<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11300</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11300</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Van aardse stof tot hemels lof. De transitie van de achttiende-eeuwse Noord-Nederlandse damesjapon van modeartikel tot kerkelijk gewaad in de katholieke eredienst</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Welten</surname>
<given-names>Joost</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021086</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Lugtigheid</surname><given-names>Ren&#x00E9;</given-names></name>
</person-group>
<source>Van aardse stof tot hemels lof. De transitie van de achttiende-eeuwse Noord-Nederlandse damesjapon van modeartikel tot kerkelijk gewaad in de katholieke eredienst</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Verloren</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>346 pp.</page-range>
<isbn>9789087049065</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11300"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Kunsthistorica en textielconservator Ren&#x00E9; Lugtigheid doet in haar proefschrift <italic>Van aardse stof tot hemels lof. De transitie van de achttiende-eeuwse Noord-Nederlandse damesjapon van modeartikel tot kerkelijk gewaad in de katholieke eredienst</italic> een moedige poging om de disciplines waarmee ze vertrouwd is te verbinden met de geschiedwetenschap. In dit proefschrift, waarop ze in 2021 promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam, bestudeert Lugtigheid een specifiek soort historisch textiel: achttiende-eeuwse liturgische gewaden uit de katholieke kerk, vervaardigd uit zijden robes die rijke vrouwen aan die kerk hadden geschonken. Teneinde niet alleen het materi&#x00EB;le aspect van deze paramenten te onderzoeken, maar ook de concrete historische context waarin ze zijn nagelaten aan de kerk en zijn gedragen door priesters, heeft ze een strenge selectie toegepast: alleen de paramenten waarover nadere informatie bekend is uit archivalia worden bestudeerd. Lugtigheid vertrekt dus vanuit het materi&#x00EB;le object en de wordingsgeschiedenis die daar voor een deskundig oog uit af te lezen is. Ze vult die bevindingen aan met gegevens uit eigentijdse documenten, die vertellen in welke context het object heeft gefunctioneerd.</p>
<p>Dankzij deze interdisciplinaire aanpak vertellen de objecten zowel iets over de oorspronkelijke eigenaressen en hun geloofsbeleving, als over de geestelijken die in een bijzonder soort paramenten de mis opdroegen, als over de gelovigen die de gewaden van de priesters herkenden als de kleren van een overleden kerkgangster. Want dat is het opmerkelijke aan de kazuifels, dalmatieken en koorkappen die in deze studie centraal staan: minstens een eeuw lang hebben priesters tijdens kerkdiensten gewaden gedragen, gemaakt van hergebruikte vrouwenkleren. In plaats van zware gewaden met borduursels van christelijke symbolen die in de zeventiende eeuw de standaard vormden, bestonden paramenten in de achttiende eeuw veelal uit lichte, zijden stoffen met fleurige bloemenmotieven, zonder enige christelijke symboliek: letterlijk dezelfde stoffen als die van kleren van zeer rijke vrouwen.</p>
<p>Lugtigheid maakt aannemelijk dat een samenspel van factoren heeft geleid tot deze bijzondere situatie. De kerk stelde geen strenge eisen aan het uiterlijk van paramenten, afgezien van de eis dat kerkelijke gewaden recht moesten doen aan het verheven karakter van de mis. De kostbare zijden stoffen waarvan dameskleding voor de elite in de achttiende eeuw was vervaardigd, voldeden aan die kwaliteitseis. Bovendien had de typerende dameskleding van die tijd &#x2013; een ruimvallende robe &#x2013; de eigenschap dat er veel stof voor nodig was. Bij een robe werd stof in lange banen naast elkaar genaaid, zodat er gemakkelijk een compleet stel paramenten kon worden vervaardigd uit &#x00E9;&#x00E9;n <italic>robe &#x00E0; la fran&#x00E7;aise</italic>. Verder speelde mee dat het voor rijke vrouwen van katholieke signatuur aantrekkelijker was om kostbare zijden japonnen na te laten aan de kerk dan om geld te doneren, waarvan de kerk paramenten naar eigen smaak kon aanschaffen. Dit wijst erop dat vrouwen de schenkingen niet uitsluitend uit devotie deden, maar ook en misschien wel vooral om letterlijk zichtbaar te blijven in de katholieke gemeenschap waarvan zij bij leven lid waren geweest. Een krachtige ondersteuning van deze stelling is dat uitsluitend kinderloze vrouwen hun robes per testament nalieten aan de kerk. Hun nagedachtenis bleef levend, doordat hun medegelovigen priesters zagen in gewaden die zij herkenden als de japonnen van de overleden vrouwen. Het onderzoek van Lugtigheid vormt in dit opzicht een welkome aanvulling op de studie <italic>Katholiek in de Republiek: de belevingswereld van een religieuze minderheid 1570-1750</italic> (2019) van Carolina Lenarduzzi, waarin de achttiende eeuw een beetje stiefmoederlijk is bedeeld.</p>
<p>Wanneer Lugtigheid &#x2013; na een inleiding en drie op literatuuronderzoek gebaseerde hoofdstukken &#x2013; schrijft over onderzoek naar kleding en stoffen, is zij duidelijk thuis op haar terrein. Hier blijkt de waarde van haar onderzoek: deze studie is de eerste in Nederland in dit genre. Wie de elite in de achttiende eeuw onderzoekt, kan er eigenlijk niet omheen om zich ook te verdiepen in de ontwikkeling van damesjaponnen en de opeenvolgende stijlen in zijdeweefsels. De kostuumgeschiedenis van de achttiende eeuw is in Nederland nooit eerder in zo&#x2019;n detail beschreven.</p>
<p>In materieel opzicht steunt het onderzoek van Lugtigheid op een drietal casussen. Twee daarvan betreffen de schenking van damesjaponnen aan een statie van de oud-katholieke kerk in respectievelijk Amersfoort en Utrecht. Verreweg de belangrijkste casus betreft een serie schenkingen van robes aan de stiftkerk in Thorn. Hier is een methodologische kanttekening op zijn plaats. Lugtigheid beschouwt het Land van Thorn &#x2013; een miniatuurstaatje in het Heilige Roomse Rijk &#x2013; als een enclave in de Generaliteitslanden (166) en daarmee als een onderdeel van de Noordelijke Nederlanden. Het stift Thorn grensde echter niet aan de Republiek, maar aan het prinsbisdom Luik en aan de Oostenrijkse Nederlanden. Het was een katholiek staatje, waar in de achttiende eeuw uitsluitend gravinnen en prinsessen uit het Duitse Rijk stiftdame waren. De casus Thorn zegt dus niets over de situatie in de Republiek, waar katholieken tweederangsburgers waren die hun geloof niet openlijk mochten belijden. Het onderzoek naar de paramenten in Thorn is beslist waardevol, maar Lugtigheid had die casus niet moeten proberen onder te brengen in een studie naar de Republiek.</p>
<p>Doordat Lugtigheid het Land van Thorn als onderdeel van de Noordelijke Nederlanden opvat, heeft ze zich nauwelijks verdiept in het Heilige Roomse Rijk en de plaats van de stiften daarin. Zo onderkent ze niet hoe exclusief het hoogadellijke <italic>Reichsstift</italic> Thorn was in vergelijking met de meeste andere stiften in het Duitse Rijk. Veel van wat Lugtigheid over Thorn schrijft, stijgt dankzij een ongelukkige literatuurkeuze bovendien niet uit boven hardnekkige misvattingen. Voorbeelden hiervan zijn het denkbeeld dat stiftdames entreegeld zouden moeten betalen dat ze bij het vertrek uit het stift weer zouden terugkrijgen (76) of de veronderstelling dat de vorstin-abdis een gelofte zou moeten afleggen om niet te trouwen (205).</p>
<p>Het onbegrip over het Heilige Roomse Rijk met zijn ingewikkelde standenstructuur wordt ook duidelijk wanneer de auteur vorstelijke families benoemt als &#x2018;koninklijke&#x2019; families (75), of het hoofd van de familie Thurn und Taxis, die in de beschreven periode net is bevorderd tot de rijksvorstenstand, een &#x2018;keurvorst&#x2019; noemt (177). Over Maria Theresia van Oostenrijk schrijft Lugtigheid dat zij haar macht ontleende aan het feit dat ze zogenaamd regent was voor haar zoon Jozef, na het overlijden van haar man keizer Frans Stefan in 1765 (188). Het lijkt de auteur onbekend dat Maria Theresia op eigen kracht onder andere koning van Bohemen en Hongarije was. Ook gaat ze voorbij aan het feit dat Jozef al in 1764 door de keurvorsten was gekozen tot Rooms koning en dat hij bij het overlijden van zijn vader dus automatisch de nieuwe keizer werd. Het lezen van relevante literatuur, zoals de standaardbiografie van Maria Theresia, geschreven door Barbara Stollberg-Rilinger, had deze missers kunnen voorkomen.</p>
<p>Deze prachtig vormgegeven dissertatie, met 134 afbeeldingen, merendeels in kleur, overtuigt dus niet op alle fronten. Het textielonderzoek komt beter uit de verf dan het historische onderzoek. Toch verdient deze studie lof, juist door de verdienstelijke poging om twee vakgebieden met elkaar te verbinden die nog op te grote afstand van elkaar staan.</p>
</body>
</article>