<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Publishing DTD v1.0 20120330//EN" "JATS-journalpublishing1.dtd">
<article article-type="book-review" xml:lang="en" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<front>
<journal-meta>
<journal-id journal-id-type="publisher-id">BMGN</journal-id>
<journal-title-group>
<journal-title>BMGN - Low Countries Historical Review</journal-title>
</journal-title-group>
<issn pub-type="epub">2211-2898</issn>
<issn pub-type="ppub">0165-0505</issn>
<publisher>
<publisher-name>Royal Netherlands Historical Society &#x007C; KNHG</publisher-name>
<publisher-loc>Amsterdam, The Netherlands</publisher-loc>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id pub-id-type="publisher-id">bmgn-lchr.11294</article-id>
<article-id pub-id-type="doi">10.51769/bmgn-lchr.11294</article-id>
<article-categories>
<subj-group subj-group-type="heading">
<subject>Article</subject>
</subj-group>
</article-categories>
<title-group>
<article-title>Diamantkinderen. Amsterdamse Diamantjoden en de Holocaust</article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname>Kok</surname>
<given-names>Joris</given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="aff1"/>
</contrib>
<aff id="aff1">Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis</aff>
</contrib-group>
<pub-date pub-type="epub">
<month>04</month>
<year>2022</year>
</pub-date>
<volume>137</volume>
<issue>0</issue>
<elocation-id>2022021</elocation-id>
<product>
<person-group person-group-type="author">
<name><surname>Siertsema</surname><given-names>Bettine</given-names></name>
</person-group>
<source>Diamantkinderen. Amsterdamse Diamantjoden en de Holocaust</source>
<publisher-loc>Hilversum</publisher-loc>
<publisher-name>Uitgeverij Verbum</publisher-name>
<year>2020</year>
<page-range>224 pp.</page-range>
<isbn>978493028340</isbn>
</product>
<permissions>
<copyright-statement>&#x00A9; 2022 The author(s)</copyright-statement>
<copyright-year>2022</copyright-year>
<license xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/" license-type="open-access">
<license-p>This work is licensed under the Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)</license-p>
</license>
</permissions>
<self-uri xlink:href="http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.51769/bmgn-lchr.11294"/>
</article-meta>
</front>
<body>
<p>&#x2018;Ook hier vrage men maar niet, hoe&#x2019;, schreef Jacques Presser in 1965 over de gezinsleden van Nederlandse diamantbewerkers die de Tweede Wereldoorlog wisten te overleven.<sup><xref ref-type="fn" rid="fn1">1</xref></sup> In <italic>Diamantkinderen</italic> ontfermt Bettine Siertsema zich wel over dit vraagstuk. Ze beschrijft er in detail de oorlogservaringen van een groep Amsterdamse diamantbewerkers en handelaren, hun partners en hun kinderen. Deze laatsten staan centraal vanwege hun bijzondere levensverhalen, die Siertsema completer dan voorheen navertelt. Ze baseert zich hierbij op interviews uit de jaren 1990 met kinderen en volwassenen, opgenomen door de <sc>usc</sc> Shoah Foundation, nieuwe interviews met de kinderen en complementair archiefonderzoek in de Arolsen Archives.</p>
<p><italic>Diamantkinderen</italic> neemt de lezer chronologisch mee door de levens van deze kinderen voor, tijdens en na de oorlog. Voor de oorlog was het merendeel van de Amsterdamse diamantbewerkers Joods. In de jaren 1920 waren zij regelmatig werkloos, maar volgens Siertsema verbeterde hun situatie voor de oorlog. Dat is te positief &#x2013; het aantal diamantbewerkers was veel lager en hun inkomens daalde gestaag in het decennium voor de oorlog<sup><xref ref-type="fn" rid="fn2">2</xref></sup> &#x2013; maar anderzijds klopt het dat er in Amsterdam nog veel expertise gevestigd was. De nazi&#x2019;s wilden zelf een diamantindustrie opzetten en gaven ervaren Joodse werklieden en handelaren met belangrijke handelsrelaties daarom enkele privileges, waaronder vrijstelling van deportatie.</p>
<p>Deze vrijstellingen werden alleen toebedeeld aan wie een diamant-<italic>Sperre</italic> kon bemachtigen. Deze <italic>Sperren</italic>, documenten die aan vijfhonderd diamantbewerkers en driehonderd handelaren werden uitgereikt, werden fel begeerd. Zo betaalde de vader van Greta de Jong, commissionair in diamanten, 35.000 gulden om er een te ontvangen. Anderen verkregen de <italic>Sperren</italic> door te bluffen over hun ervaring in de diamantindustrie. Zij gaven de voorkeur aan de beoogde bescherming van deze documenten boven het onderduiken.</p>
<p>Terwijl de eerste deportaties van Joodse Amsterdammers in 1942 begonnen, werden de bezitters van deze diamant-<italic>Sperren</italic> met rust gelaten. Toch werden ook zij in 1943 gedeporteerd, na een verblijf in de Hollandsche Schouwburg, die toentertijd dienst deed als verzamel- en deportatieplaats. Een kleine groep ging naar Vught, waar de Duitse bezetter een diamantfabriek wilde opzetten, maar van waar de meesten snel werden doorgestuurd naar Auschwitz. Een grotere groep werd gedeporteerd naar Westerbork, waar de leden van de diamantgroep &#x2013; diegenen met diamant-<italic>Sperren</italic> &#x2013; bij elkaar werden geplaatst.</p>
<p>Vanuit Westerbork werd de diamantgroep in mei 1944 op transport gesteld naar Bergen-Belsen en verzameld in barak 17. Met het arriveren van de groep in Bergen-Belsen werd het plan voor de diamantindustrie verplaatst. Notulen van een vergadering van prominente diamantairs op 19 juni 1944 tonen het optimisme van de diamantgroep. Het document van drie&#x00EB;nhalf pagina&#x2019;s noemt de voorwaarden rondom lonen, leef- en werkomstandigheden, en de naam van de toekomstige firma: Amsterdamsche Diamant-Industrie <sc>nv</sc>. De diamantairs dachten dus een goede onderhandelingspositie te hebben.</p>
<p>Om hun handen te sparen voor het bewerken van de diamanten hoefden de leden van de diamantgroep hier niet meer te werken. Verder kregen zij beter te eten dan de rest van het kamp. Toch was het kampleven erg zwaar. Volgens Ina Soep, dochter van diamantair Abraham Soep, verloren zelfs de meest achtenswaardige mensen bij uithongering hun moraal en hadden mannen meer moeite met de nieuwe, verslechterde leefomstandigheden dan de vrouwen.</p>
<p>Eind 1944 kwam er toch een eind aan dit plan en daarmee ook aan de privileges van de diamantgroep. De Duitsers probeerden tevergeefs de in Amsterdam achtergebleven diamantvoorraden van de handelaren in het kamp te bemachtigen. Zelf hadden zij niet genoeg ruwe diamant om te bewerken. Nadat het duidelijk was geworden dat de grondstoffen er niet zouden komen, werden de mannen van de diamantgroep op 4 december 1944 gescheiden van de vrouwen en kinderen. De mannen werden overgebracht naar Sachsenhausen, waar slechts zes van de 164 mannen de oorlog overleefden. Een dag later werden de vrouwen op transport gezet naar Beendorf, waar zij in zoutmijnen voor de munitie- en vliegtuigindustrie moesten werken.</p>
<p>Zonder de mannen en vrouwen van de diamantgroep bleven de kinderen, tussen de anderhalf en veertien jaar, alleen achter in het <italic>Frauenlager</italic>, het vrouwelijke gedeelte van kamp Bergen-Belsen. Daar werden zij gevonden door de Poolse Luba Tryszynska, die de kinderen onder haar hoede nam. Zij slaagde er ondanks de mensonterende omstandigheden en het taalverschil in de meeste kinderen in leven te houden. Op 15 april 1945 werden de kinderen samen met Luba bevrijd en teruggehaald naar Nederland. Daar bejegende de overheid <italic>Schwester</italic> Luba koeltjes door haar eindeloos vragen te stellen en, aanvankelijk, haar toegang tot het land te ontzeggen. Een later aanbod om in een gratis huis in Nederland te wonen sloeg zij af en ze keerde terug naar Bergen-Belsen om voor verweesde kinderen van andere nationaliteiten te zorgen.</p>
<p>Siertsema heeft het in haar boek ook kort over de levenservaringen van de diamantkinderen na de oorlog. Een deel, met name de kinderen van de diamantbewerkers, kwam in financi&#x00EB;le problemen vanwege de roof van hun eigendommen tijdens de oorlog. De kinderen van diamanthandelaren daarentegen konden vaak teren op de achtergebleven voorraden diamanten van hun ouders die zij eind 1944 niet hadden afgestaan aan de Duitsers. Wel hadden alle kinderen het lastig op school vanwege hun leerachterstand en oorlogservaringen. Voor nogal wat diamantkinderen was dit de reden om vroeg te beginnen met werken, alhoewel maar een enkeling weer de diamantindustrie opzocht. Ook verhuisde een groot aantal naar het buitenland, soms vanwege de negatieve herinneringen aan Amsterdam, maar meestal vanwege meer onschuldige redenen zoals een relatie of carri&#x00E8;remogelijkheden. Veel kinderen kampten met trauma&#x2019;s waar zij, openlijk of zwijgend, hun hele leven last van hebben gehad.</p>
<p>In 1995, vijftig jaar na de bevrijding van Bergen-Belsen, werd in het Amsterdamse stadhuis een re&#x00FC;nie georganiseerd voor de diamantkinderen en Luba, die tijdens deze gelegenheid een onderscheiding van de Nederlandse overheid ontving voor haar heldendaden. &#x2018;If it wasn&#x2019;t for Luba&#x2019; schreef Gerard Lakmaker, een van de diamantkinderen, zestienmaal in een gedicht dat hij voordroeg (176). Meerdere diamantkinderen deelden nadien hun verhalen, in interviews met de <sc>usc</sc> Shoah Foundation of in autobiografie&#x00EB;n.</p>
<p>In het laatste hoofdstuk kiest Siertsema voor een discussie over &#x2018;de complexiteit van de herinnering&#x2019;. Hierin bespreekt ze hoe de (autobiografische) boeken over dit onderwerp en de interviews van de betrokkenen van elkaar verschillen. Uit de vergelijking van de verschillende bronnen blijkt dat de diamantkinderen de gebeurtenissen anders ervoeren. Sommigen, zoals Hetty Verolme-Werkendam, schreven zichzelf een grotere rol toe, terwijl anderen iconische beelden eigen maakten aan hun verhaal. Door verschillende bronnen en getuigenissen naast elkaar te leggen cre&#x00EB;ert Siertsema in dit boek een objectievere beschrijving.</p>
<p><italic>Diamantkinderen</italic> is een goed leesbaar boek dat nieuw licht werpt op de levens van de diamantkinderen en hun ouders tijdens de oorlog. Het blinkt uit waar het de verhalen in de woorden van de kinderen zelf presenteert. Soms verliest het boek echter de stem van de auteur. Zo laat Siertsema de analyse regelmatig aan de ge&#x00EF;nterviewden over zonder daar een eigen interpretatie aan toe te voegen. Ook zou de lezer baat hebben gehad bij een korte conclusie, waarin de unieke ervaringen van de diamantgroep onderstreept en vergeleken hadden kunnen worden. Desalniettemin is het boek een indrukwekkend voorbeeld van de kracht van <italic>oral history</italic> en zeker een aanrader voor wie ge&#x00EF;nteresseerd is in het onderwerp.</p>
</body>
<back>
<fn-group>
<fn id="fn1"><label>1</label><p>Jacques Presser, <italic>Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945.</italic> Tweede deel (&#x2018;s-Gravenhage 1965) 227.</p></fn>
<fn id="fn2"><label>2</label><p><sc>iisg</sc>, <sc>andb</sc>, 9604, Jaarverslag 1937-1938, 3.</p></fn>
</fn-group>
</back>
</article>