<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13295</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13295</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Rood noch oranje. De sociale strijd van de Nederlandse marinematroos, 1870-1914</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Baudet</surname>
<given-names>Floribert</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Nederlandse Defensieacademie</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022075</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van de Worp</surname><given-names>Johan</given-names></name>
</person-group>
<source>Rood noch oranje. De sociale strijd van de Nederlandse marinematroos, 1870-1914</source>
<publisher-loc>Franeker</publisher-loc>
<publisher-name>Uitgeverij Van Wijnen</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>240 pp.</page-range>
<isbn>9789051946147</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13295"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In november 1918 waarde het spook van de revolutie door Europa. Even leek het erop dat ook in Nederland de revolutie zou uitbreken. In Duitsland en eerder in Rusland in 1905 en 1917 waren onder de revolutionairen veel marinematrozen te vinden en vriend en vijand geloofden dat ook de Nederlandse marinematroos de revolutie toegedaan was. Er hadden zich naar Russisch voorbeeld revolutionaire raden gevormd en op 11 november kondigde socialistenleider Troelstra aan dat het tijd was een Opperste Raad van Arbeiders en Soldaten te vormen die de macht zou overnemen. In Amsterdam maar ook elders kwam het tot confrontaties tussen gezagsgetrouwe eenheden en demonstrerende militairen. Het revolutionaire sentiment bleek echter niet diep geworteld te zijn: nadat de regering had aangekondigd dat, nu de oorlog was ge&#x00EB;indigd, de krijgsmacht zou worden gedemobiliseerd, verwaaide de onvrede, maar de idee dat Nederlands marinepersoneel de socialistische beginselen had omarmd, vond zijn weg naar de historiografie van zowel de krijgsmacht als de sociale beweging.</p>
<p>In zijn proefschrift <italic>Rood noch Oranje. De sociale strijd van de Nederlandse marinematroos, 1870-1914</italic>, in maart 2022 verdedigd aan de Universiteit Leiden, gaat Johan van de Worp succesvol de strijd aan met dit beeld. Marinematrozen, georganiseerd in de Bond voor Minder Marine Personeel, kortweg de Matrozenbond, vormden een veelkleurig gezelschap dat geenszins aan de leiband van de socialisten liep, al bestond de Helderse afdeling van de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij <sc>sdap</sc> uit (voormalig) marinepersoneel dat actief was binnen de bond. Eerder kan gesproken worden van een gezamenlijk optrekken: de bond kreeg in zijn strijd voor de verbetering van de werk- en leefomstandigheden van het marinepersoneel geregeld parlementaire steun van de socialisten, maar nam afstand van hun pacifisme.</p>
<p>Het activisme van het lagere marinepersoneel, betoogt Van de Worp in een zeer goed leesbaar proza, laat zich beter verklaren uit de enorme veranderingen die de Koninklijke Marine in de lange negentiende eeuw doormaakte. De marine was een in zichzelf gekeerde organisatie die bij voorkeur zo min mogelijk te maken had met de samenleving waaruit ze haar personeel betrok. Ze kon zich dat lange tijd ook permitteren omdat er aanvankelijk uitsluitend sprake was van vrijwillige dienstneming (al is het de vraag of jongens van rond de dertien jaar de reikwijdte van een dergelijk besluit konden overzien). Vanaf 1861 kwam echter een jaarlijks contingent van zeshonderd dienstplichtigen de organisatie versterken. Daarmee werd het personeel mondiger, maar deze instroom compenseerde de uitstroom van ervaren personeel maar nauwelijks. De belangrijkste reden voor de hoge uitstroom waren de erbarmelijke werkomstandigheden. Zo werd het tuchtrecht tamelijk willekeurig toegepast en bleef de bezoldiging ver achter bij vergelijkbare beroepsgroepen zoals de koopvaardij. Ervaring en deskundigheid dreigden verloren te gaan, terwijl de overgang van zeil- naar stoomschepen juist ervaren en goed opgeleid personeel vereiste.</p>
<p>De schaarste aan personeel noopte tot maatregelen waarmee de marine de eerste stappen zette op het pad van wat in het latere defensiejargon &#x2018;vermaatschappelijking&#x2019; is gaan heten, het geleidelijke aanpassen van de organisatie aan idee&#x00EB;n die in de civiele wereld leven, met behoud van specifiek militaire gewoontes en kenmerken. De marine besteedde meer aandacht aan opleidingen en schafte lijfstraffen af, maar de hi&#x00EB;rarchie en de soms willekeurige toepassing van het tuchtrecht bleven. Het lagere marinepersoneel, nu beter opgeleid dan zijn vroeg-negentiende-eeuwse tegenhangers, stelde zich echter in toenemende mate zelfbewust op, wat eind negentiende eeuw leidde tot de oprichting van de Matrozenbond. De vakorganisatie was niet gediend van bevoogding van welke zijde dan ook. Zo verzette ze zich tegen voorstellen van confessionele zijde die de bewegingsvrijheid van het personeel tijdens verloven beperkten, en maakte ze het de marineleiding duidelijk dat ze als voorwaardige gesprekspartner wilde worden gezien. Haar breed gedragen petities stuitten doorgaans echter op de onwil van de minister van Marine en zijn adviseurs. Zij interpreteerden dergelijke activiteiten als strijdig met de krijgstucht, of meenden dat het een voorrecht was te mogen dienen bij de marine. Een andere belemmerende factor was de financi&#x00EB;le situatie bij het ministerie van Marine; de marineleiding streefde een modernisering van het varende materieel na, maar legde het in de strijd om rijksmiddelen vaak af tegen andere ministeries. Dat betekende dat ze weinig ruimte zag voor loonsverhoging voor het personeel.</p>
<p><italic>Rood noch oranje</italic> is daarmee een fraai voorbeeld van de <italic>war &#x0026; society</italic>-benadering binnen het specialisme van de militaire geschiedenis. Daarin wordt terecht aandacht gevraagd voor zaken als werving, bezoldiging en sociale status. De kern van het militair bedrijf, gewapende inzet en de voorbereiding daarop, komt daarin minder of niet aan bod. Van de Worp beschrijft de hoofdtaken van de marine, alsook de verschuivingen die daarbinnen optraden. Buiten beschouwing blijft echter de vraag in hoeverre de (beperkte) fysieke risico&#x2019;s die matrozen liepen tijdens gewapende inzet in deze periode van invloed waren op hun houding tegenover de marineautoriteiten. Dit aspect zou ook een nader licht kunnen werpen op de relaties van de Matrozenbond met andere bonden voor lager marinepersoneel, zoals de bond voor de Mariniers. De verbetering van de opleiding van de schepelingen lijkt nu primair om zeemanschap te hebben gedraaid. Wellicht is die indruk ook terug te voeren op een gebrek aan primair bronnenmateriaal: de meeste bonden archiveerden slecht en Van de Worp ontleent noodgedwongen veel van zijn inzichten aan het wel grotendeels bewaarde archief van Willem Meijer, jarenlang de spil in het web bij de Matrozenbond.</p>
<p>Een enkele maal lijkt er in de tekst iets aan de aandacht van de auteur of de uitgeverij ontsnapt te zijn. Zo ontbreekt bij de meeste kruisverwijzingen een concreet paginanummer (in plaats daarvan staat er &#x2018;zie p. <sc>xxx</sc>&#x2019;), had op pagina 83 in plaats van Willemstad zonder twijfel Willemsoord (de naam van het marine-etablissement nabij Den Helder) moeten staan, en is er op pagina 100 sprake van de &#x2018;heffe des volk&#x2019;. Dit doet echter niet af aan het feit dat <italic>Rood noch oranje</italic> een overtuigende analyse biedt van het krachtenveld waarbinnen de Matrozenbond opereerde en de drijfveren van haar leden. Van de Worp ontzenuwt het beeld van de &#x2018;rode&#x2019; marine en identificeert overeenkomsten en verschillen met de sociale beweging die zich in de burgermaatschappij manifesteerde. Zijn boek vormt binnen de militaire historiografie een belangrijke bijdrage aan onze kennis over een tot nu toe veronachtzaamd terrein. De geschiedenis van het personeel en het personeelsbeleid van de marine heeft het laatste decennium meer aandacht gekregen, maar dat geldt slechts in beperkte mate voor de negentiende eeuw.</p>
</body>
</article>