<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11327</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11327</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Dupliek op de repliek van Bram Bouwens en Herman Langeveld</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Slijkerman</surname>
<given-names>Diederick</given-names>
</name>
</contrib>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021078</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Bouwens</surname><given-names>Bram</given-names><prefix>Dupliek op de repliek van</prefix></name>
<name><surname>Langeveld</surname><given-names>Herman</given-names></name>
</person-group>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11327"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>In hun weerwoord op mijn recensie proberen auteurs Bram Bouwens en Herman Langeveld mijn kritiek dat ze de verhalen van Dani&#x00EB;l Wolfs dochters vrij klakkeloos als objectieve feiten interpreteren, te ontkrachten met een voorbeeld op pagina 100 dat willekeurig gekozen is. Dit voorbeeld betreft de mededeling van dochter Paula dat haar vader het landgoed Aigleville had ontvangen van de Comintern als beloning voor zijn diensten. Vervolgens stellen de auteurs dat ze het landgoed in de nalatenschap van Wolf hebben aangetroffen. Dat blijkt inderdaad uit noot 124 op pagina 100. Echter, dit bewijst nog niet dat Wolf het landgoed daadwerkelijk van de Comintern had ontvangen. Hun stelling dat slechts wanneer het mogelijk was om de mededelingen van Wolfs dochters te verifi&#x00EB;ren, zij de relevante bijzonderheden hebben vermeld, gaat dus mank. Helaas presenteren de auteurs de verhalen van Wolfs dochters al vanaf het eerste hoofdstuk als objectieve feiten, zoals bijvoorbeeld op pagina 20-21 en in noot 33. Hier noteren zij de getuigenis van een dochter dat Wolf op latere leeftijd een tableau van chocolade van zijn vroegere klasgenoten zou hebben ontvangen met daarop een citaat van een leraar die had gezegd dat er niets van hem terecht zou komen, terwijl hij tegen die tijd vanwege de Spoorhoutaffaire een omstreden reputatie had.</p>
<p>De auteurs schrijven dat vrijwel al mijn kritiek op hun onderzoek in detail kan worden weerlegd, maar in plaats van mijn conclusies te weerleggen, gaan ze selectief om met eigen materiaal. Zij gaan wel in op mijn kritiek op hun constatering dat Wolf als Jood een principi&#x00EB;le strijd tegen het antisemitisme voerde en in dit opzicht een weldoener was. Zij stellen in hun boek vast dat Wolf het mikpunt werd van antisemitisme, omdat <sc>nsb</sc>&#x2019;ers hem als nietsontziende handelaar zagen die zich had bezondigd aan omkoping in de Spoorhoutaffaire en gewetenloos zijn geld verdiende met wapenhandel in de Spaanse burgeroorlog. Wolf ging daar tegenin door campagnes tegen de <sc>nsb</sc> te organiseren. Ik verwijt de auteurs nogal gemakzuchtig voorbij te gaan aan het feit dat Wolf er geen punt van maakte om tegelijkertijd met pro-nazistische lieden samen te werken. In hun repliek noemen zij alleen William Marten Westerman, maar in hun boek passeert ook Rosa de Balas de revue. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Wolf jarenlang in de Verenigde Staten met haar samen.</p>
<p>Ook stellen de auteurs dat ik geringschattend oordeel over Wolfs reddingsplan voor Midden-Europese Joden, &#x2018;omdat Loe de Jong dit niet heeft vermeld&#x2019;. Deze stelling is pertinent onjuist. Ik oordeel geringschattend, omdat het plan was ontleend aan dat van notabene Anton Mussert en de <sc>nsb</sc> uit 1938, neerkwam op de emigratie van slechts vijftig gezinnen naar Suriname, en ook bij een plan bleef. De auteurs menen dat zijn inspanningen niet onbeduidend waren, omdat zijn reddingsplan een van de weinig concrete hulpinitiatieven was waarvoor daadwerkelijk geld werd bijeengebracht. Ook deze stelling slaat de plank mis. Wolf plaatste zich met zijn plan buiten de lange traditie van het zionisme met emigratie naar Palestina en buiten het alternatief van de Freeland League for Jewish Territorial Colonization dat ook Joodse vestiging elders onderzocht. Zijn plannen stuitten daarom op verzet in Joodse kringen. De auteurs beantwoorden in hun boek niet de vraag waarom hij niet de krachten bundelde en met deze bestaande invloedrijke organisaties samenwerkte. Wolf meldde zelf dat er grote sommen geld waren toegezegd, maar dit blijft onduidelijk en de auteurs hebben blijkens hun boek niets over financiering van de organisatie weten te vinden. Bovendien was uit onafhankelijk onderzoek gebleken dat emigratie naar Suriname economisch en klimatologisch niet verantwoord was, maar desondanks ging Wolf door met eigen onderzoek en toen daar dezelfde conclusie uit kwam, schoffelde hij dat onder tafel.</p>
<p>In hun reactie houden de auteurs wijselijk hun mond over mijn conclusie dat zij aantonen dat Wolf zich in het buitenland wel degelijk aan omkoping bezondigde, al dan niet via zijn broer Mozes, die de auteurs de ene keer de stroman van Wolf noemen en de andere keer juist niet. Zij menen nogal na&#x00EF;ef dat uit het parlementair onderzoek naar de Spoorhoutaffaire bleek dat Wolf onterecht van corruptie werd beschuldigd, terwijl er voldoende redenen zijn voor het tegenovergestelde oordeel. Anders dan zijn concurrenten mocht Wolf op de opslagplaatsen van de <sc>ns</sc> de keuringseisen laten bestuderen en een werknemer overnemen van het spoorwegbedrijf, die drie jaar lang zijn personeel in het buitenland instrueerde over de eisen van de <sc>ns</sc> ten aanzien van dwarsliggers. Zijn onderhandelingspartner bij de <sc>ns</sc>, Charles Driessen, was &#x2018;onbegrijpelijk&#x2019; (pagina 49) welwillend en betaalde meerdere malen te veel geld voor een partij dwarsliggers en ander spoorhout, zoals de auteurs vaststellen, en na het parlementair onderzoek kwamen er aantijgingen van omkoping van Poolse en Braziliaanse functionarissen. Corruptie werd in het parlementair onderzoek niet bewezen, maar een frisse zaak was het niet en zo werd het ook door tijdgenoten gepercipieerd.</p>
<p>Dat ik in mijn recensie op basis van hun boek concludeer dat Wolf, anders dan de auteurs menen, eerder een zwendelaar dan een weldoener was, betreft geen &#x2018;innerlijke tegenstrijdigheid&#x2019; van mijn bespreking, maar wordt veroorzaakt door voortdurende inconsequente redeneringen van de auteurs. Zij schrijven aan het begin van hun boek dat Wolf door de historici Guus Veenendaal en Gerard Aalders als een oplichter wordt beschouwd en dat zij zullen onderzoeken of die typering de toets der kritiek kan doorstaan. Als ik aan het einde van mijn recensie constateer dat Bouwens en Langeveld er niet in geslaagd zijn het door deze historici geschetste beeld te weerleggen, betekent dit niet, zoals de auteurs menen, dat ik het eens ben met de argumenten van deze historici. Zoals hierboven ge&#x00EF;llustreerd, trek ik andere conclusies uit de door de auteurs aangedragen feiten, overigens tegen de achtergrond van ander onderzoek. Want dat is ook nog een kritiekpunt waarop de auteurs niet ingaan, namelijk dat zij weinig &#x2018;dwarsliggers&#x2019; in hun onderzoek gebruiken door een relatie te leggen met soortgelijke persoonlijkheden en oorlogs-, Holocaust- en genocidestudies.</p>
<p>Overigens slagen de auteurs er in hun reactie evenmin in om aan te tonen dat de stelling van Aalders, die argumenteert dat Wolf dubbel op de aankoop van wapens door de Spanjaarden heeft verdiend, onjuist is. Zij wijzen er alleen op dat deze geruchten afkomstig waren van medewerkers van het Netherlands Shipping and Trading Committee, waarvan een zwager van Wolfs grote tegenstander in de Spoorhoutaffaire lid was. Zij tonen echter niet aan dat deze zwager de hand had in de geruchten. Verder is hun verweer tegen Veenendaal nogal gekunsteld, want Wolf bleef tijdens het Nederlands verbod op vervoer van wapens naar Spanje wellicht formeel, maar niet materieel binnen de wet doordat hij wapentransporten onder Panamese vlag liet varen. Dat noemen we &#x2018;wetsontduiking&#x2019;.</p>
<p>Ten slotte is de stelling van de auteurs dat het onderzoek onder verantwoordelijkheid van een begeleidingscommissie heeft plaatsgevonden &#x2013; waarin overigens twee kleinkinderen van Wolf zaten &#x2013; en dat die constructie een waarborg vormde dat er geen sprake kon zijn van het schrijven naar de wensen van de familie, behalve een drogreden, ook een onterechte poging om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Kennelijk is het hen zelfs met een begeleidingscommissie niet gelukt om, zoals zij zelf stellen, &#x2018;wetenschappelijke professionaliteit en integriteit&#x2019; te beoefenen. Los daarvan is het betreurenswaardig dat zij ook in hun repliek blijk geven van weinig zelfreflectie. Wat mijn eigen reflectie betreft, is de toon van mijn recensie wellicht kritisch, maar niet onredelijk. Mijn bezwaar is nog steeds dat Bouwens en Langeveld een zwendelaar als een soort heilige presenteren.</p>
</body>
</article>