<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12424</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12424</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Het landschap, de mensen. Nederland 1850-1940</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Berkel</surname>
<given-names>Klaas</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Rijksuniversiteit Groningen</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>07</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022039</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van der Woud</surname><given-names>Auke</given-names></name>
</person-group>
<source>Het landschap, de mensen. Nederland 1850-1940</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Prometheus</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>445 pp.</page-range>
<isbn>9789044645934</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12424"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de <italic>Meppeler Courant</italic> uit 1942 tekende een inwoner van Staphorst protest aan tegen de voorgenomen ruilverkaveling in het gebied Staphorst-Rouveen. Deze hield de gedwongen ruil van stukken grond in, zodat er grotere, sneller te bereiken en makkelijker te bewerken landbouwpercelen gevormd konden worden. De briefschrijver riep de tien geboden in herinnering, die het de mens verbieden te &#x2018;begeren&#x2019; wat van een ander is. Ook haalde hij het verhaal aan van Achab, de koning van Isra&#x00EB;l die zijn oog had laten vallen op de wijngaard van zijn buurman Naboth. Omdat die laatste zijn land niet wilde verkopen, liet koningin Izebel hem vermoorden en bezorgde zij de koning de door hem begeerde wijngaard. Maar God strafte beiden: de koning sneuvelde in de oorlog, de koningin overleefde een opstand niet. &#x2018;De schrijver&#x2019;, zo noteert Auke van der Woud op pagina 379 van zijn boek <italic>Het landschap, de mensen. Nederland 1850-1940</italic>, &#x2018;waarschuwde dat de begeerte die door de ruilverkaveling op gang werd gebracht eveneens tot doden zou leiden&#x2019;.</p>
<p>Om de een of andere reden bleef dit curieuze epistel uit Staphorst na lezing van het boek hangen. Het raakt misschien wel de kern van de beweging die in Nederland sinds het midden van de negentiende eeuw is opgekomen om het land te &#x2018;verbeteren&#x2019;, dat wil zeggen productiever en rationeler te maken. Zeker sinds het optreden van de geoloog en landbouwkundige Winand Staring (1808-1877) is er onafgebroken gewerkt om het Nederlandse landbouwareaal uit te breiden en op die grond met minder arbeid meer te produceren. Heidevelden en stuifzanden werden ontgonnen, veenplassen drooggemalen en omgezet in vruchtbare polders, rivieren gekanaliseerd zodat de waterafvoer niet meer stagneerde, de Zuiderzee werd afgedamd, in het nieuwe <sc>ij</sc>sselmeer werden nieuwe polders aangelegd, ruilverkavelingen kwamen op gang en het scheelde niet veel of ook de Waddenzee was ingepolderd.</p>
<p>Met uitzondering van de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1843 waren al die ingrepen in het landschap in de negentiende eeuw nog het resultaat van particulier initiatief. Na ongeveer 1890 nam de staat het werk echter goeddeels over: landschapsverbetering werd een nationale taak. Tegelijk werden de hulpmiddelen om al dat werk tot een goed einde te brengen geperfectioneerd: kunstmest maakte intensieve landbouw mogelijk, mechanisering bespaarde tijd en arbeid, stoomkracht verving windenergie en elektriciteit zorgde ervoor dat stoomgemalen plaatsmaakten voor elektrische gemalen. De landbouwkundigen vergaten zeker niet om ook de mensen die op het land woonden te &#x2018;verbeteren&#x2019;, door ze te verplaatsen (daarbij ging het om de polderjongens en veenarbeiders die door het hele land trokken) en door ze een andere manier van leven voor te houden of op te dringen. De boer moest niet blijven boeren zoals zijn voorouders dat hadden gedaan &#x2013; ineffici&#x00EB;nt en zonder kennis van moderne bedrijfsvoering. Hij moest &#x2018;fabrikant&#x2019; worden, ondernemer, iemand die voor de internationale markt produceert en door steeds intensiever de grond te bewerken de nationale welvaart omhoogstuwt.</p>
<p>Dit hele proces om de Nederlandse bodem nuttiger en productiever te maken, wordt met gevoel voor detail &#x00E9;n de grote lijn door Van der Woud in zijn nieuwste monografie beschreven. De lezer dient wel een topografische atlas bij de hand te houden om het geheel goed te kunnen volgen, want aan kaartmateriaal is <italic>Het landschap, de mensen</italic> heel mager. Het boek is evenwel een genot om te lezen en vormt een waardige pendant voor eerder werk van de auteur, waarin vooral het leven in de grote stad beschreven werd.</p>
<p>De tijdsafbakening van dit boek is wat willekeurig. Volgens de titel gaat het over de kleine eeuw tussen 1850 en 1940. Aan het begin staat de eerdergenoemde Staring en aan het eind de natuurbeschermer Jac. P. Thijsse (1865-1945), die scherp de nadelen van het omwoelen en gladstrijken van de Nederlandse bodem zag (een rijkere oogst leidde namelijk tot een armere natuur). De landhuishoudkunde was echter al decennia voordat Staring ten tonele verscheen een universitaire discipline geworden en tijdens en na de Duitse bezetting ging het proces van &#x2018;landschapsverbetering&#x2019; gewoon of zelfs in versterkte mate door. Men denke alleen maar aan het optreden van Sicco Mansholt (1908-1995), de minister van Landbouw wiens naam een tijdlang synoniem was met &#x2018;modernisering&#x2019; en &#x2018;schaalvergroting&#x2019;. Toch is het begrijpelijk dat Van der Woud rond 1940 stopt. Na de oorlog is de verandering van het landschap steeds meer het gevolg van de verstedelijking, de aanleg van industrieterreinen, snelwegen en zeehavens, alsook van de uitbreiding van het elektriciteitsnet (in het bijzonder energiecentrales, hoogspanningsleidingen, windmolens en zonneparken). Dit zijn allemaal zaken die juist ten koste gaan van het landbouwareaal en dat is toch het onderwerp van het boek.</p>
<p><italic>Het landschap, de mensen</italic> is geen aanklacht tegen de grootschalige verwoesting van het Nederlandse landschap en de verschraling van de natuur die daarvan het gevolg is. Althans op het oog, want onderhuids is het boek wel degelijk kritisch van toon. Keer op keer wijst Van der Woud erop dat de initiatieven om de grond te verbeteren en productiever te maken niet voortkwamen uit de wens om de Nederlandse bevolking te voorzien van voedsel van hogere kwaliteit of om de voedselzekerheid van het land veilig te stellen. Het doel hiervan was vooral de &#x2018;nationale welvaart&#x2019; te vergroten, oftewel om door export van landbouwproducten meer inkomsten te genereren (21, 308-309, 351, 360). De auteur wil enerzijds beschrijven hoe het landschap van Nederland tussen 1850 en 1940 onherkenbaar werd veranderd en anderzijds verklaren hoe het komt dat het kleine Nederland momenteel de tweede exporteur van landbouwproducten is, na de Verenigde Staten. In de huidige discussie over de crisis in de landbouw, waarin van boerenzijde vaak wordt aangevoerd dat de landbouw er is om de Nederlandse bevolking te voeden en verzwegen wordt dat de boeren juist voor de export telen, is dit politiek relevant.</p>
<p>Maar het boek graaft nog dieper. Van der Woud doet een serieuze poging om het traditionalisme van de boeren die niet mee wilden gaan met de negentiende-eeuwse modernisering van de landbouw begrijpelijk te maken. In dat verband haalt hij de waarschuwing van de inwoner van Staphorst tegen de ruilverkaveling aan. Zo&#x2019;n boer besteedde het grootste deel van zijn tijd weliswaar aan de instandhouding van het boerenbedrijf, maar het leven stond niet louter in het teken van de economie en de landbouw &#x2013; er was een hoger bestaan waar alles om draaide. Wie in Gods hand leeft, is daarom niet voortdurend bezig om betere machines aan te schaffen en het land effici&#x00EB;nter in te richten. Wie wel zo leeft en werkt, aldus de briefschrijver uit Staphorst, is &#x2018;aangeraakt door begeerte&#x2019;, en gaat daarmee in tegen Gods geboden. Misschien is dat iets om ook eens over na te denken.</p>
</body>
</article>