<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13634</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13634</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Dienstbaar aan de keten&#x003F; De Nederlandsche Bank en de laatste decennia van de slavernij, 1814-1863</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Delea</surname>
<given-names>Mano</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>20230011</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Fatah-Black</surname><given-names>Karwan</given-names></name>
<name><surname>Lauret</surname><given-names>Lauren</given-names></name>
<name><surname>van den Tol</surname><given-names>Joris</given-names></name>
</person-group>
<source>Dienstbaar aan de keten&#x003F; De Nederlandsche Bank en de laatste decennia van de slavernij, 1814-1863</source>
<publisher-loc>Leiden</publisher-loc>
<publisher-name>Leiden University Press</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>247 pp.</page-range>
<isbn>9789087283834</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13634"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De rol van De Nederlandsche Bank (<sc>dnb</sc>) bij slavernij is tot dusver niet of nauwelijks onderzocht. De auteurs van <italic>Dienstbaar aan de keten&#x003F;</italic> onderzoeken deze rol in de periode vanaf de oprichting van <sc>dnb</sc> in 1814 tot de formele afschaffing van de trans-Atlantische slavernij in Nederland op 1 juli 1863. Na de afschaffing volgde een periode van Staatstoezicht die in totaal tien jaar duurde. Hoewel de rol van <sc>dnb</sc> nauwelijks is onderzocht, is er eerder onderzoek gedaan naar de betrokkenheid van Nederlandse banken bij slavernij, zoals in het proefschrift <italic>De Westindische plantages van 1720 tot 1795: Financi&#x00EB;n en Handel</italic> van J. P. van der Voort (1973). De aandacht voor banken en het slavernijverleden is de laatste twee decennia gegroeid. In 2006 verscheen een rapport over <sc>abn amro,</sc> getiteld <italic>Predecessors of <sc>abn amro</sc> Bank N.V. and Connections to African Slavery in the United States and the Americas</italic>. Daaruit bleek dat de Nederlandse voorgangers van de bank betrokken waren bij slavernij. Een ander onderzoek in opdracht van <sc>abn amro</sc>, <italic>The slavery history of historical predecessors of <sc>abn amro</sc>: An investigation into Hope &#x0026; Co. and R. Mees &#x0026; Zoonen</italic> (2022), uitgevoerd door Pepijn Brandon en Gerhard de Kok, gaat verder in op de betrokkenheid van de bank bij slavernij.</p>
<p>Het onderzoek van Karwan Fatah-Black, Lauren Lauret en Joris van den Tol is gedaan in opdracht van <sc>dnb</sc>. Het vormde de basis voor de excuses van bankpresident Klaas Knot op 1 juli 2022 tijdens Keti Koti voor de rol van <sc>dnb</sc> tijdens de slavernij. De bank gaf in 2020 opdracht voor het onderzoek, op basis van twee redenen: &#x2018;de huidige discussie over het Nederlandse slavernijverleden&#x2019; en &#x2018;mede naar aanleiding van het onderzoek bij de Bank of England.&#x2019; De Bank of England bood op 19 juni 2020 excuses aan voor de betrokkenheid bij slavenhandel van haar vroegere gouverneurs en directeuren. Het onderzoek naar <sc>dnb</sc> volgde hetzelfde model. De onderzoeksvragen van <sc>dnb</sc> gingen over de betrokkenheid bij slavernij van presidenten, directieleden en secretarissen en mogelijke betrokkenheid van <sc>dnb</sc> als instituut tussen 1814 en 1873. Daarnaast gingen de vragen in op de bestuurlijke en financi&#x00EB;le betrokkenheid van investeerder Johanna Borski (1764-1846).</p>
<p>Er is onderzoek gedaan naar zestien investeerders die hebben bijgedragen aan het startkapitaal bij de oprichting van <sc>dnb</sc> in 1814. Uit deze groep werden commissarissen geloot, tevens droeg de groep <sc>dnb</sc>-directieleden voor aan de koning. De koning en de regering waren zelf ook grote investeerders maar worden niet meegenomen in het onderzoek. De onderzoekers hebben uitgebreid gebruikgemaakt van primair materiaal, zo hebben zij het grootboek van <sc>dnb</sc> bestudeerd naar slavernijgoederen. Vanwege het tijdrovende werk om per jaar in journalen en memorialen van <sc>dnb</sc> te achterhalen of bepaalde goederen gebaseerd waren op slavernij heeft men gekozen voor intervallen van vijf jaar. Het gaat om de boekjaren tussen 1817-1818 en 1862-1863. De auteurs merken hierbij terecht op dat slavernijgoederen zoals koffie, cacao, katoen en suiker <italic>a priori</italic> geschikt waren voor <sc>dnb</sc> om te belenen vanwege hun lange houdbaarheid. De onderzoekers concluderen dat 29,61 procent van de goederen die beleend werd bij <sc>dnb</sc> geproduceerd was met slavenarbeid. Daarnaast concluderen zij dat voor slechts vijf van de zestien investeerders geen directe intensieve betrokkenheid bij slavernij konden worden vastgesteld. De kapitaalkrachtige Johanna Borski hoorde niet bij deze investeerders omdat zij in eerste instantie niet was betrokken bij het vergaren van het startkapitaal, maar enkele jaren later nam zij alsnog 40 procent van het startkapitaal voor haar rekening.</p>
<p>Het boek bestaat uit vijf thematische hoofdstukken. Hoofdstuk 1 behandelt de oprichting van <sc>dnb</sc> en haar investeerders. Hoofdstuk 2 gaat in op de eerste bestuurders en meer in het bijzonder op de belangen van de zestien investeerders in onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Hoofdstuk 3 gaat in op de verschillende adressen aan de Minister van Koloni&#x00EB;n en koning Willem <sc>i</sc>. Veel van deze adressen waren van Amsterdamse belanghebbenden zoals plantage-eigenaren en aandeelhouders in plantages. In eerste decennia na 1814 waren de adressen meestal bezwaren tegen de afschaffing van de slavernij. Vanaf het moment dat de afschaffing onafwendbaar leek door onder andere buitenlandse druk, verschoof dit naar de vraag om schadeloosstelling voor het aanstaande &#x2018;verlies&#x2019; van &#x2018;eigendom,&#x2019; oftewel van slaafgemaakten. Hoofdstuk 4 gaat over de financi&#x00EB;le dienstverlening van <sc>dnb</sc> ter bevordering van de geldcirculatie. De samenhang van deze dienstverlening met slavernij wordt hier uiteengezet. Hierbij kan worden gedacht aan het belenen van goederen. Na 1852 wordt het tevens mogelijk om buitenlandse effecten te belenen via <sc>dnb</sc>. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen diensten die wel dan wel niet gerelateerd waren aan slavernij. In hoofdstuk 5 behandelen de auteurs de grondwetsherziening, de afschaffing van de slavernij, schadeloosstelling en Staatstoezicht. Het hoofdstuk beslaat periode tussen de invoering van de grondwet van Thorbecke in 1848 en de afschaffing van slavernij in 1863 met de daarop volgende periode van Staatstoezicht tot 1873.</p>
<p>Het onderzoek gaat op verschillende manieren in op de betrokkenheid van <sc>dnb</sc> bij slavernij. Het geeft een gedetailleerde en doorwrochte uitleg met betrekking tot de oprichting en het bestuur. Er wordt hierbij helder ingegaan op de rol van koning Willem <sc>i</sc> die stelde dat het verval van de koophandel de Nederlandse staat kon worden opgebeurd met het bevorderen van de geldcirculatie; hetgeen het hoofddoel vormde om <sc>dnb</sc> op te richten. Het boek maakt inzichtelijk in hoeverre <sc>dnb</sc> betrokken was bij slavernij en hoe <sc>dnb</sc> destijds deel uitmaakte van een groter netwerk van (inter)nationaal financieel verkeer. Dat er uiteindelijk voor is gekozen om het onderzoek in boekvorm te publiceren is prijzenswaardig met het oog op een bredere verspreiding van de resultaten.</p>
<p>De auteurs concluderen: &#x2018;[Onze] conclusies wijzen erop dat de geschiedenis van slavernij niet enkel een overzeese aangelegenheid was, maar dat het raakvlakken had met tal van activiteiten in Nederland&#x2019; (13). Ook stellen zij dat het illustratief is voor de nabijheid van slavernij dat twee van de onderzochte investeerders werden geboren in Suriname als kinderen van plantage-eigenaren. Het idee dat slavernij zich enkel afspeelde ver van Nederland, in onder andere Suriname, is problematisch. Laten we niet vergeten dat Nederlandse slavernij in Nederland werd gepland en ontworpen. Slavernij was bij wet geregeld en diende zodoende bij wet te worden afgeschaft. De gehele Nederlandse economie profiteerde van slavernij. De slavernij heeft daarom een centrale plek in de Nederlandse geschiedenis.</p>
<p>De auteurs hadden meer aandacht kunnen besteden aan de regeringscrisissen tussen 1848 en 1863. Deze periode kende veel verschillende regeringen met mogelijke invloed op het proces rondom de afschaffing met betrekking tot de keuzes omtrent de uiteindelijke besluitvorming. Daarnaast hadden zij meer uitleg kunnen geven omtrent de onderzoeksaanpak. De keuze om de investeringen in <sc>dnb</sc> door de regering en het koningshuis niet mee te nemen is bijvoorbeeld niet toegelicht. Bij een aantal passages had meer historische context niet misstaan, zoals de urgentie van de Nederlandse regering om de slavernij af te schaffen. Hoewel de druk vanuit Groot Brittanni&#x00EB; wordt besproken, wordt er niet of nauwelijks stilgestaan bij de snel afnemende populatie van slaafgemaakten in Suriname en bij de opvatting dat Suriname als landbouwkolonie behouden moest worden. De indeling van het boek is voor verbetering vatbaar en had meer redactionele zorg kunnen gebruiken. Illustratief hiervoor is dat de verantwoording, inclusief de originele vragen van <sc>dnb</sc>, achterin het boek staan. Hoewel het onderzoek zeer gedegen is en een goede opmaat vormt voor verdere studie, hadden context, uitleg en opbouw beter uitgewerkt kunnen worden ten behoeve van de publicatie van het onderzoek in de vorm van een boek.</p>
</body>
</article>