<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13590</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13590</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Natural Disaster at the Closing of the Dutch Golden Age. Floods, Worms, and Cattle Plague</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Buisman</surname>
<given-names>Jan Wim</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>01</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2023006</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Sundberg</surname><given-names>Adam</given-names></name>
</person-group>
<source>Natural Disaster at the Closing of the Dutch Golden Age. Floods, Worms, and Cattle Plague</source>
<publisher-loc>Cambridge</publisher-loc>
<publisher-name>Cambridge University Press</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>xix &#x002B; 337 pp.</page-range>
<isbn>9781108831246</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13590"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Waardoor kwam er een einde aan de Gouden Eeuw&#x003F; In hoeverre was dat een gevolg van een reeks rampen en in welke mate droegen ook meer structurele oorzaken daaraan bij&#x003F; Met die vragen houdt Adam Sundberg, hoogleraar aan Creighton University in Nebraska, zich bezig in dit uitstekend gedocumenteerde boek. Op zichzelf is het opmerkelijk dat een Amerikaan zich niet op de tot veler verbeelding sprekende bloeitijd van de Republiek concentreert maar juist op het einde van de Gouden Eeuw. Dat doet deze auteur op alleszins kundige wijze, daarbij geholpen door een goede leesvaardigheid in het Nederlands. Die stelde hem in staat zich niet alleen grondig in te lezen in de secundaire literatuur, maar bovendien een omvangrijke hoeveelheid zeventiende- en achttiende-eeuwse archivalia en gedrukte bronnen te verwerken. Het resultaat is een alleszins genuanceerd beeld van het geleidelijke verval van de Republiek en het denken daarover in de achttiende eeuw.</p>
<p>Sundberg is voldoende historicus om die achteruitgang niet alleen te wijten aan een serie calamiteiten. Natuurlijk, de dramatische gebeurtenissen van het Rampjaar 1672, waarmee dit boek opent, waren op zichzelf belangrijk genoeg. De invloed van de in de volgende hoofdstukken beschreven rampen valt al evenmin nauwelijks te onderschatten: de runderpestepizo&#x00F6;tie van 1713-1720, de Kerstvloed van 1717, de paalwormplaag van 1730-1735, de rivieroverstromingen van 1740-1741 en de tweede runderpestepizo&#x00F6;tie van 1744-1764. Maar het pleit voor de gedetailleerde nuance waarmee de auteur zijn onderwerp benadert, dat hij doorgaans de balans weet te bewaren tussen structuur en evenement. Zowel continu&#x00EF;teit als verandering kenmerkten deze periode. Tot op zekere hoogte is die ge&#x00EF;ntegreerde aanpak vernieuwend ten opzichte van eerdere historiografie. Sundberg beklemtoont dan ook dat rampen hybride fenomenen waren, zowel min of meer incidentele gebeurtenissen als het resultaat van veel minder toevallige processen van langere duur. Zo wijst hij erop dat klimatologische factoren als de kleine ijstijd en ontijdige natte en droge perioden niet alleen leidden tot rivieroverstromingen, maar ook tot onvoldoende en schraal voedsel voor het vee, waarmee de voorwaarden geschapen werden voor de uitbraak van de runderpestepizo&#x00F6;tie die in de jaren 1740 begon. Bovendien was er de structurele factor van de agrarische crisis, die de prijzen deed dalen en (zo voeg ik eraan toe) een grotere omvang van de veestapel noodzakelijk maakte om het boereninkomen nog enigszins op peil te houden.</p>
<p>Genuanceerd en vernieuwend is zeker ook, dat Sundberg oog heeft voor de nieuwe kansen die rampen soms boden en die ook daadwerkelijk benut werden. Hij is dan ook terecht opvallend positief over de maatregelen tot herstel en aanpassing die gewestelijke autoriteiten namen. In zijn ogen groeide er zelfs al iets van proto-nationale solidariteit.</p>
<p>Die beginnende saamhorigheid bleek, dunkt me, echter meer op het terrein van de hulpverlening dan op dat van de bestrijding of de voorkoming van rampen. Naar mijn smaak onderschat Sundberg hier de kracht van de structurele factor van het aloude particularisme, dat het stedelijke of gewestelijke belang maar al te vaak stelde boven het algemene belang. Als we ons nog even beperken tot de bestrijding van de runderpest, bleek het instellen van een bovengewestelijk vervoersverbod bijvoorbeeld een onhaalbare kaart. Hoezeer de afzonderlijke gewesten ook hun best deden op het terrein van de profylaxe, juist het nemen van een dergelijke maatregel zou effectief hebben kunnen zijn, omdat de nationale en internationale runderhandel de verspreiding van de ziekte in hoge mate bevorderden. Van de toepassing van de enige methode die uiteindelijk werkelijk doeltreffend bleek ter bestrijding van deze plaag &#x2013; het ruimen van al het besmette &#x00E9;n verdachte vee &#x2013; was al evenmin sprake. Die werd pas ingevoerd in 1799, toen door toedoen van de Fransen in de Bataafse Republiek een centrale regering was ge&#x00EF;nstalleerd, en dat terwijl in de centraal geregeerde Oostenrijkse Nederlanden deze zogenaamde methode-Lancisi al veel eerder werd toegepast.</p>
<p>Ook bij de voorkoming en bestrijding van andere rampen speelde het particularisme mijns inziens een wat grotere rol dan Sundberg waar wil hebben. Zo verliep het bovengewestelijke rivierenbeheer ter voorkoming van overstromingen op zijn minst moeizaam, bijvoorbeeld omdat Holland maar al te vaak niet wilde betalen voor rivierverbetering in Gelre.</p>
<p>De geschetste rampen mogen heterogeen van aard zijn, het is de centrale vraagstelling die de beschrijving ervan bij elkaar houdt. Telkens is de kwestie op welke wijze en in welke mate rampen als evenementen en langer lopende processen hebben bijgedragen aan het verval van de Republiek en aan het discours daarover. Sundberg weet zich in dit laatste opzicht gesteund door heel wat achttiende-eeuwse auteurs die eveneens een verband zagen tussen de rampen die zij opsomden, en het verval van de Republiek. Veel predikanten en moralisten legden een dergelijke relatie maar al te graag. Hun straf-op-de-zonde-gedachte en providenti&#x00EB;le interpretatie verleenden cohesie aan die ongelijksoortige calamiteiten.</p>
<p>Toch kan men zich afvragen of Sundberg zich hier door domineesretoriek niet een beetje laat misleiden. Al hadden achttiende-eeuwse moralisten met hun vervalsdenken niet altijd ongelijk, dat laat onverlet dat een vertoog over een opklimmende reeks oordelen over een onboetvaardig volk een topos is die al ver v&#x00F3;&#x00F3;r 1672 waarneembaar is in Nederlandse preken, vooral in protestantse en zeker in calvinistische. Voor een deel is het dus een patroon dat niet zozeer te maken heeft met (zorgen over) het einde van de Gouden Eeuw als wel met een aloude preektrant. Hoe vanzelfsprekend het ook is het jaar 1672 te nemen als startpunt voor dit onderzoek, nadere reflectie op het begrip Gouden Eeuw zelf &#x2013; temporeel en inhoudelijk &#x2013; had dit goede boek stellig nog beter gemaakt. Hoe waardevol dergelijke overwegingen kunnen zijn, toont Sundberg in zijn beschouwingen over het evenmin onproblematische begrip &#x2018;ramp&#x2019;.</p>
<p>Wie de oorzaken van het einde van de Gouden Eeuw onderzoekt, moet een grote kluwen vectoren ontwarren en dat doet Sundberg op zorgvuldige en bekwame wijze. Als vanzelf gaat de aandacht dan meer uit naar veranderingen dan naar continu&#x00EF;teiten. Zaken als particularisme en doorbloei van de Gouden Eeuw krijgen daardoor bij hem wellicht iets te weinig gewicht, terwijl anderzijds ondanks alle aandacht voor veranderingen juist wijzigingen in de religieuze mentaliteit, zoals het minder worden van de straf-op-de-zonde-gedachte, wat onderbelicht blijven. Niettemin maakt het met verve vertelde verhaal over rampen in combinatie met de heldere analyse van de dieperliggende oorzaken dit fraaie boek alleszins lezenswaard. De talrijke illustraties, die de tekst steeds uitstekend ondersteunen, alsmede de goede kaarten van voor een internationaal lezerspubliek onbekende Nederlandse plaatsen vergroten dat leesplezier nog.</p>
</body>
</article>