<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12458</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12458</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Bloed in de rivier. Het onbekende verhaal van de massale slavenopstand in een Nederlandse kolonie</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Rose</surname>
<given-names>Sophie</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>08</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022049</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Kars</surname><given-names>Marjoleine</given-names></name>
</person-group>
<source>Bloed in de rivier. Het onbekende verhaal van de massale slavenopstand in een Nederlandse kolonie</source>
<publisher-loc>Amsterdam/Antwerpen</publisher-loc>
<publisher-name>Atlas Contact</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>356 pp.</page-range>
<isbn>9789045041926</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12458"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Op 27 februari 1763 brak een opstand uit onder de tot slaaf gemaakte bevolking van Berbice, een kleine buurkolonie van Suriname, gelegen in het huidige Guyana. Gedurende meer dan een jaar leefden de inwoners van Afrikaanse afkomst in deze Nederlandse kolonie in een zwaar bevochten vrijheid, totdat een combinatie van hongersnood, interne verdeeldheid en een gebundelde troepenmacht van koloniale overheersers en hun inheemse bondgenoten een einde aan de rebellie maakte. De revolte van 1763-1764 was een van de eerste grootschalige en langdurige opstanden tegen het Atlantische plantage- en slavernijsysteem, en verreweg de grootste in de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Desondanks is er tot nu toe opvallend weinig over geschreven. Marjoleine Kars (University of Maryland) brengt hier verandering in met <italic>Bloed in de Rivier</italic>, de Nederlandse editie van <italic>Blood on the River. A Chronicle of Mutiny and Freedom on the Wild Coast</italic>, vertaald door Nannie de Nijs Bik-Plasman en Albert Witteveen.</p>
<p>Het boek volgt een grotendeels chronologische structuur. Na een ouverture waarin Kars een kleinschalige opstand in het door ziekte en honger geteisterde Berbice van 1762 beschrijft &#x2013; een &#x2018;generale repetitie&#x2019; voor de grote uitbraak van een jaar later &#x2013; legt ze door middel van een historisch overzicht van de kolonie uit hoe Berbice, een evenzeer gewelddadige alsook kwetsbare openluchtgevangenis, tot dit punt was gekomen. Daarna volgen twaalf hoofdstukken het verloop van de grote opstand. Kars begint bij de eerste razendsnel uitbreidende plantagerevoltes die leidden tot een haastige vlucht van Europeanen in het vroege voorjaar van 1763. Vervolgens besteedt ze aandacht aan de onderhandelingspogingen tussen gouverneur Wolfert Simon van Hoogenheim en rebellenleiders Coffij en Accara terwijl buurkolonies te hulp schieten. Dan volgt het langzaam keren van het tij, wanneer tegen het einde van 1763 hulptroepen uit de Republiek arriveren. Het einde, zo maakt Kars duidelijk, kwam niet met een resolute overwinning voor de kolonisator, maar druppelsgewijs. Het zou nog tot de lente van 1764 duren voordat alle opstandelingen zich uit wanhoop hadden overgeven dan wel waren gedood of gevangengenomen. Nog tot het einde van dat jaar was de koloniale overheid bezig met het ondervragen, veroordelen, en executeren van vermeende schuldigen, tot gouverneur Van Hoogenheim op 15 december 1764 een algehele amnestie afkondigde. Het boek leest als een thriller, verrijkt door Kars&#x2019; grote aandacht voor detail zoals kleding, scheldpartijen, muggen, overstroomde tuinen, afgebrande plantages en gruwelijke straffen. Ze brengt hiermee een wereld tot leven waarin zowel het fysiek ongemak als de wanhoop en doodsangst die vele betrokkenen ervaren moeten hebben bijna voelbaar zijn.</p>
<p>Bijzonder sterk aan Kars&#x2019; analyse is de aandacht voor de verschillende perspectieven in de opstand, die veel verder gaat dan alleen de scheidslijn tussen opstandelingen en koloniale overheersers. De in slavernij levende bevolking van Berbice was geen homogene groep die unaniem besloot aan de opstand mee te doen. Sommigen raakten tegen wil en dank betrokken, anderen wisten zowel de opstandelingen als de koloniale tegenmacht enige tijd te vermijden en zo zelf richting te geven aan hun kwetsbare vrijheid. Zelfs onder de actieve rebellen waren de meningen over de beste gang van zaken verdeeld. Een belangrijk dilemma, waarin Kars terecht een parallel trekt met andere opstanden zoals de Ha&#x00EF;tiaanse Revolutie, was de keuze tussen een bestaan zoals de Marrons in Suriname, grotendeels afgekeerd van het bredere Atlantische systeem, en een poging tot deelname aan dat systeem door plantages over te nemen en er handelsgewassen voor de export te verbouwen. Rebellenleider Coffij was een voorstander van deze tweede keuze en deed zelfs een voorstel aan de gouverneur om de kolonie in twee&#x00EB;n te verdelen. Aangezien gedwongen arbeid nodig zou zijn om dergelijke productie mogelijk te maken ontstond een nieuwe scheidslijn, dit keer tussen rebellen die zelf slavenhouders werden en mensen die opnieuw tot slaaf gemaakt werden. Opvallend in deze interne verschillen was de rol van sekse, leeftijd, en herkomst. Vrouwen, kinderen en ouderen waren eerder geneigd tot ontduiking van de opstand dan jonge mannen. Mensen die in Afrika opgegroeid waren, zo laat Kars zien, kwamen ook tegenover creolen te staan. Afrikanen, en vooral de &#x2018;Amina&#x2019; (mensen van de Goudkust), waren in grotere mate actief betrokken bij de opstand en maakten in veel gevallen de meer in het koloniale systeem ge&#x00EF;ntegreerde creolen tot hun slaven.</p>
<p>Ook de Europese groep was niet homogeen. Al vanaf het begin van de revolte heerste er verdeeldheid onder de kolonisten. Dit blijkt onder meer uit de gefrustreerde rapportages van de gouverneur, die slechts weinig planters bereid kon vinden te blijven om de kolonie te verdedigen. Ook de muiterij van een regiment uit Suriname gestuurde Europese soldaten, die zich aansloten bij de rebellen na zich tegen hun officieren gekeerd te hebben, laat zien dat de raciale kloof en witte solidariteit op gespannen voet stonden met klassenverschillen. Het in kaart brengen van al deze perspectieven is geen gemakkelijke opgave, aangezien het beschikbare bronmateriaal vrijwel volledig van de hand van de koloniale autoriteiten komt. Desondanks weet Kars, door tussen de regels te lezen en haar analyse van de ruim negenhonderd ondervragingen van gevangen opstandelingen door de koloniale overheid aan te vullen met een gedegen contextualisering, een beredeneerde voorstelling te maken van de beweegredenen van diverse partijen &#x2013; niet alleen van het Nederlandse gezag, maar ook van de rebellen, soldaten, inheemse bondgenoten en onvrijwillig betrokkenen.</p>
<p>Het boek laat op zeer intieme wijze de dynamiek van een vrijheidsstrijd zien en benadrukt daarbij de vindingrijkheid en veerkracht van mensen die hun leven in slavernij niet accepteerden. Wanneer de auteur de balans opmaakt en de opstand in bredere historische ontwikkelingen plaatst, is ze echter pessimistisch. Zoals de in de kop gedrukte rebellie van 1762 als &#x2018;generale repetitie&#x2019; van de grote opstand in Berbice beschouwd kan worden, zo ziet Kars het verloop van de opstand in Berbice als een &#x2018;voorbode&#x2019; van latere revoltes in de Atlantische wereld, die op &#x00E9;&#x00E9;n uitzondering na (Ha&#x00EF;ti) allemaal aan de gebundelde tegenstand van het intercontinentale kapitalisme bezweken. Er zijn goede redenen voor dit pessimisme: de slavernij bleef na het uiteenvallen van de opstand niet alleen voortbestaan in Berbice, maar breidde zich vanaf 1803 zelfs uit onder het latere Britse bestuur. Ook na het afschaffen van de slavenhandel, en zelfs na de uiteindelijke emancipatie in 1834, bleven vormen van arbeidsuitbuiting bestaan en was zelfbeschikking voor vrijgemaakte boeren moeilijk.</p>
<p>Toch dient de vraag zich aan of deze conclusie de verworvenheden van de rebellen niet tekortdoet: de opstand in Berbice had op niet te miskennen wijze duidelijk gemaakt aan het koloniaal gezag dat er grenzen waren aan de wreedheden en uitbuiting waaraan in slavernij levende werkkrachten zonder desastreuze gevolgen blootgesteld konden worden. De vraag in hoeverre een dergelijk besef als gevolg van opstanden zoals die in Berbice heeft bijgedragen aan zowel hervormingen binnen het slavernijsysteem als de uiteindelijke afschaffing ervan in Nederlandse en andere koloni&#x00EB;n is het onderwerp van een centraal debat in de hedendaagse internationale geschiedschrijving over de slavernij.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Hoewel de indirecte effecten van de (mislukte) pogingen tot zelfbeschikking in Berbice buiten de reikwijdte van het boek liggen, draagt het boek wel op andere manieren bij aan dit debat door te illustreren dat er niet over &#x00E9;&#x00E9;n eenduidige vorm van weerstand tegen het slavernijsysteem gesproken kan worden. <italic>Bloed in de Rivier</italic> verandert zo een vergeten hoofdstuk uit de geschiedenis in een bijzonder rijke blik op zowel het Nederlandse koloniale verleden als de bredere dynamiek tussen slavernij en verzet.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Dit debat is terug te leiden tot Eric Williams&#x2019; <italic>Capitalism and Slavery,</italic> waarin hij stelde dat de keuze lag tussen &#x2018;emancipatie van bovenaf of emancipatie van onderaf&#x2019;. Eric Williams, <italic>Capitalism and Slavery</italic> (Chapel Hill 1944) 208. Een meer recente discussie is te vinden in Seymour Drescher en Piet Emmer (reds.), <italic>Who Abolished Slavery&#x003F; Slave Revolts and Abolitionism: a debate with Jo&#x00E3;o Pedro Marques</italic> (New York/Oxford 2010).</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>