<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13584</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13584</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Ongemakkelijk erfgoed. Koloniale collecties en teruggave in de Lage Landen</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Vanhee</surname>
<given-names>Hein</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Koninklijk Museum voor Midden-Afrika</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>01</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2023003</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Beurden</surname><given-names>Jos</given-names></name>
</person-group>
<source>Ongemakkelijk erfgoed. Koloniale collecties en teruggave in de Lage Landen</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>224 pp.</page-range>
<isbn>9789462496583</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13584"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In <italic>Ongemakkelijk erfgoed</italic> behandelt Jos van Beurden de aanwezigheid van een aanzienlijk deel van het kunstpatrimonium van overzeese bevolkingsgroepen in Europese musea en het debat over de toekomst hiervan. Veel van deze collecties zijn ontstaan in een context van kolonialisme, waarbij de makers en gebruikers van voorwerpen weinig of geen zeggenschap hadden over wat naar Europa werd verscheept. Van Beurden focust op de Lage Landen waar het thema, net als elders in Europa, al langer de gemoederen beroert van museumconservatoren, kunsthandelaars en verzamelaars, en in het bijzonder van zij die zich inzetten voor het herstel van koloniaal onrecht. Wat relatief nieuw is, is de aandacht die nu ook bij een breder publiek bestaat voor de problematiek van koloniale collecties.</p>
<p>Het boek is ingedeeld in vijf delen en vijftien hoofdstukken, en start met een historische duiding van het debat en de voorzichtige openingen hierin in het laatste decennium. In dit eerste deel krijgen we een beknopt overzicht van de diverse verzamelpraktijken in voormalige overzeese kolonies die leidden tot een accumulatie van objecten in musea in Belgi&#x00EB; en Nederland. Onder de titel &#x2018;Musea in beweging&#x2019; (hoofdstuk 3) lezen we over de groeiende belangstelling voor de manier waarop die voorwerpen in Europese handen terechtkwamen en over de moeilijkheid om het hoe en waarom van die transacties vandaag nog vast te stellen. Vaak ontbreekt het musea aan voldoende gedetailleerde en betrouwbare primaire bronnen. Des te pijnlijker zijn deze lacunes wanneer musea zoeken naar oplossingen voor collecties van menselijke resten, zoals schedels en beenderen, verzameld als studiemateriaal voor de intussen irrelevant geworden discipline van de fysieke antropologie.</p>
<p>Het tweede deel handelt over enkele moeizame pogingen tot teruggave die hun oorsprong vinden in de jaren 1970. Een eerste casus is de zoektocht naar en de onderhandelingen over het steekwapen van prins Diponegoro dat in 1975 door Indonesi&#x00EB; werd teruggevraagd. Een tweede betreft de maneuvers van de Belgische regering en het museum van Tervuren na de restitutieclaim van Congolese president Mobutu Sese Seko in 1973. De vraag van Congo werd toen beantwoord met een teruggave van een honderdtal objecten van geringe esthetische of cultuurhistorische waarde, op &#x00E9;&#x00E9;n uitzondering na. Andere voorbeelden hebben betrekking op Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen. In de jaren 1980 werd materiaal van archeologische opgravingen, dat bewaard werd in het Museum Volkenkunde in Leiden en in het Tropenmuseum in Amsterdam, teruggestuurd naar Cura&#x00E7;ao en Aruba. In 2006 nam Suriname een replica van een Marron-stoel in ontvangst, en tussen 2010 en 2017 keerden koloniale archieven terug van het Nationaal Archief in Den Haag naar dat van Paramaribo.</p>
<p>Deel drie bespreekt de recente teruggave van menselijke resten van het Maori-volk door Museum Volkenkunde in Leiden aan Nieuw-Zeeland en van in Nederland en Belgi&#x00EB; bewaarde archieven aan Indonesi&#x00EB; en Rwanda. Om redenen van conservering werden Indonesische archieven door het Nationaal archief in Den Haag gedeeltelijk op microfiche gezet en in die vorm teruggestuurd. Vanuit het Rijksarchief en het AfricaMuseum in Belgi&#x00EB; verloopt sinds 2018 de restitutie van archieven aan Rwanda louter digitaal. Vervolgens gaat Van Beurden nader in op de moeizame terugkeer naar Indonesi&#x00EB; van objecten uit het Museum Nusantara uit Delft, dat in 2013 zijn deuren moest sluiten. Het museum, dat tot 1901 verbonden was geweest met een opleidingsinstituut voor koloniale ambtenaren, beschikte over een collectie van 18.576 objecten. Het afstoten van deze collectie ging gepaard met hoogoplopende spanningen toen bleek dat niet Indonesi&#x00EB; maar de stad Delft, naast voormalige schenkers en buikleengevers, en enkele experten aangesteld door de Nederlandse staat, het voorrecht kregen om voor zichzelf een eerste selectie te maken. In het volgende hoofdstuk behandelt de auteur bronzen kunstvoorwerpen die in 1897 door Britse militairen werden geroofd uit het koninkrijk Benin en in verschillende &#x2013; waaronder Nederlandse &#x2013; collecties eindigden. Hier zorgde vanaf 2010 de Benin-dialooggroep voor &#x2018;een eerste Europa-brede aanpak&#x2019; (166) toen conservatoren uit Wenen, Berlijn, Londen en Stockholm samen een overleg opstartten met Nigeriaanse autoriteiten.</p>
<p>Koloniale collecties die in bezit zijn van missie- en zendingscongregaties of van private verzamelaars en daarom minder zichtbaar zijn, staan in het vierde deel centraal. Het boek sluit af met een vijfde deel waarin de vraag wordt gesteld of we intussen mogen spreken van een nieuwe ethiek in de omgang met koloniale collecties en vragen om restitutie. Hierop volgt onvermijdelijk een weifelend en genuanceerd antwoord.</p>
<p>Wat meteen opvalt in het begin van het boek is dat de auteur zichzelf een belangrijke plaats toekent in het verhaal. Het eerste hoofdstuk, &#x2018;Kiezen voor koloniale collecties&#x2019;, gaat over hoe Van Beurden zelf tot die keuze kwam vanuit een eerder engagement in de strijd tegen illegale kunsthandel. De autobiografische inslag maakt het boek erg leesbaar. Als lezer word je ge&#x00EF;nformeerd over de opinies van diverse actoren en indirect bevraagd over hoe je jezelf positioneert in de lopende debatten. Naarmate je vordert in het boek kom je echter onvermijdelijk tot de vraag naar wat zich afspeelt en afspeelde buiten het eigen blikveld van de auteur.</p>
<p>Van Beurden slaagt erin de complexiteit van het debat over restitutie te duiden. Dit doet hij door stil te staan bij vragen zoals: aan wie restitueer je&#x003F; Aan nationale musea in de herkomstlanden of aan de erfgenamen van diegenen aan wie de objecten ooit hebben toebehoord&#x003F; Zijn alle koloniale collecties in Europa voor de herkomstlanden &#x2018;nationaal erfgoed&#x2019; geworden&#x003F; Bij deze discussie gaat de auteur voorbij aan het feit dat erfgoed niet zomaar bestaat, maar een product is van een proces. In hoofdstuk 2, &#x2018;De grote erfgoedverhuizing&#x2019;, maakt hij geen onderscheid tussen de in de negentiende eeuw buitgemaakte &#x2018;Yongle-encyclopedie uit de Ming-dynastie&#x2019; (wat toen al erfgoed was in China) en de lansen van Javaanse strijders (die pas later erfgoed werden). De vraag &#x2018;aan wie&#x003F;&#x2019; is niet enkel complex door een gebrek aan herkomstinformatie, maar ook door veranderende betekenissen. Het door Van Beurden vooropgestelde doel om koloniaal onrecht &#x2018;ongedaan te maken&#x2019; (13, 14, 16) wordt hierdoor vaak illusoir of kan op zijn minst leiden tot meerdere en met elkaar wedijverende restitutieclaims. Want: wat je teruggeeft, is niet meer wat je oorspronkelijk verzamelde.</p>
<p>De auteur pleit ervoor om herkomstonderzoek met betrekking tot koloniale collecties ook in de herkomstlanden te gaan voeren, in samenwerking met lokale experten en met oog voor de orale geschiedenis. Voor de toekomst van het herkomstonderzoek is dit zonder twijfel de meest beloftevolle strategie. Samenwerking met herkomstgemeenschappen is ook nodig voor de oprichting in Europa en elders van herdenkingsplekken voor de slachtoffers van het kolonialisme, en in het bijzonder voor de talrijke anonieme doden van wie de aanwezigheid van schedels en gebeente in museumkasten steeds g&#x00EA;nanter wordt. Een publieke erkenning van de &#x2018;schandvlekken&#x2019; van het kolonialisme is belangrijk en kan volgens de auteur helend werken. Dit zijn belangrijke idee&#x00EB;n voor de nabije toekomst.</p>
<p><italic>Ongemakkelijk erfgoed</italic> informeert over diverse casussen en bevat veel stof tot nadenken. Van Beurden weeft in een vlotte vertellende stijl feiten en opinies door elkaar en laat hierbij de lezer wel eens met losse eindjes achter. Zo lezen we dat gespreid over diverse Europese landen momenteel een &#x2018;wildgroei aan herkomstonderzoek&#x2019; ontstaat waarin &#x2018;onvoldoende lijn&#x2019; zit, zonder nadere verklaring (59). Of &#x2018;de kloof en het gebrek aan vertrouwen die bestonden tussen kolonisator en gekoloniseerde&#x2019; (58) wordt als verklaring aangeduid voor de vele voorwerpen zonder informatie. Hier missen we een korte excursie over de drijfveren voor het verzamelen en over de wetenschappelijke paradigma&#x2019;s die wel of niet de nadruk legden op gedetailleerde herkomstgegevens. Naar het einde van het boek schrijft Van Beurden dat de zaken in Belgi&#x00EB; trager evolueren door &#x2018;de ingewikkelde structuur van het land&#x2019; (211). Bedoeld wordt allicht dat in Belgi&#x00EB; persoonsgebonden beleidsdomeinen, waaronder cultuur en onderwijs vallen, toebehoren aan de taalgemeenschappen, terwijl de wetenschappelijke instellingen in Brussel en Tervuren die omvangrijke koloniale collecties beheren onder de federale koepel zijn gebleven. Dit bemoeilijkt inderdaad de ontwikkeling van een coherent restitutiebeleid.</p>
<p><italic>Ongemakkelijk erfgoed</italic> handelt over een actueel thema dat steeds meer plaats inneemt in het maatschappelijk debat. Het boek richt zich op een breed publiek en bevat een nuttige voorgeschiedenis van wat ons de laatste jaren in pers en media als <italic>history-in-the-making</italic> is voorgeschoteld.</p>
</body>
</article>