<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="discussion" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.12020</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.12020</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Discussion</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Dubbelrecensie van Ad van Liempts <italic>Gemmeker</italic> en Rudolf Dekkers <italic>Plagiaat en nivellering</italic></article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Wouters</surname>
<given-names>Nico</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>06</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>2</issue>
<fpage>39</fpage>
<lpage>52</lpage>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.12020"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Doctoraatspromoties cre&#x00EB;ren normaal gesproken hoogstens wat deining in een gesloten academische biotoop. Dat liep helemaal anders met de promotie van historicus Ad van Liempt, die op 9 mei 2019 aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde met een biografie van Albert Konrad Gemmeker, de kampleider van Westerbork tijdens de Tweede Wereldoorlog.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Dit proefschrift lanceerde een heuse affaire: een polemiek die het academische bedrijf ver oversteeg. Een formele klacht wegens plagiaat resulteerde in een snel uitdeinende en gepolariseerde discussie over veel meer dan &#x00E9;&#x00E9;n proefschrift. Een illustratie van het gewicht van de affaire is het korte boek dat historicus Rudolf Dekker in september 2019 over de zaak publiceerde, met als titel <italic>Plagiaat en nivellering. Nieuwe trends in de Nederlandse geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog</italic>.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> Dekker had in 2015 al een kritische analyse gepubliceerd van het huidige academische bedrijf en hoewel geen contemporanist vond hij deze <sc>woii</sc>-controverse een goede casestudy voor een vervolg.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Onder de stofwolken van deze &#x2018;affaire-Van Liempt&#x2019; zitten dus twee boeken verborgen die elk een wetenschappelijke recensie verdienen.</p>
<sec id="s1">
<title>Het proefschrift achter de affaire</title>
<p><italic>Nazi Perpetrator Studies</italic> groeiden na 2000 haast tot een aparte subdiscipline uit. Hoewel dat zeker deels te maken heeft met een commerci&#x00EB;le marktvraag, kan dit type microanalyse ook een grote wetenschappelijke waarde hebben.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn4">4</xref></sup> Het &#x2018;genre&#x2019; ontsnapt zelden aan de trekkracht van dezelfde existenti&#x00EB;le vraag: hoe worden &#x2018;onopmerkelijke&#x2019; mannen overtuigde genocidairen&#x003F; Dezelfde elementen worden vaak afgewogen in deze boeken, zoals de impact van de Eerste Wereldoorlog op Duitsland, de individuele psychologie, socio-economische analyse, collectieve groepsdynamieken en de georganiseerde competitie binnen het nazisysteem. Van Liempt had dus veel modellen voor zijn proefschrift en bovendien is Hans Renders, zijn promotor, een specialist van het biografisch onderzoek.</p>
<fig id="fg001">
<caption><p>Omslag van Ad van Liempts <italic>Gemmeker. Commandant van Kamp</italic> Westerbork. &#x00A9; Uitgeverij Balans.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.12020_fig1.jpg"/>
</fig>
<p>Zaten we nog te wachten op een biografie over Gemmeker, de kampleider van Westerbork&#x003F; Blijkbaar kwam de idee vanuit het netwerk van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork zelf: diverse wetenschappers &#x2013; waaronder Doeko Bosscher, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Herinneringscentrum en Van Liempts tweede promotor &#x2013; deden in 2016 het voorstel aan Van Liempt, die op dat moment zelf lid van de Raad van Advies van het Herinneringscentrum was. De keuze voor het thema had dus misschien meer te maken met een opportuniteitskwestie dan met een intrinsieke wetenschappelijke nood. Op zich is daar natuurlijk niets mis mee, maar door te beslissen er een proefschrift van te maken verhoogde men zelf aanzienlijk de inzet.</p>
<p>Van Liempt start de Gemmeker-biografie met een kort &#x2018;woord vooraf&#x2019; (p. 7-9), waarin hij de bronnenbasis niet zozeer bespreekt als wel kort aanhaalt. Hij vermeldt naoorlogse Nederlandse en Duitse gerechtelijke bronnen en de bekende persoonsbronnen van diverse kampgetuigen, zoals Etty Hillesum en de dagboeken van Ernest Frank en Philip Mechanicus. Het kamparchief van Westerbork (zie ook pagina 222) of het handvol interviews dat Van Liempt afnam, worden niet genoemd. Een persoonsarchief van Gemmeker bestaat blijkbaar niet. Laat ik meteen een open deur intrappen: fundamenteel historisch onderzoek staat of valt met de aanwezigheid van voldoende primair bronnenmateriaal en dat geldt zeker voor biografie&#x00EB;n. Van Liempt spreekt over &#x2018;onverwacht veel documentatie&#x2019; (p. 8). Hoewel over het empirisch draagvlak in kwalitatief micro-onderzoek vaak valt te discussi&#x00EB;ren, lijkt deze bronnenbasis me op het eerste zicht mager voor een biografie. Van Liempt leidt vervolgens zijn vraagstelling in met een concreet voorval, waarbij een Joodse gevangene (Lotte Weisz) &#x2019;s nachts betrapt wordt door Gemmeker tijdens haar afspraak met een Nederlandse bewaker. Waarom dit specifieke verhaal het proefschrift moet inleiden, is niet meteen duidelijk. Uit de vraagstelling, die slechts een korte paragraaf beslaat, lijkt Van Liempt er ofwel de excentriciteit dan wel het fanatisme van Gemmeker mee te willen illustreren (&#x2018;wat bezielde de kampcommandant&#x003F;&#x2019;, p. 14). In dat verband wijst hij in de paragraaf ook op de tegenstrijdige beeldvorming van de &#x2018;correcte gentleman-commandant&#x2019;. De eigenlijke vraagstelling bestaat uiteindelijk uit slechts uit &#x00E9;&#x00E9;n simpele zin: &#x2018;Kortom, wat was die Gemmeker (...) voor man&#x003F;&#x2019;. Ik wil mezelf niet negatief vastpinnen op basis van de eerste twintig pagina&#x2019;s van een boek, maar een student die een masterscriptie op deze manier begint, heeft een probleem. Het boek presenteert geen positiebepaling in de literatuur, geen duidelijke problematisering en geen methodologische uitwerking.</p>
<p>Deze biografie bestaat globaal uit drie grote chronologische delen: voor, tijdens en na. Over het leven van Gemmeker voor hij kampcommandant wordt, bestaan haast geen kwalitatieve bronnen. Dat leidt in het eerste deel tot twee klassieke problemen. Ten eerste lijkt Van Liempt een vooraf vaststaand beeld te projecteren: Gemmeker is van bij de aanvang van het boek al &#x2018;ijverig&#x2019;, &#x2018;gedisciplineerd&#x2019;, &#x2018;degelijk&#x2019;, &#x2018;eerzuchtig&#x2019;, &#x2018;mateloos ambitieus&#x2019; (p. 35) en een &#x2018;overijverige perfectionist&#x2019; (p. 41). Op pagina 18 klinkt het bijvoorbeeld: &#x2018;Rapportcijfers zijn niet beschikbaar, maar gezien zijn eerzucht en discipline staat het wel vast dat hij een ijverige, positief ingestelde leerling is geweest&#x2019;. De auteur gebruikt hier zijn eigen beeldvorming als bron.</p>
<p>Ten tweede worden feiten teleologisch naar Gemmekers latere rol toe ge&#x00EF;nterpreteerd. Gemmeker gaat in november 1935 werken voor de logistieke afdeling van de Gestapo in D&#x00FC;sseldorf. Zag hij een carri&#x00E8;rekans in het nieuwe regime of was hij overtuigd nationaalsocialist&#x003F; We weten het niet. Gemmeker heeft een anonieme administratieve functie, wat niet wegneemt dat hij een radertje wordt in de repressieve politiestaat. Van Liempt probeert het gebrek aan bronnen te compenseren door de populaire beeldvorming over &#x2018;de Gestapo&#x2019; op Gemmeker te projecteren. Het feit dat Gemmeker opduikt in een politiememo uit Krefeld na <italic>Kristallnacht</italic> presenteert Van Liempt als een voorafname op zijn latere rol. Zou Gemmeker &#x2018;(...) bij de instructies voor de anti-Joodse acties betrokken zijn geweest&#x003F; Gestapo-onderzoeker Ryan Stackhouse acht het zeker mogelijk (...)&#x2019; (p. 29). Ik acht het ook zeker mogelijk in die zin dat het niet onmogelijk is: veel meer valt er niet over te zeggen. We zien hier een typisch gevaar in een biografie met onvoldoende kwalitatieve bronnen. Het wordt verleidelijk de feitelijke gegevens aaneen te smeden tot een logisch verhaal zodat alle gaten cosmetisch dichtgestopt worden. Het (onuitgesproken) narratief wordt dat Gemmeker vanaf 1935 op het pad zit naar de functie van kampcommandant. De realiteit is dat we voor de jaren 1930 niet weten wat Gemmeker voelde, dacht of deed.</p>
</sec>
<sec id="s2">
<title>Een verhalenverteller</title>
<p>De kampperiode vormt uiteraard het zwaartepunt van het boek. De oorzaken van Gemmekers benoeming als kampcommandant in bezet Nederland zijn in nevelen gehuld. Hij krijgt de functie &#x2018;tot zijn eigen verbazing&#x2019; volgens Van Liempt (p. 161). Hij heeft zich tot dan toe niet noemenswaardig onderscheiden, maar men heeft eigenlijk ook louter een &#x2018;uitvoerende middenman&#x2019; nodig. Over deze periode bestaan veel bronnen van hoge kwaliteit, maar die bronnen zijn wel altijd door anderen opgesteld. We horen zelden of nooit de stem van Gemmeker zelf. We zien hem ofwel via observaties op afstand, via strak geregisseerde bronnen zoals de bekende Westerborkfilm uit 1944 of naoorlogse mediareportages, ofwel in de naoorlogse gerechtelijke dossiers.</p>
<p>Van Liempt schakelt in dit deel naar een uitgesproken publieksgerichte schrijfstijl: als een soort kroniekschrijver vertelt hij verhalen, met veel ruimte voor de stemmen van de betrokkenen die hij rechtstreeks uit de bronnen citeert. Historische kritiek lijkt Van Liempt bij dit verhalende bronnengebruik niet toe te passen en literatuurverwijzingen zijn minimaal. Zijn verhalende aanpak levert indringend leesvoer op over de sociale microkosmos van Westerbork. Wat mij bijblijft is dat Gemmeker kniehoog in de vuile deportatierealiteit stond. Hij overzag persoonlijk de dramatische taferelen bij elk transport, hij besliste zonder verpinken wie voor het minste &#x2018;vergrijp&#x2019; op transport werd gezet, hij superviseert ook het beruchte &#x2018;ziekentransport&#x2019;. Als hij een <italic>Schreibtischt&#x00E4;ter</italic> was, dan wel een die zijn slachtoffers elke dag in de ogen keek. Op veel psychologische diepgang kan Gemmeker niet betrapt worden en soms klinkt een vorm van een emotionele stoornis door (&#x2018;iets is toch mis met hem&#x2019; zegt een getuige met gevoel voor understatement op pagina 153, na een bizar schietincident). Maar ook over zijn geestelijke gezondheid ontbreken bronnen, want een psychiatrisch rapport werd over Gemmeker nooit opgemaakt. In elk geval onderneemt Van Liempt niets met deze observaties, ondanks dat het doorgronden van diens aard de enige vraagstelling van het proefschrift is. Telkens wanneer hij zich vastrijdt, valt Van Liempt terug op gemeenplaatsen als: &#x2018;Gemmeker is altijd een raadsel geweest&#x2019; (p. 71); &#x2018;[hij] was ook vreemd en bedrieglijk als het kamp zelf&#x2019; (p. 79); &#x2018;raadselachtig, dat bleef hij&#x2019; (p. 83); &#x2018;ongrijpbaar, onvoorspelbaar, dat was Gemmeker&#x2019; (p. 106). Was een biografie dan wel de juiste keuze&#x003F; De klassieke spanning uit <italic>Nazi Perpetrator Studies</italic> is permanent aanwezig: hoe moeten we het beeld van de zogenaamde &#x2018;gentleman&#x2019; verzoenen met de beul die niet in staat lijkt tot empathie&#x003F; Van Liempt accentueert die spanningsboog maar onderneemt geen re&#x00EB;le poging tot verklaring. Hoe leesbaar en indringend ook, het boek wordt een lappendeken van casu&#x00EF;stiek.</p>
<fig id="fg002">
<caption><p>Een politiefoto van Gemmeker. De fotograaf, locatie en datum zijn onbekend. Collectie niod, beeldnummer 28436, <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://beeldbankwo2.nl/nl/beelden/detail/d34bcedc-0259-11e7-904b-d89d6717b464/media/daa9c019-8dc1-e98e-67c7-422e86f251d2">https://beeldbankwo2.nl/nl/beelden/detail/d34bcedc-0259-11e7-904b-d89d6717b464/media/daa9c019-8dc1-e98e-67c7-422e86f251d2</ext-link>.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.12020_fig2.jpg"/>
</fig>
</sec>
<sec id="s3">
<title>Een veranderende vraagstelling</title>
<p>Nadat Gemmeker uiteindelijk als vrij man naar Duitsland terugkeert, wordt hij een administratief medewerker in een sigarenzaak, sociaal ge&#x00EF;soleerd en maatschappelijk onzichtbaar. Wanneer in Europa het bewustzijn over de specificiteit van de Shoah toeneemt, hangt een proces als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd. Het naoorlogse deel berust enerzijds vooral op gerechtelijke procesbronnen en anderzijds interviews met de nakomelingen van Gemmeker en met Wolfgang Steffen, die in 1972 tot onderzoeksrechter wordt aangesteld in de zaak-Gemmeker.</p>
<p>Het relaas hoe Gemmeker ontsnapt aan vervolging blijft potentieel een relevante casestudy. Er bestaat veel wetenschappelijke literatuur over het gebrek aan denazificatie in de eerste fase van de Koude Oorlog, inclusief het gebrek aan adequate berechting. De casus Gemmeker bevestigt het beeld, maar de vraag is wat zijn specifieke geval bijdraagt. Van Liempt maakt echter zo goed als geen gebruik van deze literatuur. Voor de lezer lijkt het zo alsof hij hier een unieke anomalie heeft ontdekt.</p>
<p>En ook de gebruikte primaire bronnen zijn een probleem. De gerechtelijke bronnen en de media-interviews hebben grote beperkingen. Gemmeker zelf valt hierin immers nooit uit zijn strak geregisseerde rol. Daarnaast interviewde Van Liempt Gemmekers nabestaanden en ook onderzoeksrechter Steffen. Geijkte bronnenkritiek van deze intersubjectieve mondelinge bronnen is afwezig. Wat de onderzoeksrechter betreft, is dit problematisch omdat deze uiteraard betrokken partij was. In dit geval geldt toch een beetje: &#x00E9;&#x00E9;n bron is geen bron. Een groot deel van dit naoorlogse relaas steunt op het verhaal van de onderzoeksrechter, zonder de minste kritische tegenanalyse. Wat er allemaal in de coulissen van het gerechtelijk vooronderzoek speelde, blijft een vraagteken. Gemmekers kinderen &#x2013; die nauwelijks contact hadden met hun vader &#x2013; geven flarden van een beleving die wellicht veel zegt over een persoonlijk verwerkingsproces. Hun ervaring lijkt me erg belangrijk, maar omdat de bronnenkritiek ontbreekt kan ik niet anders dan blijven twijfelen over hoe ik die informatie moet interpreteren.</p>
<p>Globaal heb ik de &#x2013; misschien foutieve &#x2013; indruk dat Van Liempt niet te veel onderzoeks- of schrijftijd aan het naoorlogse deel kon of wilde besteden. Dat merk ik ook aan een toenemende achteloosheid in de verklarende analyse. Slechts een klein voorbeeld: Gemmeker beslist in 1959 om ge&#x00EF;nterviewd te worden voor een Duitse tv-documentaire (<italic>Als w&#x00E4;r&#x2019;s ein St&#x00FC;ck von Dir</italic>), en Van Liempt beperkt zijn verklaring hiervoor tot &#x2018;waarom is niet exact vast te stellen&#x2019; (p. 260). Wanneer de uitzending precies gebeurt, is ook niet duidelijk. E&#x00E9;n pagina later vermeldt van Liempt terloops dat er eind november 1959 een huiszoeking bij Gemmeker had plaatsgevonden: &#x2018;ze waren toen al even bezig, de rechercheurs&#x2019; (p. 261). Wat is het verband tussen deze twee gebeurtenissen: was het gerechtelijk onderzoek een gevolg van de <sc>tv</sc>-documentaire, besliste Gemmeker zich anticiperend te verdedigen omdat hij lucht had gekregen van een opstartend onderzoek, of stonden de beide gebeurtenissen volkomen los van elkaar&#x003F; Van Liempt lijkt dit soort vragen minder belangrijk te vinden.</p>
<p>Dat komt misschien omdat in het naoorlogse deel de kernvraagstelling van het boek geruisloos is gewijzigd. Het voorlaatste hoofdstuk heet &#x2018;de centrale vraag&#x2019;, die echter niet langer luidt &#x2018;wat was Gemmeker voor man&#x003F;&#x2019;, maar &#x2018;wat wist Gemmeker van het lot van de Joden&#x003F;&#x2019;. Opnieuw plaatst Van Liempt deze vraag die &#x2013; zeker voor Nederland &#x2013; toch klassiek genoemd mag worden niet in de literatuurcontext. Van Liempt lijkt vooral op zoek naar een <italic>smoking gun</italic> &#x2013; &#x00E9;&#x00E9;n gehandtekend document dat zijn directe verantwoordelijkheid of kennis bewijst &#x2013; wat vandaag in het onderzoek achterhaald genoemd kan worden. Uiteindelijk legt hij een vijftal elementen op tafel en steunt hij op zijn eigen gesprekken met enkele academici uit zijn directe netwerk, te weten Ahlrich Meyer en Johannes Houwink ten Cate. De eindconclusie is dat Gemmeker beschikte over &#x2018;boerenslimheid&#x2019; waardoor Van Liempt besluit: &#x2018;hij moet het dus toch geweten hebben&#x2019; (p. 332). Ik ben het eens met die laatste conclusie, maar mij bekruipt het gevoel dat Van Liempt zijn onderzoeksvraag strategisch heeft verlegd om iets te ontdekken wat we eigenlijk al lang wisten.</p>
<p>Het &#x2018;nawoord&#x2019; is een conclusie die deels veel herhaalt en deels ook enige reflectie bevat op het biografisch genre, een passage die je eerder in de probleemstelling had verwacht. Het is zoeken met een vergrootglas naar een aanduiding van de nieuwe elementen die het boek toevoegt aan bestaand onderzoek. Op pagina 336 typeert Van Liempt het Duits gerechtelijk vooronderzoek plotseling als: &#x2018;(...) onderzoek dat nu aan het licht komt (...)&#x2019;. En in de Engelse samenvatting die in het boek is opgenomen wordt in de laatste zinnen over datzelfde naoorlogse onderzoek gezegd: &#x2018;up until now this material had been considered confidential, however author Ad van Liempt was given full access for this project&#x2019; (p. 340). Tenzij ik me vergis, zijn dit de enige momenten waar de auteur concreet zegt op welk punt het boek vernieuwend is. Het is bevreemdend dat deze boodschap, die in de promotie zo maximaal ge&#x00EB;xploiteerd wordt, in het boek is verborgen in een Engelse samenvatting die niemand leest.</p>
</sec>
<sec id="s4">
<title>Wetenschap en commercialisering</title>
<p>Van Liempts biografie van Gemmeker is een journalistiek publieksboek zoals er regelmatig wel &#x00E9;&#x00E9;n verschijnt over <sc>woii</sc>. Buiten het feit dat het me soms de indruk geeft wat haastig te zijn samengesteld, heeft het als publieksboek zeker verdiensten. Van Liempt schrijft met een mature stem vol zelfvertrouwen en een brede historische kennis, wat de leeservaring verbetert. In zoverre Van Liempt wordt beschouwd als vertegenwoordiger van een bredere vergrijzende of nivellerende trend in de Nederlandse <sc>woii</sc>-geschiedschrijving, zie ik daar specifiek in zijn proefschrift geen spoor van. Typische dader- en slachtofferrollen worden bevestigd, Gemmeker past in een &#x2018;Arendtiaans&#x2019; kader van de bewuste daders en van door sommigen als vergoelijkend beschouwde toevalligheden in de geschiedenis is hier geen sprake. Integendeel, het ordenend kader benadrukt een eenduidige keuze en individuele verantwoordelijkheid. Hoe leesbaar en waardevol het boek kan zijn voor een breder publiek, vanuit wetenschappelijk oogpunt is het boek niet zo relevant omdat het in hoofdzaak reeds lang gekende punten herkauwt. Als proefschrift lijkt dit boek mij ontegensprekelijk onvoldoende want het beantwoordt niet aan de basisvereisten.</p>
<p>Vandaag wordt de meerderheid van <sc>woii</sc>-onderzoek uitgevoerd door mensen buiten het strikte academische veld. Deze &#x2018;democratisering&#x2019; is overwegend positief, maar toch moeten we ook durven wijzen op de keerzijden. Een keerzijde is dat belangrijke boeken met veel maatschappelijke impact zich soms willen en kunnen onttrekken aan de &#x2018;lastige omgeving&#x2019; van het wetenschappelijk bedrijf. Wanneer de mechanismen en regels van de markt en de media het dan echter overnemen &#x2013; en deze boeken gepromoot worden aan de hand van het sprookje dat belangrijke boeken uit de lucht vallen wanneer een unieke verhalenverteller zich aandient &#x2013; kan een probleem ontstaan. Er ontstaat een re&#x00EB;el deontologisch probleem wanneer correcte verwijzingen naar het voorgaande onderzoek als hinderlijk worden ervaren voor de leeservaring, voor de <italic>marketing</italic> rond een sterauteur en voor de verkoop.</p>
<p>Het echte gevaar zit echter dieper. Wanneer we uit het oog verliezen dat wetenschappelijke vernieuwing voortkomt uit langzaam en duur fundamenteel onderzoek, vaak onzichtbaar en zonder garantie op veel pers- of media-aandacht, dreigt de evolutie van het onderzoeksveld te stagneren. Wanneer de boodschap wordt gegeven dat het laaghangend fruit meer oplevert en dat het volstaat gekende informatie anders te verpakken &#x2013; voor auteurs, uitgevers en universiteiten &#x2013; welke prikkel bestaat er straks dan nog voor jonge doctoraatsonderzoekers om het ondankbare basisonderzoek te doen&#x003F; Het soort <sc>woii</sc>-boeken zoals deze Gemmeker-biografie heeft zeker een heel belangrijke plaats maar wanneer het zich voordoet als iets wat het niet is, zal het veld van <sc>woii</sc>-studies verschralen en mogelijk haar wetenschappelijke relevantie verliezen.</p>
</sec>
<sec id="s5">
<title>Plagiaat en nivellering volgens Rudolf Dekker</title>
<p>Dan is er het boek van Rudolf Dekker, de facto geschreven als antwoord op het proefschrift van Van Liempt. Plagiaat &#x00E9;n nivellering samen behandelen in een luttele 103 pagina&#x2019;s getuigt van zelfvertrouwen. In de eerste 25 pagina&#x2019;s behandelt Dekker achtereenvolgens de uitzonderlijke status van de &#x2018;publiekshistoricus&#x2019; Van Liempt, een vroege beschuldiging van plagiaat ten aanzien van Van Liempt (2012) en een gelijkaardige zaak rond oud-rector van de Universiteit van Amsterdam Dymph van den Boom. Dekker ziet een &#x2018;discrepantie&#x2019; (p. 23) in de behandeling van beide zaken. Na pagina 25 behandelt Dekker eerst het boek dat Van Liempt in 2015 publiceerde over de Utrechtse Maliebaan tijdens <sc>woii</sc>, waarin hij volgens Dekker met het fundamentele onderzoek van Wout Buitelaar uit 2008 aan de haal ging zonder dat te erkennen. Vervolgens bespreekt Dekker het jubileumboek <italic>Hier om te helpen. 150 jaar Nederlandse Rode Kruis</italic> (2017) van Van Liempt en Margot van Kooten<sc>,</sc> waarin Van Liempt tegen de afspraken in het gras voor de voeten van Regina Gr&#x00FC;ter zou hebben weggemaaid. Dekker lijkt de eerste veertig pagina&#x2019;s vooral vanuit een gevoel van diepe verontwaardiging over een figuur en een systeem te hebben geschreven. Hoewel Dekker de term plagiaat centraal stelt (p. 21), lijken deze gevallen me eerder een complexere problematiek te schetsen van deontologie en ethische collegialiteit. De problemen lijken ook veelal te ontstaan tijdens de promotiecampagnes van Van Liempt.</p>
<fig id="fg003">
<caption><p>Omslagen van Rudolf Dekkers Plagiaat en nivellering. &#x00A9; Panchaud. Foto gemaakt door Antia Wiersma.</p></caption>
<graphic xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xlink:href="figures/bmgn-lchr.12020_fig3.jpg"/>
</fig>
<p>Vervolgens gaat Dekker dieper in op de biografie van Gemmeker. Dekker wijst erop dat Van Liempt niet of nauwelijks melding maakt van de eerdere literatuur, waaronder het werk van pionier Jacques Presser, maar vooral ook de Gemmeker-biografie van Lotte Bergen uit 2013, het onderzoek van Nanda van der Zee (<italic>De Trein</italic> uit 2003 en 2006) en de dissertatie van Eva Moraal uit 2014 over het kamp Westerbork. Dekker geeft kritiek op het primaire bronnengebruik (onder meer de interviews) en het gebrekkige gebruik van (verouderde) wetenschappelijke literatuur. Hij wijst ook op veelzeggende &#x2018;omissies&#x2019;, zoals het naar de achtergrond duwen van de stiefkleinzoon van Gemmeker die van Joodse afkomst is (p. 57). Na mijn eigen lezing van het boek over Gemmeker kan ik deze kritiek enkel bevestigen.</p>
<p>Vanaf pagina 64 gaat het over het boek <italic>Oorlogsouders. Een kroniek over twee adellijke families tijdens de Tweede Wereldoorlog</italic> van Isabel van Boetzelaer, waarover Van Liempt alweer in een promotiecampagne uit de bocht ging. Hij sprak promotionele steun uit voor deze publicatie die al gauw een onwetenschappelijke apologie bleek van een dochter die haar <sc>ss</sc>-vader wilde witwassen. Eens Van Liempt besefte dat hij hier te snel en onachtzaam was geweest, noemde hij dit zelf zijn &#x2018;dieptepunt&#x2019; (p. 73). Deze zaak leidde tot veel ophef en Dekker bekijkt graag alle brokstukken. De formele term &#x2018;plagiaat&#x2019; lijkt intussen in het betoog naar de achtergrond verdwenen en wordt niet meer systematisch onderzocht.</p>
<p>In hoofdstuk acht (p. 77) behandelt Dekker wat misschien wel het belangrijkste onderdeel is van zijn boek: de nivellering en vergrijzing. Dat gaat vooral over de Nederlandse tv-serie <italic>De Oorlog</italic> (2010), waarbij Van Liempt de eindredacteur en scenarioschrijver was en Hans Blom de wetenschappelijk adviseur. Zo zijn we dus beland bij de inaugurale rede van Hans Blom uit 1983, die vaak wordt aangehaald als het beginpunt van de nivellerende trend in de Nederlandse <sc>woii</sc>-geschiedschrijving. Vanaf pagina 79 schetst Dekker die langere trend en in dat overzicht herneemt hij ook de discussie rond het werk van Chris van der Heijden (met name <italic>Grijs Verleden</italic>, p. 84-85).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn5">5</xref></sup> Op pagina 86 komt Dekker tot de essentie van wat hij &#x2018;nivellering en vergrijzing&#x2019; noemt: de &#x2018;nuancering is doorgeslagen&#x2019; wat leidt tot een &#x2018;vergoelijking van het handelen van daders&#x2019;. Als ik Dekker hier goed begrijp &#x2013; en ik geef toe daar niet helemaal zeker van te zijn &#x2013; is het centrale probleem dat wat hij de &#x2018;accommodatie-visie&#x2019; noemt van Hans Blom uit 1983 door sommigen wordt gebruikt om uit de contingentie in de geschiedenis een soort absoluut moreel relativisme af te leiden, met als bedoeld of onbedoeld gevolg dat het nationaalsocialisme wordt gerehabiliteerd. De laatste zin van dit hoofdstuk (p. 86) spreekt van het &#x2018;manipuleren van feiten en het vertellen van pertinente onwaarheden&#x2019;, waaruit ik begrijp dat Dekker een bewuste agenda suggereert. In een kort besluit (p. 87-89) vat Dekker zijn kritiek voor beide begrippen uit de titel nog eens samen.</p>
</sec>
<sec id="s6">
<title>Wetenschap en polarisering</title>
<p>Dekker behandelt in zijn boek veel verschillende dingen en complexe mechanismen. Hij valt een persoon aan, maar ook een systeem en daarmee een wetenschappelijk begrippenapparaat en analysekader, institutionele machtsrelaties, de rol van de media, de verhouding tussen fundamenteel onderzoek en publieksgeschiedenis, wetenschappelijke deontologie en ethiek, en waarschijnlijk ook individuele competitie. Bovendien wordt dit alles toegepast op mensen in concrete werksituaties. Dat is enorm veel en het boek doet om drie redenen geen recht aan die complexiteit.</p>
<p>Ten eerste klinkt de verontwaardiging zo sterk door dat de toon en de aanpak het niveau soms naar beneden halen. Is het nodig om e-mailcorrespondentie volledig af te drukken (p. 46-47)&#x003F; Is het nodig een soort ondertoon van complottheorie te gebruiken&#x003F; Op pagina 59 suggereert Dekker bijvoorbeeld dat de 70.000 euro die de Rijksuniversiteit Groningen in 2019 ontving voor het proefschrift van Van Liempt mooi zou hebben gediend voor het afscheidsfeest van de rector van de universiteit. Dat het universitaire financieringssysteem re&#x00EB;le risico&#x2019;s inhoudt is natuurlijk een legitiem punt, maar de manier waarop het hier wordt aangebracht ondergraaft de misschien zeer terechte kritiek. De toon en aanpak stoten mij af: ik voel me een toevallige passant bij een burenruzie waar ik niet in wil tussenkomen.</p>
<p>Ten tweede bestaat een belangrijk deel van dit boek uit sterke stellingen over complexe intermenselijke relaties in professionele contexten. Het gevoel dat dit te eenzijdig wordt behandeld overheerst. Een klein voorbeeld: Van Liempt heeft zijn coauteur Van Kooten volgens het boek &#x2018;systematisch gepasseerd en buitenspel gezet&#x2019; en &#x2018;gedegradeerd tot anonieme assistent&#x2019; (p. 39). Iets eerder geeft Dekker toe dat hij eigenlijk niet weet wat de onderlinge afspraken tussen Van Liempt en Van Kooten waren (&#x2018;of deze minimale voorstelling van de samenwerking klopt, is de vraag&#x2019;). Voor zover ik kan zien, wordt Van Kooten zelf niet gehoord en projecteert Dekker zijn eigen plaatsvervangende verontwaardiging. Persoonlijk lijkt mij een voorzichtige genuanceerdheid op zijn plaats zodra je dit soort kwesties publiekelijk bespreekt. Dit boek geeft me niet de indruk dat het de zaak wil belichten vanuit verschillende invalshoeken: het is een aanval van &#x00E9;&#x00E9;n kant op de andere kant.</p>
</sec>
<sec id="s7">
<title>Het zwarte gat van de vergrijzing</title>
<p>Het derde en belangrijkste punt van kritiek is dat Dekker te veel op 103 pagina&#x2019;s behandelt, wat problematisch wordt in het deel over nivellering en vergrijzing. Hier worden verschillende aspecten &#x2013; een wetenschappelijk begrippenapparaat, wetenschapsfilosofie, machtsrelaties, deontologie, publieksvertaling van onderzoek en de rol van de media &#x2013; in een soort vrije associatie samengesmolten tot &#x00E9;&#x00E9;n eenvoudige beschuldiging, namelijk het vergoelijken van daders. Uiteenlopende onderzoekers en situaties &#x2013; van Blom tot Van der Heijden, van Van Boetzelaer tot de <sc>tv</sc>-reeks De Oorlog &#x2013; worden geassimileerd tot een soort ideologisch consortium. Precies daarom is het moeilijk deze discussie ten gronde te behandelen in het kader van de recensie van dit boek. Ik loop verloren in de betekenis van zinnen als: &#x2018;Een historicus die het woord accommodatie gebruikt, velt wel degelijk een moreel oordeel, dat bovendien gestoeld is op de interpretatie van de intentie van een keuze, wat eveneens erg subjectief is&#x2019; (p. 79). Wil Dekker hiermee zeggen dat de term &#x2018;accommodatie&#x2019; wetenschappelijk niets bijdraagt, dat de term altijd leidt tot morele vergoelijking, dat de <sc>woii</sc>-geschiedschrijving als ordenend basisprincipe altijd de bevestiging van positieve morele voorbeelden voorop moet stellen, dat bepaalde dubbelzinnige begrippen gemakkelijk misbruikt kunnen worden door wetenschappers met &#x2018;foute&#x2019; intenties&#x003F;</p>
<p>Ik meen te begrijpen dat Dekker de nivellerende trend bekritiseert omdat het door het minimaliseren van de individuele verantwoordelijkheid en het neutraliseren van de vrije wil een soort extreme vorm van deterministisch structuralisme invoert (&#x2018;de geschiedenis wordt dan een tombola&#x2019; aldus Dekker p. 82). Dekker lijkt te suggereren dat hier een haast anti-morele houding achter zit (&#x2018;Het verzet werd door Van Liempt op de televisie een beetje belachelijk gemaakt&#x2019;, p. 82). Hier zit potentieel een boeiende discussie in, over zowel wetenschappelijke methodologie (in navolging van Chaja Polak die stelde dat de historische waarheid geweld kan worden aangedaan door extreme nivellering) als de maatschappelijke opdracht van geschiedschrijving. Als Dekker vindt dat de <sc>woii</sc>-geschiedschrijving geschraagd moet worden door een expliciete morele finaliteit, ten dienste van de bevestiging van positieve voorbeelden en waarden, zal hij in die visie wellicht lang niet alleen staan. Ikzelf voel me hier persoonlijk niet door aangesproken, maar vind die visie op zich legitiem en zie dat het eventueel sterke geschiedschrijving kan opleveren. Als Belgisch <sc>woii</sc>-historicus is het voor mij misschien meer evident te accepteren dat we niet allemaal hetzelfde programma moeten willen uitvoeren. De kernvraag is dan vooral wat de wetenschappelijke voorwaarden van een dergelijke morele geschiedschrijving zouden zijn. Helaas werkt Dekker die vraag niet verder uit.</p>
<p>Een synergie van de erfenis van Loe de Jong en die van Hans Blom lijkt me een stap die dringend gezet moet worden. Blom zelf stipte al lang aan dat hij zijn rede uit 1983 eerder als een aanvulling dan als een vervangende negatie van De Jongs werk bedoelde. Dekker lijkt paradoxaal genoeg ook een zekere opening te cre&#x00EB;ren. Op pagina 79 schrijft hij over De Jong dat deze &#x2018;de woorden goed en fout niet als morele categorie&#x00EB;n hanteerde maar als praktische aanduiding voor pro- of anti-Duitse gezindheid&#x2019;. En op bladzijde 86 noemt Dekker &#x2013; nogal verrassend gezien zijn eerdere interpretatie &#x2013; de rede van Blom uit 1983 een &#x2018;terechte nuancering van de overheersende zwartwitbenadering van de geschiedschrijving over de oorlog&#x2019;. Zo onoverbrugbaar kan de kloof dan toch niet zijn &#x003F; Deze laatste observatie houdt ook mijn grootste kritiek op Dekkers boek in: niet alleen slaagt het er niet in duidelijk te maken waar nu de kern van het probleem eigenlijk zit, het doet ook geen constructieve voorstellen. Dit essay illustreert volgens mij het gevaar dat de Nederlandse <sc>woii</sc>-historiografie terecht kan komen in een fuik van dovemansgesprekken en vermoeiende schijndiscussies.</p>
<p><italic>Plagiaat en nivellering</italic> lijkt enkel de academische polarisering binnen dit onderzoeksveld in Nederland te willen bestendigen. Het boek van Dekker is meer een emotioneel <italic>j&#x2019;accuse</italic> dan een wetenschappelijk betoog. Als poging een discussie levend te houden, is de publicatie geslaagd. Maar voor het historisch onderzoek is het toch een gemiste kans. We hebben vandaag de dag de mond vol van de polarisering van het maatschappelijk debat. Wetenschappers zouden dit soort polarisering moeten kunnen ontstijgen. Het is ironisch en jammer dat een boek dat in essentie een gebrek aan wetenschappelijke <italic>rigueur</italic> wil aanklagen zelf uiteindelijk het pamflettaire niveau niet overstijgt.</p>
</sec>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Ad van Liempt, <italic>Gemmeker. Commandant van Kamp Westerbork</italic> (Amsterdam 2019).</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Rudolf Dekker, <italic>Plagiaat en nivellering. Nieuwe trends in de Nederlandse geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog</italic> (Amsterdam 2019).</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Rudolf Dekker, <italic>Het excellentietraject. Discussies over wetenschap, onderwijs en de universiteit</italic> (Amsterdam 2015).</p></fn>
<fn id="fn4"><label>4</label><p>Zie: J&#x00FC;rgen Matth&#x00E4;us, &#x2018;Historiography and the Perpetrators of the Holocaust&#x2019;, in: Dan Stone (ed.), <italic>The Historiography of the Holocaust</italic> (Londen 2004) 197-215. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1057/9780230524507_10">https://doi.org/10.1057/9780230524507_10</ext-link>; Claus-Christian W. Szejnmann, &#x2018;Perpetrators of the Holocaust: a Historiography&#x2019;, in: Olaf Jensen en Claus-Christian W. Szejnmann (reds.), <italic>Ordinary People as Mass Murderers: Perpetrators in Comparative Perspectives</italic>. The Holocaust and its Contexts 1 (Basingstoke 2008) 25-54. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.1057/9780230583566_2">https://doi.org/10.1057/9780230583566_2</ext-link>; Hans-Christian Jasch en Christoph Kreutzm&#x00FC;ller (reds.), <italic>The Participants: The Men of the Wannsee Conference</italic> (New York 2017).</p></fn>
<fn id="fn5"><label>5</label><p>Hans Blom, &#x2018;Grijs verleden&#x003F;&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> 116:4 (2001) 483-489. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5557">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.5557</ext-link>; James Kennedy en Peter Romijn, &#x2018;&#x201C;Dat nooit meer&#x201D; &#x2013; &#x201C;Never Again&#x201D;&#x2019;, <italic><sc>bmgn</sc> &#x2013; Low Countries Historical Review</italic> 128:2 (2013) 71-72. <sc>doi</sc>: <ext-link ext-link-type="uri" xlink:href="https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8548">https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.8548</ext-link>.</p></fn>
</fn-group>
<sec id="s8">
<title/>
<p><bold>Nico Wouters</bold> is hoofd van het Studiecentrum Oorlog en Maatschappij (CegeSoma) van het Rijksarchief in Belgi&#x00EB;. Hij is gastdocent bij de Universiteit Gent en co-hoofdredacteur van het <italic>Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis</italic>. Hij is een specialist van de geschiedenis van <sc>woii</sc> en de herinneringspolitiek. E-mail: <email>nico.wouters@arch.be</email>.</p>
</sec>	
</back>
</article>