<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11301</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11301</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Vijf eeuwen geneeskunde en gezondheidszorg in Rotterdam, 1465-1965. De voorgeschiedenis van het Erasmus <sc>mc</sc></article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Van Roy</surname>
<given-names>Vincent</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Antwerpen: Centrum voor Stadsgeschiedenis</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021083</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>van Lieburg</surname><given-names>Mart</given-names></name>
</person-group>
<source>Vijf eeuwen geneeskunde en gezondheidszorg in Rotterdam, 1465-1965. De voorgeschiedenis van het Erasmus <sc>mc</sc></source>
<publisher-loc>Rotterdam</publisher-loc>
<publisher-name>Uitgeverij Matrijs</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>272 pp.</page-range>
<isbn>978 90 5345 562 3</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11301"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Het overzichtswerk <italic>Vijf eeuwen geneeskunde en gezondheidszorg in Rotterdam, 1465-1965</italic> past in een lange reeks van uitgaven over Nederlandse geneeskunde die veelzijdig medisch historicus Mart van Lieburg voor zijn rekening nam. Er zijn slechts weinig specialisten in het Nederlandse taalgebied die zulke expertise en ervaring als Van Lieburg kunnen tentoonspreiden. Zijn brede algemene vakkennis en interesse komen dan ook tot uiting in deze publicatie, die beschouwd kan worden als een stedelijk compendium van de geschiedenis van de geneeskunde en gezondheidszorg in Rotterdam. Het is een grote verdienste van de auteur dat hij de medische en organisatorische ontwikkelingen niet behandelt als losstaande feiten, maar inbedt in bredere maatschappelijke veranderingen die afhankelijk waren van niet uitsluitend medici, maar ook van politieke, culturele en andere maatschappelijk relevante actoren.</p>
<p>Eerst en vooral sta ik stil bij het ontwerp van dit omvangrijke en &#x2013; letterlijk en figuurlijk &#x2013; gewichtige boek. Het is een bijzonder mooi ogend overzichtswerk, gestoffeerd met honderden illustraties en uitgegeven in een salonwaardig formaat met hoogglanzend papier. Zeker bij lezers die wonen in of vertrouwd zijn met Rotterdam zullen de vele afbeeldingen een gevoel van herkenbaarheid oproepen, waarbij de grote hoeveelheid extra informatie in de kaders niet gelezen hoeft te worden om mee te zijn met het verhaal. Deze vormgeving maakt de uitgave uitermate geschikt voor een breder publiek. Publieksvriendelijk zijn ook de kadertekstjes die in het boek zijn opgenomen en meer contextueel of anekdotisch materiaal over diverse feiten bevatten.</p>
<p>Inhoudelijk werkt Van Lieburg met een quasi chronologische indeling die in dit type publicatie uitermate te verantwoorden valt. Hij gaat haast caleidoscopisch te werk, wat nog maar eens bewijs is voor zijn brede kennis over de geschiedenis van de medische sector en zijn liefde voor Rotterdam. De auteur geeft ruimschoots toelichting bij de diverse onderdelen van de stedelijke medische context en belicht daarbij de verschillende aspecten die van belang zijn om tot een consistent verhaal te komen. Van Lieburg deelt het compendium op in vier chronologische delen, waarvan het eerste deel de periode vanaf 1465 tot circa 1700 omvat, het einde van Hollands &#x2018;Gouden Eeuw&#x2019;. In dit deel wordt sterk de nadruk gelegd op de organisatie van de nogal volatiele medische sector in die tijd en de implementatie van medische uitvindingen, technieken en ontwikkelingen op het gebied van heelkunde, verloskunde en medisch onderwijs.</p>
<p>Het tweede deel omvat de achttiende eeuw, die door Van Lieburg niet louter als overgangseeuw tussen het &#x2018;gouden tijdperk&#x2019; en de negentiende eeuw wordt beschouwd, maar als tijdskader waarin belangrijke wetenschappelijke kennisoverdracht plaatsvond tussen academische medici en ambachtelijke kaders. Buitenstedelijke idee&#x00EB;n en visies op deze methoden van kennisoverdracht oefenden invloed uit op de diverse medische beroepsgroepen die in de stad actief waren. In Rotterdam consolideerde zich in dit tijdsgewricht een stevig institutioneel medisch kader.</p>
<p>In het derde deel behandelt de auteur de negentiende eeuw, waarin de &#x2018;medische markt&#x2019; zo mogelijk nog complexer wordt. Met de Wet van Thorbecke uit 1865 probeerde de Nederlandse regering de eenheid van bevoegdheid binnen de medische sector te bewerkstelligen, maar de eenheid van statuut, laat staan de maatschappelijke perceptie op de medische bekwaamheid, liet nog geruime tijd op zich wachten. In de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg het institutionele kader ook vorm in de oprichting van fysieke instellingen als hospitalen en gezondheidscentra.</p>
<p>Tot slot komt in het vierde en meest omvangrijke deel de twintigste eeuw aan bod tot 1965, het jaar waarin het Erasmus <sc>mc</sc> werd opgericht en ook het formele academische onderwijs in Rotterdam werd ingericht. Van Lieburg benadrukt de centrale rol in de publieke gezondheidszorg van het Coolsingelziekenhuis voor Rotterdam en de oprichting van tal van instellingen. Ziekenhuizen en gespecialiseerde klinieken schieten tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw als paddenstoelen uit de grond, terwijl het aantal geneeskundige specialismen en medische beroepsbeoefenaars stelselmatig toeneemt. De stad Rotterdam speelt daar zo mogelijk een nog belangrijkere rol in dan de Provinciale Staten en de regering. Uiteraard kan Van Lieburg niet om het bombardement van 1940 heen, dat ook zijn effect had op de inrichting van de stedelijke gezondheidszorg. Op infrastructureel gebied hadden de medische instellingen in het centrum van de verwoeste stad sterk te lijden onder de oorlogsjaren.</p>
<p>Er zijn een aantal rode draden doorheen het uitgebreide verhaal van de Rotterdamse medische zorggeschiedenis te ontwaren. Allereerst is het opvallend dat het medisch onderwijs en geneeskundige specialisatie in Rotterdam al vanaf de zestiende eeuw een hoog niveau kenden, ondanks de afwezigheid van een universiteit. In steden als Leiden, Utrecht, Groningen en Franeker valt een hoogstaande medische praktijk in veel gevallen terug te voeren op de inrichting en aanwezigheid van een formele academische instelling &#x2013; vaak een universitaire faculteit geneeskunde &#x2013; maar dit kan niet de verklaring zijn voor de indertijd ver ontwikkelde geneeskunde in Rotterdam. Ik zie hierin belangrijke parallellen tussen Rotterdam en Antwerpen, dat net als Rotterdam bekendstond als een &#x2018;centre of medical excellence&#x2019;<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> en eveneens geen hoger bestuursniveau of universiteit kende.</p>
<p>De tweede rode draad, die nauw samenhangt met de vorige, is het niet te onderschatten belang van informele medische scholing. Deze bleef tot diep in de twintigste eeuw sterk op de voorgrond in Rotterdam. Al vijf eeuwen geleden, bij de consolidatie van de Rotterdamse chirurgijnsgilde, bleek de informele kennisoverdracht, vaak gepercipieerd door onderzoekers als de overdracht van vader op zoon, van grote invloed te zijn op de bestendiging van medische kwaliteit en legde deze de kiem voor de verdere ontwikkeling van getrainde vaardigheden inzake de concrete medische praktijk.</p>
<p>Een derde rode draad in het boek is de drang naar controle vanuit de stedelijke overheid. In de vroegmoderne tijd beperkte het stedelijke toezicht op de Rotterdamse gezondheidszorg zich tot de oprichting van organisaties, zoals een gilde en een medisch college, en een lossere informele controle. Die informele controle werd niet zelden uitgevoerd door de gereputeerde zorgverstrekkers die vanwege hun expertise en medische praktijk veel autoriteit en aanzien genoten. Vanaf de negentiende eeuw zien we een wettelijke formalisering van de medische beroepsgroepen en de inrichting van fysieke controleorganen door de centrale overheid. Dit streven naar controle kan overschouwend opgevat worden als de al dan niet bewuste drang om medische kwaliteit te borgen.</p>
<p>Er zijn maar weinig kanttekeningen te plaatsen bij deze prachtige publicatie, maar &#x00E9;&#x00E9;n punt van kritiek is dat Van Lieburg soms te veel wil vertellen. Hierdoor deemsteren de microcasussen doorheen het werk wel wat weg, waardoor het geheel toch vooral aandoet als een compendium van de Rotterdamse medische markt, zonder veel diepgang in persoonlijke situaties en verhalen. De receptie van de pati&#x00EB;ntenzijde komt slechts sporadisch aan bod doordat de auteur voornamelijk een vogelvluchtperspectief hanteert waarbij hij de Rotterdamse stedelijke context eerder vanuit de medische aanbodzijde overschouwt en zelden de pati&#x00EB;ntenzijde een stem geeft. Uiteraard heeft Van Lieburg keuzes moeten maken en was een aanpak vanuit de &#x2018;microstoria&#x2019; met het ruime perspectief van de auteur een schielijk onmogelijke opdracht geweest, omdat dit werk anders allicht meerdere duizenden pagina&#x2019;s had moeten omvatten. Deze opmerking doet overigens geen afbreuk aan de begrijpelijke schrijfstijl waarin en vlotte pen waarmee Van Lieburg het geheel neerschrijft.</p>
<p>Met <italic>Vijf eeuwen geneeskunde en gezondheidszorg in Rotterdam, 1465-1965</italic> heeft Van Lieburg andermaal een schitterend boek afgeleverd, dat ook vele niet-inwoners van Rotterdam zal kunnen bekoren. De auteur bewijst nog maar eens dat hij de ultieme bruggenbouwer is tussen de geneeskunde en de geschiedwetenschap, en dat hij moeiteloos een bredere maatschappelijke context in zijn betoog kan opnemen. Ook een breder publiek kan van deze uitgave genieten, omdat de vele informatie die de publicatie omvat niet zwaarwichtig overkomt. Het vormelijke pareltje dat dit werk is geworden, maakt het ook geschikt als kijkboek voor op de salontafel. Voor ieders wat wils dus!</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Ole Peter Grell, Andrew Cunningham en Jon Arrizabalaga (reds.), <italic>Centres of Medical Excellence&#x003F; Medical Travel and Education in Europe, 1500-1789</italic> (Farnham/Burlington 2010).</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>