<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11533</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11533</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Naar een federaal Indonesi&#x00EB;. De geschiedenis van de totstandkoming van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesi&#x00EB; en de bijdrage van federale Indonesische nationalisten aan de Indonesische onafhankelijkheid &#x2013; 1917-1949</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kuitenbrouwer</surname>
<given-names>Vincent</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit van Amsterdam</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>02</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022007</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Bouma</surname><given-names>Tjalling</given-names></name>
</person-group>
<source>Naar een federaal Indonesi&#x00EB;. De geschiedenis van de totstandkoming van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesi&#x00EB; en de bijdrage van federale Indonesische nationalisten aan de Indonesische onafhankelijkheid &#x2013; 1917-1949</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>448 pp.</page-range>
<isbn>9789087048464</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11533"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In de eerste maanden van 1950 kende Indonesi&#x00EB; tijdelijk een federaal stelsel: de Republiek der Verenigde Staten van Indonesi&#x00EB;. Die staatsvorm was de directe uitkomst van de onderhandelingen tussen de republikeinse nationalisten onder leiding van president Sukarno en de Nederlandse regering die in december 1949 leidden tot het einde van de oorlog over de staatkundige toekomst van de Indonesische archipel. Veel historici beschouwen het federatieve stelsel dat toen afgesproken werd als een tactiek van de Nederlanders om een voet tussen de deur te houden. Het feit dat Sukarno deze staatsvorm reeds in augustus 1950 afschafte, lijkt deze lezing te bevestigen: kennelijk wilde hij zo snel mogelijk af van deze constructie en is die hierdoor nooit tot wasdom gekomen. In het licht van deze uitkomst wordt het federalistisch denken in Indonesi&#x00EB; in de voorgaande jaren vaak geduid als een &#x2018;verdeel-en-heers-politiek&#x2019; van de Nederlanders en werden hun Indonesische bondgenoten bestempeld als &#x2018;marjonetten&#x2019; die de territoriale integriteit van de postkoloniale staat ondermijnden.</p>
<p>Tjalling Bouma bestrijdt deze visie in zijn boek <italic>Naar een federaal Indonesi&#x00EB;</italic>, de handelseditie van het proefschrift waarop hij in 2020 promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij presenteert een gedetailleerde politieke geschiedenis die stoelt op een groot corpus aan primaire bronnen die hij raadpleegde in Nederland en Indonesi&#x00EB;. De meest gebruikte collectie is de <italic>Offici&#x00EB;le bescheiden betreffende de Nederlands-Indonesische betrekkingen</italic>, die hij in de inleiding prijst als bronnenpublicatie voor de dekolonisatieoorlog. Uit deze, en aanvullende bronnen uit politieke archieven en kranten, distilleerde Bouma een enorme reeks aan uitspraken over het federalisme van een groot aantal politieke leiders. Interessant daarbij is dat hij in Nederlandse bronnen veel materiaal is tegengekomen dat Indonesische perspectieven weergeeft. Daarmee vormt dit boek een staalkaart van federalistisch denken in Indonesi&#x00EB;, die aantoont dat het debat rond deze staatkundige kwestie meerstemmig was. Zo vestigt het boek de aandacht op de interactie tussen Nederlandse en Indonesische actoren.</p>
<p>Op basis van deze reconstructie betoogt Bouma ten eerste dat het federalistisch denken niet eenduidig uit de koker van Nederlanders kwam. Hoewel verschillende Nederlandse denkers in de laat-koloniale periode al pleitten voor decentralisatie van het gezag, was dit volgens Bouma geen <italic>idee-fixe</italic> onder de koloniale elite. Bovendien haalt hij passages aan die aantonen dat er onder prominente republikeinse nationalisten, vooral Mohammad Hatta, een zekere sympathie voor federalisme bestond. Hoewel Sukarno meer uitgesproken was in zijn voorkeur voor een sterke eenheidsstaat, was dit niet noodzakelijk een dominante visie in het republikeinse kamp. De Indonesische federalisten, politieke leiders die streefden naar meer autonomie voor gebieden als West-Java, Sulawesi, Bali, Borneo en Oost-Sumatra, zijn niet duidelijk in een van de twee kampen te plaatsen. Ze probeerden goodwill te kweken bij zowel Nederlanders als republikeinse nationalisten. Bouma geeft daarmee aan dat het beeld dat deze mensen &#x2018;marjonetten&#x2019; waren van de Nederlandse regering niet klopt. Sterker nog, hij ziet de toenadering van de federalisten tot de republikeinen in de loop van 1948 als een belangrijke factor in het mislukken van de laatste poging van Nederland om het conflict militair te beslechten tijdens &#x2018;Operatie Kraai&#x2019;.</p>
<p>Bouma verklaart de uiteindelijke teloorgang van de federatieve gedachte aan de hand van de toenemende polarisatie tussen de vertegenwoordigers van de Nederlandse regering en de republikeinse nationalisten. Hierdoor verloren de federalistische Indonesi&#x00EB;rs de sympathie van beide kanten. Hoewel ze tot ver in 1949 aan verschillende onderhandelingstafels zaten, lijken hun belangen in het uiteindelijke verdrag niet goed te zijn vastgelegd. Een verklaring voor die marginalisering is propaganda. Met name republikeinse media gaven vaak felle kritiek op de federalisten, waarbij zij hen als &#x2018;marjonetten&#x2019; neerzetten. Bouma laat zien dat deze republikeinse <italic>spin</italic> effectief was om een door Nederland gesponsorde goodwill-missie van federalisten naar de Veiligheidsraad in 1947 te ondermijnen. Ook Indonesi&#x00EB;rs werden op deze manier gemobiliseerd tegen de federalistische leiders: op weg naar een bezoek aan de republikeinse leiding in Yogjakarta werd de trein van de federalistische leiders bij het station van Tugu bestormd door een menigte die beledigende leuzen scandeerde. Hoewel hij het onduidelijk verwoordt, lijkt Bouma te impliceren dat dit soort episodes hebben bijgedragen aan de slechte reputatie van het Indonesisch federalisme in de secundaire literatuur.</p>
<p>Ook in andere opzichten mist de analyse van Bouma aan scherpte. Het grootste probleem ligt bij de nauwe formulering van de <italic>status quaestionis</italic> in de inleiding, die hij enkel richt op wat andere historici over de federalisten hebben geschreven. Hij gaat echter niet in op de vraag wat de geschiedenis van het federalisme toevoegt aan de algemene historiografie van de laat-koloniale periode en de dekolonisatieoorlog. In het boek <italic>Afscheid van Indi&#x00EB;</italic> haalt Wim van den Doel de Britse historicus John Darwin aan, die verschillende lagen in dekolonisatieprocessen heeft onderscheiden. Op die manier wil Van den Doel de politieke dynamiek structureel analyseren, met aandacht voor de interactie tussen nationalisten en kolonialen in de betwiste gebieden, het politieke en publieke debat in thuislanden van kolonisatoren en de internationale politiek. In het boek van Bouma is zo&#x2019;n gestructureerde benadering ver te zoeken, waardoor de lezer het gevoel kan krijgen dat de auteur tijdens het onderzoek het overzicht is kwijtgeraakt en er daarom maar voor heeft gekozen om zo compleet mogelijk te zijn.</p>
<p>Samengevat is de gedetailleerde reconstructie van het federalisme in Indonesi&#x00EB; zowel de voornaamste kracht van dit boek als de belangrijkste zwakte. Aan de ene kant toont Bouma aan dat het federalisme genoemd wordt in veel verschillende bronnen van een stoet van actoren uit de Indonesische dekolonisatieoorlog, wat de meerstemmigheid van dit conflict laat zien. Maar door de vele details raakt de rode draad van het betoog vaak ondergesneeuwd en mist de analyse uiteindelijk samenhang. Dit gebrek wordt versterkt door een gefragmenteerde betoogstructuur: in sommige hoofstukken krijgt elke genoemde bron een eigen paragraaf(je). Een bredere bespiegeling op de (internationale) secundaire literatuur over dekolonisatieprocessen en meer afbakening en selectie in de bronnenkritiek hadden wat dat betreft tot een beter boek kunnen leiden.</p>
</body>
</article>