<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12738</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12738</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Nederlands slavernijverleden. Historische inzichten en het debat nu</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Stipriaan</surname>
<given-names>Alex</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Erasmus Universiteit Rotterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022055</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>den Heijer</surname><given-names>Henk</given-names></name>
</person-group>
<source>Nederlands slavernijverleden. Historische inzichten en het debat nu</source>
<publisher-loc>Zutphen</publisher-loc>
<publisher-name>Walburg Pers</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>336 pp.</page-range>
<isbn>9789462494930</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12738"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het Nederlandse slavernijverleden is de laatste decennia een veelbesproken onderwerp geworden, ook ver buiten de wereld van historici. Bestuurders en bedrijven maken excuses voor het in het verleden veroorzaakte leed. Er komt een nationaal slavernijmuseum en ook in de discussies over Zwarte Piet of de Black Lives Matter-beweging wordt naar het slavernijverleden verwezen. Ook in de politieke discussies tussen de voormalige Nederlandse koloni&#x00EB;n in Zuid-Amerika en hun voormalige kolonisator zijn referenties naar dit verleden nooit ver weg. De Leidse emeritus hoogleraar Zeegeschiedenis Henk den Heijer achtte het daarom tijd om deze geschiedenis nog eens in kaart te brengen en het hedendaags gebruik daarvan kritisch tegen het licht te houden. Hij focust daarbij op het Atlantisch gebied, omdat hij de slavernij in het <sc>voc</sc>-gebied terecht van een wat andere aard vindt.</p>
<p>Zo&#x2019;n boek is inderdaad welkom. Er is de laatste decennia over dit thema zoveel gepubliceerd en gediscussieerd dat velen waarschijnlijk moeilijk door de bomen het bos nog zien. Een zo waarheidsgetrouw en up-to-date mogelijk overzicht geven van zo&#x2019;n veelzijdige geschiedenis is natuurlijk uitdagend. Om tegelijkertijd ook de debatten daarover op een faire manier weer te geven en daarin de eigen mening evenwichtig te presenteren, maakt deze onderneming nog complexer. Daarin slaagt de auteur dan ook onvoldoende. Ondanks de sobere toonzetting is er een soort onderliggende boosheid voelbaar, die uiteindelijk aan het slot pas wordt verwoord. Die boosheid betreft vooral het maatschappelijk engagement van historici en niet-historici die zich uitspreken over (de hedendaagse doorwerkingen van) het slavernijverleden. Onbegrijpelijk vindt Den Heijer bijvoorbeeld dat zelfs wetenschappers inmiddels &#x2018;de riolen van Twitter&#x2019; zijn binnengestapt &#x2018;om zich door wie het maar wil te laten besmeuren&#x2019; (269).</p>
<p>Zes hoofdstukken geven een beschrijving van de Nederlandse slavernij in het Atlantisch gebied. Den Heijer begint met een overzicht van de voor- en tegenstanders van slavernij in de zeventiende en achttiende eeuw, en vervolgt met de mensenhandel met Afrika, de organisatie van slavernij in de koloni&#x00EB;n, het slavenverzet en de afschaffing tot en met de economische effecten van het systeem. Het laatste hoofdstuk en de epiloog zijn gewijd aan hedendaagse debatten over de doorwerkingen of erfenissen van het slavernijverleden, de link tussen slavernij en hedendaags racisme en identiteitspolitiek. Dat laatste heeft dan vooral betrekking op het gebruik van het slavernijverleden door Afro-Nederlanders om hun (achtergestelde) positie in de samenleving te verklaren en verbeteren.</p>
<p>In de beschrijvende hoofdstukken probeert Den Heijer recht te doen aan alle inzichten die de laatste decennia in het onderzoek naar de Nederlandse slavernij zijn verworven. Tegelijk ergert hij zich aan wat hij noemt &#x2018;stereotiepe beelden&#x2019; van wreedheid of van de impact van slavenverzet: &#x2018;Het is moeilijk voor te stellen dat een samenleving op dergelijke wreedheden kon voortbestaan&#x2019; (22). Daarmee doelt hij vooral op de bekende prenten uit het boek van John Gabriel Stedman (1796). Niettemin toont Den Heijers eigen beschrijving evenzeer hoe inhumaan en gewelddadig het systeem was. Kennelijk werd het voortbestaan ervan hierdoor toch niet bedreigd.</p>
<p>Die tegenstrijdigheid spreekt vaker uit het boek. Den Heijer geeft veel inzichtelijke beschrijvingen over de omvang en ernst van het systeem, maar concludeert ook steeds weer dat het vooral niet moet worden overdreven. Zo brengt hij vele stemmen ten tonele van predikanten en intellectuelen die schreven problemen te hebben met de slavernij. Maar een debat werd het niet en tot afschaffing leidde het evenmin. Kortom, de oppositie stelde niet veel voor, vindt Den Heijer. Hij beweert merkwaardig genoeg dat de meeste predikanten mensenhandel en slavernij accepteerden (44), terwijl dit nog nooit is onderzocht en de auteur dit ook niet onderbouwt. Zoals zo vaak wordt in dat verband de Afrikaanse predikant Jacobus Capitein opgevoerd en even gebruikelijk wordt daarbij niet verwezen naar de inleiding van diens <italic>Staatkundig-godgeleerd onderzoekschrift over de slaverny, als niet strydig tegen de christelyke vryheid</italic> (1742) waarin Capitein zich rechtstreeks richt tot &#x2018;zeer veel mensen&#x2019; in Nederland, die &#x2018;in hunne onderlinge samenspraken&#x2019; bediscussi&#x00EB;ren of vrijheid van ziel hoort samen te gaan met vrijheid van lichaam.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Kortom, hij refereert aan een bestaand en substantieel debat. Dat dit niet door de tegenstanders van slavernij werd gewonnen, is een andere zaak.</p>
<p>Bovendien is het moeilijk vol te houden dat de discussie over slavernij door slechts een beperkt aantal intellectuelen werd gevoerd. In 1797 was het opnemen van afschaffing van slavernij in de Nederlandse grondwet een langdurig discussiepunt in de Nationale Vergadering. Er was destijds inderdaad geen sprake van een massabeweging en evenmin kwam de afschaffing erdoor, maar dat duurde elders ook nog een tijd. Mocht het zo zijn dat het belang van de slavernij voor de Republiek minimaal was, zoals Den Heijer beweert, dan is het toch des te merkwaardiger dat de afschaffing ervan zo lang duurde. Waarom de Nationale Vergadering toch teveel opzag tegen de gevolgen van een afschaffing die bovendien nog drie generaties op zich liet wachten, is minstens een tegenstelling of vraag die antwoord behoeft. In dit verband weet Den Heijer zeker dat die uiteindelijke afschaffing toch vooral onder Britse druk tot stand is gekomen en dat de slaafgemaakten in de koloni&#x00EB;n daarop geen enkele invloed hebben gehad. Hij gaat niet in op de argumenten van onderzoekers zoals Maarten Kuitenbrouwer, Jaap Toes en ondergetekende, die toonden dat die invloed er wel degelijk was, tot in de pers en Kamerdebatten aan toe. Zou de afschaffing zonder die bezoekjes van enkele Britse abolitionisten aan Nederland dan n&#x00F3;g veel langer op zich hebben laten wachten&#x003F;</p>
<p>Een hoofdstuk wijdt Den Heijer aan de economische effecten van de slavernij voor Nederland. Het lijdt geen twijfel dat die effecten voor het Nederlandse bruto binnenlands product tijdens de hele slavernijperiode 1600-1863 niet indrukwekkend groot waren. Alleen is zo&#x2019;n alomvattende berekening ten enen male onmogelijk, omdat bijvoorbeeld nooit is bijgehouden wat specifiek voor het slavernijsysteem werd geproduceerd, noch hoe Nederland, deels illegaal, aan Engelse en Franse en andere slavernijsystemen verdiende. Bovendien is het geheel niet relevant voor de werkelijke impact, namelijk die op de betrokken mensen en samenlevingen. Ook Den Heijer vindt zulke berekeningen op zijn best nattevingerwerk en op zijn minst moreel laakbaar. Toch wijdt hij een heel hoofdstuk aan zulke berekeningen, waarschijnlijk omdat het deel uitmaakt van het hedendaagse slavernijdebat. Bovendien beperkt hij zich, zonder uitleg, tot de periode van de Republiek, terwijl de slavernij daarna nog ruim een halve eeuw langer voortging. Evenmin legt Den Heijer uit waarom de toegevoegde waarde die de producten uit slavenkoloni&#x00EB;n door verdere bewerking kregen niet meetelt in het economisch belang voor Nederland. Meerdere keren noemt hij het systeem moreel verwerpelijk, maar zijn continue nadruk op het kleine economische belang ervan lijkt dat oordeel grotendeels te overschaduwen.</p>
<p>Het boek is daarmee bij vlagen een persoonlijke kruistocht geworden, met bovendien een aantal hinderlijke fouten. Ook stoort het dat er nogal eens anonieme of wetenschappelijk gezien oninteressante opponenten worden aangehaald. Zo maakt Den Heijer zich boos over de veronderstelling dat de Amsterdamse grachtengordel zou zijn aangelegd met door slavernij verdiend geld. Zijn bron hiervoor is de bekende Nederlandse rapper Akwasi Owusu Ansah. Die uitspraak wordt vervolgens ontkracht met de verwijzing dat de dit deel van Amsterdam al in 1665 voltooid was, in een tijd waarin Nederland weinig slavenkoloni&#x00EB;n had (60). Maar daarv&#x00F3;&#x00F3;r was er in Brazili&#x00EB; en elders door sommige bewoners van Amsterdam al flink verdiend aan de slavernij en die hadden wel degelijk mooie huizen aan de grachten neergezet. In 1665 waren bovendien nog lang niet alle percelen bezet. Tot de latere bouwers behoorden veel belangrijke slavenhandelaars en <sc>wic</sc>-bewindhebbers, zoals Paulus Godin (1672), Albert Geelvinck (1687), of Joan Corver (1671), alle drie aan de Herengracht. Een discussie aangaan met een rapper en bovendien met slecht onderbouwde argumenten is dan ook weinig overtuigend.</p>
<p>Voorgaande is misschien nog als minder belangrijk af te doen. Maar wat te denken van Den Heijers schatting dat het totaal aantal Nederlandse slavenreizen ruim 1500 heeft bedragen en nieuw onderzoek daar volgens hem niets meer aan zal veranderen (80)&#x003F; Een blik in de Trans-Atlantic Slave Trade Database (<sc>tstd</sc>), die hijzelf ook raadpleegde, leert echter dat de teller al enige tijd op 1699 staat: dertien procent meer en die teller staat nog niet stil. Den Heijer stelt ook dat twee derde van de slaafgemaakte Afrikanen uit het, door plantage-eigenaren ongewenste, Congo-Angolagebied kwam (77). Maar diezelfde <sc>tstd</sc> laat zien dat daar iets minder dan een derde vandaan kwam. Ook wordt de suggestie gewekt alsof de slavernij op Cura&#x00E7;ao minder erg was, omdat de meeste slaafgemaakten in de stad en/of de zeevaart werkten (123 e.v.). In werkelijkheid woonde in 1820, het moment waarvoor de eerste harde cijfers bekend zijn, 70 procent van hen in de plantagedistricten, waar het slavenleven schraal en hard was.</p>
<p>Wanneer dit boek een kritische begeleiding en weerwoord had gekregen bij zijn totstandkoming, had het wellicht een rol kunnen spelen in de hedendaagse discussies. Nu is het vooral een handig boek voor lezers die alleen behoefte hebben aan een snel en goed leesbaar overzicht van het slavernijverleden en daarbij voornoemde bezwaren voor lief nemen.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Jacobus Capitein, <italic>Staatkundig-godgeleerd onderzoekschrift over de slaverny, als niet strydig tegen de christelyke vryheid</italic> (Leiden 1742) 30.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>