<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13296</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13296</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Afrekenen met de vijand. Het naoorlogse beleid ten aanzien van Duitsers in Nederland</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Caestecker</surname>
<given-names>Frank</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Gent</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022076</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Oprel</surname><given-names>Marieke</given-names></name>
</person-group>
<source>Afrekenen met de vijand. Het naoorlogse beleid ten aanzien van Duitsers in Nederland</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Van Oorschot</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>280 pp.</page-range>
<isbn>9789028211018</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13296"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Dadelijk na de Tweede Wereldoorlog heeft de Nederlandse overheid minimaal 750 miljoen gulden (2 miljoen euro in 2020) aan vijandig vermogen in beslag genomen als compensatie voor de geleden oorlogsschade. Het hier gerecenseerde boek is een publieksboek waarin een twintigtal cases wordt gepresenteerd van vooral toenmalige inwoners van Nederland die al dan niet blijvend als vijand werden beschouwd.</p>
<p>Inwoners van Nederland die de nationaliteit hadden van een vijandige staat en zich tijdens de oorlog niet hadden gedragen volgens het verwachtingspatroon van een &#x2018;goede Nederlander&#x2019; moesten het land verlaten, waarbij hun priv&#x00E9;vermogen werd onteigend. Vooral Duitsers, maar ook een handvol Japanners en Italianen werd geviseerd. Er werd daarnaast priv&#x00E9;vermogen aangeslagen van vrouwen die bij geboorte Nederlands waren, maar die door hun huwelijk met een &#x2018;vijand&#x2019; de Duitse nationaliteit hadden verkregen. Wie er potentieel in aanmerking kwam voor een vijandverklaring was niet altijd eenvoudig te beslechten, al was het maar omdat de grenzen van de vijandige naties sinds de jaren dertig aan verandering onderhevig waren. Zo werden Oostenrijkers en Duitstalige Sudeten in 1938 gebombardeerd tot Duitse staatsburgers, veelal maar niet altijd met instemming van de betrokkenen. Daarenboven werden gevluchte politieke tegenstanders van het nazisme vanaf 1933 uit de Duitse natie verwijderd en in 1942 werden de Duitse burgers die door het naziregime als Jood werden gedefinieerd, collectief hun staatsburgerschap ontnomen.</p>
<p>De verwijdering van de vijand, of in meer proza&#x00EF;sche termen de operatie <italic>Black Tulip</italic>, is reeds uitvoerig aan bod gekomen in de literatuur, recent bijvoorbeeld nog door Sophie Molema (2018), maar de inbeslagname van het vermogen van &#x2018;vijandelijke onderdanen&#x2019; was nog niet systematisch onderzocht.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Marieke Oprel heeft in haar proefschrift de inbeslagnames van vijandig vermogen door de Nederlandse overheid gereconstrueerd. Deze reconstructie is gebaseerd op het archief van het Nederlands Beheersinstituut (<sc>nbi</sc>), de instelling die deze operatie in goede banen moest leiden. Het <sc>nbi</sc> opende 23.960 dossiers van (potenti&#x00EB;le) vijanden en beheerde dit vermogen. In 1967 sloot het <sc>nbi</sc> haar deuren. Het onderzoek van Oprel naar deze instelling, en de wijze waarop ze de bezittingen van de &#x2018;vijanden&#x2019; beheerde tot al dan niet werd besloten tot een liquidatie, werd in 2020 door <sc>vu</sc> University Press gepubliceerd onder de titel <italic>The Burden of Nationality: Dutch citizenship policies towards German nationals in the aftermath of the Second World War (1944-1967)</italic>.</p>
<p>Dit onderzoek biedt een inzicht in het functioneren van het <sc>nbi. A</sc>an de hand van een steekproef van 237 dossiers wordt het zich doorheen de tijd veranderende beleid gereconstrueerd. Uit het onderzoek blijkt dat dit beleid vrij arbitrair was. Voor de oorlogsmisdadigers en collaborateurs was er de Bijzondere Rechtspleging. Het <sc>nbi</sc> volgde deze rechtspraak in haar beslissingen tot onteigeningen, maar voor de Duitsers in Nederland die zich niet lieten opmerken als actieve medestanders van de bezetter was uitsluitend het <sc>nbi</sc> bevoegd. Slechts weinigen blijken uit dit onderzoek hand- en spandiensten gepleegd te hebben voor de nazibezetter, laat staan zich schuldig gemaakt te hebben aan oorlogsmisdaden. Toch werden de Nederlandse Duitsers die bij wijlen reeds lang in Nederland verbleven als collectief aansprakelijk gesteld voor de oorlogsschade die Nederland tijdens de bezetting had geleden. Ongeacht hun verblijfplaats, politieke voorkeur of gedrag tijdens de oorlog werden mensen in Nederland met een vijandige nationaliteit tot vijandelijke onderdanen verklaard. Quasi uitsluitend omwille van hun Duitse nationaliteit moesten zij met hun vermogen de oorlogsschade mede vergoeden, schrijft Oprel. In aanvang voerde het <sc>nbi</sc> een vrij blind categoriaal anti-Duits beleid met het oog op een hoge financi&#x00EB;le opbrengst voor de schatkist. Later werd het beleid milder. De Nederlandse beleidsmakers ontkenden dat hun beleid principi&#x00EB;le juridische bezwaren opriep, zoals de vraag of privaat bezit zomaar onteigend mocht worden zonder financi&#x00EB;le compensatie. Er werden immers geen afspraken gemaakt tussen Nederland en West-Duitsland opdat de Bondsrepubliek haar staatsburgers zou vergoeden. De meeste getroffen Duitsers ontvingen nooit een vergoeding. Het <sc>nbi</sc> was dus de uitvoerder van een roof beslist door de Nederlandse staat. Slechts in de jaren zestig zou Nederland in overleg met West-Duitsland werk maken van een compensatieregeling.</p>
<p><italic>Afrekenen met de vijand</italic> is een publieksboek waarin deze inzichten concreet worden ge&#x00EF;llustreerd aan de hand van een twintigtal levensverhalen. Centraal staat het illustreren van de impact van de vijandstatus op &#x2018;het dagelijks leven van in Nederland wonende Duitsers&#x2019; (14). De keuze voor opname in het boek is in vergaande mate bepaald door het neerleggen van een familiearchief door kinderen of kleinkinderen van de onteigende &#x2018;vijanden&#x2019; bij het <sc>niod.</sc> Dit vormde voor Oprel de aanleiding om een gesprek aan te knopen. Oprel kan op die wijze de impact van de vijandverklaring doorheen de generaties volgen. Vooral de perceptie van degenen die na de oorlog beschouwd werden als &#x2018;vijandig&#x2019; kind is een waardevolle aanvulling om de ingrijpende gevolgen van een dergelijke vijandverklaring te begrijpen. De levensverhalen doorheen de generaties zijn goed gedocumenteerd. Immers, de narratieve reconstructie steunt niet enkel op het dossier bij het <sc>nbi</sc>, maar ook op familiearchieven en interviews.</p>
<p>Uit deze levensverhalen komt een beeld naar voren van onschuldige burgers die in Nederland bij de bevrijding de meest fundamentele rechtstatelijke bescherming werd ontkend. Het zwart-witbeeld dat de administratieve dossiers optekenen wordt in deze familieverhalen sterk genuanceerd. Misschien gaat de nuancering bij wijlen iets te ver, want het <italic>pro domo</italic> verhaal van de familie krijgt uitvoerig aandacht en vele beweringen kunnen niet meer gestaafd worden. Zo worden de levensgeschiedenissen van een Duitse ondernemer die volgens zijn familie om opportunistische redenen lid werd van de <sc>nsdap,</sc> en van een Duitse timmerman die volgens de familieoverlevering gedwongen ingelijfd werd bij de Waffen-<sc>ss</sc> aan het Oostfront, kritiekloos opgetekend. De auteur wil niet oordelen, maar toont mededogen. Dadelijk na de Tweede Wereldoorlog was dit mededogen er duidelijk niet. De Nederlandse overheid velde na de bevrijding binnen een sterk anti-Duitse stemming niet altijd weloverwogen en consistente beslissingen over het verdere verblijf in Nederland van deze Duitsers. Het <sc>nbi</sc> sloeg daarbovenop het vermogen van de &#x2018;foute&#x2019; Duitsers aan voor de Nederlandse staat. Deze beslissing tot roof van privaat bezit en de criteria die daarbij gehanteerd werden konden, zo blijkt uit dit boek, de toets van degelijk en rechtstatelijk bestuur niet doorstaan.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Sophie Molema, <italic>Wie is de vijand. Operatie Black Tulip</italic> (Aspekt 2018).</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>