<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12226</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12226</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De oorlog van morgen. Nederlandse beeldvorming van een volgende oorlog, 1918-1940</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van Diepen</surname>
<given-names>Remco</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Erfgoedpark Batavialand</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022037</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Linmans</surname><given-names>Wouter</given-names></name>
</person-group>
<source>De oorlog van morgen. Nederlandse beeldvorming van een volgende oorlog, 1918-1940</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Prometheus</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>320 pp.</page-range>
<isbn>9789044647877</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12226"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het interbellum is in de Nederlandse geschiedschrijving lange tijd wat stiefmoederlijk behandeld. De periode werd vaak gezien als slechts de aanloop naar de Duitse bezetting. Frits Boterman meende in 1999 dat de term &#x2018;interbellum&#x2019; eigenlijk niet eens van toepassing was op Nederland. Het neutrale Nederland was immers nauwelijks geraakt door de verschrikkingen van de jaren 1914-1918. Boterman borduurde met deze visie voort op een lezing van Maarten Brands uit 1997. Volgens Brands was de Eerste Wereldoorlog &#x2018;niet of nauwelijks&#x2019; opgenomen &#x2018;in ons nationaal bestand van collectieve herinneringen&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> De laatste jaren zijn historici teruggekomen op de gedachte dat het interbellum voor Nederland een periode zonder eigen gezicht was. Dit geldt ook voor de genoemde Boterman. In zijn in 2021 verschenen studie <italic>Tussen utopie en crisis</italic> betoogt hij dat de jaren 1918-1940 wel degelijk een &#x2018;zelfstandige periode&#x2019; vormden, met &#x2018;duidelijk haar eigen identiteit, dynamiek en karakter&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup></p>
<p>In zijn dissertatie <italic>De oorlog van morgen</italic> onderschrijft Wouter Linmans de herziene visie op het interbellum. Hij is het niet eens met de stelling van Brands dat <italic>The Great War</italic> eigenlijk aan Nederland voorbij is gegaan. Volgens Linmans waren contemporaine Nederlandse waarnemers juist goed op de hoogte van de gruwelijke taferelen die zich aan het westelijk front afspeelden. Linmans heeft tot doel de &#x2018;culturele verwerking&#x2019; van deze verschrikkingen door de Nederlandse bevolking te beschrijven. Daarnaast wil hij in kaart brengen hoe &#x2018;tijdgenoten&#x2019; zich een mogelijke nieuwe oorlog voorstelden. Hierbij maakt hij vooral gebruik van (gedigitaliseerde) open bronnen, zoals boeken, kranten en tijdschriften. Onder die laatste categorie schaart Linmans &#x2018;gezaghebbende tijdschriften&#x2019; als <italic>De Groene Amsterdammer</italic>, maar ook populaire beeldtijdschriften als <italic>Panorama</italic>.</p>
<p>In de eerste hoofdstukken behandelt Linmans de reacties op enkele wapens die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden ingezet. Als eerste komt de tank aan bod. De introductie ervan door het Britse leger tijdens de slag aan de Somme in september 1916 maakte op de Nederlandse pers diepe indruk. In beeldtijdschriften werden tanks afgebeeld als prehistorische monsters, die de hulpeloze lichamen van soldaten &#x00E9;n burgers vermorzelden. Desondanks meende Michael Rudolph Hendrik Calmeyer, luitenant bij de infanterie en officier bij de Generale Staf, nog in 1935 dat de tank geen grote bedreiging voor Nederland vormde. De legerleiding kocht in 1927 een Renault-tank en organiseerde daarmee openbare demonstraties om te laten zien dat zulke zware machines in drassige polders zouden wegzakken.</p>
<p>Een ander relatief nieuw wapen was de bommenwerper. Het gevaar uit de lucht bedreigde niet alleen militairen maar ook burgers, zoals de Duitse aanval op de Baskische stad Guernica van 1937 liet zien. Omdat de regering weinig voorzorgsmaatregelen trof, gingen lokale overheden, bedrijven en particulieren op eigen initiatief over tot het bouwen van schuilkelders en zelfs het aanschaffen van luchtafweergeschut.</p>
<p>Tekeningen in beeldtijdschriften van platgegooide steden waren al luguber genoeg. Voorstanders van eenzijdige ontwapening schetsten een nog grimmiger toekomstvisioen, namelijk dat van steden gehuld in metershoge gifgaswolken. David van Embden, econoom en senator namens de Vrijzinnig-Democratische Bond, meende dat miljoenen Nederlanders werden bedreigd door een &#x2018;monsterachtigen dood der langzame verworging&#x2019; (89). Onder anderen generaal buiten dienst Cornelis Jacobus Snijders geloofde echter dat Van Embden schromelijk overdreef; gasmaskers en schuilkelders zouden wel soelaas bieden tegen gifgasbommen. Het gasmasker was in het interbellum een vast onderdeel van de beeldtaal van cartoonisten en politieke tekenaars.</p>
<p>Sommige schrikbeelden uit het interbellum, zoals dat van gebombardeerde steden, zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog inderdaad werkelijkheid worden. Gifgassen werden in Europa echter niet opnieuw op de slagvelden of in steden ingezet. Ook een ander angstvisioen, de dodende straal die hele luchtvloten tot as kon reduceren, kwam niet uit. Wel deed dit beeld het in het interbellum goed in de ge&#x00EF;llustreerde pers.</p>
<p>In het vijfde hoofdstuk behandelt Linmans de ontvangst van oorlogsfilms en -romans in het interbellum. Vooral het boek <italic>Im Westen nichts Neues</italic> van Erich Maria Remarque maakte grote indruk. Volgens Leo Jordaan (<italic>De Groene Amsterdammer</italic>) liet de roman zien dat oorlog &#x2018;kaal, grauw, nuchter walgelijk als een modern, goed-geoutilleerd abattoir&#x2019; was (153).</p>
<p>Christelijke, socialistische en anarchistische voorstanders van eenzijdige ontwapening illustreerden hun publicaties vaak met afbeeldingen die bij de lezers hevige emoties moesten opwekken, zoals foto&#x2019;s van verminkte oorlogsveteranen. Andere vredesactivisten verwierpen nationale ontwapening en vertrouwden op internationaal overleg om het oorlogsgevaar te bezweren. Ook zij speelden hierbij soms in op emoties. In zomer van 1931 organiseerde Robert Peereboom, hoofdredacteur van het <italic>Haarlems Dagblad</italic>, een volkspetitionnement ter ondersteuning van de ontwapeningsconferentie van de Volkenbond. Hierbij herinnerde hij aan het feit dat tijdens de afgelopen oorlog geschut in staat was gebleken &#x2018;honderden menschen&#x2019; aan stukken te rijten (182).</p>
<p>Het volkspetitionnement van Peereboom werd door maar liefst 2,4 miljoen Nederlanders ondertekend. Deze ogenschijnlijk brede publieke steun voor het vredesideaal vertaalde zich niet in een politieke meerderheid. Conservatieve liberalen en christelijke partijen hielden vol dat eenzijdige ontwapening juist de kans vergrootte dat Nederland door andere landen als slagveld zou worden gebruikt. Regelrechte verheerlijking van het leger vond men vooral bij extreemrechtse partijen, zoals het Verbond voor Nationaal Herstel en de <sc>nsb</sc>. Linmans wijst erop dat er in de extreemrechtse pers zelden in detail werd ingegaan op de consequenties van de moderne oorlog. Afbeeldingen van verminkte soldaten waren immers fnuikend voor het hero&#x00EF;sche beeld van het krijgsbedrijf dat deze stroming propageerde.</p>
<p>Ook in vakbladen als de <italic>Militaire Spectator</italic> werd vooral in abstracte zin geschreven over de mogelijke consequenties die de moderne oorlogvoering voor Nederland zou hebben. Dat kwam aanvankelijk vooral doordat de auteurs, met het oog op de neutraliteitspolitiek, geen al te concrete scenario&#x2019;s wilden schetsen. In de loop van de jaren dertig kwam de legertop echter tot de conclusie dat het Duitsland van Hitler de Nederlandse zelfstandigheid bedreigde. Er werd terdege rekening gehouden met een strategische overval, inclusief de inzet van gemechaniseerde eenheden en luchtlandingstroepen.</p>
<p>Toch werd na de Duitse inval in Polen de stokoude Renault-tank weer van stal gehaald om aan te tonen dat de Waterlinie voor de vijand een schier onoverkomelijke hindernis was. Dat gebeurde volgens Linmans vooral ter geruststelling van de bevolking (267). Hoe onbeholpen deze demonstraties ook waren, ze maakten wel duidelijk dat Nederland bereid was zijn neutraliteit gewapenderhand te verdedigen.</p>
<p><italic>De oorlog van morgen</italic> is een prettig leesbare studie die nieuwe informatie biedt, bijvoorbeeld over de receptiegeschiedenis van <italic>Im Westen nichts Neues</italic>. Positief is verder dat de auteur rijkelijk gebruikmaakt van kranten en tijdschriften, bronnen die in de dagen v&#x00F3;&#x00F3;r de digitale revolutie nog wel eens door historici werden verwaarloosd. Als cultuurgeschiedenis van het interbellum is deze dissertatie echter niet helemaal geslaagd. Dit komt deels door de opbouw van het boek. Presenteert Linmans in de eerste vier hoofdstukken een helder verhaal, daarna waaiert zijn betoog te veel uit. Linmans wil de &#x2018;mentale voorstellingen&#x2019; reconstrueren die Nederlanders zich van een eventuele nieuwe oorlog maakten. Door gebrek aan opiniepeilingen uit deze periode laat de &#x2018;verwachtingshorizon&#x2019; van de gemiddelde Nederlander zich echter moeilijk reconstrueren. De &#x2018;tijdgenoten&#x2019; over wie Linmans spreekt zijn vooral degenen die zich in boeken, brochures of pers over het oorlogsvraagstuk hebben uitgelaten. Dit is een weliswaar kleine maar wel diffuse groep, vari&#x00EB;rend van militairen in actieve dienst tot anarchistische voorstanders van eenzijdige ontwapening.</p>
<p>Een nauwgezette reconstructie van de &#x2018;mentale voorstellingen&#x2019; van al deze subgroepen is in het bestek van dit boek bijna niet mogelijk. Misschien had Linmans er dan ook beter aan gedaan zich tot &#x00E9;&#x00E9;n categorie waarnemers te beperken. Zo vormen de verwerking van de Eerste Wereldoorlog door Nederlandse schrijvers en kunstenaars en hun vaak pessimistische toekomstverwachtingen een onderwerp dat op zichzelf al een historische studie verdient.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Maarten Brands, &#x2018;<italic>The Great War</italic> die aan ons voorbij ging. De blinde vlek in het historische bewustzijn van Nederland&#x2019;, in: Mireille Berman en Hans Blom (reds.), <italic>Het belang van de Tweede Wereldoorlog</italic> (Den Haag 1997) 9.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Frits Boterman, <italic>Tussen utopie en crisis. Nederland in het interbellum 1918-1940</italic> (Amsterdam 2021) 13.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>