<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13583</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13583</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Radicaal kloosterleven. Ongeschoeide karmelietessen in de Nederlandse katholieke kerk, 1872-2020</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Suenens</surname>
<given-names>Kristien</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1"><sc>kadoc-ku</sc> Leuven</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>01</month>
<year>2023</year>
</pub-date>
<volume>138</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2023002</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Heffernan</surname><given-names>Brian</given-names></name>
</person-group>
<source>Radicaal kloosterleven. Ongeschoeide karmelietessen in de Nederlandse katholieke kerk, 1872-2020</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>782 pp.</page-range>
<isbn>9789463722377</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2023 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2023</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13583"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In het rijk geschakeerde landschap van vrouwelijke religieuze instituten stonden de karmelietessen bekend als een van de strengste, meest gesloten en ascetische kloostergemeenschappen binnen de katholieke kerk. De buitenwereld wist maar weinig over het leven dat zich afspeelde achter de met kloostermuren en tralies afgezonderde karmelietessenkloosters. Pas sinds het begin van deze eeuw krijgen historici toegang tot hun archieven en levensverhalen. Over de Belgische karmelietessen en clarissen verscheen in 2013 het werk <italic>Femmes clo&#x00EE;tr&#x00E9;es</italic> van Anne-Dolor&#x00E8;s Marc&#x00E9;lis en in Frankrijk focust Claude Langlois al geruime tijd op het leven en de impact van de bekende karmelietes Theresia van Lisieux. Brian Heffernan voegt daar met <italic>Radicaal kloosterleven. Ongeschoeide karmelietessen in de Nederlandse katholieke kerk, 1872-2020</italic> een indrukwekkend Nederlands luik aan toe. Heffernan is als historicus erg beslagen in onderzoek naar de geschiedenis van de katholieke clerus en de religieuze instituten in Nederland en Ierland. Na eerdere publicaties over onder meer de Nederlandse augustijnen richtte hij nu zijn blik op de geschiedenis van de karmel.</p>
<p>De publicatie verscheen in opdracht van de Nederlandse federatie van karmelietessen, maar is geenszins een traditioneel jubileumboek. In een corpus van nagenoeg zevenhonderd pagina&#x2019;s brengt de auteur het gedetailleerde, maar tegelijkertijd breed gecontextualiseerde en kritisch geanalyseerde verhaal van de Nederlandse karmelietessen. De vrouwen van de karmel vormden slechts een beperkte groep binnen het Nederlandse kloosterwezen. Als contemplatieve religieuzen met focus op gebed en contemplatie waren ze in de minderheid ten aanzien van de grote groep van &#x2018;apostolische&#x2019; religieuzen actief in zorg, onderwijs of andere sectoren. Op hun hoogtepunt, rond 1955, waren de karmelietessen in Nederland met ongeveer driehonderd (279). Ondanks dit geringe aantal is hun geschiedenis een interessante aanvulling en verdieping van het onderzoek naar de interactie tussen vrouwen, kerk en religie.</p>
<p>De publicatie is chronologisch ingedeeld en bestudeert de Nederlandse karmelietessen achtereenvolgens in de pioniersperiode (1872-1920), de bloeiperiode (1920-1970) en de decennia van aanpassing en afbouw (1970-2020). Ieder tijdsgewricht is verder opgesplitst in thematische hoofdstukken waarin grotendeels dezelfde kernpunten hernomen worden: institutionele ontwikkelingen, leden, bestuur en interne organisatie, en religieus leven en spiritualiteit.</p>
<p>In het eerste gedeelte, met de typerende titel &#x2018;strijdbare slachtoffers&#x2019;, analyseert de auteur de periode van negentiende-eeuwse stichtingen. Nagenoeg honderd jaar na de opheffing van het laatste Nederlandse karmelietessenklooster in Roermond in 1783, als gevolg van de kloosterpolitiek van de Oostenrijkse keizer Jozef <sc>ii</sc>, startte vanaf de jaren 1870 een nieuwe periode van bloei. De heropleving kaderde in een complexe internationale geschiedenis. Het missionaire elan van Belgische karmelietessenkloosters, Duitse zusters op de vlucht voor de <italic>Kulturkampf</italic> van de jaren 1870 en Franse religieuzen in &#x2018;ballingschap&#x2019; omwille van de antiklerikale wetten van het begin van de twintigste eeuw legden de fundamenten van zeven nieuwe Nederlandse karmelietessenkloosters. Heffernan beschrijft heel gedetailleerd hoe deze turbulente wordingsgeschiedenis parallel liep met een uitgesproken spiritualiteit van offer, lijden en eerherstel. Dit religieus &#x2018;slachtofferschap&#x2019; was een prominent aspect van de negentiende-eeuwse vrouwelijke katholieke vroomheid en aldus niet eigen aan de karmelorde. Maar het werd door de karmelietessen wel met &#x2018;groote gestrengheid&#x2019; (209) beleefd. De auteur geeft ook aan dat deze typische spiritualiteit van boete en eerherstel vrouwelijke, contemplatieve religieuzen ook de kans gaf om een strijdbare rol te spelen in de kerkelijke kruistocht tegen de postrevolutionaire, moderne samenleving. De stichtingsperiode biedt Heffernan bij uitstek de kans om het brede en internationale klerikale en seculiere netwerk van de karmelietessen in kaart te brengen, hoewel hij dat ook in de volgende hoofdstukken doet. Priesters, mannelijke religieuzen, bisschoppen en seculiere weldoeners ijverden met eigen expliciete of impliciete agenda&#x2019;s voor de expansie van de karmelietessen in Nederland. De zusters zelf zaten formeel in een volgzame positie, maar konden niettemin wegen vinden om tussen al deze fracties eigen wensen en ambities te realiseren. Vanuit hun afgezonderde positie konden ze op die manier toch een rol spelen in de kerkelijke en maatschappelijke buitenwereld.</p>
<p>In deel <sc>ii</sc> van de publicatie, dat over de bloeiperiode van de Nederlandse karmelietessen gaat, legt de auteur sterk de nadruk op de impact van de Franse karmelietes Van Lisieux als motor van spirituele, maar ook institutionele bloei. Zij gaf de spiritualiteit van lijden en offerbereidheid een nieuw, laagdrempelig en appellerend elan dat de populariteit van de karmelorde ten goede kwam. Tussen 1928 en 1949 ontstonden er acht nieuwe karmelietessenkloosters in Nederland en drie missionaire stichtingen in IJsland, Java en Sulawesi. Ondanks hun afgezonderde leven als slotzusters toonden de Nederlandse karmelietessen zich in deze periode dus bijzonder ondernemend. Ze volgden ook de maatschappelijke en kerkelijke ontwikkelingen rond missionering en de eerste schuchtere poging tot modernisering op de voet. Tegelijkertijd benadrukt Heffernan hun delicate positie binnen de structuren van de katholieke kerk. Als religieuze vrouwen waren ze in belangrijke mate afhankelijk van diocesane autoriteiten, de groeiende impact van hun mannelijke ordegenoten en de Heilige Stoel. Toch &#x2013; en daarin verschilden ze niet van apostolische kloosterzusters &#x2013; vonden karmelietessen in de interactie met deze verschillende kerkelijke machtsblokken mogelijkheden voor vrouwelijke autonomie. Vaak steunden ze daarbij op de typische karmelitaanse spiritualiteit van onthechting en afzondering, die als legitimatie voor eigen handelen en beslissingen kon worden gebruikt. De relatie tot die eigenheid werd in de conciliaire periode van vernieuwing, verzachting van strenge kerkelijke regels en opening naar de wereld een complex gegeven die binnen de Nederlandse karmelietessenkloosters tot herbronning, maar ook tot interne spanningen leidde; een proces dat door de auteur in detail wordt beschreven met veel aandacht voor individuele standpunten.</p>
<p>De worsteling met de identiteit blijft ook in deel <sc>iii</sc> een prominent thema. De roepingencrisis en de vergrijzing die zich na 1970 sterk manifesteerden speelden daarin een belangrijke rol. Het kloosterleven verloor na de Tweede Wereldoorlog zijn aantrekkingskracht en dit was bij de karmelietessen niet anders. Het aantal nieuwe intredes droogde op en noopte na enkele decennia tot het sluiten van kloosters. De lezer krijgt een inkijk in het noodzakelijke, maar vaak moeizame proces van reorganiseren, afbouwen en loslaten dat samenhing met het dalend aantal leden. Was er in de jaren 1970 en 1980 nog ruimte voor experimenten met nieuwe vormen van religieus leven, dan werd de geschiedenis vanaf het einde van de twintigste eeuw toch gedomineerd door verhuisoperaties, schaalverkleining en de zorg voor ouder wordende zusters. Ook deze evolutie is uiteraard niet eigen aan de karmelietessen, maar het is de kracht van deze publicatie dat Heffernan zowel het institutionele als persoonlijke, emotionele aspect van dit proces weet te belichten.</p>
<p>De sterke interactie tussen deze beide perspectieven is de belangrijkste troef van <italic>Radicaal kloosterleven</italic> en wordt nog versterkt door de brede inbedding in internationale literatuur. Context en detail wisselen elkaar voortdurend af en houden de lezer ook bij de les. Enkel de thematische herhaling in de verschillende delen geeft de publicatie soms een ietwat repetitief karakter en cre&#x00EB;ert wel eens het verlangen naar een iets bondiger of meer gebalde focus. Dit doet geen afbreuk aan het feit dat deze publicatie voor het contemplatieve kloosterleven in Nederland een nieuwe standaard zet.</p>
</body>
</article>