<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11298</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11298</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Genot en gebod. Huwelijk en seksualiteit in protestants Nederland vanaf 1800</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>van der Heijden</surname>
<given-names>Manon</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Universiteit Leiden</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>12</month>
<year>2021</year>
</pub-date>
<volume>136</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2021079</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Bos</surname><given-names>David</given-names></name>
<name><surname>Exalto</surname><given-names>John</given-names><suffix>(reds.)</suffix></name>
</person-group>
<source>Genot en gebod. Huwelijk en seksualiteit in protestants Nederland vanaf 1800</source>
<publisher-loc>Utrecht</publisher-loc>
<publisher-name>KokBoekencentrum</publisher-name>
<year>2019</year>
<page-range>176 pp.</page-range>
<isbn>978 90 4353 313 3</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2021 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2021</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11298"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>Hoewel het thema &#x2018;huwelijk en seksualiteit&#x2019; veel aandacht heeft gekregen in het internationale historische debat zijn er relatief weinig studies verschenen die dit onderwerp in een Nederlandse context behandelen. De bundel <italic>Genot en gebod. Huwelijk en seksualiteit in protestants Nederland vanaf 1800</italic>, onder redactie van David Bos en John Exalto, is dan ook een welkome bijdrage aan het vakgebied. Naast een korte inleiding van de redacteuren bestaat de publicatie uit negen artikelen die ingaan op percepties en beeldvorming rond seksualiteit in het Nederlandse protestantisme na 1800.</p>
<p>Bos en Exalto openen hun inleiding met de stelling: &#x2018;De zestiende-eeuwse protestantse Reformatie bracht een seksuele revolutie&#x2019; (7). Protestantse predikanten mochten in tegenstelling tot katholieke priesters trouwen en binnen het huwelijk seksualiteit bedrijven. Deze verandering zou hebben geleid tot een positievere waardering van seksualiteit. Het is jammer dat de auteurs de bewijsvoering hiervoor beperken tot een citaat van Luther, want uit nationaal en internationaal onderzoek is gebleken dat de strikte protestantse regels en strenge censuurpraktijken van kerkenraden juist resulteerden in sterkere regulering en bestraffing van seksualiteit in het algemeen. Wellicht hoort deze discussie thuis op een andere plek, want deze bundel richt zich niet zozeer op de regels en beperkingen die protestanten elkaar oplegden, maar meer op de godsdienstige beleving en betekenis van huwelijk en seksualiteit. De beleving en perceptie van homoseksualiteit in protestantse kringen krijgt bijzondere aandacht, aangezien bijna de helft van de bijdragen gerelateerd is aan dit onderwerp. De eerste twee artikelen richten zich hoofdzakelijk op regels en gebruiken rond het huwelijk. Daarnaast komen prostitutie, seksuele beleving tijdens de pubertijd en zelfbevrediging aan bod.</p>
<p>In het eerste artikel, dat gaat over regels rond het huwelijk na de invoering van de Franse wetgeving in Nederland, beschrijft Klaas-Willem de Jong hoe verschillende kerken, waaronder de Nederlands Hervormde Kerk, de Protestantse Kerk Nederland en de Gereformeerde Kerken Nederland, passende richtlijnen opstelden. Een weinig verrassende, maar een veelzeggende conclusie is dat de kerken de laatste decennia door gebrek aan interne consensus over het doel van huwelijk en seksualiteit niet meer tot eenduidige standpunten kwamen. Het tweede artikel in de bundel betreft een zeer kort stuk over de huwelijksbijbel waarin August den Hollander de invoering en het doel van de bijbel in protestants Nederland aanstipt. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werd het in protestantse kerken gebruikelijk om jonggehuwden een huwelijksbijbel te schenken met als doel de bijbel een onmisbaar deel van het gezinsleven te maken.</p>
<p>In de daaropvolgende artikelen krijgen we duidelijker zicht op de manieren waarop protestanten in het dagelijks leven omgingen met seksualiteit. Zo besteedt Dieke Heijboer-Paul aandacht aan het werk van de Middernachtzendelingen. Zij zagen het als hun taak om ontucht te bestrijden en liepen in Amsterdam bordelen af om mannen te weerhouden naar binnen te gaan. Het verbod op bordelen in Amsterdam en andere steden vanaf het einde van de negentiende eeuw werd als grote overwinning gezien. Het daaropvolgende stuk van Jacques Dane, over voorlichting en adviezen over zelfbevrediging aan jongeren, toont aan dat negatieve denkbeelden hierover tot ver in de twintigste eeuw leidden tot grove misvattingen. Zo werd de veronderstelling dat masturbatie resulteerde in ruggenmergtering, hersenverweking, krankzinnigheid en zelfs de dood nog lang in protestantse kringen gedeeld. Er bestonden echter ook tegengeluiden van artsen en pedagogen die dit soort verzinsels ontkrachtten en wezen op het schadelijke effect ervan op jongeren. Dat de studie van het seksuele leven van pubers in de loop van de twintigste eeuw in het algemeen minder door angst gedreven werd, blijkt ook uit het stuk van Exalto over de invloed van hoogleraar pedagogiek Philipp Kohnstam (1875-1951) op de kijk op puberteit en seksualiteit. Hoewel Kohnstamm de morele en religieuze betekenis van seksueel contact vooropstelde, verzette hij zich tegen de oude angstcultuur rond seksualiteit en was hij voorstander van een seksuele opvoeding gebaseerd op vertrouwen tussen opvoeder en jongere.</p>
<p>Het meest interessante deel van de bundel betreft de artikelen waarin homoseksualiteit centraal staat. Deze zijn vanwege de vraagstelling en de analyse dynamischer dan de voorgaande artikelen. Jolande van der Lee toont overtuigend hoe Abraham Kuyper de angst voor acceptatie van homoseksualiteit inzette in de strijd voor de gelijkstelling van het bijzonder onderwijs en voor de financiering van bijzondere openbare leeszalen. Die angst gebruikte hij tevens als argument om te bewijzen dat de Vrije Universiteit Amsterdam wetenschappelijke en zedelijke waarde had: op die plek was het immers onbestaanbaar dat homoseksualiteit als iets anders dan zondig werd beschouwd.</p>
<p>In het artikel van Theo van der Meer over de volkskundige Piet Meertens komt de lezer het dichtst bij seksuele ervaring in relatie tot religieuze beleving. Van der Meer laat zien dat Meertens zijn (homo)erotische belangstelling eerst duidde als een roeping en dat zijn hang naar mystiek verdween na zijn veroordeling in 1941 wegens homoseksuele omgang. De ervaringen van Meertens geven niet alleen inzicht in de worsteling om zijn homoseksuele gevoelens te verenigen met zijn religieuze overtuiging, maar ook in de dagelijkse dreiging van veroordeling en ontslag die homoseksuelen ervoeren. Waarom die dagelijkse realiteit voor vele homoseksuelen moeilijk is gebleven, komt ook naar voren in het relaas van Bos over de identiteit van de zogenaamde &#x2018;ex-homoseksueel&#x2019;. Hij betoogt dat deze identiteit vooral een protestantse uitvinding is, aangezien de katholieke kerk het celibaat als alternatief beschouwde. Bos laat goed zien hoe protestanten door de jaren heen tegen veronderstelde genezing van homoseksuelen aankeken. Hij besluit terecht dat het fenomeen &#x2018;homogenezing&#x2019; in protestantse kringen inmiddels weliswaar op grote weerstand stuit, maar daarmee nog niet uit de wereld is geholpen. Het onderzoek van Matthijs Appelman en Ruard Ganzevoort over berichtgeving over homoseksualiteit in het <italic>Reformatorisch Dagblad</italic> tussen 1971 en 2016 sluit hier goed bij aan. In een bondige kwantitatieve en kwalitatieve analyse op basis van Digibron concluderen zij dat er in de reformatorische gemeenschap meer ruimte is gekomen voor seksuele diversiteit, maar dat deze beweging tegelijkertijd felle antireacties ontlokt zoals de Nederlandse Nashvilleverklaring.</p>
<p><italic>Genot en gebod</italic> is zonder meer informatief en is bovendien een van de weinige historische publicaties over seksualiteit en religieuze identiteit in dagelijkse praktijken. Dat neemt niet weg dat de bundel een beetje karig is. De stukken zijn alle vrij kort en sluiten weinig aan bij historiografische debatten. De inleiding beschrijft hoofdzakelijk de opzet en het thema van het boek, terwijl het de uitgelezen plek was geweest om ook de stand van zaken in het historische debat helder op een rijtje te zetten en kritische vragen te stellen over veranderingen in de regels en beleving van seksualiteit vanaf 1800 en verschillen tussen protestanten en katholieken hierin.</p>
</body>
</article>