<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="discussion" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12027</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12027</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Discussion</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>De historicus als <italic>implicated subject</italic></article-title>
<subtitle>Het aandeel van historici bij het vorm- en betekenis geven aan een gewelddadig verleden</subtitle>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Henkes</surname>
<given-names>Barbara</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>68</fpage>
<lpage>83</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12027"/>
<abstract>
<p>In mijn bijdrage aan dit discussiedossier plaats ik de kritiek op Van Liempts benadering van het oorlogsverleden &#x2013; in zowel zijn proefschrift over Gemmeker (2019) als in de serie <italic>De Oorlog</italic> (2010) &#x2013; in een breder debat over de Nederlandse geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog en de Shoah. Ik volg uiteenlopende pogingen van Van Liempt en anderen om tot een &#x2018;neutrale&#x2019; geschiedschrijving te komen, waarbij morele overwegingen van &#x2018;goed&#x2019; en &#x2018;fout&#x2019; doelbewust terzijde geschoven worden. Ik beargumenteer dat dit streven naar een positie die boven de partijen verheven zou zijn, ontkent dat historici zelf ge&#x00EF;mpliceerd zijn in hun geschiedschrijving. Ge&#x00EF;nspireerd door het werk van Michael Rothberg laat ik zien dat de positie van de <italic>bystander</italic> &#x2013; evengoed als die van de dader, slachtoffer of verzetsstrijder &#x2013; medebepalend is voor de dynamiek van de historische gebeurtenissen. Hetzelfde geldt voor de <italic>implicatedness</italic> van historici in hun eigen geschiedverhaal zoals zich dat in het heden ontvouwt.</p>
<p>In my contribution to this discussion, I situate the critique of Van Liempt&#x2019;s approach to the Nazi past &#x2013; both in his dissertation on Gemmeker (2019) and in the documentary series <italic>De Oorlog</italic> (<italic>The War</italic>, 2010) &#x2013; in a broader debate about the Dutch historiography of the Second World War and the Shoah. I follow various attempts by Van Liempt and others to arrive at a &#x2018;neutral&#x2019; historiography, in which moral considerations of &#x2018;right&#x2019; and &#x2018;wrong&#x2019; are deliberately set aside. I argue that this pursuit of a position, apparently exalted above all parties involved, denies that historians themselves are implicated in their historiography. Inspired by the work of Michael Rothberg, I show that the position of the bystander &#x2013; as much as that of perpetrator, victim or resistance fighter &#x2013; determines the dynamics of historical events. The same applies to the &#x2018;implicatedness&#x2019; of historians in their writing of history as it unfolds in the present.</p>
</abstract>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>&#x2018;Door kritische reflectie op onze beroepspraktijk kunnen we de kwaliteit van het werk van historici bevorderen&#x2019;, lezen we op de website van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (<sc>knhg</sc>).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Sinds 2015 is er een werkgroep Beroepsethiek binnen het genootschap die zich expliciet over ethische kwesties in het veld buigt. Op de agenda staan zaken als &#x2018;de publieke rol van de historicus&#x2019;, &#x2018;de ethische problemen rondom digitalisering&#x2019; en &#x2018;het opstellen van richtlijnen voor door historici zelf gecre&#x00EB;erde bronnen&#x2019;. Een enkele keer wordt het bestuur van het <sc>knhg</sc> benaderd door collega&#x2019;s met een verzoek zich uit te spreken over een specifieke kwestie. Dat laatste gebeurde ook naar aanleiding van Rudolf Dekkers <italic>Plagiaat en nivellering. Nieuwe trends in de Nederlandse geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog</italic> (2019), waarin zowel de werkwijze als de inhoud van het werk van de historicus-programmamaker Ad van Liempt scherp worden bekritiseerd.</p>
<p>Het <sc>knhg</sc>-bestuur zag geen reden om op deze specifieke kwestie te reageren, maar zij onderkende wel de noodzaak van een bredere discussie over (on)ethisch hergebruik van onderzoeksresultaten binnen de geschiedschrijving en daarmee verwante (on)collegiale omgangsvormen onder (aankomende) historici. Dat kwam onder meer tot uitdrukking in de organisatie van een <sc>knhg</sc>-webinar in maart 2022<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup>, en er zal ook tijdens de Historicidagen 2022 een bijeenkomst aan worden gewijd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Die activiteiten beperken zich tot de kwestie van plagiaat of onethisch hergebruik; aan de kwestie van nivellering &#x2013; wat ook wel &#x2018;vergrijzing&#x2019; in de geschiedschrijving van de Shoah wordt genoemd &#x2013; werd voorbij gegaan. Zo niet door de onafhankelijke redactie van dit orgaan van het Historisch Genootschap. Zij nam het initiatief tot een discussiedossier waarin beide kwesties aan de orde worden gesteld.</p>
<p>Weliswaar vormen de discussies rond het proefschrift van Van Liempt en het boek van Dekker de aanleiding, maar in mijn bijdrage plaats ik de kritiek op Van Liempts benadering van het oorlogsverleden in een breder debat over de Nederlandse geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog en de Shoah. Daarbij gaat het mij in het bijzonder om de vergeefse pogingen van Van Liempt en anderen om tot een &#x2018;neutrale&#x2019; geschiedschrijving te komen over de bezettingsperiode, waarbij morele overwegingen van &#x2018;goed en fout&#x2019; doelbewust terzijde geschoven worden. Deze thematiek lag eerder ten grondslag aan mijn kritische beschouwing voor dit tijdschrift over de Nederlandse tv-serie <italic>De Oorlog</italic>, waarvoor Ad van Liempt eindverantwoordelijke was, evenals aan de bijdrage van Martijn Eickhoff, Frank van Vree en mijzelf over &#x2018;De verleiding van een grijze geschiedschrijving. Morele waarden in historische voorstellingen&#x2019; aan het <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> in datzelfde jaar.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup> Ook de conferentie &#x2018;Historici en een gewelddadig verleden&#x2019; in 2011 aan de <sc>rug</sc>, resulterend in een themanummer van <italic>Groniek</italic>, was aan dat thema gewijd.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup> In het navolgende richt ik mij eens te meer op de betrokkenheid van historici bij het vorm- en betekenis geven aan een gewelddadig verleden.</p>
<p>Dit keer maak ik een nadrukkelijk onderscheid tussen de geschiedschrijver en het historisch personage. Het gaat mij hier enerzijds om de vraag in hoeverre en op welke manier historici verantwoording afleggen over de manier waarop zij hun verhaal over een gewelddadig verleden presenteren in het heden. Anderzijds betreft het de verantwoordelijkheid van de historische personages voor hun opvattingen en daden in het verleden. Uiteraard hoeven historici zich niet schuldig te voelen over de daden die in het verleden door hun verwanten, landgenoten, collega&#x2019;s of instituties zijn gepleegd. Niettemin krijgen wij als historici te maken met vormen van (des)identificatie met onze historische personages, al helemaal als het een gewelddadig verleden betreft. Daarom, zo benadruk ik in het navolgende, is het zo belangrijk dat we ons rekenschap geven van de eigen subjectpositie in ons narratief: vanuit wiens perspectief brengen wij welk verhaal te berde over dat pijnlijke verleden&#x003F; En in hoeverre hanteren wij verklaringen die &#x2013; bedoeld of onbedoeld &#x2013; de verantwoordelijkheid van onze historische personages verhullen&#x003F; Als auteurs zijn wij immers zelf partij in de geschiedenis die wij schrijven. Aan het slot van mijn betoog verwijs ik naar het door Michael Rothberg ge&#x00EF;ntroduceerde begrip <italic>implicated subject</italic> dat ons verder kan helpen om onze eigen rol scherper in beeld te krijgen.</p>
<sec id="s1">
<title>Nuancering, normalisering en nivellering</title>
<p>Pogingen om te ontkomen aan &#x2018;de ban van goed en fout&#x2019;<sup><xref ref-type="fn" rid="fn6">6</xref></sup> in de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog hebben geleid tot de introductie van het passieve begrip <italic>bystander</italic> (of omstander) voor de aanduiding van de even vage als veelomvattende positie tussen &#x2018;daders&#x2019; en &#x2018;slachtoffers&#x2019; (of vervolgden, inclusief verzetslieden). In feite komt het erop neer dat <italic>bystanders</italic> zich presenteerden, of door historici gerepresenteerd worden, als mensen die zich afzijdig konden houden en derhalve geen (morele) keuzes hoefden te maken. De keuze voor het <italic>bystander</italic>-perspectief biedt echter onvoldoende houvast om de wisselende en vaak ambivalente posities in het spanningsveld tussen uiteenlopende verantwoordelijkheden ten tijde van een repressief regime te kunnen duiden.</p>
<p>De lancering in 2001 van het pakkende begrip &#x2018;grijs&#x2019; dat het niemandsland tussen zwart en wit of tussen dader en slachtoffer zou moeten opvullen, maakte het er niet beter op. Chris van der Heijden, de <italic>auctor intellectualis</italic> van dit begrip, benadrukt dat de overgrote meerderheid van de bevolking als <italic>bystander</italic> het vooroorlogse leven zo veel mogelijk probeerde voort te zetten, zonder daarbij het perspectief te betrekken van degenen voor wie dat ten enenmale onmogelijk was: de vervolgden. Op die manier wordt een op-zichzelf-betrokken houding tot norm (&#x2018;normaal&#x2019;) verheven en raken andere posities of afwegingen uit zicht.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn7">7</xref></sup> &#x2018;Grijs&#x2019; is sindsdien een eigen leven gaan leiden, waarbij het begrip wordt ingezet als synoniem voor &#x2018;genuanceerd&#x2019; of neutraal en daarmee als nastrevenswaardig &#x2013; althans, in een context waar het &#x2018;polderen&#x2019; in een &#x2018;land van kleine gebaren&#x2019; tot eerbiedwaardige mythe is verheven.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn8">8</xref></sup></p>
<p>Ik zocht en zoek &#x2013; ook samen met anderen &#x2013; naar een benadering van het verleden die recht doet aan de specifieke omstandigheden van historische personages en de uiteenlopende individuele en institutionele verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan. Tegelijkertijd is het de kunst om als geschiedschrijver niet te bezwijken voor een vorm van identificatie waardoor misdadig geweld geduid en geneutraliseerd kan worden in termen van &#x2018;het menselijk tekort&#x2019; waaraan alle mensen onderworpen zijn en onveranderlijk aan onderworpen zullen blijven. De vraag is dus hoe we als historici zwart-witdenken kunnen vermijden zonder te belanden in het quasi-objectieve, nivellerende midden van het &#x2018;grijze&#x2019; gat waarbinnen veel menselijk handelen zich afspeelt&#x003F;</p>
<p>Aandacht voor de ambivalenties en tegenstrijdigheden in het menselijk handelen is noodzakelijk om te voorkomen dat wij in onze geschiedschrijving mensen voorstellen als willoze speelballen van &#x2018;het lot&#x2019;, waarbij hen iedere <italic>agency</italic> wordt ontnomen. Dat geldt zowel voor degenen die probeerden het geweld te omzeilen en te negeren, als voor degenen die actief waren in het verzet of juist als collaborateurs, of als direct verantwoordelijken voor vervolging, standrechtelijke executies en massamoord. Zodra die aandacht er echter toe leidt dat de verantwoordelijkheid voor de (gewelddadige) gevolgen van hun opstelling uit zicht raakt, moeten we ons als historici duchtig achter onze &#x2018;genuanceerde&#x2019; oren krabben. Bijvoorbeeld zodra er verwarring ontstaat over de historische context waarin daders en slachtoffers zich tot elkaar verhouden &#x2013; ook buiten de professionele geschiedschrijving zoals tijdens publieke herdenkingen of in documentaires.</p>
<fig id="fg001">
<caption><p><italic>De verwoeste stad</italic> van Ossip Zadkine in Rotterdam sinds 1953. Fotograaf Rogier Bos (2005). &#x00A9; Rogier Bos, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Zadkine_rb_I.jpg">https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Zadkine_rb_I.jpg</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.12027_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>De voorbereiding van de Nationale Dodenherdenking op de Dam in 2012 toont een veelzeggend voorbeeld. Met het gedicht &#x2018;Foute Keuze&#x2019; wilde een scholier tijdens de plechtigheid zijn oudoom gedenken die in dienst van de <italic>Waffen-<sc>ss</sc></italic> aan het Oostfront het leven had gelaten. De keuze van het Nationaal Comit&#x00E9; 4 en 5 mei voor juist dit gedicht uit de vele inzendingen van scholieren deed het nodige stof opwaaien. Voor velen werd een grens overschreden op het moment dat tijdens de herdenking van de moord op Joodse en andere slachtoffers van het naziregime aandacht werd gevraagd voor het lot van een &#x2018;goede man&#x2019; die een &#x2018;foute keuze&#x2019; had gemaakt voor de <sc>ss</sc>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn9">9</xref></sup> Het Comit&#x00E9; toonde zich aanvankelijk &#x2018;verbijsterd&#x2019; over de ophef, maar stelde uiteindelijk dat het &#x2018;een inschattingsfout&#x2019; had gemaakt.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn10">10</xref></sup> Kennelijk waren de Comit&#x00E9;leden er onvoldoende van doordrongen dat ze, met hun keuze voor <italic>deze</italic> voordracht tijdens <italic>deze</italic> herdenking, de uitvoerders op wie het naziregime steunde gelijkstelden met de slachtoffers. &#x2018;Iedereen een beetje slachtoffer,&#x2019; zoals Evelien Gans de behoefte aan &#x2018;normalisering&#x2019; en &#x2018;nivellering&#x2019; van de oorlog zo treffend formuleerde.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn11">11</xref></sup></p>
<p>Daarmee doelde zij op een benadering van het verleden waarbij het leed van de &#x00E9;&#x00E9;n (de vervolgden en vermoorden ten tijde van het naziregime) wordt weggestreept tegen het leed van de ander (de verwonde, gedode of gestrafte nazi&#x2019;s tijdens en na de oorlog). Dat ook meer of minder overtuigde nationaalsocialisten geleden hebben onder de oorlogssituatie en wat daarop volgde, zal niemand ontkennen. Maar we moeten dat leed wel in verhouding zien tot de uiteenlopende en onvergelijkbare posities en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen. De positie van degenen die met de dood voor ogen geen kant meer op konden, is onvergelijkbaar met die van hen die konden beschikken over leven en dood. Die laatsten h&#x00E0;dden immers een keuze, ook als ze zelf daarbij om het leven kwamen.</p>
<p>Een genuanceerde benadering van de historische actoren betekent niet dat wij als geschiedschrijvers &#x2018;neutraal&#x2019; staan tegenover dat verleden. Wij hebben onmiskenbaar de neiging ons te identificeren met bepaalde historische actoren in de situatie die wij bestuderen. Op zich is daar niets mis mee, zolang dat &#x2018;inzoomen&#x2019; op de beweegredenen van het individu, de groep of de organisatie verbonden wordt aan een breder palet van collectieve belangen en waarden, opdat meerdere posities in beeld gebracht en tegen elkaar afgewogen worden. De waarde van een historische studie schuilt immers in de mate waarin het onderwerp begrijpelijker wordt en historisch meer verklaarbaar, zonder dat daarbij een gewelddadige gang van zaken in morele zin wordt genormaliseerd of vergoelijkt.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn12">12</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>Juridisering: schuilen achter de rug van de rechter</title>
<p>Een van de strategie&#x00EB;n van historici om zich als een neutrale, objectieve partij te kunnen presenteren, is door een beroep te doen op de juridische regelgeving van destijds. Dat zagen we eerder bij de beoordeling van het bombardement van Rotterdam in de tv-serie <italic>De Oorlog</italic>. Als Rotterdam in vuur en vlam staat, stelt presentator Rob Trip de vraag of het nu ging om een &#x2018;terreurbombardement&#x2019; of niet. Omdat het Nederlandse leger de stad verdedigde, mochten de Duitsers volgens het oorlogsrecht de stad bombarderen, aldus de presentator in navolging van scenarioschrijver en eindredacteur Van Liempt en enkele militaire historici. Met een beroep op een militair-juridische redenering kon dit bombardement &#x2018;genormaliseerd&#x2019; worden als &#x2018;onvermijdelijk&#x2019; gevolg van een oorlogssituatie.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn13">13</xref></sup></p>
<p>In de laatste aflevering van <italic>De Oorlog</italic>, die aan de naoorlogse ontwikkelingen in zowel Nederland als Indonesi&#x00EB; is gewijd, zien en horen we hoe de presentator melding maakt van gruwelijke moorden op de plaatselijke bevolking en op krijgsgevangenen. Achteraf oordeelden Nederlandse rechters dat het daarbij niet ging om &#x2018;bewuste oorlogsmisdaden&#x2019;, maar eerder om &#x2018;grenzeloze onverschilligheid&#x2019;, aldus Trip, die daar ter verontschuldiging aan toevoegt: &#x2018;Veel militairen, niet allemaal, maar veel, hebben grote moeite met de omgeving en de onbekende cultuur. En zoals altijd is een guerrillaoorlog chaotisch. Dat alles samen kan niet iedereen aan&#x2019;. De vraag is wat vanuit het perspectief van de slachtoffers van dit geweld het wezenlijke verschil is tussen &#x2018;bewuste&#x2019; terreur en grenzeloze onverschilligheid. Hoe dan ook verschuilt de eindverantwoordelijke voor de serie zich hier achter de rechter om een verontschuldiging van Nederlands koloniaal geweld aan de kijker op te dringen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn14">14</xref></sup></p>
<p>Ook in Van Liempts proefschrift over Albert Konrad Gemmeker zien we een poging tot &#x2018;juridisering&#x2019; van het oordeel van de historicus. Vrij onverwacht (Nico Wouters wijst daar in zijn bespreking terecht op) formuleert Van Liempt in het laatste hoofdstuk een vraagstelling: &#x2018;wat wist Gemmeker van het lot van de Joden&#x003F;&#x2019; Helaas verzuimt de promovendus om duidelijk te maken wat het antwoord op die vraag kan toevoegen aan zijn en dus onze kennis over Gemmeker en diens aandeel aan de Shoah. In plaats daarvan stort hij zich met grote ijver op de gerechtelijke onderzoeken tegen Gemmeker. Het onweerlegbare bewijs op papier zou de ultieme objectieve maatstaf moeten leveren, &#x2018;het rokend pistool&#x2019;, zoals zijn promotor het noemde<sup><xref ref-type="fn" rid="fn15">15</xref></sup>, opdat de historicus &#x2018;neutraal&#x2019; kan blijven. Van Liempt getroost zich dan ook veel moeite om te bewijzen dat de voormalige commandant van kamp Westerbork, ondanks zijn systematische ontkenning, wel degelijk op de hoogte was van het fatale lot dat de Joodse gevangenen aan het eind van de rit naar &#x2018;het Oosten&#x2019; wachtte. Tevergeefs: het juridisch bewijs blijft achterwege.</p>
<p>Het streven naar een &#x2018;objectivering&#x2019; van het onderzoek met naoorlogse processtukken in de hand, kon Van Liempt niet tot het einde toe volhouden. Dat is een interessant gegeven, alleen al omdat het laat zien waar de juridische en de historische wetenschap overlappen en waar ze van elkaar verschillen. Hoewel in beide disciplines sprake is van het verzamelen van zo betrouwbaar mogelijke informatie en het streven om een gebeurtenis in het verleden zo zorgvuldig mogelijk te reconstrueren, blijft de rechter op een zo groot mogelijke afstand om een definitief, juridisch oordeel te kunnen vellen. De historicus daarentegen dient de afstand te overbruggen en vervolgens ook weer uit te zoomen om datgene wat er is gebeurd <italic>inzichtelijk</italic> te maken. Betekenisgeving is de <italic>core business</italic> van historici &#x2013; niet die van rechters &#x2013; en juist dat maakt een amorele geschiedschrijving onmogelijk. Afhankelijk van de thematiek en de stijl van de historicus zal de moraal bij die betekenisgeving meer of minder expliciet traceerbaar zijn. Dominick LaCapra sluit daarbij aan wanneer hij benadrukt dat bij geschiedschrijving specifieke dimensies betrokken zijn, &#x2018;including one&#x2019;s implication in the object of study, effective or emotional response, and how one comes to terms with that response&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn16">16</xref></sup></p>
<fig id="fg002">
<caption><p>Het Nationaal Monument Westerbork. Foto door Kris Roderburg, genomen op 28 oktober 2008. &#x00A9; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer 540.347.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.12027_fig2.jpg"/>
</fig>
<p>Dat brengt mij bij de kwestie van overdracht of (des)identificatie tussen de historicus en zijn of haar historische personages. In zijn boek over Gemmeker stelt Van Liempt deze kwestie op geen enkele manier aan de orde; noch in het proces van zijn historisch onderzoek noch bij het schrijven van zijn boek. Dat is op z&#x2019;n zachtst gezegd opmerkelijk bij een proefschrift in de vorm van een biografie over zo&#x2019;n heikel thema, met een promotor die zich profileert als specialist op het gebied van het biografische genre. Uit dien hoofde zou Hans Renders moeten weten hoezeer de duiding door de biograaf van het per definitie selectief gebiografeerde leven gedegen methodologische reflectie en introspectie vereist.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn17">17</xref></sup> Het gebrek daaraan kan verklaren waarom het proefschrift in het eerste deel niet zozeer een biografie van de kampcommandant lijkt te zijn, als wel een biografie van het kamp Westerbork (via de verhalen van de gevangenen met wie de auteur zich wel kan identificeren). Het naoorlogse deel krijgt de vorm van een verslag van de rechtsgang met de vasthoudende rechercheur Jan Schoenmaker in een heldhaftige hoofdrol &#x2013; en dus als object van identificatie.</p>
<p>Terugkomend op wat voor Van Liempt de kernvraag lijkt te zijn, namelijk of Gemmeker geweten heeft van het lot dat de gevangenen aan het eind van hun transport zou wachten: die vraag impliceert een onderscheid tussen enerzijds de marginalisering, isolering en vervolging van Joden, Sinti en Roma en andere &#x2018;ongewenste burgers&#x2019;, en anderzijds hun vernietiging. Voor de slachtoffers was dat een dramatisch verschil, maar gold dat ook voor de kampcommandant en andere betrokkenen&#x003F; Voor deze laatsten lijkt het eerder een gradueel onderscheid, zolang zij overtuigd zijn van de noodzaak om &#x2018;de Ander&#x2019;, als &#x2018;gevaar&#x2019; voor hun Germaanse samenleving in het Derde Rijk, kwijt te raken. Zo bekeken lijkt de zoektocht naar een <italic>smoking gun</italic> een overbodige en zelfs pathetische exercitie. Of Gemmeker het nu wel of niet zeker wist, zijn medeverantwoordelijkheid voor de dood van degenen die Westerbork per trein verlieten wordt er niet meer of minder om.</p>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Onschuldig verklaren</title>
<p>De conclusie over &#x2018;weten&#x2019; of &#x2018;niet-weten&#x2019; op basis van schriftelijke documenten brengt me bij een andere zowel geprezen als bekritiseerde studie uit het afgelopen decennium: <italic>Wij weten niets van hun lot. Gewone Nederlanders en de Holocaust</italic> (2012). De historicus Bart van der Boom vroeg zich af in hoeverre &#x2018;gewone&#x2019; Nederlanders wisten van de massamoord die Joden na hun deportatie te wachten stond. Op basis van een groot aantal oorlogsdagboeken komt hij tot de algemene conclusie dat geen van allen, Joods of niet-Joods, weet had van wat er met de Joden gebeurde nadat ze over de grens met Duitsland waren weggevoerd. In dit onderzoek ging het dus niet om een hoge Duitse nazi, maar om &#x2018;gewone&#x2019; Nederlandse dagboekschrijvers. Veel is er al gezegd en geschreven over het selectieve brongebruik en de eenduidige interpretatie ervan (wat niet geschreven staat, is er ook niet geweest) in dit boek.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn18">18</xref></sup> Hier gaat het mij om de positie van de historicus in zijn eigen relaas. Van der Boom gebruikt het bekende gegeven dat er vrijwel geen harde bewijzen waren voor de massale, fabrieksmatige moord op de Joden indirect als middel om de &#x2018;gewone&#x2019;, niet-Joodse Nederlanders vrij te pleiten van nalatigheid toen hun Joodse buren, collega&#x2019;s, vrienden en verwanten onder hun ogen werden opgepakt en afgevoerd.</p>
<p>Ook Van der Boom plaatst dus het nog verse gewelddadige verleden in Nederland en Europa op afstand door de onwetendheid en daarmee &#x2018;onschuld&#x2019; van de betrokken niet-Joden te benadrukken. Dit keer identificeert de historicus zich in sterke mate met de positie van de zogenaamde <italic>bystander</italic>, zoals ook blijkt wanneer hij in een interview met het <italic>Historisch Nieuwsblad</italic> zegt: &#x2018;het is nogal wat om over onze grootouders te zeggen dat ze het wel prima vonden dat hun joodse buren werden vermoord&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn19">19</xref></sup> Afgezien van deze goedkope retoriek en de onverhulde blinde vlek voor onze Joodse grootouders, verraadt zijn uitspraak een vorm van identiteitspolitiek, volgens LaCapra &#x2018;a form of thinking wherein research simply validates your beginning subject position. Through identity politics, your initial subject position remains firm, and if anything, through research is further strengthened. Yet the challenge of research is somehow to try to transform one&#x2019;s subject position, so that one doesn&#x2019;t end up where one began&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn20">20</xref></sup> Ook Van der Boom toont zich in &#x2018;de ban van goed of fout&#x2019; als hij &#x2018;de&#x2019; onwetende, dagboekschrijvende niet-Joodse Nederlanders aan de &#x2018;goede&#x2019;, want onschuldige kant van de bezettingsgeschiedenis en de Shoah plaatst.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn21">21</xref></sup> De vraag waarom zovelen in de Nederlandse samenleving zo ongevoelig konden blijven voor uiteenlopende signalen van uitsluiting en isolering van Joodse burgers die uiteindelijk naar hun vervolging en moord leidden, blijft daarmee onbeantwoord.</p>
<p>De voornoemde voorbeelden laten zien hoe uiteenlopende strategie&#x00EB;n om van de historicus een neutrale <italic>bystander</italic> te maken er paradoxalerwijs toe leiden dat auteurs zoals Van Liempt en Van der Boom teruggrijpen op een positie waarin zij hun historische personages als eenduidig &#x2018;goed&#x2019; of &#x2018;fout&#x2019; representeren. Dat brengt me, als laatste stap in mijn betoog, bij het werk van Michael Rothberg. Deze multidisciplinaire wetenschapper zoekt naar manieren om aan de goed-fout, schuldig-onschuldig dichotomie te ontkomen zonder in het grijze midden te verzanden. Bovendien verbreedt hij zijn onderzoek door narratieven over verschillende vormen van geweld op diverse plekken en onder uiteenlopende historische omstandigheden met elkaar in verband te brengen. Niet door ze te vergelijken, maar wel door na te gaan hoe de verteller &#x2013; de historicus, de kunstenaar, de literator &#x2013; die geschiedenissen met elkaar kan verbinden.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn22">22</xref></sup></p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Implicated subject</title>
<p>Rothberg richt zijn pijlen primair op het narratief <italic>over</italic> en <italic>van</italic> de voornoemde <italic>bystanders</italic>: degenen die toekijken of de blik juist afwenden van het geweld zonder enige actie te ondernemen. Maar let wel, die benadert hij niet zozeer als een vaststaande categorie mensen, maar eerder als een positie die mensen (tijdelijk) kunnen innemen en die als zodanig nader onderzoek vereist. Rothberg laat zien hoe de zeer uiteenlopende <italic>bystander</italic>-posities nauw samenhangen met macht en privileges, zonder dat er direct onrecht wordt gedaan: &#x2018;[the implicated subjects] contribute to, inhabit, inherit, or benefit from regimes of dominations but do not originate or control such regimes&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn23">23</xref></sup> Vanuit die positie kunnen mensen, zoals de &#x2018;gewone&#x2019; dagboekschrijvende, niet-Joodse Nederlanders, maar ook historici die over hen schrijven zich permitteren voorbij te gaan aan onrecht dat anderen werd of wordt aangedaan. Door historische personages te plaatsen binnen het krachtenveld van een repressief regime en hun indirecte bijdragen aan het geweld te onderkennen en nader te specificeren, kunnen historici zicht krijgen op de zogenaamde &#x2018;onschuld&#x2019; van de <italic>bystander</italic>. Niet om met een beschuldigend pennetje in hun richting te wijzen, maar wel om hun positie te doorgronden en te voorkomen dat zij al te gemakkelijk vrijgepleit worden van enige vorm van verantwoordelijkheid.</p>
<p>In Van Liempts benadering van kamp Westerbork is weinig tot geen ruimte voor de <italic>bystander</italic>-positie, al is die er wel als we de leveranciers, treinbestuurders en omwonenden in ogenschouw zouden nemen. Het onrecht dat de Joodse kampbevolking werd aangedaan komt onvermijdelijk in het boek aan de orde, maar hier manifesteert zich een andere vorm van vergoelijking: het weten of niet-weten van de Shoah wordt tot criterium voor Gemmekers &#x2018;schuld&#x2019; verheven. In plaats daarvan zou de vraag gesteld moeten worden hoe het komt dat Gemmeker en anderen &#x2018;niets van hun lot&#x2019; geweten zouden (kunnen) hebben. Pas dan kunnen historici inzicht bieden in zowel persoonlijke afwegingen als collectieve verantwoordelijkheid voor een cultuur die volop ruimte bood voor ontkennen, verzwijgen en negeren.</p>
<p>Rothbergs <italic>implicated subject</italic> biedt een nieuwe mogelijkheid om recht te doen aan de wisselende subjectposities en de vele uiteenlopende verantwoordelijkheden die het samenleven met anderen in het verleden &#x2013; evenals het schrijven over levens van anderen in het heden &#x2013; met zich meebrengt. Hij liet zich daarbij inspireren door het werk van Hannah Arendt die zich afvroeg hoe wij kunnen omgaan met &#x2018;this vicarious responsibility for things we have not done&#x2019;&#x003F; Arendt doelde daarmee op de erkenning van onze verantwoordelijkheid voor uiteenlopende indirecte, structurele en collectieve omgangsvormen die onrecht, uitbuiting, exploitatie en overheersing mogelijk maken en continueren, en waar we vaak ongewild deel van uitmaken en van profiteren. Zij voegde daaraan toe dat die verantwoordelijkheid voor zaken waar we zelf geen actieve rol in hebben gespeeld, hetzij in het heden dan wel in het verleden, het onvermijdelijke gevolg is van het gegeven &#x2018;that we live our lives not by ourselves but among our fellow men [...] and that the faculty of action [...] can be actualized only in one of the many and manifold forms of human community&#x2019;.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn24">24</xref></sup></p>
<p>Zoals ik in mijn inleiding onderscheid maakte tussen de macht en <italic>verantwoording van historici</italic> voor de manier waarop zij hun verhaal vormgeven in het heden, en <italic>de verantwoordelijkheid van de historische personages</italic> voor hun opvattingen en daden in het verleden, zo onderscheidt Rothberg twee dimensies van implicatie: betrokkenheid bij machtsverhoudingen in het verleden (diachroon) en in het heden (synchroon), waar ook de geschiedschrijver zich bevindt. Deze dimensies zijn onlosmakelijk met elkaar verweven, alleen al omdat er geen duidelijke breuk, noch een heldere continu&#x00EF;teit bestaat tussen heden en verleden. Los daarvan raken in het proces van geschiedschrijving het heden en verleden altijd met elkaar verbonden.</p>
<p>Rothbergs benadering van de productie van herinneringen aan een pijnlijk verleden kan ons helpen om onze eigen inbreng in de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog en de Shoah onder de loep te nemen. Als we langer stil staan bij onze (des)identificatie met onze onderzoekssubjecten, hoeven we ons ook niet &#x2013; onder het mom van objectiviteit of neutraliteit &#x2013; te verbergen achter de vraag of zij &#x2018;het&#x2019; geweten hebben of niet. Het gaat bovenal om de weg er naartoe &#x2013; de marginalisering, vervolging en opsluiting die niemand kon ontgaan &#x2013; en hoe die weg naar massamoord geplaveid was met agressie, onverschilligheid, angst en overtuiging. Hoe konden historische actoren &#x2018;normaal&#x2019; functioneren in de schaduw van de Shoah of van andere repressieve situaties&#x003F; En hoe kunnen historici de &#x2018;gecultiveerde onwetendheid&#x2019; op de staart trappen in plaats van de &#x2018;onschuld&#x2019; van het niet (willen) weten te normaliseren, te nivelleren of op afstand te plaatsen&#x003F;</p>
<p>Of het nu gaat om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, het Nederlandse koloniale bewind, of Dutchbat in Srebrenica: het idee van &#x2018;neutraliteit&#x2019; of niet-identificatie van historici is evengoed een vorm van identificatie, namelijk met de <italic>bystander</italic> die geen positie durft in te nemen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn25">25</xref></sup> Rothbergs introductie van het <italic>implicated subject</italic> laat zien wat het oplevert wanneer geschiedschrijvers zich bewust zijn van de politieke en morele dimensies van hun werk en hoe zij &#x2013; door een gelijktijdige afstand en betrokkenheid &#x2013; de keuzes en opties van verschillende historische actoren en personages in onderlinge samenhang inzichtelijk kunnen maken. Zodra de historicus zichzelf niet langer als <italic>bystander</italic> maar als <italic>implicated subject</italic> kan zien, een personage dat zelf een rol speelt in de afwegingen die deze gewelddadige geschiedenissen met zich meebrachten, ontstaat er ruimte om aan binaire opposities te ontkomen en tegelijkertijd het nivellerende midden vermijden.</p>
<fig id="fg003">
<caption><p>Omslag van Michael Rothbergs <italic>The Implicated Subject. Beyond Victims and Perpetrators</italic> uit 2019. &#x00A9; Stanford University Press.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.12027_fig3.jpg"/>
</fig>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>&#x2018;Beroepsethiek&#x2019;, <italic><sc>knhg</sc></italic>, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://knhg.nl/focus/beroepsethiek/">https://knhg.nl/focus/beroepsethiek/</ext-link>, geraadpleegd op 20 januari 2022.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p><ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://knhg.nl/2022/03/02/29-maart-knhg-webinar-onethisch-hergebruik-van-historisch-werk/">https://knhg.nl/2022/03/02/29-maart-knhg-webinar-onethisch-hergebruik-van-historisch-werk/</ext-link>, geraadpleegd op 20 maart 2022.</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Antia Wiersma, <italic>Plagiaat &amp; (on)ethisch hergebruik. Memo voor de Algemene Leden Vergadering d.d. 12 november 2021</italic>. <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://knhg.nl/wp-content/uploads/2021/10/Bijlage-2-KNHG-ALV-2021_Memo-Plagiaat-en-onethisch-hergebruik-1.pdf">https://knhg.nl/wp-content/uploads/2021/10/Bijlage-2-KNHG-ALV-2021_Memo-Plagiaat-en-onethisch-hergebruik-1.pdf</ext-link>, geraadpleegd op 12 november 2021.</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Barbara Henkes, &#x2018;<italic>De Bezetting</italic> revisited. Hoe van De Oorlog een &#x201C;normale&#x201D; geschiedenis werd gemaakt die eindigt in vrede&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> (verder <italic><sc>bmgn &#x2013; lchr</sc></italic>) 125:1 (2010) 73-99. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7072">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.7072</ext-link>; Martijn Eickhoff, Barbara Henkes en Frank van Vree, &#x2018;De verleiding van een grijze geschiedschrijving. Morele waarden in historische voorstellingen&#x2019;, <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 123:3 (2010) 322-339. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.5117/tvgesch2010.3.eick">https://doi.org/10.5117/tvgesch2010.3.eick</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Ruben B&#x00FC;cking, Barbara Henkes en Abel S. Knottnerus (reds.), <italic>Groniek: &#x2018;Gewelddadig verleden&#x2019;</italic> 45:195 (2012).</p></fn>
<fn id="fn6"><label>6</label><p>Hans Blom, &#x2018;In de ban van goed en fout&#x003F; Wetenschappelijke geschiedschrijving over de bezettingstijd in Nederland&#x2019;, in: Hans Blom, <italic>Crisis, bezetting en herstel. Tien studies over Nederland 1930-1950</italic> (Rotterdam/Den Haag 1989) 102-120.</p></fn>
<fn id="fn7"><label>7</label><p>Chris van der Heijden, <italic>Grijs verleden. Nederland en de Tweede Wereldoorlog</italic> (Amsterdam 2001), aangehaald door Eickhoff, Henkes en Van Vree, &#x2018;De verleiding&#x2019;, 332-333.</p></fn>
<fn id="fn8"><label>8</label><p>Al staat die mythe door het hedendaagse optreden van woordvoerders van politieke partijen als de <sc>pvv</sc> en FvD, en in retrospectief van de <sc>nsb</sc> in de jaren 1930, in toenemende mate onder druk.</p></fn>
<fn id="fn9"><label>9</label><p>Uiteraard moet er in de geschiedschrijving de nodige aandacht zijn voor de overwegingen en overtuigingen waarmee mensen zich bij de <sc>ss</sc> aansloten, hetgeen sinds 1945 ook veelvuldig is gebeurd. Zie onder andere Nanno in &#x2019;t Veld, <italic>De <sc>ss</sc> en Nederland. Documenten uit <sc>ss</sc>-archieven 1935-1945</italic> (Den Haag 1976), Barbara Henkes, <italic>Uit liefde voor het volk. Volkskundigen op zoek naar de Nederlandse identiteit 1918-1948</italic> (Amsterdam 2005) en vele anderen.</p></fn>
<fn id="fn10"><label>10</label><p>&#x2018;Ophef over gedicht oudoom die bij Waffen-<sc>ss</sc> zat&#x2019;, <italic>Het Parool</italic>, 25 april 2012, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.parool.nl/nieuws/ophef-over-gedicht-oudoom-die-bij-waffen-ss-zat~bd6a33bb/">https://www.parool.nl/nieuws/ophef-over-gedicht-oudoom-die-bij-waffen-ss-zat~bd6a33bb/</ext-link>; Meindert van der Kaaij, &#x2018;Comit&#x00E9; 4 en 5 mei: Gedicht over <sc>ss</sc>&#x2019;er was inschattingsfout&#x2019;, <italic>Trouw</italic>, 16 juni 2012, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.trouw.nl/nieuws/comite-4-en-5-mei-gedicht-over-ss-er-was-inschattingsfout~b7167888/">https://www.trouw.nl/nieuws/comite-4-en-5-mei-gedicht-over-ss-er-was-inschattingsfout~b7167888/</ext-link>. Het was niet de eerste keer en zou niet de laatste keer zijn dat er protesten waren rond dit nationale herdenkingsritueel. Meest recent betreft het de actiegroep Geen 4 Mei Voor Mij die zich uitspreekt &#x2018;tegen het niet-herdenken van slachtoffers van Nederlandse oorlogsmisdrijven en het wel herdenken van de daders van deze misdrijven&#x2019;. Zie: &#x2018;Geen 4 Mei Voor Mij&#x2019;, <italic>Facebook</italic>, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.facebook.com/Geen4MeiVoorMij/">https://www.facebook.com/Geen4MeiVoorMij/</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn11"><label>11</label><p>Evelien Gans, &#x2018;De Nederlandse <italic>Historikerstreit</italic> over de grijze oorlog. Iedereen een beetje slachtoffer, iedereen een beetje dader&#x2019;, <italic>De Groene Amsterdammer</italic>, 7 januari 2010, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.groene.nl/artikel/iedereen-een-beetje-slachtoffer-iedereen-een-beetje-dader">https://www.groene.nl/artikel/iedereen-een-beetje-slachtoffer-iedereen-een-beetje-dader</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn12"><label>12</label><p>Zie ook: Madelon de Keizer, &#x2018;Hans Max Hirschfeld. De juiste man op de juiste plaats...&#x003F;&#x2019;, <sc><italic>bmgn &#x2013; lchr</italic></sc> 123:3 (2008) 423-431. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6848">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.6848</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn13"><label>13</label><p>Zie ook: Ad van Liempt, <italic>De Oorlog. Gebaseerd op de gelijknamige televisieserie van de <sc>nps</sc></italic> (Amsterdam 2009) 60.</p></fn>
<fn id="fn14"><label>14</label><p>Zie ook: Van Liempt, <italic>De Oorlog</italic>, hoofdstuk 8. Hierin vergoelijkt hij bij herhaling het geweld van Nederlandse zijde of stelt hij het geweld van de Nederlandse troepen en van de Indonesische vrijheidsstrijders aan elkaar gelijk, in zinnen als: &#x2018;Er ontrolde zich een tragedie waarin niemand meer in staat bleek om te voorkomen dat er bloed vergoten werd, veel bloed van militairen en burgers&#x2019; (p. 398).</p></fn>
<fn id="fn15"><label>15</label><p>Laudatio Doeko Bosscher, zie: Bart <sc>f.m.</sc> Droog, &#x2018;De zaak Ad van Liempt&#x2019;, <italic>Droog Magazine</italic> (2019) <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="http://www.droog-mag.nl/2019/vl/laudatio.pdf">http://www.droog-mag.nl/2019/vl/laudatio.pdf</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn16"><label>16</label><p>Amos Goldberg, &#x2018;An Interview with Professor Dominick LaCapra&#x2019;, <italic>Shoah Resource Center, The International School for Holocaust Studies</italic>, 9 juni 1998, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.yadvashem.org/odot_pdf/Microsoft%20Word%20-%203648.pdf">https://www.yadvashem.org/odot_pdf/Microsoft%20Word%20-%203648.pdf</ext-link>, geraadpleegd op 20 januari 2022.</p></fn>
<fn id="fn17"><label>17</label><p>Vanuit vrouwengeschiedenis werd de noodzaak tot reflectie op deze relatie al vroeg onderkend. Zie onder meer Carol Ascher, Louise DeSalvo en Sara Ruddick (reds.), <italic>Between Women. Biographers, Novelists, Critics, Teachers and Artists Write about Their Work on Women</italic> (Boston 1984). Een dergelijke noodzakelijke reflectie op het proces van identificatie en distantie tussen biograaf en gebiografeerde is in het werk van Renders echter afwezig.</p></fn>
<fn id="fn18"><label>18</label><p>Overzicht van de discussiebijdragen van januari-december 2013 in <italic>De Groene Amsterdammer</italic> met bijdragen van onder meer Arianne Baggerman en Rudolf Dekker, Remco Ensel en Evelien Gans, en Guus Meershoek: &#x2018;Nederlanders en de jodenvervolging&#x2019;, <italic>De Groene Amsterdammer</italic>, 30 januari 2013, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.groene.nl/artikel/nederlanders-en-de-jodenvervolging">https://www.groene.nl/artikel/nederlanders-en-de-jodenvervolging</ext-link>. Hoe het beter kan is onder meer te lezen in Amos Goldberg, <italic>Trauma in First Person: Diary Writing During the Holocaust</italic> (Bloomington 2016).</p></fn>
<fn id="fn19"><label>19</label><p>Bas Kromhout, &#x2018;Nederlanders hebben het nicht gewusst&#x2019;, <italic>Historisch Nieuwsblad</italic>, 24 april 2012, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.historischnieuwsblad.nl/we-hebben-het-nicht-gewusst/">https://www.historischnieuwsblad.nl/we-hebben-het-nicht-gewusst/</ext-link>. Aangehaald in Remco Ensel en Evelien Gans, &#x2018;Wij weten iets van hun lot&#x2019;, <italic>De Groene Amsterdammer</italic>, 13 december 2012, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://www.groene.nl/artikel/wij-weten-iets-van-hun-lot">https://www.groene.nl/artikel/wij-weten-iets-van-hun-lot</ext-link>.</p></fn>
<fn id="fn20"><label>20</label><p>Goldberg, &#x2018;An Interview&#x2019;.</p></fn>
<fn id="fn21"><label>21</label><p>Ensel en Gans signaleerden een vorm van nivellering doordat Van der Boom het niet-weten (of beter: zwijgen) in de dagboekteksten van (vervolgde) Joden en van (&#x2018;vrije&#x2019;) niet-Joden over &#x00E9;&#x00E9;n kam scheert. Ik leg hier de nadruk op de identificatie van de historicus met de &#x2018;onschuld&#x2019; van de niet-Joodse dagboekschrijvers en de daarmee verbonden distanti&#x00EB;ring van Joodse dagboekschrijvers. In relatie tot het koloniale verleden wordt in dit verband &#x2013; in navolging van het gelijknamige boek van Gloria Wekker uit 2016 &#x2013; over <italic>white innocence</italic> gesproken.</p></fn>
<fn id="fn22"><label>22</label><p>Michael Rothberg, <italic>The Implicated Subject</italic>. <italic>Beyond Victims and Perpetrators</italic>. Cultural Memory in the Present (Stanford 2019). Zie ook van dezelfde auteur, <italic>Multidirectional Memory. Remembering the Holocaust in the Age of Decolonization</italic> (Palo Alto 2009).</p></fn>
<fn id="fn23"><label>23</label><p>Rothberg, <italic>The Implicated Subject</italic>, 1. Voor een verkenning van de bruikbaarheid van Rothbergs concept voor de benadering van ongelijke machtsverhoudingen in mijn eigen werk, zie: Barbara Henkes, &#x2018;Het <italic>implicated subject</italic> in de geschiedschrijving van vandaag&#x2019;, in: Eveline Buchheim et al. (reds.), <italic>Living Concepts. 40 Years of Engaging Gender and History</italic>. Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 40 (Hilversum 2021) 101-106.</p></fn>
<fn id="fn24"><label>24</label><p>Hanna Arendt, &#x2018;Collective Responsibility&#x2019;, in: James Bernauer (red.), <italic>Amor Mundi: Explorations in the Faith and Thought of Hannah Arendt</italic> (Dordrecht 1987) 43-50.</p></fn>
<fn id="fn25"><label>25</label><p>Het themanummer van het <italic>Tijdschrift voor Geschiedenis</italic> 116:2 (2003) gewijd aan het Srebrenica-rapport levert een kritische beschouwing over de verwoede pogingen van historici &#x2018;neutraal&#x2019; te blijven in dit politiek-morele drama. Het recente onderzoeksproject <italic>Onafhankelijkheid, Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesi&#x00EB; 1945-1950</italic> benadrukt eveneens de onhoudbaarheid van &#x2018;neutraliteit&#x2019;. In plaats daarvan worden &#x2013; mede dankzij de inzet van Indonesische onderzoekers &#x2013; uiteenlopende en ook botsende verantwoordelijkheden geanalyseerd.</p></fn>
</fn-group>
<sec id="s5">
<title/>
<p><bold>Barbara Henkes</bold> is als historica verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarvoor promoveerde zij in 1995 aan de Universiteit van Amsterdam op <italic>Heimat in Holland. Duitse dienstmeisjes 1920-1950</italic> en verdiepte zij zich als postdoc aan het Meertens Instituut in de geschiedenis van de volkskunde. In haar onderzoek en onderwijs richt zij zich op vormen van sociale en politieke in- en uitsluiting. Haar werk wordt mede gedreven door de vraag hoe persoonlijke en collectieve herinneringen aan vormen van repressie doorwerken in hedendaagse samenlevingen. Dat komt ook tot uitdrukking in haar meest recente boek <italic>Negotiating Racial Politics in the Family. Transnational histories touched by National Socialism and Apartheid</italic> (2020) en haar publieksgeschiedenissen over <italic>Sporen van het slavernijverleden in Groningen</italic> (2016) en <italic>Frysl&#x00E2;n</italic> (2021). E-mail: <email>b.henkes@rug.nl</email>.</p>
</sec>
</back>
</article>