<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13451</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13451</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De criminele autobiografie van 1600 tot heden. Van blauwboekje tot bestseller</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Hofman</surname>
<given-names>Elwin</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022087</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Dekker</surname><given-names>Rudolf</given-names></name>
</person-group>
<source>De criminele autobiografie van 1600 tot heden. Van blauwboekje tot bestseller</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Panchaud</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>277 pp.</page-range>
<isbn>9789083113647</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13451"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>E&#x00E9;n van de eerste Nederlandse autobiografie&#x00EB;n geschreven door een crimineel was van de hand van Franciscus Lievens Kersteman. Kersteman werd geboren in Den Haag in 1728, studeerde zonder succes rechten en kwam rond 1750 in de gevangenis terecht na fraude met wisselbrieven. In zijn cel schreef hij het levensverhaal neer van een van zijn medegevangenen, Maria van Antwerpen, een vrouw die lange tijd als man leefde en dienst nam in het leger. Het werd een razend succes, dat van Kersteman al snel een broodschrijver maakte. Met dat schrijven verdiende hij klaarblijkelijk echter niet genoeg, want meer dan eens kwam hij opnieuw achter tralies terecht, voor wangedrag en voor fraude. Tussendoor studeerde hij nogmaals rechten (uiteindelijk met succes), werd leraar en advocaat, en schreef dan aan het eind van de jaren tachtig zijn eigen levensverhaal neer. Het werd een tweedelige uitgave, waarvan het eerste deel eindigde met een cliffhanger: een arrestatie voor fraude in 1777. Het tweede deel ging meteen vol spanning en sensatie verder, met verhalen over zijn ervaringen in de gevangenis en over zijn getikte celgenoten. Kersteman mocht het dan niet altijd even nauw nemen met de waarheid, zijn autobiografie bevatte daarmee wel veel elementen die in latere criminele autobiografie&#x00EB;n bleven terugkeren: een sensationele inkijk in de onderwereld, kritiek op het strafrecht en gevangeniswezen en veel zelfvergoelijking.</p>
<p>In zijn geschiedenis van de Nederlandse criminele autobiografie toont Rudolf Dekker dat niemand uit het niks begint, ook Kersteman niet. Hij bouwde voort op een oudere traditie van interesse in de levens van schelmen, struikrovers en avonturiers. Verhalen zoals die over Robin Hood of Tijl Uilenspiegel konden in de vroegmoderne tijd op veel interesse rekenen. Ze hadden meestal weinig met de werkelijkheid van doen. Meer op waarheid gebaseerde verslaggevingen van misdaden en straffen verschenen vanaf de zeventiende eeuw in kranten en op losse blaadjes die vaak door marktzangers werden verkocht. Daaruit kwamen in de achttiende eeuw voor het eerst uitgebreidere levensbeschrijvingen van misdadigers voort. Vaak gingen die samen met de vonnissen en de zogezegde &#x2018;confessies&#x2019; van de misdadigers in kwestie. Dergelijke populaire teksten kwamen ook in goedkope boekjes van enkele pagina&#x2019;s met een blauwe omslag terecht (de &#x2018;blauwboekjes&#x2019; uit de ondertitel van het boek). Ze werden in grote oplages verkocht, maar zijn amper bewaard.</p>
<p>De stap van biografie&#x00EB;n naar autobiografie&#x00EB;n was gauw gezet, al bleef de criminele autobiografie in Nederland tot de twintigste eeuw een zeldzaamheid. Witteboordencriminelen als Kersteman en Jacob Eduard de Witte namen in de achttiende eeuw dan wel de pen ter hand om over hun eigen leven te schrijven, maar zwaardere jongens &#x2013; en al zeker meisjes &#x2013; deden dat niet zo gauw. Vaker, vooral in de negentiende eeuw, tekenden predikanten als <italic>ghostwriters</italic> hun verhaal op. Het werden een soort biechtverslagen van gevangenen en terechtgestelden, waarin berouw centraal stond. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen de predikanten van het toneel om plaats te maken voor een generatie zelfbewustere criminelen. Mannen als &#x2018;Pistolen Paultje&#x2019;, die in 1968 een autobiografie liet verschijnen, presenteerden zich als glamourcriminelen. Ze hadden geen schaamte of berouw, maar waren er juist trots op dat ze de burgerlijke moraal bevroegen. Ze belichaamden het summum van vrijheid. Zeker gangsters die geen fysiek geweld gebruikten, zoals &#x2018;meesterkraker&#x2019; Aage Vening Meines of &#x2018;meesteroplichter&#x2019; Ari Olivier, werden ontzettend populair bij het publiek. Na 2000 wisten ze ook steeds vaker de weg naar de televisiewereld te vinden. Gewetenloos waren ze, maar wel sympathiek. Hun autobiografie&#x00EB;n, steevast door een <italic>ghostwriter</italic> geschreven en in veel gevallen voorzien van voorwoorden van misdaadjournalisten als Peter R. de Vries, voerden vaak de bestsellerlijsten aan.</p>
<p>Ondanks die recente <italic>boom</italic> was over de Nederlandse criminele autobiografie tot dusver nog vrij weinig geweten. Er bestonden wel al enkele mooie deelstudies, zoals een bundel over achttiende-eeuwse schrijvers in gevangenschap onder redactie van Anna de Haas en een overzicht van de criminele biografie in de achttiende eeuw door P.J. Buijnsters. Een groter overzichtswerk, m&#x00E9;t aandacht voor de negentiende en twintigste eeuw, ontbrak echter. Nochtans zijn criminele biografie&#x00EB;n en autobiografie&#x00EB;n in de Anglo-Amerikaanse wereld al heel wat beter bestudeerd. Met dit &#x2013; rijkelijk ge&#x00EF;llustreerde &#x2013; boek loopt Dekker de achterstand van de Nederlandse historiografie in. Het is zonder meer pionierswerk: Dekker inventariseert al sinds 1983 Nederlandse egodocumenten en kent als geen ander de waarde van de schatten die hij met zijn boek uit de vergetelheid haalt.</p>
<p>Die waarde ligt voor Dekker in dit boek niet zozeer op literair gebied. Hoewel hij enige aandacht heeft voor de vormelijke en stilistische kenmerken van de biografie&#x00EB;n en autobiografie&#x00EB;n die hij bespreekt, is hij toch vooral ge&#x00EF;nteresseerd in wat die documenten ons vertellen over de geschiedenis van de misdaad en de manieren waarop de samenleving daarmee is omgegaan. Hij citeert en parafraseert daarbij uitgebreid uit de bronnen. Deze geschiedenis van de criminele autobiografie leest dus meteen als een geschiedenis van de Nederlandse criminaliteit, criminologie en misdaadbestrijding. We leren zo over de maaltijden in gevangenissen rond 1900, over de talenten van helderzienden bij de opsporingsdiensten in de jaren 1950 en over de veranderende oorzaken waaraan crimineel gedrag werd geweten. Het boek biedt op die manier ook inspiratie voor tal van nog te onderzoeken thema&#x2019;s, waar de autobiografie&#x00EB;n een eerste inkijk in geven.</p>
<p>Dat verklaart tevens waarom Dekker het niet al te nauw neemt met de definitie van een &#x2018;criminele autobiografie&#x2019;. Strikt genomen gaan eigenlijk maar vier van de tien hoofdstukken &#x00E9;cht over criminele autobiografie&#x00EB;n. Het boek gaat ook over schelmenromans, criminele biografie&#x00EB;n, memoires van politiemensen en advocaten, misdaadjournalistiek en detectiveromans. Zowat alle narratieve genres over criminaliteit passeren de revue. Dekker heeft over elk genre wel iets wetenswaardigs te vertellen en doet dat met zin voor ironie (zijn misprijzen voor Baantjer is weliswaar zodanig dat hij het consequent over inspecteur De C-O-C-Q heeft). Dat is de grote rijkdom van dit boek en er valt zeker iets voor te zeggen dat het onmogelijk is om criminele autobiografie&#x00EB;n in strikte zin te begrijpen zonder de verschillende nevengenres te onderzoeken. Het zorgt er echter wel voor dat de grote lijnen van de geschiedenis van de criminele autobiografie zelf soms minder uit de verf komen.</p>
<p>De belangrijkste conclusie van het boek, schrijft Dekker in zijn voorwoord, is dat &#x2018;veroordeelde wetsovertreders maar zeer geleidelijk een stem hebben gekregen&#x2019; (7). Dat klopt: in Nederland is de criminele autobiografie maar langzaam, eigenlijk pas in de tweede helft van de twintigste eeuw, in de mode geraakt. Misschien toont Dekker met zijn gevarieerde boek echter niet zozeer dat we de stem van de crimineel nu meer horen, of dat we een authentiekere stem horen, maar wel dat die stem steeds andere vormen heeft gekregen. Van berouwvolle bekentenissen op het schavot tot stoere interviews op tv en van de half verzonnen herinneringen van Kersteman tot het aanvankelijk inderhaast ingetrokken <italic>Wij willen gangster worden</italic> van Heinekenontvoerder Jan Boellaard: de stemmen van criminelen en de mensen rondom hen weten steeds opnieuw te fascineren.</p>
</body>
</article>