<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12462</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12462</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Gereformeerde migranten. De religieuze identiteit van Nederlandse gereformeerde migrantengemeenten in de rijkssteden Frankfurt am Main, Aken en Keulen (1555-1600)</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Marnef</surname>
<given-names>Guido</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Antwerpen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>11</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022074</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Gorter</surname><given-names>Peter</given-names></name>
</person-group>
<source>Gereformeerde migranten. De religieuze identiteit van Nederlandse gereformeerde migrantengemeenten in de rijkssteden Frankfurt am Main, Aken en Keulen (1555-1600)</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>235 pp.</page-range>
<isbn>9789087048693</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12462"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Peter Gorter bestudeert in <italic>Gereformeerde migranten</italic> de religieuze identiteit van de Nederlandse gereformeerde migrantengemeenten in de drie Duitse rijkssteden Frankfurt am Main, Aken en Keulen. Dit boek, het resultaat van Gorters aan de Vrije Universiteit Amsterdam verdedigde proefschrift (2021), sluit aan bij een lange traditie van historici die de gereformeerde vluchtelingengemeenschappen in Engeland en het Heilige Roomse Rijk bestudeerden. De meeste van die studies focussen op de vluchtelingengemeenschappen in een enkele stad: Andrew Pettegree over Londen en Emden, Raingard Esser over Norwich, Andrew Spicer over Southampton en Jesse Spohnholz over Wezel zijn daar mooie voorbeelden van. Gorter koos voor drie belangrijke rijkssteden waar de gereformeerde migrantengroepen in een min of meer vijandelijke context terechtkwamen: in Aken en Keulen domineerde de katholieke kerk terwijl in Frankfurt de lutherse kerk prevaleerde. Na drie hoofdstukken waarin respectievelijk de ontwikkelingen in Frankfurt am Main, Aken en Keulen aan bod komen, volgen drie thematische hoofdstukken, gewijd aan de kerkelijke tucht, de organisatie en de rituelen van de Nederlandse migrantengemeenten. In een zevende en laatste hoofdstuk komen de relaties met gereformeerden binnen en buiten de drie rijkssteden aan bod.</p>
<p>Gorter spreekt in deze studie bewust van migranten en niet van vluchtelingen omdat de eerste term breder is en ook lieden omvat die vanuit economische motieven naar de Duitse rijkssteden trokken. Een combinatie van economische en religieuze motieven kon natuurlijk ook voorkomen. Gorter focust echter wel uitsluitend op de uit de Nederlanden afkomstige migranten die zich aansloten bij een gereformeerde kerk. In welke mate de leden van die gemeenten zich vooral als religieuze vluchtelingen of ballingen ervoeren, valt moeilijk te achterhalen, maar toch zijn er indicaties dat de dimensie van een gedwongen vlucht sterk aanwezig was. Het feit dat de toestroom van migranten piekte na politiek-militaire omwentelingen in de Nederlanden, bijvoorbeeld na het Wonderjaar &#x2013; het jaar van het Smeekschrift en de Beeldenstorm, 1566 &#x2013; en na de val van de calvinistische republieken in Brabant en Vlaanderen, wijst daar duidelijk op (zie 50, 61, 66, 85).</p>
<p>Een constatering die als een rode draad doorheen het boek loopt, is het gegeven dat de Nederlandse gereformeerden zich in de drie rijkssteden niet als confessionele scherpslijpers manifesteerden, maar zich noodgedwongen erg pragmatisch opstelden. Om in steden met een andere dominante religieuze kleur te overleven, volgden zij een strategie van verregaande aanpassing of accommodatie. In Frankfurt waren de Waalse gereformeerden, maar ook een aantal Nederlandstalige gereformeerden, bereid om hun kinderen in de lutherse stadskerk te laten dopen. Vanuit een conflictmijdende strategie ondertekende de Nederlandse migrantengemeente in 1571 de lutherse <italic>Consensus Dresdensis</italic>. In deze <italic>Consensus</italic>, die gematigder was dan de Augsburgse Confessie van 1530, hadden de lutherse theologen van het keurvormstendom Saksen gepoogd om de theologie van Maarten Luther en Philip Melanchton te verenigen. Deze strategie bleef de Nederlandse gemeente ook in de jaren tachtig en negentig voeren. In het katholieke Keulen werkten de gereformeerden samen met lutheranen en doopsgezinden om hun begraafplaats &#x2013; het buiten de stadsmuren gelegen <italic>Geusenfriedhof</italic> &#x2013; te onderhouden. Bij de toepassing van de kerkelijke tucht pasten de gereformeerde leiders zich aan om het voortbestaan van hun gemeente te verzekeren. Zo hoedden de Keulse kerkenraadsleden er zich voor om al te strenge straffen uit te spreken, want dan konden rancuneuze gemeenteleden zich wel eens tot de Keulse overheden wenden. Het zijn slechts enkele treffende voorbeelden die concreet illustreren hoe de gereformeerde migranten voortdurend moesten balanceren tussen het behoud van de eigen confessionele identiteit en het zich conformeren naar de regels en eisen van de plaatselijke overheden.</p>
<p>Op basis van deze vaststellingen concludeert Gorter dat migratie of vlucht niet noodzakelijk tot religieuze radicalisering hoefde te leiden. Hij sluit daarmee aan bij de bevindingen die zijn promotoren Mirjam van Veen en Jesse Spohnholz eerder deden en gaat in tegen de idee van de <italic>Exulantentheologie</italic> zoals die door Heiko Oberman verwoord werd. Oberman beklemtoonde inderdaad dat een gedwongen verblijf in een vluchtelingengemeenschap leidde tot een strakkere theologie en groepscohesie. De voortdurende bereidheid van de ge&#x00EB;migreerde gereformeerden om zich aan te passen aan de heersende lutherse of katholieke context strookt volgens Gorter evenmin met het proces van confessionalisering zoals dat door de Duitse historici Wolfgang Reinhard en Heinz Schilling beschreven werd. Het is echter de vraag of Gorter hier geen ander perspectief hanteert dan Reinhard en Schilling deden. Zij stelden dat wereldlijke en kerkelijke autoriteiten de handen in elkaar sloegen om tot een grotere religieuze conformiteit en een strakkere aflijning van de leer te komen. Dat streven naar religieuze &#x2013; lutherse &#x2013; conformiteit komt in een rijksstad als Frankfurt op basis van de door Gorter verschafte gegevens toch duidelijk naar voren. De bereidheid van de gereformeerden om schoorvoetend toegevingen te doen en aanpassingen te maken kan vanuit het perspectief van de Frankfurtse stadsregering en -kerk ook gezien worden als een bevestiging van het confessionaliseringsparadigma.</p>
<p>Bij de analyse van de migrantengroepen in de drie rijkssteden maakt Gorter gebruik van databanken met namen van ruim 2500 Nederlandse migranten (21). Het gaat daarbij &#x2013; zo leid ik af uit het gesignaleerde bronnenmateriaal &#x2013; om migranten die aangesloten waren bij een van de gereformeerde gemeenten. Deze databanken leverden ook het materiaal voor de analyses over de herkomst en de professionele rekrutering van de Nederlandse migranten. Hierbij zijn echter enkele methodologische kanttekeningen te plaatsen. Over de herkomst en het beroep van de Nederlandse migranten deelt Gorter op pagina 44 een aantal cijfers mee over de situatie in Frankfurt, maar deze cijfers geven slechts enkele belangrijke bevindingen weer, zoals de dominante aanwezigheid van migranten uit de zuidelijke Nederlanden (74 procent), de sterke aanwezigheid van knechten en dienstmaagden en de sterke vertegenwoordiging van de kledingindustrie. Het was beter geweest om de gegevens inzake de 196 naar herkomst en de 102 naar beroep ge&#x00EF;dentificeerde gereformeerde migranten in een overzichtelijke tabel te plaatsen zodat ook de minder vertegenwoordigde herkomstplaatsen en beroepen zichtbaar zijn. Tevens zou het nuttig zijn de belangrijkste bronnen te vermelden &#x2013; de databank is nu voor de lezer immers niet toegankelijk. Dezelfde opmerkingen gelden voor de gegevens met betrekking tot Keulen op pagina&#x2019;s 85 en 86. Interessant en niet geheel verrassend is het belang van de koopliedengroep in de gereformeerde gemeenten. De kooplieden beschikten over de nodige netwerken &#x00E9;n over de financi&#x00EB;le middelen die vereist waren om een gemeente te laten functioneren. Gorters aanbeveling voor toekomstig onderzoek naar de rol van kooplieden onderschrijf ik zeker.</p>
<p>In hoofdstuk 7 maakt Gorter duidelijk dat de Nederlandse migrantengemeenten in de drie rijkssteden vooral aandacht hadden voor de eigen en de naburige gemeenten, eerder dan voor de opbouw van de gereformeerde kerk in de Lage Landen. Dat blijkt ook uit de liefdadigheid die in de gemeenten van Frankfurt en Keulen tot stand kwam. Voor Aken zijn er over soortgelijke materie onvoldoende gegevens. Gorter verwijst op pagina 177-178 naar verschillende in Keulen en Frankfurt gehouden collectes maar hij vermeldt daarbij geen bedragen. Die bedragen hadden ons een inzicht kunnen geven in de financi&#x00EB;le draag- of slagkracht van de gemeenten. Dat de solidariteit met de verdrukte geloofsgenoten in de Nederlanden bij momenten toch wel substanti&#x00EB;le vormen kon aannemen, blijkt uit mijn eigen lopend onderzoek over de Calvinistische Republiek te Antwerpen. Tijdens de laatste maanden van het beleg van Antwerpen (mei &#x2013; augustus 1585) ontvingen de Antwerpenaren &#x00A3; 422 uit Keulen, &#x00A3; 370 uit Frankfurt en &#x00A3; 225 uit Aken. Het is niet duidelijk hoe die bedragen precies werden gecollecteerd in de drie steden, maar het zou hoe dan ook interessant zijn om ze te vergelijken met de opbrengst van de door Gorter vermelde collectes.</p>
<p>De vergelijking van de situatie in de drie bestudeerde rijkssteden biedt een onbetwistbaar voordeel. De impact van de wisselende omstandigheden van tijd en plaats komt aan de hand van de drie casestudies goed tot zijn recht. Bovendien dient het gezegd dat Gorter binnen de hem toegemeten promotietijd een werkelijk diepgaand bronnen- en literatuuronderzoek heeft ondernomen. Terugblikkend op de centrale vraag naar de religieuze identiteit van de gereformeerde migranten concludeert hij dat die identiteit niet zozeer door vlucht of migratie werd bepaald, maar wel door de alledaagse leefomstandigheden in de rijkssteden. Het waren die specifieke omstandigheden die noopten tot een pragmatische accommodatiestrategie. Een vraag die zich stelt, maar die wellicht niet makkelijk te beantwoorden valt, is of die strategie, waarbij de betrokkenen leerden omgaan met verschillende gezindten en confessies, ook leidde tot een meer &#x2018;rekkelijke&#x2019;, minder &#x2018;doctrinaire&#x2019; religieuze identiteit. Eveneens relevant is de vraag of die religieuze identiteit bleef doorwerken wanneer gereformeerde migranten in een later stadium naar naar de Republiek trokken waar ze, eens de Opstand zich daar geconsolideerd had, een meer comfortabele omgeving aantroffen.</p>
</body>
</article>