<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11620</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11620</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>War, Trade and the State. Anglo-Dutch Conflict, 1652-89</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Onnekink</surname>
<given-names>David</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Utrecht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>03</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022012</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="editor">
<name><surname>Ormrod</surname><given-names>David</given-names></name>
<name><surname>Rommelse</surname><given-names>Gijs</given-names></name>
</person-group>
<source>War, Trade and the State. Anglo-Dutch Conflict, 1652-89</source>
<publisher-loc>Woodbridge</publisher-loc>
<publisher-name>Boydell &#x0026; Brewer</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>344 pp.</page-range>
<isbn>9781783273249</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11620"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De historiografie van de Engels-Nederlandse relaties in de zeventiende eeuw is vooral bepaald door twee debatten. Het eerste debat gaat over de oorzaken en aard van de Engels-Nederlandse Zeeoorlogen. De oudste maar meest dominante these stelt dat de conflicten gestuwd werden door commerci&#x00EB;le overwegingen met als doel de concurrentie de pas af te snijden. Een rivaliserende these legt meer de nadruk op politieke oorzaken. Een laatste meer controversi&#x00EB;le visie wijst vooral op de sterk ideologische en religieuze verschillen tussen Anglicaanse royalisten en Nederlandse republikeinen. Het tweede debat draait juist meer om overeenkomsten en kruisbestuiving op het vlak van religie, cultuur, economie en financi&#x00EB;n, cultuur en maritieme ontwikkeling. Het onderzoek richt zich dan met name op de vraag of en hoe de twee staten elkaar op deze terreinen hebben be&#x00EF;nvloed.</p>
<p>De bundel <italic>War, Trade and the State. Anglo-Dutch Conflict, 1652-89</italic>, geredigeerd door David Ormrod (University of Kent) en Gijs Rommelse (University of Leicester), beweegt zich door beide debatten heen en probeert een integrale visie te ontwikkelen op de paradoxale relatie waarin twee rivalen bondgenoten werden. Oorlog, handel en de staat zijn volgens Omrod en Rommelse verweven en moeten in samenhang worden bestudeerd. Op basis daarvan poneren de twee redacteuren dat de Republiek en Engeland kunnen worden geconceptualiseerd als <italic>fiscal-naval states</italic> met &#x2018;imperial ambitions&#x2019; (29). Het concept is afgeleid van de <italic>fiscal-military state</italic>, een vroegmoderne staat die een staand leger onderhoudt door de economie en het belastingsysteem effici&#x00EB;nter in te richten.</p>
<p>De bundel bestaat uit dertien hoofdstukken verdeeld in drie secties over conflicten in de Noordzee, conflicten in de Atlantische Wereld en Azi&#x00EB;, en de publiek-historische verwerking van de Engels-Nederlandse relatie. Het eerste deel opent met een origineel artikel waarin Rommelse en Roger Downing de vergeten Europese dimensie van de Engels-Nederlandse Zeeoorlogen onderzoeken. Paul Seaward bestudeert en verwerpt ideologie als oorzaak van de Engels-Nederlandse Zeeoorlogen. Elizabeth Edwards schetst een beeld van de diplomatieke relatie tussen de twee landen tussen 1665 en 1688. John Hattendorf laat zien hoe Engeland en de Republiek qua organisatorische en bestuurlijke systemen sterk verschilden, maar toch allebei groeiende marines met een grote slagkracht en steeds verfijndere krijgstactieken ontwikkelden. Richard Blakemore en Pepijn Brandon deden comparatief onderzoek naar de twee <italic>fiscal-naval states</italic>. Ze tonen aan hoe de groei van de vloten ter ondersteuning van de wereldwijde commerci&#x00EB;le expansie tot een voor beide staten verschillende krachtige impuls voor het staatsvormingsproces leidde. De auteurs wijzen erop dat het juist ook de onderlinge rivaliteit was die deze ontwikkelingen stuwde. Ook Ann Coates en Alan Lemmers schreven een vergelijkend artikel waarin ze tonen hoe politieke instituties en financi&#x00EB;n werden ingezet om de vloten en kustdefensies te onderhouden.</p>
<p>Het tweede deel van de bundel onderzoekt de wereldwijde context van de Engels-Nederlandse relaties in wat Nuala Zahedieh een &#x2018;defining moment in the histories of both the British and Dutch Atlantic&#x2019; (185) noemt. De grote ambities van de Engelsen en Nederlanders overzee zetten de financi&#x00EB;n en de organisatie van de vloten zwaar onder druk. Waar de Nederlanders uiteindelijk kozen voor een afgeslankt Atlantisch handelsimperium, gingen de Engelsen zich juist meer op territoriale expansie en volksplanting richten. Erik Odegard ziet de wereldwijde conflicten tussen Engeland en de Republiek als een logisch uitvloeisel van hun rivaliteit in Europa maar laat zien dat die conflicten een dynamiek hadden die onafhankelijk was van de Europese Engels-Nederlandse Zeeoorlogen. Jaap Jacobs en Martine van Ittersum analyseren de overzeese expansie vanuit een juridisch perspectief. Jacobs onderzoekt claims op grond in Amerika en concludeert dat handelsoctrooien belangrijk waren. Ook benadrukt hij het principe van de &#x2018;rechtvaardige oorlog&#x2019;, een moreel denkkader waarin verovering onder bepaalde voorwaarden gelegitimeerd kan worden. Van Ittersum laat zien hoe de Engelsen en Nederlanders internationale verdragen inzetten in de Aziatische wereld om hun &#x2018;empire of paper&#x2019; (269) te vergroten. De term duidt het belang aan van geschreven teksten, zoals verdragen en diplomatieke correspondentie, in het bestuur van een rijk.</p>
<p>Het laatste en kleinste deel bestaat uit twee hoofdstukken en betreft de &#x2018;public history&#x2019; van de Engelse Zeeoorlogen. Remmelt Daalder laat zien hoe Michiel de Ruyter van de zeventiende tot de eenentwintigste eeuw werd ingezet als een &#x2018;multipurpose hero&#x2019; (273). Zijn identiteit en belang voor Nederland veranderden voortdurend naarmate culturele verschuivingen in de maatschappij plaatsvonden. Tijdens de Verlichting werd De Ruyter gezien als een voorvechter voor individuele vrijheid, in de vroege negentiende eeuw werd hij beschouwd als een held van de natie en de Canon van Nederland gaf hem zijn eigen paneel als zeeheld. Het laatste artikel van Ormrod bespreekt de politiek beladen herdenking van de Glorieuze Revolutie in 1989.</p>
<p>Tezamen laten de artikelen een multifocaal perspectief zien op de Engels-Nederlandse rivaliteit van de late zeventiende eeuw. De <italic>fiscal-naval state</italic> als concept geeft een duidelijke richting aan het onderzoek dat voor een belangrijk deel comparatief is uitgevoerd. Een belangrijke meerwaarde van de bundel is dat duidelijk wordt gemaakt dat de ontwikkelingen tot een dergelijke <italic>fiscal-naval state</italic> gedreven werden door de onderlinge rivaliteit en uitwisseling, en bovendien niet los kunnen worden gezien van de wereldwijde expansie. Er is echter ook kritiek mogelijk op de keuze die de redacteuren hebben gemaakt. Door Engeland en de Republiek te kenmerken als <italic>fiscal-naval states</italic> worden organisatorische en economische factoren voorgeselecteerd en hanteert de bundel een reductionistisch perspectief op oorlog en expansie. Hoewel ideologie, religie en nationale identiteit expliciet worden genoemd in de inleiding worden die factoren gaandeweg in de bundel gemarginaliseerd &#x2013; al duiken ze curieus genoeg weer op in de laatste hoofdstukken over historische verwerking &#x2013; omdat ze <italic>a priori</italic> buiten het blikveld van het onderzoek naar de <italic>fiscal-naval state</italic> vallen. Het is de vraag of dat terecht is. Danny Noorlander verwierp in zijn <italic>Heaven&#x2019;s Wrath</italic> (2019) juist het exclusieve militair-commerci&#x00EB;le beeld van de <sc>wic</sc> en liet zien dat Nederlandse expansie in Amerika een sterk religieuze dimensie kende.</p>
<p>De auteurs hebben een stimulerende en goed onderzochte bundel gepresenteerd die als impuls kan dienen voor meer debat en onderzoek naar de maritieme geschiedenis van de vroegmoderne tijd. Gijs Rommelse overleed helaas op 2 november 2020, een half jaar na het verschijnen van deze bundel die getuigt van de tomeloze energie en eruditie waarmee hij het veld van de &#x2018;Age of Sail&#x2019; op de kaart heeft gezet. <italic>May the wind be always at his back</italic>.</p>
</body>
</article>