<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11621</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11621</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Strijd en overleg. De Twents-Achterhoekse textielindustrie van 1815-1955</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>De Reu</surname>
<given-names>Pieter</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Algemeen Rijksarchief en Universiteit Gent</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022013</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Vos</surname><given-names>Nick</given-names></name>
</person-group>
<source>Strijd en overleg. De Twents-Achterhoekse textielindustrie van 1815-1955</source>
<publisher-loc>Amsterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>522 pp.</page-range>
<isbn>9789463720151</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11621"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Decennialang lag een omvangrijke, ongepubliceerde studie naar de sociale geschiedenis van de textielindustrie van Twente in de eerste helft van de twintigste eeuw onaangeroerd in de archieven van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (<sc>iisg</sc>). Het manuscript is nu door historicus Nick Vos opgediept en uit de vergetelheid gehaald. Vos is goed geplaatst als referent voor de naoorlogse sociale tegenstellingen in de Twentse textielindustrie: in 2011 promoveerde hij immers aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over arbeidsverhoudingen in de Twents-Gelderse textielindustrie van 1945 tot 1949.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> Vos redigeerde het manuscript door het oubollige taalgebruik te verfraaien, werkte met veel zorg het voetnotenapparaat uit en schreef onder meer een inleidend hoofdstuk en een slothoofdstuk. Zodoende beschikt de lezer met <italic>Strijd en overleg</italic> nu over een mooi uitgegeven chronologisch overzicht van de sociale politiek en de verhoudingen van fabrikanten en vakorganisaties in de Twents-Achterhoekse textielindustrie van 1815 tot circa 1955. De auteurs van de oorspronkelijke hoofdstukken &#x2013; Ben Sijes, Douwe de Boer, Cor Vervoort en Henk Canne Meijer &#x2013; zijn reeds overleden, maar hun noeste arbeid uit eind jaren 1950 krijgt nu een prominente plaats in de levendige historiografie van de Nederlandse vakverenigingen.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup></p>
<p>Centraal in dit doorwrochte boek staan de Twentse machtsconcentratie over onderhandelingen en het overleg en de strijd tussen textielarbeidersorganisaties en vakbonden &#x2013; zowel de confessionele als de zogenaamde moderne vakverenigingen. Aan de hand van systematisch onderzoek doorheen vakbladen en kranten, het archief van de Fabrikanten Vereniging Enschede (<sc>fve</sc>), notulen van bestuurs- en algemene vergaderingen van arbeidersverenigingen en zelfs politierapporten is een buitengewoon naslagwerk in een chronologisch geheel neergeschreven. Sijes maakte slechts in een eerste samenvattend hoofdstuk uitvoerig de brug naar het nationale overheidsoptreden in het vaststellen van nieuwe arbeidsverhoudingen. Daaropvolgend is er ruime aandacht voor de relaties tussen de textielfabrikanten en vakorganisaties voor en tijdens de staking en lock-out in 1923-1924&#x2013; waarbij niet minder dan 22.000 arbeiders in 39 fabrieken betrokken waren &#x2013; en het verloop van de stakingen van 1931 en 1932. De lezer krijgt een uitgebreide neerslag van de totstandkoming van de sectorale loonsverlaging afgesproken tussen de Twents-Gelderse werkgevers en werknemers in het najaar van 1922. Ook de groei van een overlegeconomie tussen deze grote stakingsgolven in komt aan bod. Dit was een periode waarin fabrieksverenigingen en vakorganisaties zowel voor- als achterhoedegevechten hielden. Het hoofdstuk over de April-Mei-Staking in Twente in 1943 is een ietwat vreemde eend in de bijt: het is slechts een samenvatting van een bijdrage die Ben Sijes in 1950 en 1951 schreef, toen hij nog medewerker was van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (<sc>riod</sc>).<sup><xref ref-type="fn" rid="fn3">3</xref></sup> Dit eerder verhalende hoofdstuk toont onder meer hoe het telefoontoestel en de toenemende forensenstroom de perfecte communicatiemiddelen vormden in de regionale verspreiding van stakingsidee&#x00EB;n. De kern van het daaropvolgende verhaal is de tenuitvoerlegging van de <sc>cao</sc> van 1946 enerzijds en de realisatie van verschillende loonregelingen anderzijds.</p>
<p>Vos is een uitstekende gids om het historische belang van de Twentse textielindustrie aan te tonen. Hij doet dat in het inleidende hoofdstuk, dat zonder meer van geschiedkundig vakmanschap getuigt. Vos schrijft echter vooral over de negentiende eeuw en in het bijzonder over de buitenlandse concurrentiestrijd, de mechanisering van het industriepark, en de rol van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Voor het narratief van onderhavig boek is dit eigenlijk grotendeels overbodig. Het slothoofdstuk over de Stichting Textielvak en het naoorlogse sociologische onderzoek is daarentegen wel erg relevant. Het toont hoe de traditionele Twentse textielindustrie na de Tweede Wereldoorlog in diskrediet was geraakt en alle moeite ondervond om jonge werkkrachten aan te trekken.</p>
<p>Waarom werd <italic>Strijd en overleg</italic> niet gepubliceerd meteen na voltooiing van het onderzoek&#x003F; Voor de contemporaine toeschouwer zijn alvast weinig onverwachte wendingen en zeker geen wereldschokkende demarches te ontdekken. De naoorlogse Stichting Textielvak gaf destijds de opdracht voor het sociologisch onderzoek dat aan de basis lag van het manuscript. Stichting Textielvak was door de Twentse textielfabrikanten opgericht en had tot doel &#x2018;om de weerzin en weerstand onder de Twentse arbeiders om na de oorlog opnieuw in de textielindustrie aan het werk te gaan zoveel mogelijk om te buigen&#x2019; (485). In 1960 was het manuscript voltooid en het jaar erop voor druk door het <sc>iisg</sc> klaargemaakt. Uit het sociologisch onderzoek bleek evenwel dat de rol van de vakbonden niet altijd positief was voor de arbeiders. Bovendien hadden de vorsers uitvoerig gebruikgemaakt van de archieven van de fabrikantenorganisatie <sc>fve</sc>, die bezwaar maakte tegen de publicatie (12). De gebeurtenissen en evoluties lagen nog vers in het geheugen en de vereniging maakte de inhoud van haar bronnenmateriaal liever niet openbaar. Op deze manier bleef deze sociale geschiedschrijving tientallen jaren verborgen voor het grote publiek.</p>
<p>Het boek is stevige kost geworden: het is immers het resultaat van descriptieve en omstandige onderzoeksrapporten die in opdracht werden geschreven. Hierdoor missen de hoofdstukken hier en daar synthese. Bovendien blijven veel historische en casusoverstijgende vragen onbeantwoord. Hoe hebben West-Europese ontwikkelingen in de arbeidsverhoudingen of in zwang zijnde vooroorlogse corporatistische idee&#x00EB;n de lokale syndicale inzichten bijvoorbeeld be&#x00EF;nvloed&#x003F; Waarom mislukten de pogingen om werkzaamheden buiten de vakbond om te organiseren, zoals een werklozenkas (382)&#x003F; En wat was de genese en het relatieve belang van de zogenaamde comit&#x00E9;s van ongeorganiseerden die poogden om de niet-aangesloten arbeiders naar overleg te stuwen in plaats van naar strijd (221-222)&#x003F; De lezer kan slechts beredeneerde gokken wagen. Het was niet aan Vos om de teksten te gaan herschrijven of om elk hoofdstuk te overladen met omstandige verklaringen in eigen voetnoten.</p>
<p>Het descriptieve karakter en de veelheid aan informatie van de oorspronkelijke onderzoeksrapporten is in <italic>Strijd en overleg</italic> weerspiegeld in de opsomming en beschrijving van diverse instellingen als haast monolithische blokken. Deze organisaties waren echter verzamelingen van mensen van vlees en bloed. Want net zo goed als het bedrijfsleven worden fabrikanten- en arbeidersverenigingen bevolkt door sterke persoonlijkheden en verschillende karakters. Deze wisselwerkingen komen hier echter nauwelijks aan bod.</p>
<p>In het voetnotenapparaat voegde Vos her en der basale maar doorgaans welgekomen verduidelijkingen toe. De bijna zestig afbeeldingen en de ongeveer vijftig overzichtelijke tabellen met vaak unieke cijfergegevens vormen broodnodige ankerpunten. De cijfers over leden zijn daarenboven nuttig voor verder historisch onderzoek naar de sociale politiek of zelfs economische expansie van Twente. In het boek ontbreekt enkel een overzichtskaart van Twente, die niet alleen had kunnen dienen om plaatsen als Almelo, Hengelo, Enschede, Oldenzaal, Haaksbergen of Vriezenveen te situeren, maar die ook interessant geweest zou zijn om de ruimtelijke context van fabrieken of stakingsplaatsen te visualiseren.</p>
<p>Vandaag zijn niet alleen de auteurs van het oorspronkelijke manuscript overleden, maar ook de hoofdrolspelers van toen: fabrikanten, arbeiders en rechtsvoorgangers van bestaande organisaties. &#x2018;Nu, ruim 60 jaar na het onderzoek en bijna 50 jaar nadat het merendeel van de textielfabrieken werd gesloten, is het belang om deze bijdragen alsnog te publiceren onverminderd groot&#x2019; (10), schrijft Vos terecht. <italic>Strijd en overleg</italic> stelt het beeld scherper van de oorzaken van de kwijnende textielindustrie en van de voortdurende onenigheid tussen de vakverenigingen. Het boek is het uitvoerige relaas van sociale politiek, van strijd en overleg, en evenzeer van het overleg over hoe die strijd dan wel diende te worden gevoerd. Soortgelijk onderzoek verricht op een dergelijke methodische schaal en gepubliceerd voor een groot lezerspubliek is mij voor andere landen of industriegebieden in West-Europa alvast niet bekend.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Nick Vos, <italic>De rauwe wet van vraag en aanbod. Arbeidsverhoudingen in de Twents-Gelderse textielindustrie 1945 tot 1949</italic> (Utrecht 2011).</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p>Een greep uit het aanbod: Ger Harmsen en Bob Reinalda, <italic>Voor de bevrijding van de arbeid. Beknopte geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging</italic> (Nijmegen 1975); John Windmuller, Cees de Galan en Ton van Zweeden, <italic>Arbeidsverhoudingen in Nederland</italic> (Utrecht/Antwerpen 1983); Gerard Kuys, <italic>De vrees voor wat niet kwam. Nieuwe arbeidsverhoudingen in Nederland 1935-1945, aan het voorbeeld van de Twentse textielindustrie</italic> (Amsterdam 2010); Sjaak van der Velden, <italic>Broodnodig. 150 jaar geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging</italic> (Rotterdam 2016).</p></fn>
<fn id="fn3"><label>3</label><p>Pieter Bouman, <italic>De April-Mei-stakingen van 1943</italic> (&#x2018;s Gravenhage 1950). Socioloog Bouman en historicus Sijes schreven amper vijf jaar na de oorlog een uitvoerig relaas over de stakingsacties op basis van omstandig bronnenmateriaal.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>