarna): de paradox van een burger die om nieuwe perspectieven en houvast vroeg, een behoefte die werd aangezwengeld door politici zelf maar die diezelfde politici niet konden vervullen. Soms deed de politiek zelfs het tegenovergestelde. Zie de commissie-Blok (2004), die concludeerde dat het integratiebeleid niet had gefaald, terwijl de politiek eerst had gesteld dat veel was misgegaan en, door dat eenduidig te benoemen, er lessen getrokken konden worden. Zie de roep om enerzijds meer betrokkenheid bij de politiek en anderzijds de halfslachtige pogingen tot bestuurlijke vernieuwing, zelfs het staken ervan na enkele mislukkingen. Zie de reactie van (christelijke) politici die luid riepen om nieuwe fatsoensnormen maar terugdeinsden zodra eigen heilige huisjes in gevaar kwamen, zoals de vrijheid van onderwijs tijdens de discussie over het burgerschapsonderwijs (2003-2006). En zie de conclusie van het <sc>wrr</sc>-rapport uit 2007 zoals verwoord door &#x2013; toen nog &#x2013; prinses M&#x00E1;xima dat &#x2018;de Nederlandse identiteit&#x2019; niet bestaat. Het was verwarrend, eerder olie op het vuur, voor een land dat zocht naar houvast, zoals geschiedtheoreticus Frank Ankersmit destijds al opmerkte.</p>
<p>Zo bezien biedt het boek een bruikbaar en leesbaar overzicht van de grote thema&#x2019;s van de &#x2018;Balkenende-jaren&#x2019; en een waardevol vertrekpunt om nieuwe vragen te stellen over politiek in de contemporaine geschiedenis.</p>
</body>
</article>