<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13447</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13447</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>In de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. De zuivering van de Nederlandse krijgsmacht</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Luyten</surname>
<given-names>Dirk</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Rijksarchief/CegeSoma</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022083</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Schulten</surname><given-names>Jan</given-names></name>
</person-group>
<source>In de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. De zuivering van de Nederlandse krijgsmacht</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>415 pp.</page-range>
<isbn>9789462498204</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13447"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Naar de bestraffing van collaborateurs na de Tweede Wereldoorlog is in Nederland sinds de late jaren 1980 al veel onderzoek verricht. Dat is minder het geval voor de zuivering van specifieke beroepsgroepen, bijvoorbeeld ambtenaren of politiemensen. Deze zuivering had als doel om degenen die zich in een professionele context met de bezetter gecompromitteerd hadden een sanctie op te leggen die kon gaan tot ontslag. Dit proces verliep parallel met de strafrechtelijke afdoening van de collaboratie door (bijzondere) rechtbanken en hoven en kreeg, wat de ambtenarij betreft, zijn beslag in het kader van het tuchtrecht dat voor elk van die beroepsgroepen gold.</p>
<p><italic>In de schaduw van de Tweede Wereldoorlog</italic> van Jan Schulten sluit aan bij deze nieuwe onderzoekslijn naar de administratieve zuivering, al past hier een kanttekening bij. Dit boek gaat deels terug op de afstudeerscriptie geschiedenis die de auteur al in 1974 aan de Universiteit Utrecht aan de zuivering van de Koninklijke Landmacht wijdde. Dit boek is het resultaat van bijkomend archiefonderzoek, waarbij ook de Koninklijke Marine in beeld komt. Bovendien wordt de sinds 1974 sterk aangegroeide literatuur over oorlog, bezetting en afrekening met de collaboratie op een knappe manier ge&#x00EF;ntegreerd. De auteur is als gewezen docent strategie en militaire geschiedenis en als auteur van een proefschrift over de Ordedienst, de verzetsorganisatie waarin militairen een belangrijke rol speelden, deskundig in de materie. Hij is als luitenant-kolonel buiten dienst bovendien een ervaringsdeskundige, wat zijn sporen nalaat in de tekst en in de interpretatie: de auteur kent het militaire instituut van binnenuit en is op de hoogte van de ongeschreven regels die er gelden.</p>
<p>Dit boek focust op de zuivering van de Nederlandse krijgsmacht die vanaf de zomer van 1945 werd ingezet en haar beslag kreeg via verschillende commissies, waarin (hoge) militairen zetelden. Deze commissies waren bevoegd voor specifieke categorie&#x00EB;n militairen, zoals de Commissie Verantwoording Krijgsgevangen Officieren, de Commissie Zuivering Marine-artsen, de Commissie Beoordeling Officieren Bezet Gebied of de Commissie Gedragingen Schepelingen. De meeste van deze commissies beoordeelden evenwel officieren. Het beleid van de ministers van Oorlog en Marine, die uiteindelijk beslisten over het lot van degenen die bij de zuivering betrokken waren wordt eveneens geanalyseerd. Daarnaast vergelijkt Schulten &#x2013; weliswaar aan de hand van literatuur &#x2013; met de zuivering van de krijgsmacht in Belgi&#x00EB; en Frankrijk en met de selectie van officieren in het kader van de herbewapening van de Bondsrepubliek Duitsland, waarbij hun oorlogsverleden eveneens tegen het licht werd gehouden.</p>
<p>Schulten plaatst het onderzoek goed in zijn context door uitgebreid in te gaan op de wederwaardigheden van het Nederlandse officierenkorps na de capitulatie in mei 1940. Daarbij staan de Opbouwdienst en de Nederlandse Arbeidsdienst, waar vele officieren terecht kwamen na de capitulatie, de Nederlandse Unie en het krijgsgevangenschap met de &#x2018;verklaring op erewoord&#x2019; centraal: ondertekening ervan was een voorwaarde om na de capitulatie niet als krijgsgevangene naar Duitsland gestuurd te worden. Dit zijn meteen de centrale ankerpunten waar de zuiveringscommissies op focusten. De zuivering werd deels doorkruist door onderzoeken die werden ingesteld door het militair gerecht naar de opstelling van bepaalde officieren tijdens de korte oorlog met het Duitse leger bij de inval in mei 1940. Dat gold vooral voor de officieren van de landmacht, want de marine was nauwelijks betrokken geweest bij de strijd met het Duitse leger. Deze onderzoeken worden voor zover het nodig is voor de zuivering gereconstrueerd door de auteur. Ten slotte gaat Schulten in op de strijd tussen het zogenaamde &#x2018;Oude leger&#x2019; en het &#x2018;Nieuwe leger&#x2019;, een proces waarbij het gewapend verzet ernaar streefde om posities in het militaire apparaat te verwerven na de bevrijding. Voor de zuivering is dit van bijzonder belang omdat die de weg had kunnen vrijmaken voor een integratie van niet-professionelen in het militaire apparaat. Dit is uiteindelijk niet gebeurd omdat, zoals Schulten aantoont, het &#x2018;Oude Leger&#x2019; de zuivering binnenshuis hield, maar deze wel aangreep om middels strenge veroordelingen het blazoen van het leger op te poetsen en te legitimeren. Bovendien gaven in de zuiveringscommissies hogere officieren de toon aan en werd aan de hi&#x00EB;rarchische verhoudingen en verworven posities niet getornd.</p>
<p>De commissies keken naar het concrete optreden van de personen die voorwerp waren geweest van vervolging voor eventuele tekortkomingen tijdens de veldtocht van 1940, die in krijgsgevangenschap waren geweest of betrokken waren geweest bij de Nederlandse Arbeidsdienst, of die lid waren geweest van de <sc>nsb</sc> of sympathie voor het nazisme hadden betoond. Het uiteindelijke oordeel van de zuiveringscommissies hing echter in aanzienlijke mate af van de houding die de betrokkenen innamen wanneer ze zich voor de commissies moesten verantwoorden. Het was aangewezen zich tijdens de verhoren geheel te conformeren aan de waarden en normen die binnen het officierenkorps (impliciet) gangbaar waren. Verder speelden ook het profiel en het voorkomen van wie voor de commissie verscheen een rol in het uiteindelijke oordeel. Dat oordeel was dubbel: enerzijds werd gekeken naar de (politieke) betrouwbaarheid van de aangeklaagde en anderzijds naar diens geschiktheid als officier, waarbij het vaak voorkwam dat het eerste criterium als goed kon worden beoordeeld maar het tweede onvoldoende, wat een officier zijn baan kon kosten. De commissies functioneerden anders dan een strafrechtbank, waar strafbare feiten zoals gedefinieerd in de wetgeving en de schuldvraag centraal staan. In de commissies speelde de het persoonlijke profiel een relatief grote rol. De auteur schrijft bijvoorbeeld over een verhoor door de &#x2018;Centrale Commissie Verantwoording Krijgsgevangen Officieren&#x2019;: &#x2018;&#x2026; waardoor zijn verhoor meer het karakter van een algemeen functionerings- en beoordelingsgesprek kreeg dan van een onderzoek naar diens handel en wandel tijdens de oorlog&#x2019; (177).</p>
<p>Schulten legt de achterliggende mechanismen van de zuivering goed uit en geeft aan welke gedragingen als zwaarwegend werden beschouwd. Merkwaardig in dit verband is dat aan lidmaatschap van de <sc>nsb</sc> niet altijd heel zwaar getild werd, maar dat een onheus woord over de koningin iemand wel in de problemen kon brengen. Dit laatste schrijft de auteur toe aan de onvoorwaardelijke trouw aan de monarchie die van een officier werd verwacht. Wat verder in het oordeel soms een rol speelde was de nood aan voldoende officieren voor de strijd in Nederlands-Indi&#x00EB;. De commissies verstrekten een advies, maar dat werd niet altijd gevolgd door de minister van Oorlog of Marine, die de uiteindelijke beslissing moest nemen.</p>
<p>Positief in dit boek is de sociologische blik waarmee gekeken wordt naar het fenomeen zuivering: er is veel aandacht voor onderlinge hi&#x00EB;rarchische verhoudingen en voor de specifieke waarden en normen binnen de krijgsmacht. Zo wordt een louter descriptieve benadering overstegen en kan de zuivering bij leger en marine kritisch tegen het licht worden gehouden. Dit boek bekijkt het proces van de zuivering van de Nederlandse krijgsmacht dus in detail op basis van archiefonderzoek, maar in context. Niet alleen de samenstelling van de verschillende commissies en de gevolgde procedures komen aan bod, maar de lezer krijgt ook een overzicht van een heel aantal concrete gevallen van militairen &#x2013; overwegend beroepsofficieren maar ook reserve-officieren &#x2013; waarbij gekeken wordt naar de tenlasteleggingen en de oordelen van de commissie. Die casussen zijn erg informatief en geven een goed beeld van de manier waarop de commissies oordeelden, maar de vraag kan gesteld worden of een dergelijke exhaustieve, soms wat opsommende behandeling nodig was en het geen betere keuze was geweest om de commissiewerkzaamheden te synthetiseren en bepaalde tendensen te illustreren aan de hand van een aantal voorbeelden.</p>
<p>Deze bedenking doet niets af aan de verdiensten van dit boek. Het is een belangrijke bijdrage, ook internationaal, tot de geschiedenis van de zuivering, die nog meer dan de strafrechtelijke afdoening van de collaboratie institutionele belangen liet meewegen in de beoordeling van gedrag in tijden van oorlog en bezetting.</p>
</body>
</article>