<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="letter" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Letters to the editor</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Reactie op het <sc>bmgn</sc>-discussiedossier &#x2018;Omgang met de Tweede Wereldoorlog: integriteit en nivellering&#x2019;.</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Blom</surname>
<given-names>Hans</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022046</elocation-id>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
</article-meta>
</front>
<body>
<p content-type="right"><sc>leiden</sc>, 22 juli 2022</p>
<p>In zijn &#x2018;pamflet&#x2019; <italic>Plagiaat en nivellering</italic> voert Rudolf Dekker mij op als voorstander en verspreider van &#x2018;nivellering en vergrijzing&#x2019; in de geschiedschrijving van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Dat is onjuist.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> Sterker, het tegenovergestelde is het geval. Ik wijs juist bij herhaling op de vele dimensies die bij dat verleden in het geding waren en de onnoemelijk vele variaties aan gedrag. Daarom heb ik &#x2013; bij alle blijvende waardering die ik voor <italic>Grijs verleden</italic> van Chris van der Heijden heb<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> &#x2013; ook bezwaar gemaakt tegen de metafoor grijs als karakteristiek voor de bezettingstijd. Als een kleurenmetafoor al wenselijk is, dan toch juist veelkleurig.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup> In zijn inleiding bij het onderhavige discussiedossier zet Marnix Beyen dat nog eens helder uiteen. Niettemin sluit Dekker zijn repliek in het onlinegedeelte van het dossier af met een alinea, waarin hij die beschuldiging &#x2013; want dat is het in de context van zijn publicatie; morele onvolwaardigheid is de suggestie &#x2013; nog eens kort herhaalt. Tot nu toe heb ik ervan afgezien te reageren, maar nu dit in ons leidende vakblad herhaald wordt, wil ik kort wijzen op die onjuistheid en vooral, hieronder, op de mijns inziens ontoelaatbare wijze waarop Dekker in zijn pamflet te werk gaat.</p>
<p>Ten eerste: op bladzijde 79 geeft hij een citaat, waarin ik opmerk dat de &#x2018;politieke en morele dimensie maar beter op de achtergrond kan blijven&#x2019; onder verwijzing (in noot 220) naar mijn oratie uit 1983. Maar die zinsnede is daar niet te vinden. Deze bestaat overigens wel, maar staat in mijn uitvoerige recensie van <italic>Grijs verleden</italic>. Dat was een ongelukkige formulering van wat ik bedoelde. Er had moeten staan dat de &#x2018;politieke en morele appreciaties van de auteur&#x2019; beter zo ver mogelijk op de achtergrond kunnen blijven. De morele dimensies, die in deze fase van het verleden aan de orde waren, zijn uiteraard zeer relevant. In mijn afscheidscollege heb ik dat ook uitdrukkelijk zo gecorrigeerd in een passage, waarin ik reageerde op commentaar van Maarten Brands.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup> Dekker laat dat onvermeld, terwijl hij dat afscheidscollege wel degelijk kent en dat commentaar van Brands bespreekt. In noot 231 verwijst hij naar het afscheidscollege in het algemeen met een opmerking over de reactie op Brands. Me dunkt dat het verzwijgen van die correctie in een serieus bedoelde publicatie onaanvaardbaar is.</p>
<p>Ten tweede: Dekker kent mijn uitvoerige recensie van <italic>Grijs verleden</italic>. Hij heeft het bovengenoemde citaat eraan ontleend en verwijst er expliciet naar in noot 217 en in noot 240.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup> In diezelfde slotpassage van dat recensieartikel zet ik uiteen dat &#x2018;grijs&#x2019; niet de uitwerking van mijn oratie is, maar dat dan &#x2018;niet een grijs maar een veelkleurig verleden&#x2019; de inzet van zo&#x2019;n boek had moeten zijn. Ook dat verzwijgt Dekker in zijn karakterisering van mijn positie als grijs. Opnieuw een in een serieus bedoelde publicatie onaanvaardbare handelwijze.</p>
<p>Ten derde: Dekker citeert op bladzijde 78 uit het slot van mijn oratie uit 1983. Hij formuleert als volgt: Blom &#x2018;besloot met het uitspreken van de hoop dat de klemmende ban van &#x201C;de politie-morele vraag naar goed en fout&#x201D; in de geschiedschrijving van de oorlogsjaren doorbroken zal worden&#x2019;. Maar die slotzinnen luiden: &#x2018;Daarbij zal, indien de gesuggereerde wegen worden gevolgd, een verschuiving optreden van een vrij sterke nadruk op reconstructie en kwalificatie van allerlei gedrag naar analyse en inzicht in de achtergronden ervan. De niet in alle opzichten verhelderende ban van de politiek-morele vraag naar goed en fout zal dan doorbroken worden&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref></sup> Dat lijkt muggenzifterij maar is het niet, want de verandering van &#x2018;niet in alle opzichten verhelderend&#x2019; naar &#x2018;klemmend&#x2019; &#x2013; toch duidelijk inhoudelijk iets anders &#x2013; is cruciaal en leidt tot een onzuivere weergave van wat ik gezegd heb. Ook hier: in een serieus bedoelde publicatie niet aanvaardbaar. Dat Dekker daarbij &#x2018;klemmend&#x2019; buiten het tussen aanhalingstekens staande deel van de aangehaalde slotzin houdt, suggereert dat hij weet dat &#x2018;klemmend&#x2019; er niet staat.</p>
<p>Deze drie voorbeelden mogen volstaan om duidelijk te maken dat Dekker mij op ontoelaatbare wijze parafraseert om mijn opvattingen vervolgens ook onjuist te karakteriseren. Ik kan mij maar moeilijk aan de indruk onttrekken dat hier opzet in het spel is, een zware overtreding dus van de wetenschappelijke integriteit, die hij zegt zo hoog in het vaandel te hebben. Maar ook als het geen opzet is, kan niet anders gezegd worden dan dat sprake is van oogkleppen van een zodanige omvang en dikte dat elk zicht op de werkelijkheid verdwenen is. Ook zeer ernstig dus. Daarom is er ook geen enkele reden om dit pamflet &#x2013; in welk opzicht dan ook &#x2013; serieus te nemen.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Rudolf Dekker, <italic>Plagiaat en nivellering. Nieuwe trends in de Nederlandse geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog</italic> (Amsterdam 2019), in het bijzonder het hoofdstuk &#x2018;Nivellering en vergrijzing&#x2019;, 77-86.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Deze karakterisering geeft Dekker ook voor Ad van Liempt, tegen wie dit pamflet meer in het bijzonder is gericht. Ook voor hem is dat onjuist. Wie zijn werk overziet kan niet volhouden dat dit om het grijze midden gaat of nivellerend is. Dat geldt bij uitstek voor zijn biografie van Gemmeker.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Chris van der Heijden, <italic>Grijs verleden. Nederland en de Tweede Wereldoorlog</italic> (Amsterdam/Antwerpen 2001).</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Hans Blom, <italic>In de ban van goed en fout. Geschiedschrijving over de bezettingstijd in Nederland</italic> (Amsterdam 2007) 66. Het gaat hier om wat oorspronkelijk een recensieartikel was in de <sc>bmgn</sc> 116:4 (2001) 483-489. In de noten in deze reactie verwijs ik voor mijn eigen publicaties verder steeds naar deze bundel. Daarin zijn, naast de tekst van mijn afscheidscollege uit dat jaar, negen eerder verschenen bijdragen opgenomen.</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Blom, <italic>In de ban</italic>, 165.</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p>In die noot zegt hij overigens dat deze publicatie uit 2001 onder meer herdrukt is in 1989! Een wat mij betreft te verwaarlozen slordigheid. Dekker zelf oordeelt, blijkens zijn eigen pamflet, heel wat onverzoenlijker op slordigheden.</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Blom, <italic>In de ban</italic>, 25.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>
