<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="letter" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12131</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12131</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Reply</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Repliek op het <sc>bmgn</sc>-discussiedossier</article-title>
<subtitle>&#x2018;Omgang met de Tweede Wereldoorlog: integriteit en nivellering&#x2019;</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Renders</surname>
<given-names>Hans</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>2</issue>
<elocation-id>2022031</elocation-id>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12131"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het in twijfel trekken van wetenschappelijke instituties is tegenwoordig in bepaalde kringen populair. Dat is een regelrecht gevaar voor de academische praktijk van vandaag. Maar dat de <sc>bmgn</sc> daar nu ook aan meedoet, verbaast me. In dit dossier worden de rapporten van twee academische integriteitscommissie (<sc>cwi</sc> en <sc>lowi</sc>) in twijfel getrokken. Beide eerbiedwaardige onderzoekscommissies beoordeelden na een diepgaand onderzoek de tegen Ad van Liempt ingediende klacht als &#x2018;ongegrond&#x2019;. De argumentatie in dit &#x2018;Dossier&#x2019; om de klacht in feite wel als gegrond te verklaren, is volstrekt onbetrouwbaar. In de eerste plaats omdat uit de aanpak van de criticasters blijkt dat het ze niet om het proefschrift <italic>an sich</italic> te doen is, maar om de persoon van de promovendus aangezien in hun kritiek afwisselend de plagiaatkaart wordt getrokken dan wel Van Liempt beschuldigd wordt van het &#x2018;nivelleren&#x2019; van de Holocaust.</p>
<p>In de tweede plaats omdat hiervoor als &#x2018;bewijs&#x2019; ondermaatse publicaties worden gebruikt en de keuze voor de personen die het <sc>bmgn</sc>-dossier vullen ook niet getuigt van objectiviteit. De Stasi-achtige methoden die in deze &#x2018;affaire&#x2019; zijn gebruikt, passen niet in een wetenschappelijk debat. Dat zijn grote woorden, maar helaas kan ik ze met vele voorbeelden staven.</p>
<p>Zo heb ik mogen ervaren hoe mijn contacten, zelfs in het buitenland, werden benaderd over mijn &#x2018;kwalijke&#x2019; rol als promotor van Van Liempt. Promovendi werden ge&#x00EF;ntimideerd om informatie over mij te verstrekken. In een mail aan een van hen: &#x2018;Het lijkt me handig als je contact met me zou willen opnemen om te bespreken hoe jij hier voor een op jou zo min mogelijk beschadigende wijze kunt uitkomen. Dat kan uiteraard op discrete wijze.&#x2019; Tijdens een hoorcollege stond een student op die me vroeg of ik een antisemiet was, want ook hij was benaderd over dat zogenaamd nivelleren van de Holocaust door zijn docent.</p>
<p>Hoe kan ik op dit dossier reageren waarin het proefschrift van Van Liempt eerder aanleiding dan hoofdzaak is en de <sc>bmgn</sc> zich tot instrument laat maken in deze campagne? De aantijgingen zijn niet serieus te nemen. Een paar voorbeelden:</p>
<list list-type="bullet">
<list-item><p>De auteurs van dit dossier wijzen op mijn rol als academicus en hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de Biografie, maar in plaats van te putten uit de vele door mij gepubliceerde boeken en artikelen over de biografie als genre van wetenschappelijk onderzoek wordt mijn herhaaldelijk in herinnering gebrachte expertise teruggevoerd op een artikel in het weekblad <italic>Vrij Nederland</italic>. Geen wonder dat mijn ex-collega Barbara Henkes in haar bijdrage schrijft dat mijn aandacht voor de relatie tussen biograaf en gebiografeerde in mijn werk &#x2018;schittert door afwezigheid&#x2019;. Had het niet voor de hand gelegen een echte discussie over dit belangrijke thema te beginnen na lezing van mijn en met anderen gepubliceerde boeken en artikelen, <italic>peer reviewed</italic>, zoals <italic>Theoretical Discussions of Biography: Approaches from History, Microhistory, and Life Writing</italic> (Brill), <italic>The Biographical Turn: Lives in History</italic> (Routledge) of de vorig jaar verschenen bundel <italic>Fear of Theory: Towards a New Theoretical Justification of Biography</italic> (Brill), alsmede de zevendelige reeks &#x2018;Biografie Studies&#x2019;, uitgegeven door Boom, waarin juist de relatie tussen biograaf en gebiografeerde geanalyseerd wordt.</p></list-item>
<list-item><p>De bijdrage van Henkes verbaast nog om een andere reden. Zij was vanaf dag &#x00E9;&#x00E9;n (30 maart 2019) partij in deze onverkwikkelijke campagne, onder meer doordat ze al ruim een maand voordat Van Liempt zijn proefschrift verdedigde figureerde in een diffamerend artikel van Frits Barend in <italic>Het Parool</italic>. Op dat moment kon zij, noch Barend, weten wat er in dit proefschrift stond. Hier was het met andere woorden puur de <italic>persoon</italic> Van Liempt die als rode lap fungeerde, niet zijn proefschrift.</p></list-item>
<list-item><p>De redactie van de <sc>bmgn</sc> wist van tevoren hoe twee van de vier medewerkers aan dit Discussiedossier in de &#x2018;kwestie Van Liempt&#x2019; staan. Want de bijdrage aan dit Dossier van Ruud Abma stond ruim een jaar geleden, op 30 april 2021, al grotendeels op zijn blogspot &#x2018;De publicatiefabriek&#x2019;, toen onder de titel &#x2018;Een beetje integer?&#x2019; Of is hij gevraagd vanwege deze blog?</p></list-item>
<list-item><p>In zijn bijdrage die nu de hoogdravende titel heeft &#x2018;Over het belang van een kritische omgeving. Integriteit en kwaliteit in de Nederlandse geschiedschrijving&#x2019; citeert Abma mij uit een artikel in dezelfde <italic>Vrij Nederland</italic> die Henkes noemt, en vervolgt: &#x2018;Kennelijk had Renders zijn eigen criteria even niet paraat bij de supervisie van zijn promovendus Van Liempt.&#x2019; Dat is een tendentieuze opmerking omdat ik in de zin ervoor schreef over regelrecht en onverbloemd plagiaat in een Amerikaanse biografie, en zeker niet over &#x2018;onvolledigheden&#x2019; of &#x2018;onzorgvuldigheden&#x2019; waar Abma het over heeft. En ook hier word ik herhaaldelijk als hoogleraar Biografie gekapitteld zonder naar mijn werk als academicus te verwijzen.</p></list-item>
<list-item><p>Abma is ook een meester in het releveren van drogredenen. Een voorbeeld: Hij schrijft in algemene zin over de begeleiding van proefschriften. &#x2018;Een gebrek aan supervisie kan allerlei oorzaken hebben.&#x2019; Hij noemt er een paar. Dan, onder verwijzing naar het schandaal over Diederik Stapel: &#x2018;Adequate intervisie kan worden gesaboteerd door intimidatie of regelrechte misleiding.&#x2019; Kan allemaal, denk je dan. Maar vanuit deze algemene beschrijving komt plotseling de aanname: &#x2018;Dat Van Liempt zo&#x2019;n vooraanstaande positie in de wereld van de media had, verklaart mogelijk ook waarom er geen publieke discussie kwam over zijn proefschrift.&#x2019; Het antwoord op de vraag waarom er &#x00FC;berhaupt een &#x2018;publieke&#x2019; discussie nodig was, wordt maar even overgeslagen in deze redenering.</p></list-item>
<list-item><p>In een internationaal tijdschrift heb ik met tien regels op de ophef gereageerd. Anders dan Abma nu beweert (het door mij wegmoffelen van &#x2018;het oordeel van de beide commissies dat er verder wel het nodige mis was met dit proefschrift&#x2019;) heb ik in dit stuk wel degelijk alle informatie over de integriteitsonderzoeken gegeven, namelijk door twee links toe te voegen waarin de twee rapporten (speciaal voor dat doel in het Engels vertaald en geaccordeerd door de juridische dienst van de <sc>rug</sc>) integraal worden geopenbaard.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Heeft Abma dit niet gezien of is het vooringenomenheid, in beide gevallen is het de <sc>bmgn</sc> onwaardig deze onwaarheid af te drukken. En met de door Abma gewenste integriteit en kwaliteit in de Nederlandse geschiedschrijving heeft het in elk geval niets te maken.</p></list-item>
</list>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Jouke de Vries, &#x2018;Final Judgement concerning complaint against dr. Ad van Liempt&#x2019;, <italic>Rijksuniversiteit Groningen</italic>, 20 augustus 2020, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.rug.nl/about-ug/latest-news/news/archief2020/nieuwsberichten/5-9-20-definitief-oordeel-en.pdf">https://www.rug.nl/about-ug/latest-news/news/archief2020/nieuwsberichten/5-9-20-definitief-oordeel-en.pdf</ext-link> en Netherlands Board on Research Integrity, &#x2018;Advice of the Netherlands Board on Research Integrity [&#x2026;] concerning the initial judgement of the Board of the University of Groningen&#x2019;, <italic>Rijksuniversiteit Groningen</italic>, 10 augustus 2020, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.rug.nl/about-ug/latest-news/news/archief2020/nieuwsberichten/5-9-20-vertaald-lowi-advies.pdf">https://www.rug.nl/about-ug/latest-news/news/archief2020/nieuwsberichten/5-9-20-vertaald-lowi-advies.pdf</ext-link> In: Hans Renders en David Veltman, &#x2018;A Profusion of Perspectives. The Year in the Netherlands&#x2019;, <italic>Biography</italic> 44:1 (2021) 119. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1353/bio.2021.0019">https://doi.org/10.1353/bio.2021.0019</ext-link></p></fn>
</fn-group>
<sec id="s1">
<title/>
<p><bold>Hans Renders</bold> is hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de Biografie aan de Rijksuniversiteit Groningen, alwaar hij ook directeur is van het Biografie Instituut. Hij publiceerde biografie&#x00EB;n van Jan Campert, Jan Hanlo en (in september te verschijnen, samen met Sjoerd van Faassen) Theo van Doesburg. Hij is Editor-in-Chief van de boekenreeks Biography Studies (Brill). Hij publiceerde <italic>Gevaarlijk Drukwerk. Een vrije uitgeverij in oorlogstijd</italic>; <italic>De zeven hoofdzonden van de biografie. Over biografen, historici en journalisten</italic> en publiceerde samen met Nigel Hamilton <italic>The <sc>abc</sc> of Modern Biography</italic>. E-mail: <email>J.W.Renders@rug.nl</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>