<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12465</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12465</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Leven in bezet Nederland 1940-1945</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Lak</surname>
<given-names>Martijn</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht en Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022073</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>ten Have</surname><given-names>Wichert</given-names></name>
</person-group>
<source>Leven in bezet Nederland 1940-1945 (zes delen)</source>
<year>1940</year>
</product>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>te Slaa</surname><given-names>Robin</given-names></name>
</person-group>
<source>Verwarring en aanpassing</source>
<year>1941</year>
</product>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Schumacher</surname><given-names>Erik</given-names></name>
</person-group>
<source>Het masker valt</source>
<year>1942</year>
</product>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van der Plicht</surname><given-names>Elias</given-names></name>
</person-group>
<source>Oorlog op alle fronten</source>
<publisher-loc>Utrecht</publisher-loc>
<publisher-name>Spectrum &#x007C; NIOD</publisher-name>
<comment>2020</comment>
<year>1943</year>
<page-range>747 pp.</page-range>
<isbn>97890003655081</isbn>
</product>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Oudheusden</surname><given-names>Jan</given-names></name>
<name><surname>Schumacher</surname><given-names>Erik</given-names></name>
</person-group>
<source>Onderdrukking en verzet</source>
<year>1944</year>
</product>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Liempt</surname><given-names>Ad</given-names></name>
</person-group>
<source>Verstoorde verwachtingen</source>
<year>1945</year>
</product>
<product>
<source>De afrekening</source>
<publisher-loc>Utrecht</publisher-loc>
<publisher-name>Spectrum &#x007C; NIOD</publisher-name>
<year>2022</year>
<page-range>711 pp.</page-range>
<isbn>9789000365081</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12465"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Op 27 oktober 1940 schreef een Joodse leraar op een gymnasium in Leiden in zijn dagboek:</p>
<disp-quote><p>Voor mijn stemming is het het beste, dat ik op school ben of het druk heb met het prepareren van lessen en corrigeren van proefwerken. Want er is maar al te veel aanleiding om te tobben, over alles, wat de Joden en mij persoonlijk boven het hoofd hangt [&#x2026;] Maar ik zie alles zeer duister, zeer hopeloos in, al geef ik toe, dat men ons nu al verscheiden maanden langer met rust heeft gelaten dan ik eerst gedacht had [&#x2026;] Een troost&#x003F; O ja, in de middeleeuwen werden we beroofd &#x00E9;n vermoord; dit laatste wordt nu nagelaten. (198)</p></disp-quote>
<p>Na het lezen van zo&#x2019;n passage &#x2013; de reeks <italic>Leven in bezet Nederland</italic> staat vol met dergelijke scherp gekozen citaten &#x2013; blijft de lezer in verbijstering achter. Nog geen twee jaar later begonnen de deportaties van de Nederlandse Joden naar de vernietigingskampen in het door nazi-Duitsland bezette Polen. Het lot van de Nederlandse Joden krijgt terecht veel aandacht in <italic>Leven in bezet Nederland</italic>, een sterke en overtuigende synthese van recent onderzoek over Nederland tijdens de Duitse bezetting van 1940-1945, waarbij het vernieuwende vooral is gelegen in het accent op de vraag hoe de gebeurtenissen in deze jaren uitwerkten op het dagelijks leven. Daarbij wordt veelvuldig gebruik gemaakt van dagboeken en andere persoonlijke documenten.</p>
<p>Hoewel de Tweede Wereldoorlog steeds verder in het verleden ligt, neemt de belangstelling voor het bloedigste conflict uit de menselijke geschiedenis bepaald niet af: de spreekwoordelijke boekenkasten zijn er inmiddels over volgeschreven. De jaren 1940-1945 blijven in veel opzichten een moreel ijkpunt, bijvoorbeeld als het gaat om de houding die Nederland aan moet nemen ten opzichte van de oorlog tussen Oekra&#x00EF;ne en Rusland, maar ook over de vraag of er vergelijkingen kunnen worden gemaakt tussen politieke bewegingen en partijen als Partij voor de Vrijheid en Forum voor Democratie en de Nationaal-Socialistische Beweging.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup></p>
<p><italic>Leven in bezet Nederland</italic> is niet alleen een toegankelijke analyse, maar ook een visuele weergave van de bezetting. De verschillende delen in deze reeks zijn prachtig ge&#x00EF;llustreerd, met goed gekozen foto&#x2019;s en afbeeldingen. De zes boeken uit de serie verschenen aanvankelijk los van elkaar &#x2013; &#x00E9;&#x00E9;n per oorlogsjaar &#x2013; en zijn nu gebundeld in twee kloeke delen.</p>
<p>Het eerste boek uit de serie, <italic>1940. Verwarring en aanpassing</italic> door Wichert ten Have, maakt inzichtelijk hoe een periode van lange en wellicht vergeefs gekoesterde neutraliteit in mei 1940 ten einde kwam en veranderde in oorlog en bezetting. Ten Have stelt in dit deel onder andere de volgende vragen: hoe gingen Nederlandse bestuurders, het bedrijfsleven en de Nederlandse bevolking daarmee om&#x003F; Welke houding moest worden aangenomen tegenover de bezetter&#x003F; Hoe kon men het dagelijks leven zo goed mogelijk voortzetten &#x2013; iets wat het overgrote deel van de Nederlanders na mei 1940 deed &#x2013; te midden van de veranderde omstandigheden&#x003F; Twintig jaar geleden vatte de economisch-historicus Hein Klemann het in diens <italic>Nederland 1938-1948</italic> al treffend samen: &#x2018;Na de meidagen van 1940 droogden de meeste Nederlanders hun tranen en gingen weer aan de slag. Ze wilden niets liever dan het gewone leven voortzetten. Duitsland had gewonnen. De bevolking was daar niet blij mee, maar het was niet anders. Aanpassen aan het ongewenste leek de enige mogelijkheid&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup></p>
<p>De meidagen van 1940 waren traumatisch en schokkend geweest. Het Nederlandse leger had geen kans tegen de Duitse <italic>Wehrmacht</italic>. Hoewel het zich al jarenlang voorbereid had, werd het volledig verrast.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Toch boden de Nederlandse troepen op verschillende plaatsen fel tegenstand en leed met name de <italic>Luftwaffe</italic> onverwacht zware verliezen. De Duitsers waren, zo schetst Ten Have, behoorlijk goed op de hoogte van de Nederlandse verdediging. Het was de Duitse spionage ook niet bepaald moeilijk gemaakt:</p>
<disp-quote><p>Nederlandse dienstplichtigen die in Duitsland woonden, werden daar uitgehoord als ze op verlof waren. Ook de Nederlandse stellingen werden door Duitsers verkend. Het resultaat was dat de Duitse militaire leiding over exacte kaarten beschikte, bijvoorbeeld van de Grebbelinie, inclusief de nummers van de commandoposten en namen van commandanten [&#x2026;] Duitse officieren doorkruisten per auto als toeristen de omgeving van de Grebbeberg om daar rustig rond te kijken. (60)</p></disp-quote>
<p>De ongeveer 4700 omgekomen burgers en soldaten, en meer dan 2500 zwaargewonden, &#x2018;hadden grote invloed op de houding van de Nederlandse bevolking, die sinds lang geen oorlog meer had meegemaakt op eigen grondgebied&#x2019; (88).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup> Die houding laat zich volgens Ten Have als volgt omschrijven: &#x2018;De schok van de capitulatie en de zorg over de toekomst onder de bezetting ging samen met de mentaliteit dan maar &#x201C;zo normaal mogelijk&#x201D; met het alledaagse leven door te gaan. En vervolgens kwam de conclusie dat daar ook iets goeds in stak&#x2019; (119). Het resulteerde erin dat in 1940 het merendeel van de Nederlanders zich vrij soepel aanpaste, al was het maar omdat zij &#x2013; de grote uitzondering waren de Joden &#x2013; vooralsnog niet in hun eigen bestaan werden bedreigd.</p>
<p>Ten Have laat zien dat beleidsmakers en bestuurders in het bezette Nederland zich ook aanpasten. Na de vlucht van koningin Wilhelmina en het kabinet naar Londen was de achtergebleven secretarissen-generaal, de hoogste ambtenaren van de ministeries, meegedeeld dat zij de gang van zaken &#x2018;zo goed mogelijk moesten waarnemen&#x2019; (135). De meeste secretarissen-generaal waren van mening dat een goede samenwerking met de bezetter en het in stand houden van het Nederlandse bestuursapparaat in het belang van de bevolking essentieel waren. Ten Have merkt cynisch op dat de secretarissen-generaal zich zagen als de ministerraad: &#x2018;[Dat] bleek wel uit het feit dat ze de kamers van de ministers in gebruik namen&#x2019; (137). De vraag is &#x2013; en de auteur wijst nadrukkelijk op de moeilijkheden waarmee deze ambtenaren in hun keuzes werden geconfronteerd &#x2013; of zij een keus hadden; zelf hebben ze dat altijd ontkend. Hetzelfde geldt voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ten Have vat het scherp samen:</p>
<disp-quote><p>De aandacht van de ambtelijke top, maar ook van vele anderen in de politiek en het bedrijfsleven, ging uit naar de sociale en economische gevolgen van de bezetting. Nederland was economisch altijd al voor een groot deel van Duitsland afhankelijk. Tijdens de oorlog zou er op het vasteland onder leiding van Duitsland een internationaal geordende Europese economie ontstaan. Mocht het Nederlands gegund zijn na de oorlog weer een onafhankelijk land te worden, dan kon het daar zijn voordeel mee doen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup> (141)</p></disp-quote>
<p>De auteur wijst er in navolging van andere historici als Hein Klemann en Chris van der Heijden op dat leidende politici als Dirk Jan de Geer, de voorzitter van de Tweede Kamer Joop van Schaik, maar ook de redacties van de kranten en het bedrijfsleven ervan overtuigd waren dat de Duitse heerschappij over Europa van lange duur zou zijn en dat Nederland dat moest accepteren. Het duidelijkste voorbeeld daarvan was wellicht voormalig minister-president Hendrik Colijn, die stelde: &#x2018;Duitschland zal bestemmen, welke positie Nederland na den vrede innemen zal&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup> Achteraf gezien pakte het gelukkig anders uit, maar dat doet weinig af aan Colijns op dat moment realistische inschatting. In de woorden van Klemann: &#x2018;De historicus dient zich te realiseren dat er voor de bevolking in 1940, 1941 en zelfs 1942 weinig was dat pleitte voor een geallieerde overwinning. Duitsland won op alle fronten en er diende dan ook met een Duitse eindoverwinning rekening te worden gehouden.&#x2019;<sup><xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref></sup></p>
<p>Door de Duitse <italic>Auftragsverlagerung</italic> maakte Nederland in de eerste twee jaren van de oorlog een enorme economische bloei door. Voor Nederlandse ondernemingen, voor het grootste deel bestaand uit midden- en kleinbedrijf, bestond de keuze uit stoppen &#x2013; en als gevolg werknemers in de werkloosheid storten &#x2013; of werken voor de Duitsers. Mede doordat de herinnering aan de crisis van de jaren dertig nog vers in het geheugen lag, koos het overgrote deel van de bedrijven voor de laatste optie. Dat betekende ironisch genoeg wel dat oorlogsschepen die de Nederlandse scheepsbouw in opdracht van de Duitsers produceerde, gebruikt werden om Nederlanders die meevochten met de geallieerden te doden.</p>
<p>Ten Have concludeert over de eerste acht maanden van de Duitse bezetting dat het besluit van de Nederlandse overheid, &#x2018;met velen in zijn kielzog&#x2019;, om samen te werken met de bezetter het moeilijk maakte &#x2018;die wissel in de volgende jaren van de bezetting om te zetten&#x2019; (209). De Nederlandse overheid probeerde waar mogelijk een tegemoetkomende houding aan te nemen en dat leek aanvankelijk ook te kunnen, omdat de Duitse bezetter zich relatief mild opstelde &#x2013; al waren de eerste anti-Joodse maatregelen op 1 juli 1940 al ingevoerd.</p>
<p>Robin te Slaa maakt in het treffend getitelde <italic>1941. Het masker valt</italic> duidelijk dat de Duitse bezettingspolitiek al spoedig omsloeg. Het jaar stond volgens de auteur &#x2018;voor een aanzienlijk deel in het teken van antisemitische maatregelen, openlijke geweldpleging en zelfs razzia&#x2019;s tegen Joden&#x2019; (223). Hij stelt dat de bezetter over het algemeen niets te klagen had over bereidwillige medewerking van Nederlandse overheidsorganen bij het de registratie van Joodse burgers. Te Slaa gebruikt daarvoor &#x2013; hij volgt hier de historicus Frits Boterman &#x2013; de term &#x2018;defensieve collaboratie&#x2019;: samenwerken met de bezetter vanuit het idee van het minste of noodzakelijke kwaad (241).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn8">8</xref></sup> Het verzet kwam in Nederland langzaam en laat tot stand. Een uitzondering hierop was de Februaristaking, de enige staking tegen de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, al drukte de meedogenloze bezetter dat verzet onmiddellijk weer de kop in. De bezetting werd daarna steeds repressiever en gewelddadiger.</p>
<p>Te Slaa wijst er op dat ondanks alle beperkingen voor de meeste Nederlanders het leven nog redelijk normaal voortgang kon vinden. De voedselvoorziening bleef tegen de verwachting in redelijk op peil. Sterker nog, in de eerste jaren aten Nederlanders gezonder dan daarvoor: &#x2018;De bevolking nuttigde meer groenten en granen en minder vlees en vet. De hoeveelheid vitamines die dagelijks geconsumeerd werd nam toe&#x2019; (382).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn9">9</xref></sup> Te Slaa heeft een scherp oog voor mooie en veelzeggende details, bijvoorbeeld over de hoeveelheid producten die op de bon was. Door gebrek aan brandstof reden er nauwelijks auto&#x2019;s meer, en reden er zelfs auto&#x2019;s rond met een enorme ballon gas. Ze werden in de volksmond al spoedig zeppelins genoemd. Te Slaa haalt een anonieme briefschrijver aan die zich bij de <italic>Gr&#x00FC;ne Polizei</italic> in Rotterdam woedend beklaagde dat &#x2018;<sc>nsb</sc>-leden vrolijk rond[rijden] in auto&#x2019;s en zuipen met hoeren, terwijl artsen niet eens benzine kunnen krijgen om de zieken te bezoeken&#x2019; (314). Hoewel de voedselvoorziening op orde was, leidde de bezetting op veel andere gebieden tot verschraling, zoals een gebrek aan zeep en nieuwe kleding. Ook de voetbalwereld kreeg daarmee te maken: &#x2018;De distributie van voetbalschoenen werd uitgevoerd door de Nederlandse Voetbalbond. Er waren echter niet veel bonnen beschikbaar, waardoor een speler gemiddeld drie jaar met een paar voetbalschoenen moest doen&#x2019; (311).</p>
<p>Erik Schumacher laat in <italic>1942. Oorlog op alle fronten</italic> zien dat de Duitse exploitatie van Nederland vanaf 1942 verhardde. Nu Duitsland in oorlog was met de drie grootste industri&#x00EB;le mogendheden &#x2013; de Verenigde Staten, Groot-Brittanni&#x00EB; en de Sovjet-Unie &#x2013; en duidelijk was geworden dat de oorlog met Stalins Rusland op zijn minst een lange termijnaangelegenheid werd<sup><xref ref-type="fn" rid="fn10">10</xref></sup>, schakelde het Derde Rijk de economie van de bezette landen zoveel mogelijk in voor de Duitse oorlogsmachine. Dit betekende in Nederland concreet dat een steeds groter deel van de productie naar Duitsland werd afgevoerd en ook meer en meer Nederlanders direct in hun bestaan bedreigd werden, met name door de <italic>Arbeitseinsatz</italic>. Schumacher schrijft hierover:</p>
<disp-quote><p>Nederland moest maximaal bijdragen aan de Duitse eindoverwinning, al het andere was oninteressant. Alle Nederlandse bedrijven moesten zich beschikbaar houden voor de Duitse oorlogsindustrie, en ze werden naar gelang hun inzetbaarheid op een strikt grondstoffenregime gezet. Als ze in Duitse ogen overbodig waren, moesten ze dicht [&#x2026;] De bezetter onttrok niet alleen grondstoffen en productie aan Nederland, maar ook arbeidskracht. (524)</p></disp-quote>
<p>Hij vermeldt overigens niet dat de jacht op jongemannen uiteindelijk ruim 500.000 mensen aan de Nederlandse economie onttrok: 250.000 mannen werden afgevoerd naar Duitsland, 300.000 doken onder. De <italic>Arbeitseinsatz</italic> veroorzaakte aanzienlijk meer schade dan het opleverde, zoals Klemann heeft gesteld: &#x2018;Arbeiders doken massaal onder, leverden geen bijdrage meer aan de productie en steunden het verzet&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn11">11</xref></sup> Schumacher trekt een vergelijkbare conclusie, als hij stelt dat de gedwongen tewerkstelling in Duitsland het meeste indruk maakte van de &#x2018;harde&#x2019; exploitatie van de Nederlandse economie.</p>
<p><italic>1942. Oorlog op alle fronten</italic> maakt uitstekend duidelijk hoe de oorlog steeds meer ingreep op het alledaagse leven, al was het maar omdat er aan steeds meer producten een tekort ontstond, bijvoorbeeld voor de persoonlijke hygi&#x00EB;ne. Zo werd in april de productie van zeep tijdelijk stilgelegd: &#x2018;Het werd voor Nederlanders onmogelijk om hun lichaam, kleding, beddengoed en woning goed schoon te houden&#x2019; (583). Was dat voor veel Nederlanders ingrijpend, er was &#x00E9;&#x00E9;n groep voor wie in 1942 volgens Schumacher &#x2018;de grootste tragedie van de bezettingstijd begon&#x2019;: de Nederlandse joden. Schumacher weet met menig raak gekozen citaat onder de huid van de lezer te kruipen: &#x2018;Met vastberaden bloeddorst en industri&#x00EB;le effici&#x00EB;ntie deporteerde de bezetter tienduizenden Joden in het bestek van maanden. De Nederlandse samenleving bleef het antwoord schuldig. De Joden [&#x2026;] voelden zich tegenover een verlammende overmacht geplaatst. Ze konden niet weten dat ze in 1942 het meeste leed nog lang niet hadden gehad&#x2019; (735-736).</p>
<p>Ook de Joodse Raad werd met zulke keuzes, dilemma&#x2019;s en onzekerheden geconfronteerd. Opvallend genoeg heeft Schumacher minder begrip voor dit orgaan of in ieder geval lijkt hij de meegaande houding bijwijlen te veroordelen. Met name David Cohen, &#x00E9;&#x00E9;n van de twee voorzitters van de Raad, moet het soms ontgelden: &#x2018;Hij was teveel een elitaire professor die meende dat hij beter wist wat goed was voor de eenvoudige Joden dan zijzelf&#x2019; (545). Schumacher heeft niettemin ook oog voor de moeilijkheden van de Joodse Raad. Hij stelt dat achteraf alles duidelijk is, maar voor de Joodse Raad was lange tijd niet duidelijk welk gruwelijk lot de Nederlandse Joden te wachten stond: Mauthausen gold als het grote schrikbeeld, maar dat er nog iets ergers bestond &#x2013; Auschwitz en Sobibor &#x2013; was nog niet bekend of kon men zich niet voorstellen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn12">12</xref></sup></p>
<p>Veel foto&#x2019;s in dit deel zijn door hun doodgewoonheid schokkend. <italic>Leven in bezet Nederland</italic> is ook een visuele geschiedenis: veel van de foto&#x2019;s zijn nog onbekend, maar ze maken op indrukwekkende wijze de invloed van de bezetting op het dagelijks leven zichtbaar. Illustratief is de foto op pagina 553: we zien Simon Peereboom en zijn kersverse echtgenote Roosje Beesemer, beiden met Jodenster op de borst, poserend voor een foto die werd genomen in Amsterdam. Achter het stel is de voordeur van het &#x2018;Beis-Jisroeil &#x2013; Joodsch Ons Huis&#x2019; zichtbaar, waarop een vel papier is geplakt met de tekst &#x2018;sterren uitverkocht&#x2019;. Juist die alledaagsheid maakt het contrast met de gruwelijke werkelijkheid van de Jodenvervolging zo indringend.</p>
<p>De meeste andere Nederlanders ondernamen weinig actie tegen wat er met hun Joodse landgenoten gebeurde. Schumacher verklaart dat eerstgenoemden vooral voorrang gaven aan andere zorgen (te denken valt aan hun eigen levensonderhoud en dat van hun gezin) en loyaliteiten en dat er een burgerlijke cultuur heerste waarin Nederlanders de neiging hadden zich aan de regels te houden en gezag te accepteren. Voor die verklaring is zeker veel te zeggen, al dient ook gewezen te worden op andere factoren, zoals de sterke verzuiling en de relatief hoge integratie van de Joden in de Nederlandse samenleving. Men kon zijn ogen ook makkelijk afkeren van wat er met de Joden gebeurde, al komt er uit verschillende dagboeken ook een sterk gevoel van machteloosheid naar voren.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn13">13</xref></sup> Bovendien, zo stelt Schumacher overtuigend vast: &#x2018;Voor niet-Joden bleven de deportaties een kwestie die hen meestal slechts indirect raakte [&#x2026;] Wie zelf niet Joods was, had van de Jodenvervolging niets te vrezen&#x2019;. Ook antisemitisme kon werkelijke solidariteit met de Joden in de weg staan. In 1943 werd duidelijk welke gruwelijke gevolgen deze passieve of meegaande houding uiteindelijk had en waarom in Nederland het aantal vermoorde Joden zo hoog is, zeker in vergelijking met andere West-Europese landen.</p>
<p>Elias van der Plicht demonstreert in <italic>1943. Onderdrukking en verzet</italic> dat de Duitse bezetting verder radicaliseerde, geweld een steeds groter deel van het land in zijn greep kreeg (dat gold nu ook voor het platteland) en ook het verzet steeds meer vorm kreeg. Hij vat het jaar in &#x00E9;&#x00E9;n woord samen als &#x2018;radicalisering&#x2019;. Die kwam tot uiting in steeds meer repressie en groeiend verzet, wat leidde tot een opeenstapeling van extreme gebeurtenissen, zoals, in de woorden van Van der Plicht, &#x2018;liquidaties aan de lopende band&#x2019;, bijvoorbeeld van generaal Hendrik Seyffardt, die met de Duitsers collaboreerde en leiding gaf aan het Nederlandsch Legioen, dat als onderdeel van de <italic>Waffen-<sc>ss</sc></italic> werd ingezet aan het Oostfront. Ook in dit deel wordt terecht weer veel aandacht besteed aan de Jodenvervolging, bijvoorbeeld het schrijnende verhaal van het Apeldoornsche Bosch. In de nacht van 21 op 22 januari werden de ongeveer 1300 pati&#x00EB;nten en medewerkers van deze Joodse psychiatrische inrichting op transport gesteld naar Auschwitz. Geen van hen keerde terug. Eind 1943 was het overgrote deel van de Joodse bevolking weggevoerd naar en vermoord in de vernietigingskampen. Van der Plicht trekt harde conclusies:</p>
<disp-quote><p>Feit is dat het niet is gekomen tot massale sympathie en ruime hulpverlening. Joden en niet-Joden leefden in 1943 in twee van elkaar gescheiden werelden, die elkaar nog slechts zijdelings raakten. Nederland keek apathisch toe hoe zijn Joodse inwoners werden vervolgd en weggevoerd. Men liep langs de ellende, maar doorvoelde niet wat er aan de hand was. (245)</p></disp-quote>
<p>Daarmee zij overigens niet vergeten dat ook velen hun leven in de waagschaal stelden voor de Joodse Nederlanders, maar zij vormden een kleine minderheid. Ongeveer 28.000 joden konden onderduiken. Van der Plicht wijst bijvoorbeeld op het Utrechts Kindercomit&#x00E9;, dat zich bezighield met het onderbrengen van Joodse kinderen op een onderduikadres.</p>
<p>Voor de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking betekende 1943 een confrontatie met verdere verschraling en repressie, een florerende zwarte markt en een toenemend aantal strafzaken. Van der Plicht toont overtuigend aan dat in 1943 meer dan twee keer zoveel mensen voor een misdrijf werden veroordeeld dan in 1940, al lijkt het aantal kleine misdrijven te zijn afgenomen: &#x2018;Die afname werd mede toegeschreven aan de borrel die gedurende de bezettingsjaren schaarser en schaarser werd: aan alcohol gerelateerde delicten kwamen nagenoeg niet meer voor&#x2019; (142). De jeugdcriminaliteit nam wel sterk toe: waar er in 1939 nog 3200 jongeren voor de kinderrechter verschenen, waren dat er in 1943 7400. Van der Plicht geeft daar een aantal verklaringen voor. Ten eerste verstoorde de oorlog een normaal opgroeiproces. Kinderen verveelden zich bovendien. Daarnaast hing de toegenomen jeugdcriminaliteit mogelijk samen met het grote aantal schoolgebouwen dat was gevorderd. Daardoor nam het schoolverzuim toe en week de jeugd van het rechte pad af. Van der Plicht stelt dat &#x2018;het niet ongewoon was dat driekwart van de 13-jarigen de brui gaf aan het onderwijs&#x2019; (143). Een andere verklaring is mogelijk gelegen in het gebrek aan toekomstperspectief voor de jeugd.</p>
<p>De levensstandaard ging langzaam achteruit en het bestaan werd &#x2018;kleurlozer&#x2019; (244). Een radicaliserend en beter georganiseerd verzet voerde meerdere liquidaties uit, wat weer leidde tot verdere repressie van Duitse zijde. Zo ontwikkelde zich volgens Van der Plicht een spiraal van geweld. Ook de bevolking veranderde haar houding ten opzichte van de bezetter, wat het meest pregnant naar voren kwam in de april-meistakingen, de grootschalige werkonderbrekingen, vooral in het noorden en oosten van Nederland, tegen de <italic>Arbeitseinsatz</italic>.</p>
<p><italic>1944. Verstoorde verwachtingen</italic> presenteert een duidelijk beeld van radicalisering in alle opzichten. Jan van Oudheusden en Erik Schumacher benadrukken dat de bevolking dat jaar was bevangen door de vraag &#x2018;Wanneer zou Nederland eindelijk bevrijd worden&#x003F;&#x2019; Na de geallieerde landing in Normandi&#x00EB; van 6 juni 1944 nam de hoop toe dat dit snel zou gebeuren, wat bijvoorbeeld op 5 september &#x2013; toen de geallieerden inmiddels razendsnel oprukten &#x2013; resulteerde in &#x2018;Dolle Dinsdag&#x2019; &#x2013; door een foutief bericht van Radio Oranje ontstond in Nederland een bevrijdingsroes, waarop veel Duitsers en collaborateurs de benen namen door de auteurs terecht omschreven als &#x2018;een dag van waanzin&#x2019; (338). Over Dolle Dinsdag stellen Van Oudheusden en Schumacher met enig cynisme vast dat het verzet&#x2026;</p>
<disp-quote><p>&#x2026;na jaren van strikte geheimhouding [meende] zich nu de luxe van onvoorzichtigheid te kunnen permitteren [&#x2026;] Maar nog voordat de dag voorbij was, realiseerden de meeste feestvierders zich dat ze hun oranjebitter te vroeg hadden geschonken. De tanks van de bevrijder waren nergens te bekennen [&#x2026;] Euforie maakte plaats voor diepe teleurstelling. (339-340)</p>
<p>Na de mislukking van Operatie <italic>Market Garden</italic> werd Nederland verdeeld in een bevrijd zuiden en een nog steeds bezet deel van het land. In het zuiden maakten gezagsdragers en katholieke geestelijken zich zorgen om de losse omgang van Nederlandse meisjes met de geallieerden. Van Oudheusden en Schumacher diepen er mooie voorbeelden van op. Jongerentijdschrift <italic>Hou en Trouw</italic> schreef: &#x2018;Noord-Nederland lijdt, Zuid-Holland vrijt&#x2019; (426). De &#x2018;losbandigheid&#x2019; riep angst op, maar, zo stellen de auteurs:</p>
<p>De zorg was echter voorbarig. De losse normen vloeiden voort uit de uitzonderlijke omstandigheden en waren daarom een tijdelijk verschijnsel. Het herstel van de vertrouwde verhoudingen en structuren, en daarmee ook van de vooroorlogse waarden, zou sneller verlopen dan iedereen kon voorzien. (427)</p></disp-quote>
<p>V&#x00F3;&#x00F3;r het zover was, werd Nederland het terrein van steeds grootschaliger geweld, zowel van de zijde van de bezetter als van het verzet. De voedselvoorziening was tot ongeveer september 1944 op peil gebleven, hoewel velen het rantsoen karig vonden. Maar na de Spoorwegstaking stelde Arthur Seyss-Inquart een verbod in op voedseltransporten naar het westen. Daardoor en vanwege het dichtvriezen van de kanalen in november waren de rantsoenen eind december nog maar goed voor een kwart van de calorie&#x00EB;n die een gemiddeld persoon nodig heeft. Tegen die tijd waren de eerste hongerdoden al gevallen.</p>
<p>Uiteindelijk zouden zo&#x2019;n 22.000 mensen van de honger omkomen. Ingrid de Zwarte toonde in <italic>De Hongerwinter</italic> (2019) aan dat het aantal slachtoffers relatief laag bleef door het grotendeels in stand blijven van sociale relaties, de houding van Duitse civiele instanties die redenen vonden om hulpverlening toe te staan en door het &#x2018;kordate optreden van de eigen bevolking&#x2019; tegen de honger. De Zwarte wijst erop dat overal in het bezette westen particuliere zelfhulp- en hulpverleningsorganisaties ontstonden: &#x2018;Deze netwerken bestonden doorgaans uit mensen die in dezelfde buurt of straat woonden, of tot dezelfde geloofsgemeenschap behoorden. [&#x2026;] De succesverhalen van particuliere initiatieven in arbeiderswijken zijn [bijvoorbeeld] talloos&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn14">14</xref></sup> Van Oudheusden en Schumacher wijzen er in lijn met De Zwarte op dat vooral mensen &#x2018;zonder netwerk, mensen naar wie niemand omkeek&#x2019;, het meeste gevaar liepen (511). Baby&#x2019;s en mannen boven de zeventig jaar waren het meest kwetsbaar.</p>
<p>Niet alleen de honger was een groot gevaar, de kou was dat ook. Mensen zochten naar alles dat als brandstof kon dienen. Van Oudheusden en Schumacher benadrukken dat de &#x2018;houtjacht&#x2019; &#x2013; &#x2018;in de oude Jodenbuurt van Amsterdam werd zoveel weggehaald, dat na de oorlog volledige straten onbewoonbaar werden verklaard&#x2019; (481) &#x2013; van de laatste oorlogswinter er paradoxaal genoeg voor zorgde dat &#x2018;na de geest ook de materie uit de Jodenbuurt verdween&#x2019; (481-482).</p>
<p>In Ad van Liempts <italic>1945. De afrekening</italic> passeren de laatste maanden van de bezetting de revue. Het was een tijd van dreiging voor alles en iedereen, omdat de Duitse terreur geen onderscheid meer maakte tussen het verzet en de rest van de bevolking: de bezetter trad willekeurig op. Van Liempt laat dit geweld op indrukwekkende wijze naar voren komen in een aantal casestudies, bijvoorbeeld die van studente Corrie van Baalen-Bosch, die samen met vijf anderen werd gefusilleerd. In die waanzinnige laatste oorlogsmaanden viel er bij deze executie nog een dode. Van Liempt beschrijft dat een Duitse soldaat weigerde mee te doen en erop wees dat in de verte de Canadese tanks bij Deventer al zichtbaar waren: &#x2018;Daarop schoot de commandant hem dood, en wees een ander aan. Inderdaad was de bevrijding van Deventer drie kwartier later een feit&#x2019; (560). Van Liempt maakt ook inzichtelijk dat met de Duitse capitulatie op 5 mei het geweld niet ten einde was. Bekend is de schietpartij op de Dam in Amsterdam tussen leden van de Binnenlandse Strijdkrachten en Duitse militairen waarbij op 7 mei 32 doden vielen, maar ook elders kwamen dit soort fatale incidenten in deze maand op grote schaal voor: &#x2018;er zijn meer dan 150 doden gevallen, verspreid over Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht&#x2019; (581), aldus Van Liempt.</p>
<p>De zes delen van <italic>Leven in bezet Nederland</italic> geven een prachtige synthese van recent onderzoek over Nederland en de Tweede Wereldoorlog, die ook voor een niet-academisch publiek meer dan toegankelijk is. De vele foto&#x2019;s ondersteunen de tekst uitstekend en zijn vaak bijzonder confronterend. Illustratief is de foto op pagina 595: we zien de zevenjarige Simon Maandag verweesd door het zojuist bevrijde Bergen-Belsen lopen. Hij is een van de weinige overlevenden, naast hem liggen stapels lijken. Het laat nog eens de centraliteit van de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog zien.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn15">15</xref></sup> En dan te bedenken dat de weinige Nederlandse Joden die de Shoah hadden overleefd bij thuiskomst bepaald niet met open armen werden ontvangen &#x2013; integendeel, zoals is aangetoond door historici als Michal Citroen en Martin Bossenbroek. Ook in een aantal recente rapporten over de ontvreemding van Joods vastgoed en het naoorlogse rechtsherstel, bijvoorbeeld van Hinke Piersma en Marleen van den Berg, Maarten Duijvendak en Stefan van der Poel, en Wim van Meurs, Marieke Oprel en ondergetekende, komt deze &#x2018;kille en formalistische&#x2019; ontvangst en omgang naar voren. Beschamend.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Zie bijvoorbeeld Robin te Slaa, <italic>Is Wilders een fascist&#x003F;</italic> (Amsterdam 2012); Robin te Slaa, &#x2018;Overeenkomst tussen Forum voor Democratie en <sc>nsb</sc> valt niet te loochenen&#x2019;, <italic>De Volkskrant</italic>, 23 november 2021, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-overeenkomst-tussen-forum-voor-democratie-en-nsb-valt-niet-te-loochenen~b1112100/">https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-overeenkomst-tussen-forum-voor-democratie-en-nsb-valt-niet-te-loochenen~b1112100/</ext-link>; Thomas von der Dunk, <italic>Het nieuwe taboe op de oorlog. De verboden Arondeuslezing van 26 april 2011</italic> (Amsterdam 2011); Daniel Knegt, <italic>Fascisme</italic>. Elementaire Deeltjes 77 (Amsterdam 2022) 152-154.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Hein A.M. Klemann, <italic>Nederland 1938-1948. Economie en samenleving in jaren van oorlog en bezetting</italic> (Amsterdam 2002) 565.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Zie Martijn Lak, &#x2018;Doing Business with the Hun: Dutch Business During the German Occupation, 1940-1945&#x2019;, in: Hans Otto Fr&#x00F8;land, Mats Ingulstad en Jonas Scherner (eds.), <italic>Industrial Collaboration in Nazi-Occupied Europe. Norway in Context</italic>. Palgrave Studies in Economic History (Londen 2016) 120. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1057/978-1-137-53423-1_5">https://doi.org/10.1057/978-1-137-53423-1_5</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Herman Amersfoort en Piet Kamphuis komen in hun standaardwerk over de oorlog van de meidagen tot een aantal van ongeveer 7400. Herman Amersfoort en Piet Kamphuis (eds.), <italic>Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied</italic> (tweede herziene druk, Den Haag 2005) 397-398.</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Voor het economische belang van Duitsland voor Nederland (en vice versa), zie: Hein A.M. Klemann, <italic>Waarom bestaat Nederland eigenlijk nog&#x003F; Nederland-Duitsland: Economische integratie en politieke consequenties, 1860-2000</italic>; Martijn Lak, <italic>Tot elkaar veroordeeld. De Nederlands-Duitse economische en politieke betrekkingen tussen 1945-1957</italic> (Hilversum 2015).</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p>Hendrik Colijn, <italic>Op de grens van twee werelden</italic> (Amsterdam 1940) 51.</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Hein A.M. Klemann, &#x2018;Economie en totale oorlog&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> 119:4 (2004) 578. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6140">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6140</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn8"><label>8</label><p>Zie Frits Boterman, <italic>Duitse daders. De jodenvervolging en de nazificatie van Nederland (1940-1945)</italic> (Amsterdam 2015) 22.</p></fn>
<fn id="fn9"><label>9</label><p>De eerste die hierop wees was Gerard Trienekens, <italic>Tussen ons volk en de honger: de voedselvoorziening, 1940-1945</italic> (Utrecht 1985) en <italic>Voedsel en honger in oorlogstijd 1940-1945. Misleiding, mythe en werkelijkheid</italic> (Utrecht/Antwerpen 1995). Ralf Futselaar heeft er op gewezen dat de kindersterfte in Nederland aanzienlijk hoger was dan in Denemarken, waar vlees en boter wel ruimschoots beschikbaar waren en bleven. Kinderen hebben in de groei (veel) dierlijke vetten nodig voor hun afweersysteem. Zie: Ralf Futselaar, <italic>Lard, Lice and Longevity: The Standard of Living in Occupied Denmark and the Netherlands, 1940-1945</italic> (Amsterdam 2008). Zie ook Futselaars oratie: &#x2018;Born Under a Bad Sign. The Indelible Marks of Total War on Twentieth Century Lives&#x2019; (Rotterdam 2021).</p></fn>
<fn id="fn10"><label>10</label><p>De meeste militair-historici betogen dat Nazi-Duitsland de oorlog in december 1941 had verloren. Sommigen gaan verder en stellen dat dit feitelijk al in augustus 1941 het geval was: de <italic>Wehrmacht</italic> was er niet in geslaagd het Rode Leger in een allesvernietigende klap te verslaan en daarmee was de oorlog verloren. Zie bijvoorbeeld David Stahel, <italic>Operation Barbarossa and Germany&#x2019;s Defeat in the East</italic> (Cambridge 2009) 2 en 24. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1017/cbo9780511732379">https://doi.org/10.1017/cbo9780511732379</ext-link>. Zie ook: Martijn Lak, &#x2018;Contemporary Historiography on the Eastern Front in World War <sc>ii&#x2019;</sc>, <italic>The Journal of Slavic Military Studies</italic> 28:3 (2015) 567-587. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1080/13518046.2015.1061828">https://doi.org/10.1080/13518046.2015.1061828</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn11"><label>11</label><p>Klemann, <italic>Nederland 1938-1948</italic>, 275.</p></fn>
<fn id="fn12"><label>12</label><p>Zie voor een recente studie: Bart van der Boom, <italic>De politiek van het kleinste kwaad. De geschiedenis van de Joodse Raad voor Amsterdam, 1941-1943</italic> (Amsterdam 2022).</p></fn>
<fn id="fn13"><label>13</label><p>Zie hiervoor met name Bart van der Boom, <italic>&#x2018;Wij weten niets van hun lot&#x2019;. Gewone Nederlanders en de Holocaust</italic> (Amsterdam 2012).</p></fn>
<fn id="fn14"><label>14</label><p>Ingrid de Zwarte, <italic>De Hongerwinter</italic> (Amsterdam 2019) 239, 319, 321.</p></fn>
<fn id="fn15"><label>15</label><p>Zie bijvoorbeeld Martijn Lak, &#x2018;De hausse aan boeken over de Tweede Wereldoorlog&#x2019;, <italic><sc>tseg</sc> &#x2013; The Low Countries Journal of Social and Economic History</italic> 17:3 (2020) 140. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/tseg.1190">https://doi.org/10.18352/tseg.1190</ext-link>.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>