<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.13145</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.13145</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Vertalen in de Nederlanden. Een cultuurgeschiedenis</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Delabastita</surname>
<given-names>Dirk</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universit&#x00E9; de Namur en <sc>ku</sc> Leuven</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022072</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Schoenaers</surname><given-names>Dirk</given-names></name>
<name><surname>Hermans</surname><given-names>Theo</given-names></name>
<name><surname>Leemans</surname><given-names>Inger</given-names></name>
<name><surname>Koster</surname><given-names>Cees</given-names></name>
<name><surname>Naaijkens</surname><given-names>Ton</given-names></name>
</person-group>
<source>Vertalen in de Nederlanden. Een cultuurgeschiedenis</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Boom</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>656 pp.</page-range>
<isbn>9789024443338</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.13145"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Weinig boeken die in dit tijdschrift zijn gerecenseerd zullen zo mooi aansluiten bij de &#x2018;focus and scope&#x2019; van <sc>bmgn</sc> &#x2013; <italic>Low Countries Historical Review</italic> als <italic>Vertalen in de Nederlanden</italic>. Het boek bestrijkt &#x2018;de geschiedenis van de Lage Landen vanaf de middeleeuwen tot het heden&#x2019;, hanteert een bij uitstek interdisciplinair cultuurhistorisch perspectief, en behandelt een bijzonder &#x2018;breed en belangwekkend&#x2019; thema, namelijk de cultuurgeschiedenis van het vertalen in de Nederlanden, dat automatisch een &#x2018;comparatieve en internationale context&#x2019; met zich meebrengt en de Nederlanden in hun &#x2018;globale context&#x2019; situeert.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup></p>
<p>Het boek vindt zijn verre oorsprong in de jonge vertaalwetenschap van de jaren 1980 en 1990. Vertaalwetenschappers begonnen de vertaling te beschouwen als sleutel tot een beter begrip van hoe idee&#x00EB;n en teksten circuleren en evolueren, en van hoe naties, talen en culturen worden gevormd in hun omgang met het verleden en met andere hedendaagse culturen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> Een dergelijke vraagstelling inspireerde elders prestigieuze meerdelige werken als de <italic>Oxford History of Literary Translation in English</italic> en <italic>Histoire des traductions en langue fran&#x00E7;aise</italic>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Sinds 2021 is er <italic>Vertalen in de Nederlanden</italic> voor ons taalgebied, in &#x00E9;&#x00E9;n volume slechts, maar wel een fors exemplaar van 656 bladzijden met tekst in twee of drie kolommen.</p>
<p><italic>Vertalen in de Nederlanden</italic> is onderverdeeld in vijf chronologisch gedefinieerde delen van ongelijke lengte, elk gesigneerd door een van de auteurs: Deel 1, &#x2018;Tot 1550: Advocaten van de volkstaal&#x2019; door Dirk Schoenaers (26-183); Deel 2, &#x2018;1550-1700: De wereld binnen taalbereik&#x2019; door Theo Hermans (184-283); Deel 3, &#x2018;1700-1800: De vertaalmachine&#x2019; door Inger Leemans (284-335); Deel 4, &#x2018;1800-1900: Democratisering en emancipatie&#x2019; door Cees Koster (336-433); en tot slot Deel 5, &#x2018;1900-2020: Impact &amp; debat&#x2019; door Ton Naaijkens (434-561). Het geheel wordt voorafgegaan door een kort &#x2018;Woord vooraf&#x2019; (24-25), waarin het opzet van het boek wordt toegelicht en waarin wordt aangegeven dat de cultuur van de Lage Landen zich ontwikkelde &#x2018;in een spanningsveld van regionale, nationale en internationale tendensen&#x2019;, wat de noodzaak meebrengt van een &#x2018;minder nationale, minder monoculturele benadering van de cultuurgeschiedenis&#x2019; (24) en dus van grotere aandacht voor het vertalen. Dit wordt helder en kernachtig verwoord, maar een imposante studie als deze had allicht een omvangrijkere inleiding verdiend, met meer aandacht voor de geschiedenis en de bredere historiografische context van het project zelf en met perspectieven voor verder onderzoek.</p>
<p>Het boek is rijkelijk en kleurrijk ge&#x00EF;llustreerd, met een genereuze selectie prenten ter inleiding (1-16), tot besluit (641-656), en ook tussendoor. Alle bibliografische informatie is discreet verzameld in de &#x2018;Aantekeningen&#x2019; (563-584), van waaruit wordt verwezen naar de bibliografie (585-619). Hoewel het werk stoelt op een indrukwekkende wetenschappelijke eruditie, is gekozen voor een toegankelijke presentatie die het historisch vertellen benadrukt, eerder dan de conceptuele, methodologische of historiografische implicaties of achtergronden ervan. Deze keuze heeft geresulteerd in een boek dat niet alleen specialisten maar ook algemene lezers zal aanspreken. Wat de aantrekkelijkheid van het boek verder verhoogt zijn de talloze kaderteksten, vaak van de hand van hiervoor aangetrokken specialisten, met onder meer vignetten, vertalersportretten, ter vergelijking aangeboden citaten uit vertalingen, en stukjes vertaalanalyse. Samen met de prenten en de statistiekjes doorbreken, illustreren en verlevendigen ze het lineaire verhaal. Het geheel is helder geschreven en de eindredactie van de tekst getuigt van grote precisie, al hadden we het register graag vollediger gezien. Bovendien heeft het productieteam gezorgd voor een ronduit schitterende vormgeving.</p>
<p>Het boek is relevant voor de cultuurgeschiedenis omdat het een soepele definitie van &#x2018;vertaling&#x2019; hanteert, overigens met inbegrip van het mondeling vertalen (tolken). Bovendien kijken de auteurs permanent naar contexten: Wie vertaalde&#x003F; Hoe&#x003F; In welke genres en uit welke talen&#x003F; Voor welke opdrachtgever, welk publiek en in welke sociale lagen&#x003F; Welke andere actoren en instellingen waren erbij betrokken&#x003F; Welke bedoelingen en effecten hadden de vertalingen&#x003F; Welke taalsociologische, markteconomische en politieke factoren speelden daarbij een rol&#x003F; Afhankelijk van periode en context komen ook fenomenen aan bod als de beschikbare woordenboeken, het vreemdetalenonderwijs en het schrijven in vreemde talen. Vertaling wordt bestudeerd in de meest diverse contexten: in de literatuur maar ook de wetenschappen, de diplomatie, de rechtsspraak en het bestuur, in tijden van oorlog en bezetting, bij missioneringswerk en kolonisering, enz.</p>
<p>Er is nadrukkelijk ruimte voor teksten die volgens latere vertaalnormen eerder als &#x2018;bewerkingen&#x2019; zouden worden bestempeld. Het uitgangspunt van dit type onderzoek is precies dat vertaalopvattingen historisch zijn en dat de vertaalhistoricus zich dus moet onthouden van anachronistische veralgemeningen. Dit principe is vooral fundamenteel voor de studie van de middeleeuwen, toen &#x2018;de kunstmatige grenzen tussen auteur, bewerker en vertaler niet helder gedefinieerd waren&#x2019; (80), maar het betreft ook latere periodes. Men kan hier bijvoorbeeld denken aan het onorthodoxe maar invloedrijke <italic>Ten oorlog</italic> (1997) van Tom Lanoye en Luk Perceval (536-537), een versie van Shakespeares koningsdrama&#x2019;s die vanuit een postmodern eclecticisme &#x2018;trouw&#x2019; vertaalde passages afwisselt met allerlei verregaande creatieve ingrepen van de auteur/bewerker/vertaler.</p>
<p>Regelmatig besteden de auteurs aandacht aan teksten die vanuit het Nederlands naar andere talen zijn vertaald<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup>, of naar vertalingen gemaakt in andere talen dan het Nederlands maar voor gebruik binnen de Nederlanden. Deze kwestie is regelmatig aan de orde in de meertalige Lage Landen (met vooral Frans en Latijn naast het Nederlands). Enkele types van vertalingen blijven dan weer onder de radar, waaronder hertalingen zoals <italic>Reinaert de Vos</italic> van Ernst van Altena en <italic>De abele spelen</italic> van Gerrit Komrij. Helaas geldt hetzelfde voor de alomtegenwoordige audiovisuele vertalingen voor film, televisie en internet. Dat is jammer gezien het taalsociologische en culturele belang ervan. Trouwens werd nooit m&#x00E9;&#x00E9;r Shakespeare in Nederlandse vertaling &#x2018;gelezen&#x2019; dan in de ondertitels gemaakt voor de <sc>bbc</sc> Shakespeare reeks (door Willy Courteaux) of voor de vele Shakespeare-verfilmingen.</p>
<p>Zeker vanaf de negentiende eeuw nam de vertaalactiviteit zo&#x2019;n omvang dat het onbegonnen werk wordt om alles in kaart te brengen. De gebruikers van dit boek mogen daarom niet ontgoocheld zijn vanuit hun eigen interesse en leeservaring als uitgaven van deze of gene vertaler of buitenlandse auteur onbesproken blijven. Naar mijn eigen boekenplanken kijkend vraag ik me bijvoorbeeld af waarom er niets wordt gezegd over Herman Servotte, vertaler van W.H. Auden en T.S. Eliot&#x003F; Waar is Georges Eekhoud gebleven, tweetalige Belg, vertaler/auteur en literaire mediator bij uitstek, en voorwerp van een recent proefschrift door Maud Gonne&#x003F; Maar zeker voor de recentere periodes zou het onredelijk zijn van <italic>Vertalen in de Nederlanden</italic> enige vorm van encyclopedische volledigheid te verwachten. De grote lijnen, de prominente figuren, de debatten en de mijlpalen vinden we wel in het boek en ze worden met grote inzichtelijkheid gepresenteerd. Ook al wordt hiervoor geen concreet onderzoeksprogramma naar voren geschoven, wordt aldus een kader gecre&#x00EB;erd voor het nodige verder historisch werk, dat ook duidelijk zal maken in welke mate precies de besproken werken en figuren representatief zijn.</p>
<p>Daarbij is het wel te betreuren dat de opzoekmogelijkheden vrij beperkt zijn. Het register (621-633) is een naamregister met vooral namen van vertaalde auteurs en van vertalers, maar met relatief weinig academische onderzoekers. Het is vaak onvolledig: zo wordt <italic>Robinson Crusoe</italic> vermeld op bladzijdes 380, 390 en 488, maar men zoekt vergeefs naar Daniel Defoe in het register. Het register bevat dus geen titels van bijvoorbeeld anoniem overgeleverde werken of van tijdschriften. Ook betreft het geen zaakregister, dat nuttig zou zijn geweest voor de lezer die meer wil weten over &#x2018;auteursrecht&#x2019;, &#x2018;bewerking&#x2019;, &#x2018;Bijbelvertaling&#x2019;, &#x2018;bloemlezing&#x2019;, &#x2018;clandestiene vertaling&#x2019;, &#x2018;diplomatie&#x2019;, &#x2018;Fries&#x2019; en talloze andere brontalen, &#x2018;glossarium&#x2019;, &#x2018;jeugdliteratuur&#x2019;, &#x2018;Nederlandse Taalunie&#x2019;, &#x2018;perikopenvertaling&#x2019;, &#x2018;polemiek&#x2019;, &#x2018;psalm&#x2019;, &#x2018;purisme&#x2019;, &#x2018;reeksen&#x2019;, &#x2018;roofdruk&#x2019;, &#x2018;terminologie&#x2019;, &#x2018;verbod op vertalen&#x2019;, &#x2018;vertaalopleiding&#x2019;, &#x2018;vrouwelijke vertalers&#x2019;, &#x2018;woordenboek&#x2019;, &#x2018;zelfvertaling&#x2019;, of zovele andere mogelijke zoektermen. Laat dit lijstje echter vooral ook dienen ter illustratie van de veelheid aan onderwerpen die dit fascinerende boek behandelt. <italic>Vertalen in de Nederlanden</italic> verdient niet alleen veel lezers, maar ook een vaste plek in de vakbibliografie&#x00EB;n van literatuur-, taal-, boek- en cultuurhistorici.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>&#x2018;About the Journal&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic>, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://bmgn-lchr.nl/about">https://bmgn-lchr.nl/about</ext-link> (eigen vertalingen).</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Deze interesse leidde onder andere tot de reeks <italic>Vertaalhistorie</italic> (Stichting Bibliographia Neerlandica, Den Haag), in open access raadpleegbaar: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.dbnl.org/tekst/_ver007vert00_01/index.php">https://www.dbnl.org/tekst/_ver007vert00_01/index.php</ext-link>. De reeks presenteert geannoteerde chronologische beschouwingen over vertalen van de Middeleeuwen tot 1946. Drie auteurs van het hier besproken boek, Hermans, Koster en Naaijkens, traden op als redacteur. Het uitstekende <italic>Filter. Tijdschrift over vertalen</italic> (1994-heden) ontstond in dezelfde context: Koster en Naaijkens behoren tot de redactie, evenals Caroline Meijer (eindredactie <italic>Vertalen in de Nederlanden</italic>). Zowel <italic>Vertaalhistorie</italic> als <italic>Filter</italic> vormden een vruchtbare bodem voor <italic>Vertalen in de Nederlanden</italic>.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Peter France en Stuart Gillespie (eds.), <italic>Oxford History of Literary Translation in English</italic> (Oxford University Press 2005-) (vier delen gepubliceerd, het vijfde en laatste is in voorbereiding); Yves Chevrel en Jean-Yves Masson, <italic>Histoire des traductions en langue fran&#x00E7;aise</italic>, vier delen (Verdier 2012-2019).</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Zie in dit verband verder Elke Brems, Orsolya R&#x00E9;thelyi en Ton van Kalmthout (eds.), <italic>Doing Double Dutch: The International Circulation of Literature from the Low Countries</italic> (Leuven University Press 2017).</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>