<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12625</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12625</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Protagonists of War. Spanish Army Commanders and the Revolt of the Low Countries</article-title></title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Verwerft</surname>
<given-names>Bert</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Gent</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022052</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Fagel</surname><given-names>Raymond</given-names></name>
</person-group>
<source>Protagonists of War. Spanish Army Commanders and the Revolt of the Low Countries</source>
<comment>Avisos de Flandres 18</comment>
<publisher-loc>Leuven</publisher-loc>
<publisher-name>Leuven University Press</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>388 pp.</page-range>
<isbn>9789462702875</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12625"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Raymond Fagel is als universitair docent verbonden aan de Universiteit Leiden en voert al meer dan vijfentwintig jaar onderzoek naar de intensieve contacten die er bestonden tussen Spanjaarden en Nederlanders in de vroegmoderne tijd. Sinds zijn proefschrift over de aanwezigheid van Spaanse kooplieden in de Nederlanden (1996) betoont hij zich een groot pleitbezorger van meer kennisdeling tussen historici uit de Lage Landen en Spanje. Deze grensoverschrijdende aanpak resulteert in een rijk oeuvre aan publicaties die focussen op de Iberische erfenis van de Habsburgse vorstendynastie en die hiermee substantieel bijdragen tot een verrijking van het historiografische debat inzake de culturele, economische, sociale, politieke en militaire uitwisselingen tussen de mediterrane wereld en Noordwest-Europa.</p>
<p>Ook deze nieuwste publicatie van Fagel kadert in deze comparatieve onderzoekstraditie. Met het <sc>nwo</sc>-onderzoeksproject &#x2018;Facing the Enemy. The Spanish Army Commanders During the First Decade of the Dutch Revolt (1567-1577)<italic>&#x2019;</italic> kreeg hij de unieke kans om de perceptie op Spaanse aanvoerders tijdens de Nederlandse Opstand vanuit Spaanse en Nederlandse bronnen te onderzoeken en te contextualiseren binnen de historiografie van beide landsgebieden.</p>
<p>De uitgave vormt een Engelstalige synthese van eerdere, in het Nederlands gepubliceerde deelonderzoeken naar enkele belangrijke Spaanse protagonisten die hun stempel drukten op de zestiende-eeuwse oorlogsvoering in de Nederlanden. Elk van de bestudeerde aanvoerders correspondeerde hoofdzakelijk met de hertog van Alva, hun beschermheer, maar ook met de ministeri&#x00EB;le entourage van koning Filips <sc>ii</sc> in Madrid. De honderdtal bewaarde brieven geven hierdoor inzicht in de manier waarop de Spaanse militairen hun aanwezigheid in de Nederlanden beleefden en stellen de auteur van de publicatie in de mogelijkheid om de &#x2018;agency&#x2019; van de bevelvoerders nauwgezet in beeld te brengen.</p>
<p>Bij de analyse van zijn bronnenmateriaal gebruikt Fagel een klassieke methode van tekstvergelijking tussen deze brieven en Spaans- en Nederlandstalige verhalende bronnen (&#x2018;<italic>episodical narratives&#x2019;</italic>), zoals kronieken, biografie&#x00EB;n, komedies en sonnetten, om de feitelijke gebeurtenissen tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de rol van iedere Spaanse commandant hierin te ontleden en te reconstrueren. Deze methode levert mooie resultaten op voor het onderzoek naar de Opstand in de Nederlanden, aangezien de latere staatkundige uitkomst van dit conflict anders wordt bekeken in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, laat staan in het verafgelegen Spanje. Fagel verbindt zijn analyse met thema&#x2019;s zoals de Zwarte Legende: de negatieve protestantse beeldvorming over de katholieke Spanjaarden als zeer wrede, fanatieke, bloeddorstige en intolerante vijanden. In hoeverre deze negatieve perceptie berust op re&#x00EB;le feiten dan wel aan historisch revisionisme toe is, blijft voer voor discussie onder vroegmoderne historici. In de eerste vier hoofdstukken brengt Fagel het verhaal van de Spaanse aanvoerders op basis van de voormelde bronnen, gevolgd door een besluitend vijfde en finale hoofdstuk waarin hij via een narratologische tekstanalyse de gepresenteerde verhalen met elkaar vergelijkt.</p>
<p>In de eerste vier hoofdstukken komen de zorgvuldig uitgekozen hoofdpersonages elk aan bod in een biografisch opgezet essay: de Spaanse held Romero Juli&#x00E1;n, de kampioen van het katholicisme Sancho d&#x2019;Avila, de goede Spanjaard Christob&#x00E1;l de Mondrag&#x00F3;n en de voorbeeldige soldaat Francisco de Vald&#x00E9;s. Deze typeringen zijn niet lukraak gekozen en worden reeds in de contemporaine bronnen naar voren gebracht. Iedere bevelhebber, met zijn eigen achtergrond en persoonlijke kwaliteiten en karakteristieken, probeert het hoofd te bieden aan de vele logistieke, financi&#x00EB;le en organisatorische uitdagingen die verbonden waren met de oorlogsvoering in de Lage Landen, een thema dat uitgebreid aan bod kwam in Geoffrey Parkers monumentale standaardwerk &#x2018;The Army of Flanders and the Spanish Road, 1567-1659&#x2019; (1972). Een kanttekening bij de biografische essays in dit deel is dat ze vaak zeer beschrijvend van aard zijn en een grote informatiedichtheid hebben, waardoor ze de anekdotiek niet altijd weten te overstijgen.</p>
<p>Er vallen enkele gelijkenissen op tussen de besproken biografie&#x00EB;n. Zo werden de vroegste carri&#x00E8;res van de Spaanse officieren meestal door de Spaanse kroniekschrijvers gereconstrueerd nadat ze naam en faam hadden bereikt, wat ruimte gaf voor interpretatie en creativiteit. Juli&#x00E1;n was een zeer moedig en militair kundig soldaat en een mooiprater, D&#x2019;Avila werd zowel in de Nederlandse als de Spaanse bronnen van die tijd getypeerd als een weinig tactvolle ijzervreter, terwijl Mondrag&#x00F3;n juist de belichaming vormt van de eerzame aanvoerder die zich uitstekend aanpaste aan de gewoonten en gebruiken in de Lage Landen en daardoor, zeer uitzonderlijk, in zowel de Nederlandse als de Spaanse oorlogsnarratieven als een goede Spanjaard werd beschouwd. Ten slotte werd Vald&#x00E9;s vooral in Spanje geroemd als logistiek organisator die zijn militaire reputatie in Spanje verwierf door het schrijven van een veelgelezen militair traktaat. Een romantisch gereconstrueerd achttiende-eeuws liefdesverhaal over Vald&#x00E9;s en zijn Hollandse geliefde Magdalena Moons vormde de achtergrond van een meer positieve benadering van deze figuur in de Nederlandse bronnen.</p>
<p>Ten slotte worden in het laatste en vijfde hoofdstuk de episodische oorlogsnarratieven over de vier Spaanse bevelvoerders in een breder vergelijkend perspectief geplaatst. De auteur concludeert dat de feitelijke gebeurtenissen die beschreven worden in Nederlandse en Spaanse kronieken een sterk propagandistische ondertoon bevatten en vaak zeer eenzijdig behandeld worden. Hierdoor cre&#x00EB;erden de Nederlandse en Spaanse chroniqueurs hun eigen mythen en verhalen die vaak niet of nauwelijks gekend waren bij de tegenpartij. Succesvolle militaire veldslagen of belegeringen werden binnen een politiek discours &#x2018;gecanoniseerd&#x2019; terwijl smadelijke verliezen of zwarte bladzijden in de geschiedenis vakkundig werden weggelaten of geminimaliseerd. Er is ook een substantieel verschil in subjectiviteit tussen eigentijdse ongepubliceerde bronnen, zoals de correspondentie van de Spaanse officieren en de narratieve bronnen die gebeurtenissen post factum reconstrueerden in functie van staatsvorming, nationale geschiedschrijving of adellijke familiale identiteitsvorming. Hete hangijzers zoals de Spaanse Furie (1576) werden in de anti-Spaanse geschiedschrijving vaak verengd tot een te beperkte dimensie van muiterij, terwijl uit de contemporaine brieven van de Spaanse aanvoerders duidelijk werd dat deze gewelddadige uitbarsting in de eerste plaats voortvloeide uit een militaire confrontatie tussen de garnizoensoldaten van D&#x2019;Avila, bevelvoerder van de Antwerpse citadel, en de door de Staten-Generaal gemobiliseerde troepen.</p>
<p>Uit het vergelijkend onderzoek blijkt hoe niet alleen de protestantse opstandelingen maar ook de royalisten in de Habsburgse Nederlanden gebruik maakten van anti-Spaanse propaganda. Een deel van de hoge adel in de Lage Landen toonde immers een groot misprijzen voor de Spaanse officieren die het zeer laatdunkend beschreef als parvenu&#x2019;s van lage geboorte die zich bemoeiden met wat de autochtone adel beschouwde als strikt &#x2018;binnenlandse&#x2019; politieke aangelegenheden. Met deze studie ligt de weg daarom ook open om een diepgaander onderzoek te voeren naar de spanningen die er heersten binnen het Spaans-katholieke kamp tussen enerzijds de Spaanse officieren, vaak creaturen van de onpopulaire ijzeren hertog van Alva, en anderzijds het Zuidelijke-Nederlandse aristocratische kamp onder leiding van de hertog van Aarschot. Een literair topos dat steeds weerkeerde in de briefwisseling tussen de Spaanse officieren en de hoge staatsadministratie in Spanje is het gebrek aan geld, middelen en erkenning. Meermaals dreigden de Spaanse officieren om de koninklijke dienst te verlaten, vroegen zij naar gunsten van hun beschermheer, de hertog van Alva, of probeerden zij via tussenpersonen een vaste bron van inkomsten te bekomen. Aan de hand van de bekommernissen en ergernissen geuit in de briefwisseling worden de structurele tekortkomingen van de Habsburgs-Spaanse staat nauwgezet blootgelegd: moeilijkheden door het besturen op afstand, de beperkte toegang tot de figuur van vorst met de bekrachtiging van de voorstelling van Filips <sc>ii</sc> als papieren koning, de financi&#x00EB;le en logistieke problemen die voortkwamen uit vroegmoderne oorlogsvoering en de retributie van gunsten en inkomsten door een rigide patronage-cli&#x00EB;ntelesysteem.</p>
<p>De studie van Fagel maakt tevens duidelijk hoe Spaanse officieren zoals Juli&#x00E1;n en Mondrag&#x00F3;n door hun gedeelde krijgservaringen op het Habsburgse strijdtoneel met de latere opstandelingenleider Willem van Oranje een meer genuanceerd beeld ontwikkelden van de acties van de opstandelingen dan hun krijgscollega&#x2019;s D&#x2019;Avila en Vald&#x00E9;s, die geen gemeenschappelijk verleden deelden met de hoge adel in de Nederlanden. Gedeelde krijgs- en bestuurservaringen hadden een duidelijke invloed op hoe Spaanse bevelvoerders politieke en militaire gebeurtenissen in de Nederlanden inschatten en percipieerden. Deze studie toont bijgevolg aan dat de periode tussen de late regeringsjaren en de abdicatie van keizer Karel v (1540-1555) en het begin van de Opstand (1566-1568) cruciale decennia vormen om het handelen van de Spaanse en Nederlandse protagonisten in de Opstand te kunnen begrijpen: net toen leerden veel hoofdfiguren die de Opstand kleurden elkaar kennen in een gedeelde context.</p>
<p>De grootste verdiensten van Fagels studie komen naar voren wanneer de auteur het persoonlijke taalgebruik van de Spaanse aanvoerders stylometrisch onder de loep neemt. Zo gebruikt de religieus bewogen pilaarbijter D&#x2019;Avila een taalregister dat blijk geeft van een religieus ge&#x00EF;nspireerd wereldbeeld met een uitgesproken dichotomie tussen vijand (<italic>herejes</italic>) en vriend (<italic>amigos</italic>). Daartegenover bezigt Vald&#x00E9;s als Maestro de Campo in Holland Franse leenwoorden als <italic>guses</italic> (geuzen) en <italic>plat pais</italic> (platteland) wat wijst op een meer direct en vriendschappelijk contact met de lokale bevolking. Fagel biedt met deze taalanalyse een eerste voorzichtige aanzet, maar laat kansen onbenut om deze methodiek systematisch in te zetten op het brede, verzamelde bronnencorpus.</p>
<p>Deze verdienstelijke studie zet de deur wijd open naar meer vergelijkend onderzoek waarbij elementen van taalanalyse, onderzoek naar de verschillen in historiografische tradities en de constructie van interne en externe vijandsbeelden kunnen bijdragen tot een beter begrip van de vroegmoderne oorlogsvoering in relatie tot processen van nationale identiteitsvorming.</p>
</body>
</article>