<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11299</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11299</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Een wereld van verschil&#x003F; De zuidelijke rijksuniversiteiten in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Wachelder</surname>
<given-names>Joseph</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Maastricht</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021085</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Meirlaen</surname><given-names>Matthias</given-names><suffix>(reds.)</suffix></name> et al.
</person-group>
<source>Een wereld van verschil&#x003F; De zuidelijke rijksuniversiteiten in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden</source>
<comment>Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie van Belgi&#x00EB; voor Wetenschappen en Kunsten. Nieuwe Reeks 36</comment>
<publisher-loc>Leuven/Parijs/Bristol</publisher-loc>
<publisher-name>Peeters</publisher-name>
<year>2021</year>
<page-range>268 pp.</page-range>
<isbn>978-90-429-4361-2</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11299"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>De zeer geslaagde bundel <italic>Een wereld van verschil&#x003F;</italic> voorziet in een leemte in de bestaande historiografie over de zuidelijke rijksuniversiteiten in de periode tussen 1815 en 1835 en articuleert tegelijkertijd overeenkomsten en verschillen met de noordelijke universiteiten in datzelfde tijdvak. Door met een centrale, overkoepelende vraagstelling te werken &#x2013; wat bewerkstelligt continu&#x00EF;teit en hoe komt discontinu&#x00EF;teit tot stand&#x003F; &#x2013; hebben de redacteuren Matthias Meirlaen, Eddy Put, Jo Tollebeek en Tom Verschaffel de bundel daarenboven een theoretische inzet meegegeven die past bij het veelomvattende onderwerp van studie. Alle bijdragende auteurs, die hun sporen op het gebied van politieke geschiedenis, wetenschapsgeschiedenis of universiteitsgeschiedenis meer dan verdiend hebben, komen op deze centrale vraagstelling terug. De uitgekiende structuur is een andere factor die de hoge kwaliteit van de bundel verklaart. De zuidelijke rijksuniversiteiten worden namelijk vanuit drie complementaire perspectieven belicht.</p>
<p>Het eerste deel richt zich op institutionele aspecten van de drie nieuw opgerichte rijksuniversiteiten in Leuven, Gent en Luik in 1817 en wordt voorafgegaan door een algemene inleiding door Pieter Dhondt over de effecten van de universiteitspolitiek van koning Willem <sc>i</sc> tussen 1815 en 1835. Els Wittes bijdrage gaat in op de Academie van Brussel, die in 1816 werd heropgericht als de Koninklijke Academie van Wetenschap en Letteren als rempla&#x00E7;ant van de in 1775 door de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia opgerichte Keizerlijke en Koninklijke Academie. Gezien het feit dat in dit tijdsgewricht de verhouding tussen academies en universiteiten internationaal in beweging was, is aandacht voor de Academie een goede keuze. Bovendien maakt dit het mogelijk continu&#x00EF;teiten te bespreken die anders buiten beeld zouden zijn gebleven. Gent en Luik kenden voor 1817 geen universiteit; Leuven wel, maar die was in 1797 gesloten door de Fransen. Luik had onder Frans bewind een <italic>&#x00C9;cole centrale</italic>, athenea en lycea gekregen. De nieuw gestichte universiteit in Luik bouwde deels voort op de faculteit Wetenschappen die daar als onderdeel van de Franse Academie was ontwikkeld.</p>
<p>In dit eerste deel, waarin Eddy Put Leuven, Gita Deneckere Gent en Catherine Lanneau Luik bespreken, valt de directe invloed van de universiteitspolitiek van Willem <sc>i</sc> het best aan te wijzen. Alhoewel voor Noord en Zuid verschillende juridisch-organisatorische kaders werden ontwikkeld &#x2013; respectievelijk het Organiek Besluit uit 1815 en het Reglement uit 1816 &#x2013; weerspiegelde de nieuwe inrichting in het Zuiden die van het Noorden: drie rijksuniversiteiten en een Koninklijke Academie. Maar waar in het Noorden de teruggang naar het Latijn als herstel van een traditie werd ervaren, voelde dat in Zuiden als wezensvreemd, gewend als men was aan het Frans. De beraadslagingen van de Commissie voor de inrigting van het hooger onderwijs, ingesteld in 1828 en voorgezeten door minister van staat en voorzitter van de Eerste Kamer van de Staten-Generaal Willem Frederik R&#x00F6;ell, kwamen voor het Zuiden te laat. Deze hoger onderwijscommissie wilde middels een aantal organisatorische wijzigingen enerzijds verschillen tussen de noordelijke en zuidelijke rijksuniversiteiten ongedaan maken en anderzijds de kwaliteit van het hoger onderwijs opkrikken. Bij verschijning van het commissierapport in 1830 kondigde de Belgische afscheiding zich al aan. Hierin speelde de ontevredenheid in het Zuiden over de inrichting van het hoger onderwijs overigens een niet over het hoofd te ziene rol. Daarbij valt te denken aan het misnoegen over de taal waarin het onderwijs gegeven werd en over de plaats van religie, uitmondend in de wens bijzondere universiteiten te mogen stichten.</p>
<p>In het tweede deel, dat inzoomt op disciplines en domeinen als de medische opleiding (Renaud Bardez), het onderzoek aan de nieuw ge&#x00EF;ntroduceerde faculteiten Wetenschappen (Geert Vanpaemel) en het onderwijs in de neerlandistiek (Janneke Weijermans) en de geschiedenis (Matthias Meirlaen), keert de taalkwestie terug, maar komen ook andere dynamieken naar voren. Evenals buitenlandse vorsten had Willem <sc>i</sc> met de oprichting van universiteiten ook een politiek doel voor ogen. Om het Verenigd Koninkrijk gestalte te geven, lag het voor de hand het Frans als onderwijstaal af te schaffen. Maar veel studenten waren het Latijn niet machtig, wat het er voor de hoogleraren niet makkelijker op maakte. Zo zag Johannes Kinker, die in Luik onder andere neerlandistiek en welsprekendheid doceerde, zich geconfronteerd met onmacht en onwil om het Nederlands te verstaan. Naar eigen zeggen gaf Kinker deels college in het Latijn, deels in het Nederlands en deels in het Frans. Ook de hoogleraren geschiedenis namen veel vrijheid om de vakken naar eigen inzicht in te vullen. Het vakgebied van de vaderlandse geschiedenis was volop in ontwikkeling. Iedere hoogleraar gebruikte zijn eigen methoden en legde zijn eigen accenten. Ze waren Willem <sc>i</sc> zeker niet slecht gezind, maar dat maakte hen nog niet tot zijn spreekbuis. De hoogleraren vertelden geen uitgesproken nationalistische verhalen, maar riepen wel op tot religieuze tolerantie en burgerlijke deugdzaamheid.</p>
<p>Medische opleidingen waren van oudsher sterk lokaal van karakter. Hoe kon het anders met slechts &#x00E9;&#x00E9;n universiteit voor de Franse tijd, te Leuven&#x003F; In de Franse tijd gingen hospitalen en <italic>&#x00C9;coles de sant&#x00E9;</italic> een belangrijkere rol vervullen in de opleiding tot dokter. De nieuw ingerichte rijksuniversiteiten, met name in Luik en Gent, bouwden daarop voort, in die zin dat ze klinisch praktijkonderwijs en de nieuwe pathologische anatomie inbedden in hun onderwijsaanbod. Het merendeel van de professoren in Luik en Gent was ook actief in het ziekenhuis. De faculteit Geneeskunde in Leuven ging aanvankelijk met het militair hospitaal samenwerken. Een vergelijkbaar patroon van het overnemen van de infrastructuur van de in de Franse tijd ge&#x00EF;ntroduceerde <italic>&#x00C9;coles</italic> treffen we aan in de faculteiten Wetenschappen. Dat verwondert evenmin, temeer daar het stadsbestuur deels verantwoordelijk was voor de behuizing van de universiteiten. Ook een aantal docenten stroomde door van de <italic>&#x00C9;coles</italic> naar de Wetenschapsfaculteit. In het hooglerarenkorps deden zich de meeste vernieuwingen voor: dat werd een internationaal gezelschap, bestaande uit Duitsers, Fransen, Noord-Nederlanders en relatief weinig Zuid-Nederlanders. Geert Vanpaemel constateert dat het onderzoek in de faculteiten Wetenschappen er tegen het einde van het Verenigd Koninkrijk veel beter voor stond dan in 1815. Verschillende factoren droegen daaraan bij, zoals de vrijheid om onderwijs en onderzoek naar eigen inzicht in te richten, de prijsvragen die de faculteiten van elke universiteit voor studenten uitschreven, de mogelijkheden om te promoveren in de wetenschappen, en de kans om met de genoten opleiding werk te vinden.</p>
<p>Hoe de rijksuniversiteiten zich hun geschiedenis herinneren, of door anderen herinnerd worden, komt in het derde deel aan bod. Leen Dorsman toont dat naarmate de tijd van de scheiding verstrijkt, de geluiden vanuit Noord-Nederland over de Belgische universiteiten positiever worden. Een aantal vernieuwingen, zoals de mogelijkheid vrije universiteiten te stichten of de invoering van scherpere toelatingsvoorwaarden tot de universiteiten, kregen in Belgi&#x00EB; eerder hun beslag dan in Nederland. De analyse van twee eeuwen herdenkingen en jubileumvieringen van de universiteiten in Leuven (Jo Tollebeek en Tom Verschaffel), Gent (Ruben Mantels) en Luik (Francis Mus en Kris Steyaert) leidt de lezer naar het grensgebied tussen geschiedschrijving en geheugenstudies. De relatief late stichting van de rijksuniversiteiten in Gent en Luik impliceert, als we op Jan Assmann afgaan, dat tot in de twintigste eeuw nog herinneringen via het communicatieve geheugen uitgewisseld konden worden. In de twintigste eeuw zou Gent zich lange tijd met zijn verleden van collaboratie met de Duitse bezetter en de pogingen tot radicale vervlaamsing moeten verhouden. In Luik raakte de geschiedschrijving van de universiteit geleidelijk aan steeds meer vervlochten met de identiteitspolitiek van de regio, die zich meer op de toekomst ging richten dan op het verleden. Leuven is een complexer verhaal, waarbij de stichting van de Rijksuniversiteit Leuven in 1817 snel buiten beeld raakte. De oprichting van de Katholieke Universiteit in 1834, en het initi&#x00EB;le stichtingsjaar van 1425, waren aantrekkelijker om te herdenken. De eerbiedwaardige leeftijd droeg immers bij aan het prestige van de Leuvense universiteit.</p>
<p>Al met al is <italic>Een wereld van verschil&#x003F;</italic> een zeer lezenswaardige bundel, waarbij ik op twee punten wel op mijn honger bleef zitten. In het derde deel hadden ook de (herdenkings)relaties van de Koninklijke Vlaamse Academie met de voormalige rijksuniversiteiten aan bod mogen komen. Het naschrift van Hilde De Ridder-Symoens geeft een mooie reflectie op het boek, die met name ingaat op een vergelijking van Noord en Zuid en de identiteitspolitiek in de herdenkingen. De thematiek die de redacteuren centraal hebben gezet &#x2013; namelijk hoe continu&#x00EF;teit en discontinu&#x00EF;teit gestalte krijgen in de universiteitsgeschiedenis &#x2013; is echter dermate fundamenteel en interessant dat een uitgebreide, systematische reflectie door de redactie op zijn plaats was geweest. Welke verschillende dynamieken komen nu naar voren en hoe hangen die samen met de gekozen analyse-eenheid&#x003F; De individuele bijdragen reiken veelsoortige ingredi&#x00EB;nten aan, die tot een kroon gesmeed hadden kunnen worden op deze collectieve studie van de zuidelijke rijksuniversiteiten in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.</p>
</body>
</article>