<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12426</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12426</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Nederland in last. Vijfhonderd jaar overheidsfinanci&#x00EB;n in de Lage Landen, 1500-2000</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Riel</surname>
<given-names>Arthur</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022041</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Enthoven</surname><given-names>Victor</given-names></name>
</person-group>
<source>Nederland in last. Vijfhonderd jaar overheidsfinanci&#x00EB;n in de Lage Landen, 1500-2000</source>
<publisher-loc>Leiden</publisher-loc>
<publisher-name>Primavera Pers</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>320 pp.</page-range>
<isbn>9789059973459</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12426"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Ter viering van het dertigjarig bestaan van de Stichting Geschiedenis van de Overheidsfinanci&#x00EB;n, verscheen de bundel <italic>Nederland in last. Vijfhonderd jaar overheidsfinanci&#x00EB;n in de Lage Landen, 1500-2000</italic>, onder redactie van Victor Enthoven. Enthoven is sinds 2006 bestuurslid van de stichting, bezorgde samen met Leendert van der Ent het derde deel in de reeks <italic>Gewestelijke Financi&#x00EB;n ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden</italic> (2001) en promoveerde in 1996 op de Opstand in Zeeland.</p>
<p>Anders dan de ondertitel wellicht suggereert, biedt <italic>Nederland in last</italic> geen overzicht van de fiscale geschiedenis of de bredere ontwikkeling in de overheidsfinanci&#x00EB;n in het uiteindelijke Nederland gedurende de afgelopen vijf eeuwen. In plaats daarvan omvat de bundel een veertiental opstellen waarvan de sterk uiteenlopende onderwerpen zich over deze periode uitstrekken. Twee hebben betrekking op de vijftiende en zestiende eeuw, drie op de periode van de Republiek, eveneens drie op de Bataafs-Franse tijd en een viertal houdt zich bezig met de negentiende eeuw, met een uitloop naar de twintigste eeuw op het gebied van de belastingen in Nederlands-Indi&#x00EB;. De bundel sluit af met een essay van fiscaal historicus Tom Pfeil dat zich niet richt op een historisch onderwerp. In plaats daarvan tracht deze slotbijdrage de lijnen van een nieuw financieringsmodel voor publieke voorzieningen te schetsen op basis van de evolutie in burgerschap en politieke voorkeuren ten aanzien van de aard en het bereik van de uitgaven, de erosie in de grondslag van de huidige methoden van belastingheffing (door bijvoorbeeld de stilstand in de groei van de beroepsbevolking en de mobiliteit van kapitaal) en technologische verandering.</p>
<p>De onderwerpen van de bijdragen vari&#x00EB;ren van daadwerkelijke fiscale geschiedenis, namelijk studies naar de staatschuld onder Willem <sc>i</sc>, de Stelselwet van 1821 en belastingen in Nederland-Indi&#x00EB;, tot een administratief vraagstuk als het kenmerken van betaalmiddelen en goud- en zilverwerk. Ook bevat de bundel een biografisch werk over Jean Appelius (1767-1828), minister van Financi&#x00EB;n onder Lodewijk Napoleon (1809-1810) en opnieuw onder Willem <sc>i</sc> (1824-1828) en lid van de Franse <italic>Conseil d&#x2019;Etat</italic> (1810-1814). Daarnaast zijn er meerdere stukken met een regionale focus, waarin de financi&#x00EB;n van de Admiraliteit van Zeeland onder de Republiek, de slepende effecten van de Spaanse Successieoorlog op de Friese financi&#x00EB;n, Groningen onder de Franse inlijving, en de wegenaanleg in Staats-Valkenburg aan bod komen. In geografische zin enigszins afwijkend is het artikel over de financiering door de overheid van de dijkaanleg in Vlaanderen in de vijftiende en zestiende eeuw.</p>
<p>Bij wetenschappelijke bundels is het vaak lastig om binnen een beknopte bespreking recht te doen aan de individuele stukken, of daaruit een overkoepelende boodschap te destilleren. Voor <italic>Nederland in last</italic> geldt dat des te meer omdat de diverse opstellen zowel in thematisch als chronologisch opzicht ver uiteenlopen &#x2013; behalve het brede thema overheidsfinanci&#x00EB;n is alleen de geografie de bindende factor. Ook hierin reikt de focus van de landelijke politiek tot de reeds aangeduide regionale studies. Met uitzondering van de voornoemde bijdrage over Groningen hebben alle politiek-historische essays betrekking op de Franse tijd, wat gezien de samenloop van de fiscale en staatkundige dynamiek tijdens deze periode geen toevallig gegeven is. Onder meer de samenvoeging van de gewestelijke schulden en een nationaal belastingstelsel kwamen erin tot stand, en het koninkrijk zelf volgde er direct op.</p>
<p>Een aantal auteurs spant zich in om de detailstudies van een bredere historische betekenis te voorzien. Soms lukt dat aardig, maar in andere gevallen doet het wat geforceerd aan. Zo is de reconstructie van de ondoorzichtige staatsfinanci&#x00EB;n onder Willem <sc>i</sc> en de ontwikkeling van de schuld &#x2013; die tot diens abdicatie in 1840 opnieuw vergaand ontspoorde &#x2013; fraai en buitengewoon nuttig werk. De notie dat die tot een positievere geschiedschrijving van het financi&#x00EB;le beleid noopt is echter vergezocht. De door de onhoudbare schuld uitgelokte emancipatorische breuk in de positie van het parlement, de betekenis voor de industrialisatie en de rol van de staatsfinanci&#x00EB;n in de Belgische afscheiding wijzen fundamenteel in een andere richting. De unanieme afwijzing van de tienjarige begroting van 1839 door het parlement leidde niet alleen tot constitutionele hervormingen, maar ook tot het ontstaan van de ministeri&#x00EB;le verantwoordelijkheid. De Nederlandse industrialisatie werd in belangrijke mate mogelijk gemaakt door het effect van fiscale hervorming op de werking van goederenmarkten. De overdracht van sterk verhoogde zuidelijke belastingopbrengsten aan noordelijke schuldbezitters vormde bovendien een lang onderbelichte factor achter de Belgische opstand.</p>
<p>Van de overige opstellen springt de bredere historiografische betekenis er bij een vijftal uit. Zo bestudeerde Ruud Liesker de administratie van Claes van Adrighem, rond 1600 de ontvanger van de gemene middelen van Holland te Delft. Liesker geeft daarmee een verdiepend inzicht in het functioneren van de markt voor overheidsobligaties, die in de moderne geschiedschrijving een belangrijke rol speelt in het verklaren van het succes van de Opstand en het overeind blijven van de Republiek. Ontvangers als Van Adrighem functioneerden op die markt als vroege intermediairs, waarbij obligaties met een korte looptijd op basis van hun persoonlijk krediet werden aangeboden. Waar de Staten vanuit het belang van een stabiele financiering een voorkeur hadden voor lang krediet in de vorm van lijf- en losrenten, moesten zij niettemin geregeld hun toevlucht nemen tot papier met een korte looptijd. Ook deze markt blijkt diep en ontwikkeld te zijn geweest.</p>
<p>Eveneens van betekenis voor een verdiepte economische geschiedenis van de Republiek is het onderzoek van Alberto Feenstra naar de lange financi&#x00EB;le nasleep van de internationale conflicten van de late zeventiende en vroege achttiende eeuw in de Friese financi&#x00EB;n. Die inperking van de fiscale ruimte bemoeilijkte op zijn beurt de discussie over de hervorming van het quotenstelsel in de richting van breder gedeelde collectieve lasten, die tot 1795 in meer dan evenredige mate drukten op Holland.</p>
<p>Het opstel met het wellicht meest breed aansprekende, maar in de historiografie weinig benoemde onderwerp betreft dat van Hugo Landheer over de militaire campagne van november 1813 tot mei 1814. Daarbij trokken na de Slag bij Leipzig Russische en Pruisische troepen vanuit het oosten het land binnen. Die legers zadelden het verarmde nieuwe koninkrijk vervolgens op met een spoor van rekeningen dat, naast de door het Congres van Wenen opgelegde bouw van fortificaties gericht op het tegengaan van hernieuwde Franse ambities, de financi&#x00EB;n van Willem <sc>i</sc> al in de eerste jaren van diens koningschap zou belasten.</p>
<p>Het hoofdstuk van Jan Postma over de fiscale Stelselwet van 1821 laat in detail zien hoe moeilijk de balanceeract was die de vereniging van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden vanaf 1815 &#x2013; met ver uiteenlopende schulden, sectorale belangen en tradities ten aanzien van de aard en omvang van de belastingheffing &#x2013; aan de nieuwe politiek oplegde. Mieke van Leeuwen-Cannemans biografische schets van Jean Appelius illustreert hoezeer we nog altijd een politieke geschiedenis van de eerste helft van de negentiende eeuw missen die het denken en handelen van andere hoofdrolspelers dan Willem <sc>i</sc> in kaart brengt. Nog steeds begint de moderne Nederlandse geschiedenis van het politieke denken en de huidige staatsinstellingen in maart 1848 en dat is onterecht.</p>
<p>Alles bijeen is dit een enigszins los samenhangende verzameling van studies die ieder op hun eigen wijze interessant zijn en met liefde voor het onderwerp zijn uitgevoerd. Dat maakt het geheel tot een sympathieke feestbundel. Lees wat uw interesse heeft, maar doe waar relevant vooral ook een beroep op specifieke stukken als verdiepende informatie in breder onderzoek.</p>
</body>
</article>